Het verhaal van René’s algoritmische blauwe envelop is een verhaal over Karins stedelijke toekomst-technologie

Krijg je in Nederland een blauwe envelop in de brievenbus, dan weet je één ding zeker: die komt van de Belastingdienst. En dat is niet altijd goed nieuws… In gesprek met Albert van den Berg vertelde René Torenvlied hoe algoritmes van de overheid onbedoeld een drama kunnen veroorzaken voor burgers. Maar digitalisering helpt mensen ook vaak vérder. Bijvoorbeeld in stedelijke ontwikkeling, waar hoogleraar Karin Pfeffer onderzoek doet op het snijvlak van geo-informatie en technologie. Hoe pakt ze dat aan, vraagt René zich af? ‘Over je grenzen kijken kan iets heel moois opleveren.’

Klik voor de Engelse versie

Dinsdag 12 januari 2021 

Heldere koers, hechte club

Zet twee Twentse hoogleraren aan een tafel, en ze beginnen spontaan plannen te smeden. Het videogesprek tussen René Torenvlied en Karin Pfeffer is nauwelijks vijf minuten bezig, of de twee praten al over samenwerking. Misschien ook niet gek: als hoogleraar stedelijke ontwikkeling weet Karin als geen ander hoe mensen elkaar kunnen versterken. Maar hoe stel je prioriteiten als iedereen jou áltijd weet te vinden? En hoe kijkt Karin als relatieve nieuwkomer naar de sfeer op de campus?

René: ‘Dag Karin, weet je nog dat ik vorig jaar bij jullie op bezoek was?’

Karin: ‘Ik wilde er net over beginnen! We hadden toen het idee om onze expertisegebieden te combineren in een nieuw vak voor studenten.’ 

René: ‘Precies. Ik wil graag dat de opleidingen op mijn faculteit meer aansluiten bij de signatuur van de UT. Dat betekent dat we verder moeten kijken dan de nauwe grenzen die er vroeger waren. Maar die samenwerking… tja, door covid is het zo’n waanzinnig gekkenhuis geweest. Ik heb eindelijk een document klaar, dat komt binnenkort jouw kant op.’

Karin: ‘Geen probleem hoor. Je herinnert me eraan dat ik ook nog op een ander voorstel moet reageren…’

René: ‘Wat is dat toch met wetenschappers, hè? Het lijkt wel of ontmoetingen met collega’s ons steevast herinneren aan al het werk dat nog ligt te wachten. Voelen we ons schuldig, denk je?’

Karin: ‘Nou, ik denk dat we vooral erg betrokken zijn. Je wilt alles goed doen, collega’s niet teleurstellen en snel reageren zodat een ander verder kan. Aan de andere kant: soms moet je achteroverleunen om goed te kunnen nadenken. Ben je niet ook mens om creatief te zijn?’

“We moeten breder kijken dan de nauwe grenzen die er vroeger waren.”

Niet te bevatten

René: ‘Daar heb je gelijk in. Wanneer ben jij trots op je werk?’

Karin: ‘Bijvoorbeeld als ik een mooi project afrond. En ik ben ook erg trots op Shaping 2030. Vanaf de beginfase heb ik meegewerkt aan de nieuwe visie. Ik gaf leiding aan de werkgroep Duurzaamheid, een voorloper van de huidige Shaping Expert Group op dat thema. Het was heel leuk om te werken met een team van allerlei disciplines; inhoudelijke experts, maar ook mensen van facilitair management.

‘Trouwens, nu we over die werkgroep spreken, wil ik graag iets benoemen. Het is ontzettend naar dat onze collega Arjen Hoekstra er niet meer is. [Hoekstra overleed eind 2019 onverwacht, red.] Hij vervulde een belangrijke rol in de werkgroep en zijn overlijden raakte ons allemaal enorm.’

René: ‘Ja, iedereen op de campus was ontzettend aangeslagen door dat bericht. Verschrikkelijk.’

Geen handen wassen

René: ‘Ik ben benieuwd hoe jij naar de coronacrisis kijkt. Welk effect denk je dat deze pandemie gaat hebben op de samenleving, bijvoorbeeld ook als het gaat over duurzaamheid?’

Karin: ‘Ik heb er een dubbel gevoel over. Toen de crisis begon, veranderden we massaal ons gedrag: niet meer reizen, niet vliegen, je eigen omgeving herontdekken. Oké, dacht ik, misschien is dit de eerste stap naar een duurzamere maatschappij. Maar je ziet dat we snel terugvallen in oude routines. Ik maak me ook zorgen over mensen in de sloppenwijken van ontwikkelingslanden. Zij kúnnen hun handen niet wassen. Ik vrees dat we nog lang de gevolgen van deze crisis blijven zien.’

René: ‘Jij kijkt duidelijk verder dan de impact op Nederland of Europa. Nu we het toch over die brede blik hebben: je hebt ook een achtergrond op andere universiteiten. Hoe kijk jij als relatieve nieuwkomer tegen de UT aan?’

