Huishoudelijk Reglement Lokaal Overleg UT

Overleg orgaan personeelszaken UT

REGLEMENT LOKAAL OVERLEG UNIVERSITEIT TWENTE

De partijen, betrokken bij het Lokaal Overleg, komen overeen in dit reglement de werkwijze van het instellingsgebonden overleg nader uit te werken. De basis van dit reglement is het overlegprotocol in bijlage 3 van de CAO Nederlandse Universiteiten. Het reglement is opnieuw vastgesteld in het Lokaal Overleg op 2 juli 2001 en geldt voor onbepaalde tijd.

I BEGRIPSBEPALINGEN

ARTIKEL 1

Dit reglement verstaat onder:  

a. instelling: de Universiteit Twente

b. college: het College van Bestuur van de instelling als werkgever

c. werknemer: degene die een dienstverband heeft met de instelling

d. werknemersorganisaties: de organisaties van werknemers die als partij optreden bij de CAO

e. OPUT: het orgaan waarin de werknemersorganisaties zitting hebben ten behoeve van het Lokaal Overleg

f. CAO: de collectieve arbeidsvoorwaardenregeling die is afgesloten tussen de VSNU als werkgeversorganisatie enerzijds en de ABVAKABO, AC/AFZ, CFO en CMHF als werknemersorganisaties anderzijds

g. Lokaal Overleg: het overleg tussen het college en het OPUT zoals geregeld in het Overlegprotocol van de CAO.

 

II SAMENSTELLING

ARTIKEL 2

1. Elke werknemersorganisatie kan twee leden en twee plaatsvervangend leden aanwijzen als vertegenwoordiging in het OPUT. Alleen werknemers kunnen als lid worden aangewezen.

2. Plaatsvervangende leden nemen aan het Lokaal Overleg deel uitsluitend bij verhindering van leden.

3. Het college wordt bij het Lokaal Overleg vertegenwoordigd door een door het college aan te wijzen lid van dat college. Het college wijst een plaatsvervanger, tevens lid van het college, aan.

ARTIKEL 3

1. Het Lokaal Overleg wordt voorgezeten door het in artikel 2 lid 3 eerste volzin bedoelde lid van het college.

2. De voorzitter kan worden bijgestaan door daartoe door het college aangewezen werknemers.

3. Bij de behandeling van bepaalde aangelegenheden kunnen op uitnodiging of met toestemming van de voorzitter anderen aanwezig zijn.

4. De leden van de werknemersorganisaties kunnen zich na kennisgeving aan de voorzitter ter vergadering door een deskundige van hun organisatie laten bijstaan.

ARTIKEL 4

1. Het secretariaat van het Lokaal Overleg wordt gevoerd door een door het college benoemde secretaris die mede ter beschikking staat van het overleg tussen de werknemersorganisaties onderling.

2. De benoeming van de secretaris geschiedt door het college in overleg met het OPUT.

3. Het OPUT wijst uit zijn midden een voorzitter aan. Het OPUT kan zich laten bijstaan door een speciaal daartoe aangewezen medewerker.

III WERKWIJZE

ARTIKEL 5

Het Lokaal Overleg wordt voorbereid:

1. via een agendaoverleg tussen de delegatieleiders in het OPUT of hun plaatsvervangers en vertegenwoordigers van de werkgever;

2. via technisch vooroverleg van het OPUT met door de werkgever aangewezen vertegenwoordigers over in het agendaoverleg afgesproken onderwerpen, waarbij door partijen gezamenlijk wordt vastgesteld over welke onderdelen van het voorgestelde agendapunt reeds bij voorbaat overeenstemming bestaat en welke onderdelen voor nader overleg en besluitvorming in het Lokaal Overleg worden gebracht.

ARTIKEL 6

1. Het Lokaal Overleg en het voorafgaande agendaoverleg, alsmede het technisch vooroverleg worden op een door de voorzitter te bepalen plaats, dag en uur gevoerd aan de hand van een in het Lokaal Overleg vastgesteld vergaderrooster.

2. Indien de vertegenwoordigers van tenminste twee centrales de voorzitter, onder vermelding van hetgeen zij wensen behandeld te zien, verzoeken een vergadering uit te schrijven, vindt deze binnen veertien werkdagen na indiening van het verzoek plaats. De voorzitter hoeft aan het verzoek geen gevolg te geven als het onderwerp niet tot de competentie van het Lokaal Overleg behoort zoals deze is omschreven in de CAO Nederlandse Universiteiten.

3. Het agendaoverleg en het technisch vooroverleg wordt voorgezeten door een door de voorzitter van het Lokaal Overleg aangewezen werknemer.

