De Universiteit Twente is in gesprek met de landelijke GGD om (technologische) hulp te bieden in het Corona-contactonderzoek van de GGD. Deze ontwikkeling volgt op de nationale aanpak van de ‘corona tracing app’, waar de UT vanaf het begin bij betrokken is. UT-onderzoekers uit verschillende faculteiten en disciplines adviseerden eerder al de Kamer, Ministerie en Gezondheidsraad over de app en zitten nu bij de GGD aan tafel om te praten over de exitstrategie.

De UT verkent met de GGD hoe technologie in combinatie met de huidige testinstrumenten kan worden ingezet om de grote aantallen bron- en contactenonderzoeken hanteerbaar te maken. Ook de vraag hoe technologie kan bijdragen aan een betere rapportage van klachten door burgers zelf staat centraal. Dit alles moet helpen bij inperking van de verspreiding van het virus en een succesvolle versoepeling van de lockdown.

'Nieuwe Technologie vraagt om gedragsverandering'

Prof. Bart Nieuwenhuis, UT-hoogleraar innovatiemanagement, coördineert de UT-aanpak. “De multidisciplinaire UT-kennis en ervaring bij de inzet van technologie om gezondheid, welzijn en zorg te ondersteunen, voegt in de coronasituatie veel toe”, vertelt hij. “Nieuwe technologie vraagt om gedragsverandering. Er is altijd een risico dat de technologische aanpak niet goed aansluit bij de behoeften van de betrokkenen, dat hebben we in de app-discussie gezien. Ontwerpen voor een doelgroep vergt kennis over hoe mensen denken en doen. Psychologische methoden en technieken kunnen helpen om menselijk gedrag te analyseren en te begrijpen. Misschien heeft het de afgelopen weken daar wat aan ontbroken en daarop kunnen wij adviseren.”

Analyse

De UT bespreekt met de GGD welke technologie ingezet kan worden bij de exitstrategie van Corona. Daarbij wordt allereerst de context waarin technologie kan worden ingezet in kaart gebracht. Nieuwenhuis: “De afgelopen weken lieten zien dat het van groot belang is om alle relevante stakeholders te identificeren. Denk aan de beoogde gebruikers van die technologie en specifieke deelgroepen zoals patiënten, huisartsen en specialisten, bestuur en zorgverleners in ziekenhuizen, beleidsmakers, juristen en ethici, maar ook technologen en het bedrijfsleven. Dat zijn er nogal wat en de ervaring leert dat niet alle stakeholders even belangrijk zijn.”

De UT-onderzoekers behandleen vragen als ‘welke methoden en technieken hanteert de GGD op dit moment voor het opsporen van de verspreiding van het virus? Hoe kan technologie daarbij worden ingezet om de grote aantallen bron- en contactenonderzoeken hanteerbaar te maken? Hoe kan technologie ook bijdragen aan een betere rapportage van klachten door burgers zelf? Zo’n contextueel onderzoek helpt de GGD aan inzicht in alle visies en meningen. Hiermee wordt een kader geschept voor de ontwikkeling van de technologie. Wet- en regelgeving en ethiek zijn daarbij essentieel.

Combi van traditionele en innovatieve methoden

Ook praat de UT met de GGD over de technologische ontwerpfase als bovenstaande analyse is afgrond. Daar komen mogelijk prototypes uit die nodig zijn om gebruikerstests uit te voeren. Daarnaast kan gebruik gemaakt worden van zogenaamde persuasive technologies, die zich richten op design, ontwikkeling en evaluatie van interactieve technologieën die bedoeld zijn om de houding of het gedrag van de gebruiker te veranderen. Nieuwenhuis: “Het gaat niet om het ontwerp en introductie van één specifieke app maar om blended interventies; een samenhang tussen traditionele en technische methoden.”

Duurzame implementatie

De UT-aanpak beschrijft een operationaliseringsfase die volgt op de ontwerpfase. Dit bestaat uit de ontwikkeling van implementatiestrategieën, businessmodellen en marketingactiviteiten. Nieuwenhuis: “Dat moet er voor zorgen dat de nieuwe technologie ook daadwerkelijk wordt ingevoerd en gebruikt, maar ook blijvend kan worden ingezet. Deze fasering in aanpak is een proces dat in korte tijd gelijktijdig doorlopen kan worden. Het vroegtijdig betrekken van eindgebruikers (zorgverleners, burgers) en stakeholders (vanuit sociaaleconomisch en medisch perspectief) is een voorwaarde voor het succesvol implementeren van technologie in de gezondheidszorg.