Natuurkunde

fotografie


Inleiding

De fotografie is een tak vol met verschillende technologische afspecten. Zo kenden we tot enkele jaren terug nog de analoge fotografie. Het ontwikkelen en afdrukken van deze foto's heeft alles te maken met scheikunde. Tegenwoordig hebben we voornamelijk te maken met digitale fotografie, waarvoor juist kennis op het gebied van de natuurkunde en informatica vereist is. Ongeacht het soort fotografie spelen bij het maken van een goede foto allerlei natuurkundige vergelijkingen een rol. Wat dat betreft kun je dan ook zelf creatief zijn in hoe je dit onderwerp zelf als profielwerkstuk wilt uitwerken!

Analoge fotografie (scheikunde)

De analoge fotografie berust op het principe van de werking van lichtgevoelige materialen; het filmrolletje. Het ontwikkelen van de film is goed zelf uit te voeren. De film gaat achtereenvolgens in verschillende ontwikkelingsbaden, waarbij de het lichtgevoelige zilverzout zilver-halide in zilvermetaal wordt omgezet. Het ontwikkelingsproces komt zeer nauw, zowel wat betreft samenstelling en temperatuur van de ontwikkelingsbaden, als wat betreft timing. Heb jij de mogelijkheid om een donkere kamer op je school te maken en daar zelf met het ontwikkelen van foto's te experimenteren? Of misschien is er wel een fotograaf in de buurt die je hierbij kan helpen?

Digitale fotografie (natuurkunde & informatica)

In plaats van het filmrolletje maakt de digitale fotografie gebruik van een lichtsensor, welke licht omzet in een elektrisch signaal. De resolutie van de foto en daarmee de kwaliteit, wordt bepaald door het aantal pixels op de sensor. De beelden worden vervolgens opgeslagen op een geheugenkaartje. Het afdrukken van een digitale gemaakte foto heeft dan ook niks meer met chemie te maken, de foto wordt net als bijvoorbeeld je boekverslagen geprint. Maar hoe werkt nu eigenlijk een lichtsensor en wat zijn de technische aspecten van het printen van een digitale foto?

Natuurkundige principes tijdens het maken van een foto

Fotograferen zelf heeft veel te maken met natuurkunde. Zo is het in eerste instantie al bepalend welke lens je voor een foto gebruikt. Het is dan ook interessant om eens na te gaan wat het effect van de verschillende lenzen is en wanneer zij dus het beste kunnen worden gebruikt. In bladen zie je vaak foto's die gemaakt zijn met een groothoeklens. Naast dat hiermee veel in beeld kan worden gebracht, kan deze lens een ruimtelijk effect op foto geven. Bij het maken van de foto zelf spelen verschillende aspecten een rol, zoals de invloed van lichtinval, sluitertijd en diafragma instellingen. En hoe komt het bijvoorbeeld dat bij foto's gemaakt met een flitser de objecten dichtbij overbelicht zijn, terwijl je eigenlijke doel onderbelicht is. En nog interessanter, hoe kan dit worden voorkomen? Ben jij in staat om deze invloeden natuurkundig te verklaren en dit daarnaast met praktijkvoorbeelden aan te tonen?

onderzoeksvragen

Analoge fotografie
Hoe gaat het ontwikkelingsproces van een filmrolletje? En ben jij in staat je eigen foto’s af te drukken?

Digitale fotografie
Hoe werkt een lichtsensor? En welke eigenschappen van de sensor bepalen de kwaliteit van de foto?

Natuurkundige wetten tijdens het maken van een foto
Wat is het effect van het gebruiken van verschillende lenzen?

Instellingen
Wat is de invloed van de lichtinval, sluitertijd en diafragma opening?

Flitser
Hoe werkt een flitser en hoe kan deze worden toegepast?