Convenant CvB - UR - OPUT juli 2008

Kenmerk XXX.XXX/PA&O

Juli 2008

CONVENANT CvB – UR - OPUT

In dit convenant zijn afspraken vastgelegd over de uitleg van de bevoegdhedenverdeling van de medezeggenschap op de UT. Deze afspraken zijn gemaakt door het College van Bestuur van de Universiteit Twente (hierna: het College), de Universiteitsraad (hierna: de URaad) en de werknemersorganisaties die partij zijn bij de CAO Nederlandse Universiteiten (hierna: het OPUT). Het betreft een nadere uitwerking van hetgeen in het Reglement Universiteitsraad, de Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek en de CAO Nederlandse Universiteiten is bepaald op het gebied van personeelsbeleid, financiën, arbo, milieu en veiligheid en reorganisatie. De bepalingen die hierin zijn opgenomen zijn onverminderd van kracht.

Taak en functie van de URaad en het OPUT kunnen als volgt worden gekarakteriseerd:

·

De URaad is het gekozen inspraakorgaan van de Universiteit voor personeel en studenten. De taak en functie van de URaad is het bevorderen van de ontwikkeling en implementatie van beleid in het belang van de Universiteit, rekening houdend met de verschillende visies die leven in de Universiteit.

·

Het Lokaal Overleg is het overleg op Universiteitsniveau tussen het College en het OPUT. In het Lokaal Overleg worden bindende afspraken gemaakt over rechten en verplichtingen van het personeel, alsmede over de besteding van de arbeidsvoorwaardengelden. Voor deze zaken geldt het overeenstemmingvereiste.

In dit convenant bedoelen we met “instemming” van het OPUT “overeenstemmingvereiste”. Voor het OPUT gelden immers niet de WHW-bevoegdheden advies en instemming en de bijbehorende geschillenregelingen, maar het overlegprotocol van de CAO NU: daarin is er sprake van overeenstemmingvereiste voor rechtspositionele regelingen en voor besteding van arbeidsvoorwaardengelden.

Het CvB, het OPUT en de URaad komen het volgende overeen:

1. Ter verduidelijking van wettelijke en reglementair vastgelegde bevoegdheden wordt de bevoegdhedenverdeling gehanteerd zoals opgenomen in onderstaande tabel.

2. Over een voorstel wordt slechts aan één overlegorgaan advies of instemming gevraagd. Indien het College een voorstel ter advies of instemming voorlegt aan het orgaan dat bij het betreffende onderwerp wordt genoemd in onderstaande tabel, informeert het College tijdig ook het andere orgaan over dit voorstel. Dit kan vervolgens – indien gewenst – ongevraagd advies uitbrengen alvorens formele besluitvorming plaatsvindt.

3. De URaad of het OPUT is niet bevoegd tot advies en/of instemming indien het voorstel nadere administratieve regels betreft ter uitvoering van nadere regelingen.

4. Het College geeft in de aanbiedingsbrief aan de URaad dan wel het OPUT duidelijk aan welk onderwerp het betreft en of advies of instemming wordt gevraagd.

5. Indien onduidelijk is of een (nadere) regeling of voorgenomen beleid ter advies of instemming moet worden voorgelegd aan de URaad of het OPUT, beslist het College na advies te hebben ingewonnen bij beide overlegorganen.

Indien de URaad het niet eens is met de beslissing van het College en hieruit een geschil ontstaat tussen het College en de URaad, kan hij conform het bepaalde in artikel 17 van het Reglement Universiteitsraad het geschil voorleggen aan de landelijke geschillencommissie.

Indien het OPUT het niet eens is met de beslissing van het College en hieruit een geschil ontstaat tussen het College en het OPUT kan zij, conform het bepaalde in artikel C.12 van de CAO Nederlandse Universiteiten, het geschil voorleggen aan de CAO-partijen op bedrijfstakniveau.

6. Hetgeen in dit convenant is bepaald, is niet van toepassing voor zover de betrokken aangelegenheid voor de Universiteit reeds inhoudelijk is geregeld in een bij of krachtens de wet gegeven voorschrift of CAO.

7. Dit convenant geldt vanaf 1 oktober 2007 tot 1 januari 2008 en wordt telkens stilzwijgend met een jaar verlengd.

Elk der partijen kan – onder opgaaf van redenen – uiterlijk drie maanden voor afloop van enig kalenderjaar beslissen dat het convenant wordt opgezegd.

8. Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven kan het convenant – met instemming van alle partijen – worden gewijzigd.

 

 

Bevoegdheid

Onderwerp

Uitwerking

Instemmen

Advies

Informatie

Personeels-beleid

Personeelsnota
Systeem functiewaardering

Systematiek functioneringsgesprekken *)
Regelingen scholing, educatief/ ouderschapsverlof, senioren etc.

Ziekteverzuimbeleid (als onderdeel van personeelsbeleid)
Ziekteverzuimprotocol *)
Keuzemodel arbeidsvoorwaarden
Vergoedingsregeling interne MR-en
Vergoedingsregelingen (overig)

Octrooireglement

Privacyreglement

UR
OPUT
OPUT
OPUT

UR


OPUT

OPUT
UR
OPUT

UR **)

UR **)

 

OPUT
UR
UR
UR

OPUT

UR
UR

OPUT
UR

OPUT

OPUT

Financiën

Begroting UT
Besteding arbeidsvoorwaardengelden

OPUT

UR

OPUT
UR

Arbo, milieu en veilgheid

Arbobeleid
Milieubeleid
VGW-beleid (incl. regels veiligheid)
Plan van aanpak RIE’s (UT-breed)

UR

UR

UR


UR

OPUT

OPUT

OPUT

OPUT

Reorganisaties

Reorganisatie op UT-niveau
Sociaal plan
Personeelsplan

ÙR
OPUT

 

OPUT
UR
UR/OPUT

*) Ten aanzien van de ‘systematiek functioneringsgesprekken’ en het ‘ziekteverzuimprotocol’ zij opgemerkt dat dit alleen instemmingonderwerpen zijn, indien en voor zover het gaat om een nadere regeling van rechten en plichten van personeel. Dat is bijvoorbeeld niet het geval bij administratieve voorschriften.

**) Het instemmingsrecht geldt voor zover het reglement of regeling rechten en verplichtingen van personeel en/of studenten met zich meebrengt. Ten aanzien van het octrooireglement komen de partijen overeen dat de reeds in gang gezette besluitvorming in 2006/2007 (reeds uitgebracht advies UR, instemming OPUT) op deze wijze afgerond zal worden.

mvd/pao/juli2008