4. Zowel de voorzitter als de leden van het OPUT kunnen onderwerpen ter plaatsing op de agenda opgeven. De onderwerpen dienen te liggen binnen de taakstelling van het Lokaal Overleg zoals omschreven in het Overlegprotocol van de CAO.

ARTIKEL 7

1. Van het in het Lokaal Overleg behandelde wordt door de secretaris een verslag gemaakt met daarin de standpunten van de deelnemers aan het overleg en de genomen besluiten. Bovendien wordt van het in die vergadering behandelde een persbericht gemaakt voor zover dat voor openbaarmaking geschikt kan worden geacht het welk wordt voorgelegd aan de voorzitter van het OPUT. Het verslag wordt in concept verzonden aan de voorzitter, de hem terzijde staande werknemers en aan de leden van het OPUT.

2. Elk van de deelnemers aan het Lokaal Overleg kan wijzigingsvoorstellen doen in de tekst van het verslag, uitsluitend met betrekking tot het door haar of hem ingebrachte in het overleg. Tenzij een van de deelnemers aan het Lokaal Overleg binnen twee weken na toezending van het verslag met redenen omkleed bezwaar maakt tegen het verslag, is het conceptverslag als bedoeld in lid 1 tevens het definitieve verslag.

3. Als er binnen de termijn bezwaar is gemaakt tegen het conceptverslag, zal deze automatisch op de agenda van de eerstvolgende vergadering worden opgenomen.

4. De voorzitter kan ten aanzien van het ter vergadering behandelde geheimhouding opleggen. Dit doet hij eerst na overleg hierover met de ter vergadering aanwezige leden of plaatsvervangende leden van het OPUT, waarin de voorzitter de redenen voor geheimhouding aangeeft. De plicht tot geheimhouding geldt niet voor zover de leden en plaatsvervangende leden in bespreking treden met de werknemersorganisaties.

ARTIKEL 8

Standpunten van de werknemersorganisaties worden bepaald bij eenvoudige meerderheid van stemmen. Elke werknemersorganisatie brengt een stem uit. Als de stemmen staken, beslist het college of het voorstel ten uitvoer wordt gebracht.

IV RECHTEN EN FACILITEITEN LEDEN VAN HET OPUT

ARTIKEL 9

1. Leden en gewezen leden van het OPUT mogen uit hoofde van hun lidmaatschap dan wel hun voormalig lidmaatschap niet benadeeld worden in hun positie binnen de instelling.

2. De leden en plaatsvervangende leden van het OPUT hebben recht op alle informatie welke zij voor de vervulling van hun taak redelijkerwijze nodig hebben.

3. De leden van het OPUT die in het kader van hun werkzaamheden voor het Lokaal Overleg kosten maken, kunnen deze kosten declareren bij het daartoe opgerichte fonds.

4. De secretaris van het Lokaal Overleg beheert het fonds.

5. Iedere werknemersorganisatie kan maximaal ƒ 2.000,- per jaar declareren.

ARTIKEL 10

1. Het OPUT kan gebruikmaken van de voorzieningen van de instelling voor zover het OPUT deze voorzieningen redelijkerwijs voor het uitoefenen van zijn taak nodig heeft.

2. De leden van het OPUT worden in de gelegenheid gesteld de werkzaamheden die zij in het kader van hun functie dienen te vervullen te verminderen voor zolang en voor zover zulks redelijkerwijs noodzakelijk is voor het voorbereiden en bijwonen van vergaderingen van het Lokaal Overleg en het verrichten van de daaruit voortvloeiende werkzaamheden voor het Lokaal Overleg. De eenheid waarbij deze werknemers gewoonlijk werken worden hiervoor gecompenseerd.

3. Een vermindering van de normale werkzaamheden op grond van het vorige lid heeft geen vermindering van het salaris ten gevolge.

V GESCHILLENREGELING

ARTIKEL 11

1. Eén of meer leden van het Lokaal Overleg kunnen constateren dat er sprake is van een geschil binnen het Lokaal Overleg.

2. Dit geschil zal worden voorgelegd aan de VSNU en de werknemersorganisaties in het overleg op bedrijfstakniveau. Als er binnen twee maanden na voorlegging van het geschil geen minnelijke schikking tot stand is gekomen, kan de in lid 1 bedoelde partij het geschil voorleggen aan de geschillencommissie als bedoeld in hoofdstuk 16 van de CAO.

VI SLOTBEPALING

ARTIKEL 12

Wijzigingen of aanvullingen in dit reglement zijn alleen mogelijk als de meerderheid van de werknemersorganisaties en het college hierover overeenstemming hebben bereikt.