UT-LERArENOPLEIDINGEN NATUURKUNDE, WISKUNDE, SCHEIKUNDE, INFORMATICA EN ONDERZOEK & ONTWERPEN

In de masteropleiding Science Education and Communication ontwikkel je allereerst de didactische vaardigheden om les te geven. Daarnaast blijf je de ontwikkelingen binnen je vakgebied volgen

VOLTIJD/DEELTIJD

De masteropleiding Science Education and Communication kan in voltijd of (onder voorwaarden) in deeltijd worden gevolgd. 

STARTDATA

Je kunt in september en (onder voorwaarden) in februari met de opleiding beginnen. 

VAKKENOVERZICHT: EDUCATIEVE JAAR

informatica, natuurkunde, scheikunde en wiskunde

ontwerpen (O&O)

Voor studenten die een onderbouwbevoegdheid (wiskunde, natuurkunde, scheikunde of informatica) combineren met de eerstegraads bevoegdheid Onderzoek & Ontwerpen in de bovenbouw.


Semester 1

Je begint met het vak Onderwijskunde 1 dat een eerste oriëntatie biedt op het beroep van docent. Het begrip ‘leren’, ontwerpen van onderwijs, je eigen verbale en non-verbale gedrag, omgaan met leerlingen en toetsing komen in dit vak aan de orde. Verder maak je bij Inleiding Vakdidactiek kennis met de didactische principes van lesgeven in het schoolvak. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de oriëntatie op de school waar je les gaat geven. Parallel hieraan start je in het eerste kwartiel met de ontwikkeling van je competenties in praktijksituaties door middel van Schoolpracticum 1.

Schoolpracticum 1 is een oriënterend vak, dat je laat kennismaken met het beroep van leraar in het voortgezet onderwijs. Eerst oefen je met minilessen aan je medestudenten. Daarna ga je onder supervisie van een ervaren docent en veelal samen met een medestudent aan de slag op school. Door reflectie op je ervaringen worden theorie en praktijk gekoppeld.

In het vak komen de volgende beroepscompetenties van de leraar aan bod: de interpersoonlijke, de pedagogische, de vakinhoudelijke en vakdidactische en de organisatorische competentie. Binnen dit schoolpracticum besteed je 25 uur aan het verzorgen van onderwijs en 20 uur aan overige schoolactiviteiten, bijvoorbeeld door het begeleiden van leerlingen bij opdrachten die buiten de ‘gewone’ lesuren plaatsvinden. De beoordeling vindt plaats aan de hand van je eindverslag, door de vakdidacticus, in overleg met de school. Aan het einde van het vak beschik je over een plan voor je verdere professionalisering als leraar. Dit plan kun je gebruiken bij het vervolgvak Schoolpracticum 2.

In het tweede kwartiel begint het vak Onderwijskunde 2. Bij de didactische competentie komen o.a. leertheorieën en hun implicaties voor het onderwijs, alsook het gebruik van ICT aan bod. Daarnaast wordt binnen deze competentie aandacht besteed aan toetsing. Bij de pedagogische competentie wordt vooral ingegaan op diversiteit in de klas. In Vakdidactiek 1 verdiep je je in de didactische principes van je eigen schoolvak. Je houdt je aan de hand van literatuur en opdrachten bezig met aspecten als: lesopbouw, begripsvorming, lesvormen, practica, methoden om problemen op te lossen, toetsen en activerend onderwijs. Je vormt je eigen standpunten over het hoe en waarom van het onderwijs in het betreffende vakgebied.

Semester 2

Het tweede semester bestaat uit de vakken Schoolpracticum 2 (gestart in kwartiel 2), Ontwerpstudio, Vakdidactiek 2 en Onderzoek van Onderwijs. T

Tijdens Schoolpracticum 2 ontwikkel je je verder tot startbekwaam docent. Algemene opdrachten en lesobservaties dragen bij aan de kennismaking met de school, de sectie, de schoolpracticumdocent/vakcoach, de klas(sen), de leerstof die behandeld wordt en de wijze waarop dit gebeurt. Je geeft 100 uur les en besteedt de nodige aandacht aan overige schoolactiviteiten en leerlingcontacturen. Je stelt je op als junior collega of je bent wellicht al werkzaam als docent en combineert werk en stage.

