Studieprogramma

vakbeschrijvingen

Hieronder vind je de omschrijvingen van de vakken: 

Semester 1

  • Onderwijskunde 1 (5EC)
  • Onderwijskunde 2 (5 EC)
  • Schoolpracticum 1 (5 EC)
  • Inleiding vakdidactiek (5EC)
  • Vakdidactiek 1 (5 EC)

Semester 2

  • Betadidactiek 
  • Onderwijs van Onderwijs 
  • Schoolpracticum 2 (15 EC)

Onderwijskunde 1

Onderwijskunde 1 richt zich met name op de interpersoonlijke en pedagogische competentie (en enigszins op de organisatorische competentie) van de docent. Daarnaast wordt er ook aandacht besteed aan leren en instructie, het ontwerpen van onderwijs en reflectie op het eigen handelen en het eigen leerproces. In bijeenkomsten komen achtereenvolgens de volgende onderdelen aan bod: een aantal topics aan bod:

  • Oriëntatie op het beroep van leraar
  • Verkenning van het begrip 'leren' en de consequenties voor ontwerpen van onderwijs
  • Ontwerpen van onderwijs
  • Klassenmanagment
  • Interpersoonlijk docentgedrag
  • Pedagogiek
  • Reflectie op het eigen handelen en het eigen leerproces

Onderwijskunde 2

In Onderwijskunde 2 richt op zowel de didactische als de pedagogische competentie. Het aansturen van leren bij leerlingen en de rol van de docent daarbij staat centraal. Bij de didactische competentie komen o.a. leertheorieën en hun implicaties voor het onderwijs als ook gebruik van ICT aan bod. Daarnaast wordt binnen deze competentie aandacht besteed aan toetsing. Bij de pedagogische competentie wordt vooral ingegaan op diversiteit in de klas. In de bijeenkomsten komen achtereenvolgens de volgende onderdelen aan bod:

  • Behaviorisme en de implicaties voor onderwijs
  • Cognitieve leertheorie en de implicaties voor onderwijs
  • Constructivisme en samenwerkend leren
  • Leren en motivatie
  • ICT in de les
  • Toetsen en evalueren
  • Omgaan met individuele verschillen

Schoolpracticum 1 en 2 

De competenties, vereist voor beginnende eerstegraads docenten, worden in dit vak opgebouwd. Onder supervisie van een schoolpracticumdocent wordt een uitgebreide serie lessen verzorgd in een bovenbouwklas (HAVO/VWO). Een breed scala aan werkvormen wordt in de praktijk gebracht. Op deze lessen moet worden gereflecteerd en de verzorgde lessen worden besproken. Deze vakken zijn toegespitst op de schoolvakken van je keuze: informatica, natuurkunde, scheikunde, wiskunde of ontwerpen. 

Inleiding vakdidactiek en vakdidactiek 1 

Het vak dient als eerste kennismaking met didactische principes en ondersteunt het eerste schoolpracticum. Het bestaat uit een drietal modulen die moeten worden afgewerkt. Aan de orde komen: 

  • Organisatie van het voortgezet onderwijs en de plaats van informatica daarin
  • Didactische werkvormen, lesvoorbereiding, activerende werkvormen 
  • Probleemoplossen, eigen strategieën en leerlingstrategieën 
  • Uitleggen van begrippen, begrippenkaders 
  • Didactiek van een specifiek informatica onderwerp, bijvoorbeeld programmeren 

Deze vakken zijn toegespitst op de schoolvakken van je keuze: informatica, natuurkunde, scheikunde, wiskunde of ontwerpen. 

Betadidactiek 

In dit vak staat het ontwerpen van onderwijs in de bètavakken centraal. De werkcolleges moeten worden voorbereid bv door het lezen van aangewezen materiaal. Tijdens de colleges zullen specifieke theoretische elementen uit bètadidactiek worden toegelicht. De deelnemers voeren hierna opdrachten uit die deels te maken hebben met het verwerken van de theorie en deels onderdeel zijn van het werken in multidisciplinaire ontwikkelgroepen.

Onderzoek van Onderwijs 

Onderzoek van Onderwijs sluit direct aan op de vakken vakdidactiek en schoolpracticum. Het gaat om het uitvoeren van sociaal wetenschappelijk ontwerpgericht onderzoek in de lespraktijk. Je leert: 

  • Verrichten van sociaal wetenschappelijk onderzoek in de praktijk
  • Zicht krijgen op het leren van leerlingen
  • De invloed van de eigen rol ontdekken
  • Integreren van vakdidactische literatuur
Chat offline (info)