De masteropleiding tot Leraar Maatschappijleer en maatschappijwetenschappen is een eerstegraads lerarenopleiding waarmee je je onderwijsbevoegdheid behaalt. Tijdens de opleiding kom je als docent maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in de positie om leerlingen inzicht te geven in maatschappelijke ontwikkelingen, hoe politiek werkt en hoe politieke en maatschappelijke processen te beïnvloeden zijn. 

Meningsvorming van leerlingen over maatschappelijke vraagstukken

De vakken maatschappijleer en maatschappijwetenschappen hebben een bijzondere rol in het curriculum van het voortgezet onderwijs. Immers, het gaat hierbij om politiek onderwijs en om bijdragen aan het vormen van democratisch burgerschap. Jonge mensen leren tijdens deze vakken hun mening te vormen over maatschappelijke vraagstukken. Vaak komen controversiële vraagstukken aan de orde, die niet alleen om kennis vragen, maar ook om inzicht in groepsprocessen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan politieke participatie van jongeren, democratie, burgerschap en normen en waarden. Het is de kunst om deze complexe onderwerpen aantrekkelijk en toegankelijk te maken voor een jonge doelgroep. 

VOLTIJD/DEELTIJD

De tweejarige master Leraar Maatschappijleer en maatschappijwetenschappen kan in voltijd en (onder voorwaarden) in deeltijd worden gevolgd. 

Startdata

Je kunt in september en (onder voorwaarden) in februari met de opleiding beginnen. 

Opbouw programma

De masteropleiding bestaat uit een didactisch en een vakinhoudelijk onderdeel die samen in totaal 120 EC opleveren:

·       Algemeen educatieve vakken (10 EC)

·       Vakdidactiek (15 EC)

·       Schoolpracticum (20 EC)

·       Verplichte cursussen Public Administration (25 EC)

·       Keuzecursussen (15 EC)

·       Masterthese (25 EC)

·       Onderzoek van onderwijs (10 EC)

Met de algemeen educatieve vakken leg je de basis voor je beroep als docent. Hierbij verdiep je je in onderwijskunde en opvoedkunde. Bij vakdidactiek maak je kennis met de schoolvakken Maatschappijleer en maatschappijwetenschappen. Hierbij leer je dialoog en kritisch denken te bevorderen als kernvaardigheden van democratisch burgerschap. Tijdens je stage (schoolpracticum) zet je je eerste stappen als docent. Hierbij kun je je vakdidactische kennis onmiddellijk toepassen in de praktijk. Uiteindelijk sluit je de opleiding af met een onderzoeksopdracht. Hierbij onderzoek je doorgaans een vraagstuk in een schoolsetting. In het vakinhoudelijk deel van de opleiding volg je met name vakken die worden aangeboden door de masteropleiding Public Administration (PA). Deze vakken bieden een inhoudelijke basis voor Maatschappijleer en maatschappijwetenschappen.

Vakkenoverzicht

Eenjarige master:

 

Tweejarige master:

* Vanaf studiejaar 2017-2018 wordt deze keuzecursus waarschijnlijk vervangen door Ontwerpstudio.

 

Algemeen educatieve vakken (10 EC)

De algemeen educatieve vakken Onderwijskunde 1 en Onderwijskunde 2 vormen de brede professionele basis van het beroep van docent op het gebied van onderwijskunde en opvoedkunde. Daarnaast leer je samenwerken met aankomende docenten uit andere disciplines.

Vakdidactiek (15 EC)

Bij vakdidactiek maak je kennis met de schoolvakken maatschappijleer en maatschappijwetenschappen. Het vakdidactisch onderwijs is ingericht om dialoog en kritisch denken als kernvaardigheden van democratisch burgerschap te bevorderen. Je leert argumentatietechnieken en de beginselen van kritisch denken. Je leert hoe je een debat, discussie en een rollenspel kunt organiseren. Je oefent met het opzetten van praktische opdrachten en je leert feedback te geven en toetsen te ontwikkelen. Je vakkennis krijgt een extra verdieping met theorieën over politieke socialisatie en democratische burgerschapsvorming. Je verkent de verschillen tussen betrokkenheid en indoctrinatie, tussen tolerantie en onverschilligheid, tussen neutraliteit en relativisme. Je leert ook hoe onderwijs rond burgerschap en politieke vorming in andere landen binnen en buiten Europa ingericht is.

Schoolpracticum (20 EC)

Tijdens het schoolpracticum zet je je eerste stappen als docent, onder begeleiding van je stagedocent. Ook word je betrokken bij schoolbrede en vakoverstijgende activiteiten. De vakdidactische kennis kun je nu gelijk toepassen in de praktijk. Je ontwikkelt je eigen stijl van doceren en leert kritisch te reflecteren op je eigen handelen. Een deel van het practicum kan, indien gewenst, ook in het buitenland plaatsvinden.