Karin: ‘Ik heb inderdaad veertien jaar op de Universiteit van Amsterdam gewerkt. En mijn promotieonderzoek deed ik aan de Universiteit Utrecht. Daar in Utrecht was ik de enige buitenlander en een van de weinige vrouwen. Ik voelde me vaak een beetje anders. Zat ik daar, tussen al die grote mannen, haha! Maar het was wél een hele hechte club. Tijdens de lunch zat twintig man samen aan tafel.’  

“Ik vrees dat we nog lang de gevolgen van de coronacrisis blijven zien.”

Pauze achter je pc

René: ‘Als je dat zo vertelt, komen bij mij allemaal beelden terug. Ik heb ook in Utrecht rondgelopen, vanaf 1999. In welke jaren zat jij er?’

Karin: ‘Van 1998 tot 2002, toen verhuisde ik naar Amsterdam. Daar at iedereen zijn boterhammen op z’n kamer. Nou zeg, dacht ik, je bent een sociale wetenschapper maar je bent helemaal niet sociaal! In het begin vond ik dat best moeilijk, maar later werd het ook daar erg gezellig.’

René: ‘Wat toevallig dat we tegelijk in Utrecht werkten. Heb jij zo’n team nodig, een groep mensen die een hechte wetenschappelijke community vormt?’

Karin: ‘Ja. Ik zou het niet alleen willen doen.’

René: ‘Toch heb je het in Amsterdam lang volgehouden…’

Karin: ‘Het werd beter toen ik verhuisde naar een andere vakgroep. Daar werkte ik tot ik in 2016 een mailtje kreeg van het ITC, de faculteit voor Geo-informatie en Aardobservatie. We hebben een vacature, schreven ze, en we denken dat jij heel goed in het profiel past. Wil je erover nadenken?’

Sturing bieden

René: ‘Wat trok jou aan in het ITC en de UT?’

Karin: ‘In Amsterdam was ik een van de weinigen die iets wist van geo-informatie. Bij het ITC lopen honderden experts rond in mijn vakgebied. Die geavanceerde geotechnologie, en hoe je dat kunt toepassen in stedelijk onderzoek, trok me enorm. Ik moet toegeven dat ik de UT op dat moment nog nauwelijks kende. Maar toen ik aan de slag ging met de Shaping-visie, viel me op wat een fijne plek deze campus is.’

René: ‘Ik zit hier nu zeven jaar, en ik heb dezelfde ervaring. De UT is een kleine, warme gemeenschap. Heb jij het gevoel dat Shaping 2030 bijdraagt aan dat gemeenschapsgevoel?’

Karin: ‘Misschien niet zozeer aan de gemeenschap, maar ik denk wel dat Shaping sturing geeft. Je kijkt samen heel zorgvuldig waar je naartoe wilt. Ik zie al veel initiatieven langskomen waar het Shaping-gedachtegoed in de praktijk wordt gebracht. In jaarplannen bijvoorbeeld, maar ook in gesprekken tussen collega’s. Het leeft, dat is heel leuk om te zien.’

“Shaping 2030 geeft sturing: je kijkt samen heel zorgvuldig waar je naartoe wilt.”

Over de grens

René: ‘Dat raakt aan mijn vakgebied: hoe stuur je grote organisaties aan? Het is natuurlijk een hele tocht, naar 2030. Wat hebben we volgens jou nodig om op koers te blijven?’

Karin: ‘Ik denk dat over onze grenzen heen kijken iets heel moois kan opleveren. Over de grenzen van afdelingen, maar ook over landsgrenzen. Een aantal jaar terug was ik bij een netwerkdag, waar onderzoekers in één minuut hun werk presenteerden. Een antropoloog vertelde over begraafplaatsen in Lima, Peru. En ik liet zien hoe je met satellietbeelden heel nauwkeurig structuren in het landschap kunt herkennen. Bij de koffie spraken we elkaar aan. Zo van: hé, op satellietbeelden kun je ook begraafplaatsen zien, kunnen we daar wat mee? We hebben toen samen een onderzoekje opgezet. Toch een heel andere manier van samenwerken, waarbij je beiden profiteert van de kennis en visie uit een ander vakgebied.’

René: ‘Fantastisch! Dat smaakt naar meer. We spreken elkaar snel!’

PROF. DR. RENÉ TORENVLIED (1968)

is sinds 2013 hoogleraar public management aan de UT en als directeur verantwoordelijk voor de bachelor- en masterprogramma’s. In 2015 leidde hij de evaluatie van het  Nederlandse crisismanagement na het neerstorten van de MH17.

Prof. dr. Karin Pfeffer (1974)

is als hoogleraar Infrastructuring Urban Futures verbonden aan de Faculteit Geo-Information Science and Earth Observation. Als geograaf houdt ze zich bezig met onderzoek naar stedelijke ontwikkeling, en de vraag hoe we satellietbeelden en andere tools kunnen inzetten bij stedelijke vraagstukken zoals toegang tot infrastructuur. Ze werkt sinds 2017 aan de UT; daarvoor was ze werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Utrecht.