Vergadering 238 (10-04-2008)

UT-logo

OPUT nr. 08/XX

CONCEPT-VERSLAG

van de 238e vergadering van het Lokaal Overleg gehouden op

donderdag 10 april 2008 om 13.30 uur in Vleugel 100

Aanwezig Dhr. Dr. A.H. Flierman (voorzitter College van Bestuur)

Dhr. Drs. A.H.G. Brunger (directeur PA&O)

Dhr. Mr. M. Van Doorn (PA&O, secretaris)

Mw. J.A. Rebel (PA&O, notuliste)

ABVAKABO

Dhr. Dr.ir. J. van Alsté (afwezig m.k.)

Dhr. Dr. K. Poortema

Dhr. L. Veldhuizen (adviseur AbvaKabo) (afwezig m.k,)

CNV-PZ Dhr. R. Klapwijk (lid)

Dhr. Ir. F. Houweling (lid)

Dhr. H. Strootman (adviseur CNV-Publieke zaak)

AC/FBZ Mw. Mr. B. Sprokholt (adviseur AC/FBZ)

VAWO Dhr. Dr.ir. H.L. Offerhaus (lid)

Dhr. Dr. J. Svensson (lid) (afwezig m.k.)

Mw. Drs. M. Telgenkamp (plv.lid)

Mw. Mr. B. Waayenberg (adviseur Vawo) (afwezig)

Mw. M. Scholten (secr. bonden)

1. Opening & Mededelingen

De heer Flierman opent de vergadering.

- De heer Houweling geeft aan dat hij t/m september 2008 deel uitmaakt van de U-raad.

-

Mevrouw Sprokholt en de heer Strootman zullen na agendapunt 3 (Sociaal Plan Catering) de vergadering verlaten.

- De heer Klapwijk deelt mede dat de heer Svensson het voorzitterschap van het OPUT heeft beëindigd, de heer Klapwijk neemt waar t/m augustus 2008.

-

De heer Klapwijk deelt voorts mede dat de bonden gesproken hebben over het functioneren van de verschillende commissies die zich onder meer bezighouden met bezwaren en herplaatsingen. De heer Flierman meldt dat ook in het college dit een onderwerp van gesprek is en dat een professionaliseringsslag in de maak is. Daarbij zal het OPUT nauw worden betrokken.

-

OPUT neemt kennis van de melding van de reorganisatie Inkoop en wil gesprek met CvB als de rechtspositionele gevolgen voor de medewerkers bekend zijn. OPUT wacht reorganisatieplan af.

2.

Conceptverslag 237e vergadering

·

Tekst: pagina 3, punt 9, Fusie ITC. Waar staat OR moet staan LO en in de volgende zin moet staan OR en LO.
Contact met ITC-LO loopt via mevrouw Willeme.

·

N.a.v.: geen opmerkingen.

·

Actiepunten:
* Arbeidsvoorwaardengelden: kan in TO van mei
* Herplaatsings- en bezwarenprocedure: idem
* Rentevergoeding spaarloonrekeningen ING: komt schriftelijke reactie
* Gevolgen CAO-afbouwregeling oprekken dagvenster: in TO mei.

3.

SOCIAAL PLAN CATERING (SPC)

(Zie brief OPUT d.d. 20 maart 2008, km. 08/008/RK en de reatie van het Cvb d.d. 8 april 2008, km. 382.272/PA&O).

De bonden geven aan dat het grootste struikelblok in het SPC is en blijft de detachering met een looptijd van 5 jaar. Dit zal dan ook aan de leden worden voorgelegd.

Mevrouw Sprokholt vraagt zich af waarom de 5 jaar is ingebouwd en waarom er geen werkplekgarantie voor onbepaalde tijd wordt afgegeven.

Tevens vindt zij de 5 jaar onlogisch omdat het contract met Sodexo nu wordt aangegaan voor 8 jaar. Het OPUT is er altijd vanuit gegaan dat het cateringpersoneel voor onbepaalde tijd in dienst zou blijven.

De heer Van Doorn geeft aan dat de reden voor uitbesteden mede van financiële aard is, naast het bevorderen van een kwaliteitsslag en het gegeven dat catering geen core business is. Daarbij is het niet ongebruikelijk een termijn van vijf jaar te hanteren als overgangstermijn. In het geval van de UT wordt daarboven een werkplekgarantie gegeven van 8 jaar. Binnen deze termijn zal het personeel ook niet worden ontslagen, mits er geen sprake is van eigen schuld of toedoen. Ten slotte wordt er ook nog een fikse bonus meegegeven. Indien de UT het personeel tot het pensioen in dienst zou houden heeft uitbesteden uiteraard geen enkele zin en daarom is dat ook geen optie geweest.

De heer Strootman stelt dat het doel van de reorganisatie een bezuinigingsoperatie is.

