Management en Organisatie

de internetzeepbel


Inleiding

In 1992 werd het World Wide Web (WWW) ontwikkeld door het CERN. CERN is het instituut voor kernfysica in Geneve. CERN wilde door middel van het WWW informatieoverdracht en opslag vergemakkelijken. Niet iedereen beschikte over gelijke apparatuur om het WWW te benaderen; het CERN besloot om het WWW cross-platform beschikbaar te maken. Iedereen moest met elk geschikt apparaat de verschillende informatiebronnen kunnen benaderen. Om op eenvoudige wijze informatie te kunnen benaderen ontwikkelde de National Center for Supercomputing Applications (NCSA) een grafische webbrowser. Dit betekende de doorbraak voor het WWW. Binnen een jaar steeg het aantal webservers van een handjevol naar duizenden.

Enorme groei

In 1996 werd het grote organisaties duidelijk dat het WWW ongekende mogelijkheden bood, voornamelijk op het gebied van commercie. Men voorspelde dat deze markt 300 miljard dollar waard zou kunnen worden. De koersen van organisaties in deze branche bleven stijgen, wat durfinvesteerders er toe bewoog zoveel mogelijk te investeren. Door het goedkope startkapitaal groeide het aantal bedrijven enorm, de meeste zonder duidelijk ondernemersplan of capaciteiten. De bedrijven richten zich op het creëren van een zo hoog mogelijke koers. Na het wegdrukken van concurrenten wil men diensten aanbieden die inkomsten opleveren. Vele ondernemingen hadden geen solide plan waarin beschreven werd hoe omzet en winst op een normale wijze te behalen waren.

Door de snel stijgende koersen werden speculanten aangetrokken. Speculanten liften mee op hypes, door populaire koersen te kopen en proberen te verkopen als deze gestegen zijn. De aandelen van ondernemingen waren overgewaardeerd door de vele en snelle investeringen in de nieuwe techniek. Doordat speculanten nu ook aandelen gingen kopen, nam de overwaardering alleen maar sneller toe. Dit is niet zonder risico: mocht het vertrouwen in een onderneming minder worden, dan zakt de koers en worden de aandelen minder waard: het gevolg is dat ondernemingen failliet gaan, omdat er geen vermogen meer beschikbaar is; het zeepbeleffect.

De zeepbel

Dit gebeurde ook met de internethype. Tot eind 2000 leek ‘the sky the limit'. Ondernemingen richten zich allemaal op dat ene wat het belangrijkste leek in de bedrijfstak : proberen een monopolie te creëren en vervolgens via de monopolie diensten te verkopen. Geld speelde geen rol om het monopolie te behalen. Er ontstonden niche-markten. In een niche-markt kan maar één onderneming overleven, degene met het monopolie. Omdat er zoveel ondernemingen waren die in dezelfde markt opereerden, was het bijna onmogelijk om een monopolie te behalen.

Ondernemingen gaven al het geld dat ze hadden uit, zonder dat er winst of inkomsten werden gegenereerd. Toen de kassen leeg waren, hadden vele ondernemingen geen monopolie positie en geen inkomsten. Vele ondernemingen gingen daarom failliet. Het vertrouwen daalde en de koersen zakten in. De zeepbel knapte.

Het vertrouwen in de nieuwe economie was gebaseerd op de waarde van een organisatie, die een monopolie moet opbouwen. Omdat er zoveel ondernemingen waren die dit wilde en maar één organisatie een monopolie kan hebben, moesten vele ondernemingen falen. De zeepbel heeft vele overeenkomsten met gelijke technologieboosts in het verleden. Zo zijn er de spoorwegen rond 1840 en de auto en radio rond 1920, waarbij de economie ook snel groeide en vervolgens in elkaar klapte.

onderzoeksvragen

Oude en nieuwe economie
De dotcom bedrijven richtten zich niet op “oude” economie, maar op het marktaandeel. Ga in op de “oude” economie, nieuwe economie, beschrijf hoe het komt dat de organisaties uiteindelijk faalden en hoe dit voorkomen had kunnen worden.

Het verleden
In het verleden zijn er gelijke situaties geweest. Zoek verschillende situaties op, vergelijk deze met de zeepbel in 2000/2001 en zoek patronen die dit kunnen verklaren

Overlevenden van de zeepbel

Tijdens de internetzeepbel zijn veel ondernemingen failliet gegaan. Toch hebben een aantal ondernemingen de zeepbel overleefd. Zoek een aantal organisaties die de zeepbel wel hebben overleefd en beschrijf hoe deze de zeepbel overleefd hebben. Denk hierbij aan markt, wijze waarop een markt bedient wordt, wijze van financiering.