INLEIDING

Op de Universiteit Twente zijn tientallen hijswerktuigen zoals kettingtakels, zwenkkranen en bovenloopkranen te vinden. Naast dat we graag zien dat er veilig en verantwoord wordt omgegaan met deze werktuigen zijn er ook wettelijke verplichtingen waar we ons aan te houden hebben. Om te bevorderen dat we eenduidig en helder als organisatie hiermee omgaan, is in dit document beschreven hoe een en ander gerealiseerd kan worden.

WETTELIJK KADER

De Arbowet stelt: ‘De werkgever zorgt ervoor dat aan de werknemers doeltreffend en aan hun onderscheiden taken aangepast onderricht wordt verstrekt met betrekking tot de arbeidsomstandigheden.’ Er wordt dus gesproken over het geven van doeltreffende voorlichting over ‘de te verrichten werkzaamheden en de daaraan verbonden risico’s, alsmede over de maatregelen die erop gericht zijn deze risico’s te voorkomen of te beperken’. Er moet dus een opleiding worden gegeven die ingaat op de in het werk te verwachten risico’s (bron: Arbowet art. 5 en 8).

De Europese regelgeving schrijft voor dat hijs- en hefmiddelen voorzien worden van een gebruiksaanwijzing. Fabrikanten en leveranciers van hijs- en hefmiddelen zijn verantwoordelijk voor een volledige en correcte gebruiksaanwijzing en de gebruikers moeten deze gebruiksaanwijzing correct opvolgen wanneer ze gebruikmaken van het hijs- en hefmiddel.

Er geldt een inspectie- en keuringsplicht voor hijskranen. De keuring voor kranen met een bedrijfslast kleiner dan 2 ton moet worden uitgevoerd door een deskundig persoon. Certificering is niet nodig.

Bij kranen met een bedrijfslast vanaf 2 ton moet een logboek in de vorm van een kraanboek aanwezig zijn. Hierin moeten aantekeningen worden gemaakt met betrekking tot onderhoud, controle, inspectie, keuring, reparatie en vervanging van vitale onderdelen (zoals de hijskabel en hijsblok).

Hijsgereedschappen (kettingen, hijsbanden, stroppen, D- en H-sluitingen, etc.) zijn de verbindingsmiddelen tussen de te verplaatsen last en het hijswerktuig. Deze gereedschappen moeten jaarlijks door een deskundige gecontroleerd worden. Kettingwerk moet elke 4 jaar gekeurd worden.

Om te borgen dat de keurder werkelijk deskundig is, moet deze AMTek of EKH gecertificeerd zijn.

E.e.a. is terug te vinden in het Arbeidsomstandighedenbesluit 7.4a (keuringen) 7.18 (hijs- en hefwerktuigen) en Warenwetbesluit machines, hoofdstuk 4 (keuring hijskranen).

UITGANGSPUNTEN

De uitgangspunten voor veilig hijsen op de UT zijn:

  1. Ieder persoon die met een UT-hijswerktuig gaat werken heeft aantoonbaar voldoende en doeltreffende voorlichting en instructie gehad om verantwoord en veilig de hijswerkzaamheden te kunnen verrichten. Daarin worden ook de omstandigheden en de omgeving waarin gewerkt wordt meegenomen (RI&E).
  2. Ieder hijswerktuig is volgens de wettelijke eisen geïnspecteerd en/of gekeurd.
  3. Van hijswerktuigen boven de 2 ton is een kraanboek aanwezig.
  4. Alle hijsgereedschappen zijn door een deskundige gecontroleerd.
  5. Kettingwerk is goedgekeurd.
  6. Er is een gebruiksaanwijzing van het hijswerktuig beschikbaar.

WERKWIJZE

  1. Ieder persoon die met een UT-hijswerktuig gaat werken heeft een geldig hijsbewijs of heeft aantoonbaar voldoende instructie gehad voor de uit te voeren werkzaamheden.
  2. Aan ieder hijswerktuig is een beheerder c.q. toezichthouder toegewezen die erop toeziet dat de afspraken die in dit document beschreven staan ook daadwerkelijk worden toegepast.
  3. De eigenaar van het hijswerktuig is verantwoordelijk voor keuring en onderhoud.
  4. Alle hijswerktuigen worden jaarlijks door een deskundige gecontroleerd. Indien van toepassing ook gekeurd. Dit wordt schriftelijk vastgelegd.
  5. Van hijswerktuigen boven de 2 ton is een kraanboek aanwezig waarin alle controles, keuringen en modificaties worden bijgehouden.
  6. Alle hijsgereedschappen worden jaarlijks door een deskundige gecontroleerd. Dit wordt schriftelijk vastgelegd en is een verantwoordelijkheid van (de afdeling van) de gebruiker.
  7. Kettingwerk wordt iedere 4 jaar gekeurd. Dit wordt schriftelijk vastgelegd.
  8. Voor iedere gebruiker is een gebruiksaanwijzing beschikbaar.

REALISATIE

Alle hijswerktuigen van de UT worden geïnventariseerd. Van elk werktuig is bekend wie de eigenaar (faculteit, dienst of CFM) is en wie de toezichthouder/beheerder is. De toezichthouder/beheerder ziet erop toe dat inspecties en keuringen door of namens de eigenaar worden uitgevoerd. De toezichthouder/beheerder ziet er ook op toe dat alle gebruikers voldoende en doeltreffend geïnstrueerd zijn.

De eenheid van de gebruiker is verantwoordelijk voor onderhoud, vervanging en keuring van alle hijsmiddelen.