Hij is van mening dat de UT als werkgever wel verantwoordelijk is voor wat er gebeurt met vooral de oudere mensen.

De heer Flierman stelt dat al geruime tijd sprake is van een groot financieel verlies op de cateringactiviteiten. Dit verlies moet worden teruggebracht. Daarbij is de keus gevallen op uitbesteding aan professionele catering op de campus overigens met instemming van de U-raad. Daarna is er een Sociaal Plan gemaakt waarbij onder meer gekeken is naar de ervaringen bij de Universiteit van Tilburg. Het plan dat nu voorligt is een goed plan en ook het uiterste dat het college kan bieden. Op 16 april a.s. zal in een voorlichtingsbijeenkomst uitleg worden gegeven aan het cateringpersoneel.

Indien de bonden na ledenraadpleging niet kunnen instemmen met het plan dan zal het college niet terugvallen op de veel mindere bepalingen van de CAO-NU. Het college zal het plan dan aansluitend op individuele basis aanbieden.

De heer Van Doorn meldt, gelijk voorheen in het laatste technisch overleg, dat tekstuele wijzigingen en aanpassingen nog kunnen worden meegenomen.

Aansluitend wordt besloten dat de datum 1 april 1949 in bijlage 3 wordt gewijzigd in 1 januari 1950 en dat het woord maximaal in de passages ‘maximaal 5 jaar’ komen te vervallen. Ten slotte zal meer helder worden gemaakt dat personen na 5 jaar detachering nog 3 jaar een werkplekgarantie hebben.

De nieuwe versie zal z.s.m. aan het OPUT worden toegezonden.

Desgevraagd geeft de heer Flierman aan dat het college niet wenst terug te komen op zijn besluiten m.n. niet rond de zgn. middengroep.

Mevrouw Sprokholt kaart een tweede probleem voor het OPUT aan te weten de pensioencompensatie. De opbouw van het pensioen is veel lager bij Sodexo en er is geen arbeidsongeschiktheidspensioen. Ook hier zal het college niet terugkomen op het eerder ingenomen standpunt: personeelsleden worden gecompenseerd via de betreffende formule en de extra bonus.

Afsluitend meldt mevrouw Sprokholt namens het AC dat zij het definitief sociaal plan met een neutraal advies zal voorleggen aan de leden, met name vanwege de vijfjaarsdetacheringstermijn voor de medewerkers geboren voor 1963, hetgeen zij onvoldoende vindt voor deze groep.

De heer Strootman meldt dat het CNV zich nader zal beraden en de nieuwe tekst afwacht.

De heer Klapwijk meldt dat hij het Sociaal Plan, na de aangebrachte tekstwijzigingen, zal voorleggen aan de CNV-leden.

De heer Poortema sluit zich namens de ABVA/KABO aan bij het standpunt van het CNV.

4.

NOTITIE UITWERKING TENURE TRACK

(zie brief OPUT d.d. 20 maart 2008, km. OPUT/08/006/HO-RK en de reactie van het CvB d.d. 3 april 2008, km. 382.246/PA&O).

Het College van Bestuur hecht grote waarde aan de inzet van dit instrument en wil Tenure Track zo spoedig mogelijk introduceren.

De bonden geven aan dat zij niet gelukkig zijn met het invoeren van dit instrument. Verder uiten zij hun ongenoegen over het feit dat vooruitlopend op de vaststelling het instrument al wordt ingezet.

Het OPUT heeft informatie ingewonnen bij de U-raad t.a.v. de Nota P-beleid.

Het OPUT acht het niet wenselijk dat UD’s voortaan op tijdelijke basis via een ternure track positie worden aangesteld.

Dat tast de rechtspositie van de UD’s aan. Bovendien is het eisenpakket zwaar wat een hoog afbreukrisico met zich meebrengt voor de tenure tracker. Voorts vraagt het OPUT zich af of de regeling wel wervend is.

De heer Flierman stelt dat tenure track is ingebed in het bredere personeelsbeleid. Dit is één van de maatregelen om als werkgever aantrekkelijk te blijven. Het eisenpakket wordt door de faculteit ingevuld en er kunnen dan ook nuances worden aangebracht. De rechtspositie van de UD’s verslechtert niet omdat het de faculteit vrij staat te kiezen voor een reguliere UD-aanstelling. Overigens besluit de tenure tracker in alle vrijheid in dit systeem in te stappen.

Tenure track moet gezien worden als een aanvullend instrument op het personeelbeleid. Het systeem is een systeem voor beide partijen. De werknemer gaat voor bepaalde prestaties; de werkgever moet zich garantstellen met duidelijke tegenprestaties t.a.v. begeleiding enz.

Het voorstel is nog niet in 3-TU verband besproken; dat zou te veel tijd vergen. Er wordt niet gestreefd naar een gemeenschappelijke regeling.

