De nieuwe PISA-cijfers: leerlingprestaties in exacte vakken gelijk gebleven, leesvaardigheid verder gedaald

dinsdag 8 september 2026

De leesvaardigheid van Nederlandse 15-jarigen is in de afgelopen drie jaar verder achteruitgegaan. Voor natuurwetenschappen en wiskunde zijn de leerlingprestaties op gelijk niveau gebleven. Vergeleken met andere landen zijn Nederlandse leerlingen nog wel steeds goed in wiskunde. Ook geven ze hun leven een hoger cijfer dan drie jaar geleden. Dit blijkt uit het internationale onderzoek PISA-2025 waaraan 91 landen hebben deelgenomen. Martina Meelissen (projectleider), Nathalie Maassen en Jolien Valk van de Faculteit BMS zijn verantwoordelijk geweest voor de uitvoering van PISA door de Universiteit Twente.

PISA staat voor Programme for International Student Assessment en meet elke drie of vier jaar wereldwijd de prestaties, attituden en het welbevinden van 15-jarigen. 

Geen herstel

PISA liet in 2022 wereldwijd een flinke achteruitgang zien in zowel leesvaardigheid als de exacte vakken. Mogelijk speelden de gevolgen van de coronapandemie voor het onderwijs hierbij een rol. Drie jaar later laten veel landen, waaronder Nederland, nog weinig tekenen van herstel zien. De PISA-scores van Nederland zijn voor de exacte vakken gelijk gebleven en voor leesvaardigheid verder gedaald. Voor de veertien sinds 2006 deelnemende EU-landen (‘EU14’) is de gemiddelde PISA-score zowel voor leesvaardigheid als voor wiskunde gedaald. Net als in Nederland, is voor natuurwetenschappen de gemiddelde score van de EU14-landen gelijk gebleven.

Goed in wiskunde

Van de in totaal 91 PISA-landen hebben 34 landen beter gepresteerd in leesvaardigheid dan Nederland. Voor natuurwetenschappen gaat het om 19 landen en voor wiskunde zijn het slechts 9 landen. In 85 landen zijn leerlingen voor de eerste keer ook getoetst in Computational problem solving (stapsgewijs probleemoplossen met hulp van de computer). Daarvan hebben 14 landen een hogere score behaald dan Nederland. Vergeleken met hun leeftijdsgenoten in de EU14-landen presteren onze 15-jarigen op leesvaardigheid lager en op wiskunde hoger op de PISA-toets. Voor natuurwetenschappen en Computational problem solving zijn de Nederlandse prestaties vergelijkbaar met het gemiddelde van de EU14-landen.

Meer leerlingen onvoldoende geletterd

In 2022 presteerde een derde van de 15-jarigen in Nederland voor leesvaardigheid onder het tweede vaardigheidsniveau van PISA. Dit betekent dat deze leerlingen waarschijnlijk minder goed functioneren op school en in de maatschappij. Ook lopen ze het risico onvoldoende geletterd of zelfs laaggeletterd het onderwijs te verlaten. In 2025 is dit percentage verder opgelopen naar 39%. Daarnaast heeft 27% van de Nederlandse leerlingen voor natuurwetenschappen het tweede vaardigheidsniveau niet gehaald. Voor wiskunde is dit 30%. Daar staat tegenover dat 13% van de Nederlandse leerlingen voor wiskunde minimaal het vijfde vaardigheidsniveau haalt, zij kunnen als toppresteerders worden beschouwd. Nederland behoort hiermee tot de 13 PISA-landen waarin dit voor meer dan 10% van de leerlingen geldt. Voor leesvaardigheid behoort 4% van de Nederlandse leerlingen tot de toppresteerders, voor natuurwetenschappen is dit 7%.

Meisjes betere lezers dan jongens

Net als bij alle voorgaande PISA-metingen zijn Nederlandse meisjes leesvaardiger dan Nederlandse jongens. Nederland laat voor natuurwetenschappen geen genderverschillen in prestaties zien, maar wel specifiek op het onderdeel milieuwetenschappen; meisjes presteren hierin ook beter dan jongens. Jongens zijn daarentegen beter in Computational problem solving en in wiskunde. De eerdere genderverschillen in wiskundeprestaties (in het voordeel van jongens) waren in Nederland in PISA-2015 en -2018 verdwenen, maar zijn sinds 2022 weer terug.

Nederlandse leerlingen minder milieubewust

Nederlandse leerlingen schatten hun eigen invloed op milieuverandering het laagst in van alle deelnemende PISA-landen. Nederlandse 15-jarigen blijken ook minder milieubewust en zijn minder vaak betrokken bij milieugerelateerde activiteiten dan hun leeftijdsgenoten in de EU14-landen gemiddeld. In Nederland schatten meisjes hun eigen invloed op milieuverandering en betrokkenheid bij milieugerelateerde activiteiten hoger in dan jongens.

Meer dan een derde van de leerlingen gebruikt AI wekelijks

Ruim een derde van de Nederlandse 15-jarigen zegt minimaal één keer per week kunstmatige intelligentie (AI) te gebruiken bij het leren, bijvoorbeeld om vooronderzoek te doen naar een nieuw onderwerp, om teksten op te stellen voor schrijfopdrachten of om een tekst samen te vatten. De mate van AI-gebruik op de Nederlandse scholen is vergelijkbaar met het gebruik op scholen in de EU14-landen gemiddeld.

Meer tevreden met het leven dan in 2022

Nederlandse leerlingen zijn behoorlijk tevreden met hun leven en geven dit gemiddeld een 7,6. Daarmee geven ze hun leven een hoger cijfer dan in 2022 (7,3). Ook zijn onze 15-jarigen tevredener met hun leven dan hun leeftijdsgenoten in de EU14-landen gemiddeld. Zowel meisjes als jongens in Nederland geven hun leven in 2025 een hoger cijfer dan in 2022, maar meisjes zijn wel minder positief over hun leven dan jongens. Vergeleken met hun leeftijdsgenoten in de EU14-landen gemiddeld, hebben leerlingen in Nederland sterker het gevoel erbij te horen op school en geven ze minder vaak aan dat ze op school gepest worden.

Over PISA

PISA-2025 is in Nederland uitgevoerd door het Expertisecentrum Nederlands, de Universiteit Twente en KBA Nijmegen in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en gefinancierd door het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs (NKO). Dankzij de medewerking van leerlingen, docenten en schoolleiders hebben ruim 6.600 Nederlandse leerlingen de digitale PISA-toets gemaakt. Een interactieve infographic van de belangrijkste uitkomsten en het volledige Nederlandse rapport zijn te vinden op www.pisa-nederland.nl