In Ontwerpstudio ontwikkel je in een interdisciplinaire groep leermateriaal voor een projectweek waarin integratie van verschillende disciplines centraal staat. Het eindproduct betreft een transdisciplinaire lesmodule met een omvang van drie lessen of een dagdeel.

Je sluit het educatieve jaar af met het vak Onderzoek van Onderwijs. Dit vak draait om verdieping en integratie van eerder verworven kennis.  Onderzoek van onderwijs heeft de volgende algemene doelstellingen:

·       Verrichten van sociaal wetenschappelijk onderzoek en/of ontwerp in de praktijk.

·       Zicht krijgen op het leren van leerlingen.

·       De invloed van de eigen rol ontdekken.

·       Integreren van vakdidactische literatuur.

Het onderzoek sluit in de regel aan bij onderzoek dat binnen de vakgroep ELAN plaatsvindt en is tevens gekoppeld aan relevante zaken op de school waar het onderzoek wordt uitgevoerd.

VAKKENOVERZICHT: VAKINHOUDELIJKE JAAR

Hoe het vakinhoudelijke jaar van de masteropleiding is ingericht, hangt af van het vakgebied dat je kiest. 

informatica, natuurkunde of scheikunde

Als je voor informatica, natuurkunde of scheikunde kiest, dan bestaat het programma uit 20 EC aan verplichte vakken (passend bij het onderzoek), 10 EC aan keuzevakken en een masterthese van 30 EC. Het programma ziet er dan als volgt uit: 


wiskunde

Als wiskunde je vakgebied is, dan bestaat het programma uit 30 EC aan verplichte vakken (waarvan 20 EC passend bij het onderzoek), 10 EC keuzevakken en een masterthese van 20 EC. Van de mastervakken zijn er twee verplicht: Geschiedenis van de wiskunde en Meetkunde. Deze vakken worden aangeboden via het landelijke programma Mastermath. Het programma ziet er dan als volgt uit:


ontwerpen (O&O)

Voor de specialisatie ontwerpen omvat het vakinhoudelijke jaar een 20 EC
onderzoek- of ontwerpstage, 20 EC aan mastervakken die gekoppeld zijn aan de stage, 10 EC verdieping op het gebied van wiskunde of natuurkunde en 10 EC keuzevakken:


Invulling van de mastervakken

Studenten die zich specialiseren in het schoolvak informatica volgen vakken uit de masteropleiding Computer Science, Embedded systems of Human Media Interaction, voor het schoolvak natuurkunde worden vakken gevolgd uit de masteropleiding Applied Physics, voor het schoolvak scheikunde vakken uit de masteropleiding Chemical Engineering en voor wiskunde vakken uit de masteropleiding Applied Mathematics. De mastervakken zijn ondersteunende specialisatievakken, bereiden voor op het vakinhoudelijke onderzoek en sluiten aan bij de vakinhouden van het betreffende schoolvak. Het pakket wordt samengesteld in overleg met de vakdidacticus en de begeleider van het bètavakinhoudelijk onderzoek.

Invulling van de track-keuzeruimte

De trackruimte kan worden besteed aan schakelvakken (aanvullende vakinhoudelijke vakken), extra mastervakken, uitbreiding van het vakinhoudelijk onderzoek, uitbreiding van het onderzoek van onderwijs of een didactische vertaling van een onderzoeksonderwerp naar een educatieve situatie in bijvoorbeeld het leerlingenlab of voor een vakvernieuwingsmodule. Andere mogelijkheden zijn relevante gedragswetenschappelijke vakken, een vrij project of een internationale stage.

Onderzoek in de onderzoeksgroep

In het afsluitende onderzoek van 20 of 30 EC integreren studenten de kennis die is opgedaan in het vakwetenschappelijk deel van de opleiding. De onderzoeksstage is ruim voldoende om een onderzoek uit te voeren en te ervaren hoe een onderzoeksgroep werkt.

Chat offline (info)