Het College van Bestuur zal de notitie aanpassen en daarbij extra aandacht schenken aan de verplichtingen van de werkgever, het kunnen aanvragen van bv. NWO-subsidie door/via tijdelijk personeel en een evaluatiemoment na ongeveer drie jaar. Over de door het OPUT gewenste quotering wordt nagedacht. Elke faculteit behoudt wel een eigen bevoegdheid rond het toepassen van het systeem uiteraard rekening houdend met de centrale richtlijnen zoals verwoord in de uitwerkingsnotitie.

Besloten wordt de aangepaste notitie in het technisch overleg van 22 mei opnieuw aan de orde te stellen en voor definitief formeel overleg te agenderen voor het bestuurlijk overleg van 11 juni 2008.

5.

NOTITIE PROMOTIESTUDENTEN

(zie brief OPUIT d.d. 20 maart 2008, km. OPUT/08/007/HO-RK)

De heer Flierman geeft aan dat het een misverstand is dat er op de UT mensen aangesteld worden op beurzen die door de UT worden verstrekt. De onderhavige notitie dient enkel ter verduidelijking en geeft een beschrijving van de huidige situatie, waarin ook sprake is van promotiestudenten.

De heer Klapwijk stelt dat de bonden situaties tegenkomen waarbij promotieonderzoek wordt uitgevoerd door promotiestudenten terwijl het regulier aio-onderzoek is. De bonden willen er voor waken dat personen op de UT worden uitgebuit en dat gebeurt door personen binnen te halen voor promotieonderzoek tegen gereduceerd tarief.

De heer Flierman merkt op dat zodra ergens bekend is dat een promotiestudent regulier onderzoek verricht of werkopdrachten krijgt, dit gemeld moet worden, zodat onderzocht kan worden wat er aan de hand is.

Een promotiestudent mag overigens geen fondsen werven bij instellingen.

6.

NOTITIE PERSONELE KADERS T.A.V. DE OPLEIDINGSDIRECTEUR

(zie brief OPUT d.d. 19 februari 2008, km. OPUT/08/005/RK-MS)

Het OPUT benadrukt nogmaals dat zij hecht aan de competenties van de kandidaat met name op het gebied van onderwijs en is geen voorstander van het tijdelijk aanstellen voor bepaalde tijd (in beginsel 5 jaar). Voorts hechten de bonden aan open wervingsprocedures.

Mensen die nadrukkelijk voor onderwijs gekozen hebben (onderwijskundigen en onderwijscoördinatoren) zien op deze manier de weg naar een vervolgcarrière afgesloten.

In het EMB-reorganisatieplan is de onderwijsorganisatie van de faculteiten benoemd. Veel van de managementtaken van de OLD zijn verschoven naar de nieuwe Onderwijs Service centra. Het CvB beschouwt de OLD als Wetenschappelijk Personeel (WP) belast met de beleidsuitvoering. De administratie van de onderwijsvisitatie beschouwt het CvB als een Ondersteunende Beheersfunctie (OBP).

De heer Flierman stelt de eindverantwoordelijkheid voor onderwijs nog steeds bij de decaan van de de faculteit rust. Binnen het MT is de decaan verantwoordelijk voor de portefeuillehouder onderwijs en voor de opleidingsdirecteur (hoogleraar of UHD). Overigens is het beleid inmiddels geaccordeerd door de U-raad.

Besloten wordt dat op korte termijn een reactie per brief door het College van Bestuur aan het OPUT wordt gezonden.

7. RONDVRAAG

De heer Klapwijk vraagt of het mogelijk is om op korte termijn een reactie te sturen t.a.v. de brief van het OPUT i.v.m. de richtlijnen voor verlof van het personeel van de concerndirecties. Gesteld wordt dat het OPUT voor het e.v. technisch overleg een schriftelijke reactie heeft ontvangen.

-0-0-0-

ACTIEPUNTENLIJST

Nr.

Onderwerp

Wie

Wanneer

1.

Toelichting op Begroting Arbeidsvoorwaardengelden 2008

PA&O

z.s.m.

2.

Voorstellen nieuwe opzet herplaatsings- en bezwarenprocedure

PA&O

z.s.m.

3.

I.v.m. lage rentevergoeding op spaarloon bezien hogere rente dan wel andere bank dan ING

PA&O

z.s.m.

4.

Sociaal Plan Catering – Definitief standpunt bonden

OPUT

z.s.m.

5.

Aangepaste Uitwerkingsnotitie Tenure Track

PA&O

Tbv TO 22/5

6.

Aanleveren concrete voorbeelden ongewenst promotiewerk door niet-medewerkers

OPUT

z.s.m.

7.

Notitie Personele Kaders Opleidingsdirecteur. Brief naar OPUT

CvB

z.s.m.

8.

Reactie CvB op brief OPUT inzake verplicht verlof concerndirecties

PA&O

Voor 22/5

-0-0-0-