Voorwaarden stageplaats BAPD UT

De faculteit GW kan helaas nog geen stageplaatsen aanbieden. Je zult dus zelf op zoek moeten naar een geschikte stage. Onderstaande informatie kan je hier bij helpen. Ook in de handleiding BAPD UT staat relevante informatie.

Onderstaande voorwaarden zijn geen harde eisen aan een stageplaats, maar het geeft je een idee van hoe een BAPD stage er ongeveer uit zal moeten zien. De opleiding stelt alleen eisen aan de ervaring en kwaliteit van de BAPD supervisor van je stage.

Wenselijke uitgangspunten van de stage:

-

Een deel van de praktijkstage (200 uur) wordt besteed aan psychodiagnostiek in engere zin, d.w.z. er wordt geoefend met de toepassing van psychodiagnostische instrumenten en methoden t.b.v. de individuele psychodiagnostiek. Aanbevolen wordt de voor de BAPD benodigde intensiteit qua tijd zoveel mogelijk uit te smeren over de hele stage (minimaal 1 dag per week gedurende 6 maanden) in plaats van het te veel te concentreren in een te korte tijdsspanne. Dit betekent dat een praktijkstage bij voorkeur meer uur beslaat dan de minimale 200 uur voor alleen diagnostiek in engere zin, waardoor ook intake gesprekken, het onderzoeken en inventariseren van klachten en het afnemen van anamneses binnen een stage kunnen vallen.

-

De begeleiding en supervisie van de psychodiagnostische werkzaamheden ligt bij voorkeur in handen van een door het NIP erkende praktijksupervisor die werkzaam is in de praktijkinstelling. De beste oplossing van tweede keuze bij het niet voorhanden zijn van een NIP-erkende BAPD-supervisor is een NIP-geregistreerd GZ-psycholoog, neuropsycholoog of psychotherapeut.

-

De bedoeling is dat binnen de stage 200 uur wordt besteed aan de psychodiagnostiek waarbinnen minstens 20 uur bij voorkeur onder individuele supervisie plaatsvindt. Daarnaast kan groepssupervisie en -intervisie nuttig zijn.

-

Aanbevolen wordt pas aan het einde van de stage een selectie te maken van die casus waarbij de stagiair(e) intensief is betrokken, die qua domeinen en zelfstandige inzet in aanmerking komen voor BAPD-erkenning. Op deze wijze wordt ook voorkomen dat doel en middel worden omgekeerd, nl. het louter vervaardigen van drie casus t.b.v. de BAPD tijdens de stage in plaats van het oefenen met psychodiagnostische vaardigheden waarna toetsing volgt in de geest en letter van de BAPD.

-

Wanneer de BAPD niet binnen de stage zelf al kan worden behaald, kan casusbewerking t.b.v. de BAPD eventueel achteraf, dus (kort) na de stageperiode zelf, worden afgerond.

Mogelijke en gewenste werkwijze tijdens de stage:

-

Eerst zal de ongeoefende stagiair(e) aanwezig zijn bij een aantal onderzoeken door ervaren krachten uitgevoerd. Tevens kan in die periode worden ingelezen in de diverse handleidingen en overige relevante literatuur. Ook kan het nuttig zijn de toepassing van diverse instrumenten op collega stagiair(e)s uit te proberen om ervaring op te doen met de afnameprocedures. Pas wanneer een ervaren begeleider zijn/haar fiat geeft, kan worden overgegaan tot zelfstandige afname van psychodiagnostische instrumenten zoals vragenlijsten, capaciteitstests, neuropsychologisch materiaal, interviews en syndroomspecifieke instrumenten bij patiënten/cliënten. In eerste instantie zal een supervisor bij de afname aanwezig zijn.

Hierna volgt oefening met adequate scoring en het in concept formuleren en genereren van diagnostische hypotheses gericht op de vraagstellingen volgens de handleidingen en de literatuur. Vervolgens worden onder supervisie en intensieve begeleiding conceptrapportages vervaardigd die bruikbaar zijn voor de praktijk. Daarna wordt geoefend met terugrapportage van de conclusies aan patiënt/cliënt en de verwijzers c.q. behandelteam waarna adequate archivering volgt volgens de geldende richtlijnen vanuit de wet en codes van beroepsverenigingen.

-

Bij selectie van de casus t.b.v. BAPD-erkenning is het uitdrukkelijk de bedoeling dat de stagiair(e) grotendeels zelfstandig de afnameprotocollen heeft toegepast en bij het overige intensief is betrokken. Ook worden intensieve pogingen tot zelfstandige vervaardiging van conceptrapportages verwacht. Het is dus niet per sé de bedoeling te streven naar het geheel zelfstandig doorlopen van het gehele diagnostische proces met eigenstandige opstelling van de eindrapportage. Volstaan kan ook worden met het onder intensieve begeleiding van ervaren collega’s en supervisor vervaardigen van voor de klinische praktijk geschikte casus, veelal met een complex karakter. Zodoende kan een stagiair(e) kennismaken met de complexe klinische werkelijkheid en het diagnostische proces a.h.w. aan den lijve ondervinden. Verwacht wordt een zoekende houding met pogingen zoveel mogelijk onderkennende en/of verklarende alternatieve hypotheses ter beschrijving en verklaring van de resultaten te overwegen en verschillende verklaringsmodellen te leren hanteren. Bij voorkeur monden de diagnostische overwegingen uit in adviezen en/of behandelindicaties onder supervisie opgesteld of door de supervisor voorgesteld.

Opgesteld door de BAPD-commissie van het NIP, december 2007