Projecten eerste call 2016

naar een energieneutrale campus

De energiemarkt is continu in beweging. Eén zaak is duidelijk: hoewel met enige regelmaat nieuwe bronnen van fossiele brandstoffen worden gevonden zijn deze uiteindelijk eindig. De UT is van mening dat slim omgaan met energie en inzet van duurzame energie onvermijdelijk zijn om ook in de toekomst aan de energievraag van de organisatie te kunnen voldoen en minder afhankelijk te zijn van de energiemarkt met sterk fluctuerende prijzen.

Daarnaast beschikt de UT over een unieke campus. Deze biedt allerlei mogelijkheden als living lab , waar onderzoek en innovaties worden getest, gevalideerd en gedemonstreerd. Een aantal UT-medewerkers uit verschillende onderzoekgroepen en diensten wil gebruik maken van deze mogelijkheden om een energie-neutrale campus te realiseren. Deze notitie is daar een eerste aanzet toe.

Waarom een energieneutrale campus?

De UT is actief op gebied van energiebesparing. Hiervoor zijn verschillende redenen:

  • De UT is deelnemer van de Meerjaren Afspraak energieefficiency (MJA), waarbij zij heeft gecommitteerd aan minimaal 2% energiebesparing per jaar;
  • Als maatschappelijke organisatie en grootverbruiker in de regio heeft zij een verantwoordelijkheid en voorbeeldfunctie om op een juiste manier haar bedrijfsvoering in te richten;
  • Onderzoek en onderwijs zijn erop gericht om op oplossingen te verzinnen voor duurzaamheidsvraagstukken in de maatschappij. Deze kennis wil de UT ook op haar eigen campus toepassen en tonen;
  • De campus kan worden gezien als een dorp waar zowel wordt gewerkt als gewoond. Daarmee is het een ideale locatie om onderzoek te testen, tonen en toe te passen, niet alleen voor de UT zelf, maar ook voor partners en innovatieve partijen uit haar omgeving.
  • Daarnaast kan de UT bijzondere energieprojecten gebruiken als PR instrument: de UT moet bekend staan als dé innovatieve en ondernemende universiteit die oplossingen levert voor de maatschappelijke problemen van deze tijd en deze ook toepast op haar eigen campus;
  • Door op te treden als launching customer is snellere vertaling van onderzoek naar product mogelijk);
  • Hiermee kan de UT haar rol als partner in de maatschappelijke en economische ontwikkeling van de regio bestendigen.


Doelstelling

De UT doet het niet slecht op gebied van energiebesparing. Maar de echte klappers, zowel qua besparing als qua zichtbaarheid/profilering hebben we nog niet echt gemaakt. Hier willen we de komende tijd invulling aan geven door samenwerking tussen O&O, bedrijfsvoering en innovatieve partners uit onze omgeving. De doelstellingen die we willen realiseren zijn:

  • Gedetailleerd inzicht in energie verbruik van alle campus gebouwen (bv op 15 minuten basis) in 2014
  • Een energieneutrale campus in 2025
  • Een (gedeeltelijke) energie-autonome campus in 2040


Hoewel het voor de UT zelf van minder groot belang is om energie-autonoom te worden, biedt dit wel mogelijkheden om innovatieve oplossingen als autonome microgrids uit te testen, die wereldwijd gezien essentieel zijn voor de energievoorziening.

Aanpak

Om de energieneutrale campus te realiseren willen we op 3 niveaus insteken:

  • Het eerste niveau is de campus als living lab. Hierbij TESTEN we onderzoek en innovaties in de publieke omgeving. Het living lab zorgt voor een snelle wisselwerking tussen onderzoek en praktijk, draagt daardoor bij aan een snellere ontwikkeling van nieuwe producten/diensten en werkt als een incubator voor innovaties. Het biedt een mogelijkheid om onderzoek te valideren. De campus stellen we ook als living lab beschikbaar aan derden uit onze omgeving.
  • Als tweede niveau stellen we de campus als living lab beschikbaar om te TONEN wat we doen. Deels door dit in onze eigen bedrijfsvoering toe te passen (zie volgende niveau), deels als demonstratieproject. Een mooi voorbeeld hiervan buiten de campus, maar in de regio, is de participatie van de vakgroep Computer Architecture for Embedded Systems in Proeftuin Slim Net Lochem, een proeftuin voor smart grids .
  • Als derde niveau gebruiken we de campus om best practices TOE te PASSEN. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met onderwijs en onderzoek. Enkele al lopende voorbeelden hiervan zijn onderzoek naar toepassing van duurzame disposables in samenwerking met de vakgroep Packaging Design and Management en ontwikkeling methodiek om de CO2 footprint van de UT te bepalen in samenwerking met verschillende wetenschappers en gebruikers. Hierbij biedt de UT zich aan als launching customer. Niet alleen voor haar eigen onderzoekers, maar ook voor andere partners uit de omgeving. Naast de producten en diensten “van eigen bodem” blijft de UT ook kijken naar andere best practices waarmee zij haar bedrijfsvoering kan blijven verbeteren. Daarnaast dient de UT te zorgen dat haar basis bedrijfsvoering in orde is en blijft.

Verschillende wetenschappers van de UT, GEI, FB en HR-VGM zijn al aangesloten bij dit initiatief, zij leveren de projectplannen aan. De bestaande werkgroep coördineert de afstemming. We werken met een groeimodel: nieuwe projecten die bijdragen aan de doelstelling kunnen aanhaken. Overigens hoeven projecten niet persé op de campus te worden uitgevoerd. Op dit moment onderzoeken we de mogelijkheid om met andere universiteiten een gezamenlijk windenergiepark in te richten, waar ook onderzoek kan worden gedaan. En het onderzoek van Kitty Nijmeijer waar door middel van membranen energie uit het verschil in zoutgehalte tussen zout en zoet water wordt gehaald.