Docenten

Risicomanagement in de publieke sector: hele zorg, halve waarheid?

Dr. Ir. Martin van Staveren MBA, kerndocent Master Risicomanagement

 

Effectiviteit van behandelingen in de gezondheidszorg?

Hele zorg, halve waarheid. Dit is de titel van een artikel in de Volkskrant van 22 februari 2014. Het betreft de gezondheidszorg. Specifieker, het gaat over een artikel in het British Medical Journal, waarin 3000 alledaagse medische behandelingen tegen het licht zijn gehouden. De conclusie: voor de helft van die behandelingen kon géén bewijs voor de effectiviteit worden aangetoond. Dit staat niet op zichzelf.

 

Amerikaanse onderzoekers gingen recent door 10 jaargangen van het vooraanstaande vakblad New England Journal of Medicine. Zij kwamen tot een soortgelijke conclusie: de medische praktijk leidt slechts in 40 procent van de gevallen aantoonbaar tot gezondheidswinst. Natuurlijk, in geval van acute levensbedreigende aandoeningen levert de medische praktijk vaak geweldige resultaten. Toch blijft die beperkte aantoonbaarheid van medische effectiviteit nadreunen. Wat heeft dit te maken met risicomanagement in de publieke sector?

 

Effectiviteit van risicomanagement in de publieke sector?

Er blijken verbluffende overeenkomsten te bestaan tussen de medische praktijk en die van risicomanagement. Hoe schaars zijn niet de gevallen, waarin risicomanagement bewezen meerwaarde heeft geleverd? Hoe effectief zijn COSO-ERM, de ISO-31000 richtlijnen, projectrisicomanagement volgens de RISMAN-methode nu écht? En de ruim 700 overige modellen voor risicomanagement? Ik durf de stelling aan dat de aantoonbare effectiviteit van risicomanagement momenteel nog véél lager is dan die helft van de medische behandelingen.

 

Neem bijvoorbeeld gemeenten, die door de drie grote decentralisaties met forse onzekerheden en bij behorende risico’s moeten omgaan. Sinds het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) uit 2004 zijn gemeenten verplicht hun financiële weerstandsvermogen in kaart te brengen en afzonderlijk weer te geven in begroting en jaarrekening. Dit resulteert in de zogenoemde risicoparagraaf. De BBV zou een wettelijke prikkel moeten zijn om het risicomanagement binnen de gemeenten goed op orde te hebben. Gegeven de financiële situatie waarin vele gemeenten zich bevinden zijn hier de nodige vraagtekens bij te zetten, los van het feit dat niet alle risico’s voorzienbaar zijn.  

 

De stand van zaken van risicomanagement in gemeenten wordt bijna 10 jaar na het ingaan van de BBV bevestigd door promotieonderzoek vanuit de Universiteit Twente. Hierin wordt helder aangetoond dat risicomanagement in veel gevallen nog niet volwassen is (Ignacio Cienfuegos, 2013). Voor 72 Nederlandse gemeenten was de gemiddelde score op risicomanagement volwassenheid 3.3, op een schaal van 1 tot 5. De minimale score was 1.7, de maximale bleek 4.5.

Hieruit kan worden geconcludeerd dat de meerderheid van de onderzochte gemeenten nog ver verwijderd is van de beschikbare best practices van risicomanagement. Dit betreft vooral het hanteren van een breder perspectief, dat verder gaat dan louter financiële risicobeheersing. De veelal matige volwassenheid van risicomanagement wordt in genoemd onderzoek voornamelijk verklaard door beperkingen in zogenoemde feedback mechanismen. Met andere woorden, er wordt binnen organisaties te weinig geleerd van de toepassing van risicomanagement.  Beperkt zich dit tot gemeenten, óf is dit ook de situatie in ander publieke organisaties? Ik vermoed het laatste.

 

Risicomanagement in de publieke sector: leren!

Wat is ook al weer de reden om aan risicomanagement te doen? Het effectiever en efficiënter omgaan met risico’s en onderliggende onzekerheden, om de doelstellingen van in dit geval publieke organisaties te helpen realiseren. Meer nog dan in de zorg is hét grote knelpunt dat de aantoonbaarheid van de effectiviteit van risicomanagement hoogst onderontwikkeld is. Hierdoor blijft risicomanagement niet zelden een tijdrovende en (dure) belofte.  

 

Moeten publieke organisaties zich hierbij neerleggen, en weer overgaan tot de orde van de dag? Er is immers meer dan genoeg te doen, met steeds minder mensen. In geen geval. Onderzoek van bijvoorbeeld projectrisicomanagement toont aan dat risicomanagement wel degelijk kan bijdragen aan het realiseren van doelstellingen. Een rapport uit 2012 van EY legt een directe relatie tussen hogere volwassenheid van risicomanagement en betere prestaties. Dergelijk onderzoek naar de effectiviteit van risicomanagement is inderdaad nog (veel) te schaars, zeker voor publieke organisaties. Toch kunnen die organisaties daar zélf wat aan doen, simpel door de effecten van hun eigen risicomanagement continue te monitoren en te evalueren. Leren dus!

 

Dit kan bijvoorbeeld door eenvoudige schattingen van het verloop van de Total Cost of Risk (TCoR) in de tijd. Deze TCoR benadering bestaat al jaren. Het betreft schattingen van de kosten van het risicomanagement proces, de resulterende risicobeheersmaatregelen, en die van desondanks opgetreden risico’s. Ook niet financiële effecten van risicomanagement, zoals publiekstevredenheid of veiligheid, kunnen vrij eenvoudig worden bepaald. Het is hierbij wel de kunst om niet te verzanden in details. Dit betekent samen met betrokkenen gefundeerde schattingen durven doen, trends in effectiviteit van risicomanagement opmerken én daar naar handelen. Op deze wijze wordt risicomanagement minder een zorg en meer een waarheid, die aantoonbaar kan bijdragen aan de grote opgaven waar publieke organisaties momenteel voor staan.

Chat offline (contact)