Schoolpracticum 1 is een oriënterend vak, dat je laat kennismaken met het beroep van leraar in het voortgezet onderwijs. In het vak komen de volgende beroepscompetenties van de leraar aan bod: de interpersoonlijke, de pedagogische, de vakinhoudelijke en vakdidactische en de organisatorische competentie. Het vak is sterk verweven met Inleiding Vakdidactiek en je volgt deze vakken parallel. Binnen dit schoolpracticum besteed je 25 uur aan het verzorgen van onderwijs en 20 uur aan overige schoolactiviteiten, bijvoorbeeld door het begeleiden van leerlingen bij opdrachten die buiten de ‘gewone’ lesuren plaatsvinden. De beoordeling vindt plaats aan de hand van je eindverslag, door de vakdidacticus, in overleg met de school. Aan het einde van het vak beschik je over een plan voor je verdere professionalisering als leraar. Dit plan kun je gebruiken bij het vervolgvak Schoolpracticum 2.

In Schoolpracticum 2 ontwikkel je je verder tot startbekwaam docent. Algemene opdrachten en lesobservaties dragen bij aan de kennismaking met de school, de sectie, de schoolpracticumdocent/vakcoach, de klas(sen), de leerstof die behandeld wordt en de wijze waarop dit gebeurt. Je geeft 100 uur les en besteedt de nodige aandacht aan overige schoolactiviteiten en leerlingcontacturen. Je stelt je op als junior collega of je bent wellicht al werkzaam als docent en combineert werk en stage. Je houdt een logboek bij als basis voor je eigen reflecties en reflectiegesprekken met de schoolpracticumdocent. Van het schoolpracticum maak je een samenvattend verslag dat je bespreekt met de vakdidacticus. De beoordeling vindt plaats aan de hand van de resultaten van de opdrachten en dit verslag en gebeurt in overleg met je vakcoach en/of schoolopleider.

Verplichte cursussen Public Administration (25 EC)

Vijf vakinhoudelijke kerncursussen vormen de bestuurskundige basis van de tweejarige masteropleiding. Het betreft Engelstalige cursussen op het gebied van: maatschappelijke problemen (Social Problems in Q1), publiek management (Public Management in Q1), beleid (Public Governance and Policy Networks in Q3), en bestuur (Public Governance and Legitimacy in Q3). Daarnaast wordt de cursus onderzoeksvaardigheden (Academic Research in Q2) aangeboden.

Keuzecursussen (15 EC)

In het bestuurskundeonderwijs wordt de interdisciplinaire kennis van de bestuurskunde geïntegreerd met expertise in een specifiek toepassingsgebied. Om deze integratie mogelijk te maken, volg je enkele keuzevakken. Vervolgens ga je in de masterthese een zelfstandig bestuurskundig onderzoek doen op een domein waar je interesse ligt. Hiertoe wordt expertise aangeboden vanuit verschillende domeinen, zoals duurzaamheid, stedelijke innovatie, veiligheid, wetenschap en technologie, gezondheid, communicatie en ICT, of onderwijs. Voorbeelden van keuzecursussen zijn: Deliberative Governance of Knowledge and Innovation, Policy Analysis in Public and Technological domains, Environmental Policy. De keuzecursussen zorgen voor inhoudelijke verbinding met relevante technologische vraagstukken in de samenleving, aansluitend bij het “High Tech, Human Touch” thema van de Universiteit Twente.

Onwerpstudio (5EC) onder voorbehoud

Eén keuzecursus van 5 EC wordt mogelijk ingevuld door het nieuwe vak Ontwerpstudio. In dit vak werk je in een interdisciplinaire groep aan leermateriaal voor een projectweek waarin integratie van verschillende disciplines centraal staat. Het eindproduct betreft een transdisciplinaire lesmodule met een omvang van drie lessen of een dagdeel.

Masterthese (25 EC)

Het vakinhoudelijke deel van de opleiding wordt afgesloten met de masterthese. De masterthese is een van de drie afstudeerproducten van de opleiding, naast het verslag van het schoolpracticum en het onderzoek in de schoolpraktijk. Voor de masterthese voer je een sociaal wetenschappelijk onderzoek uit op het gebied van de bestuurskunde. Bij voorkeur is dit onderzoek ingebed in een expliciete vraag of probleem van een opdrachtgever (een organisatie of organisatieonderdeel), waardoor het onderzoek een toepassingsgericht karakter kent. Je doorloopt de gehele empirische cyclus: van (her)definiëren van het probleem tot onderzoeksvraag, via het formuleren van hypothesen, gegevensverzameling, analyse en reflectie naar rapportage. Samenwerkingsvaardigheden (met de opdrachtgever) en communicatievaardigheden (rapportage en verdediging) vormen een belangrijk onderdeel van het onderzoek. De cursus “Academic research for public administration” bereidt voor op het afstudeeronderzoek.

Het toepassingsgerichte karakter van het bestuurskundige masteronderzoek geeft studenten de mogelijkheid om het domein zodanig te kiezen dat dit een meerwaarde heeft voor hun toekomstige beroep als docent maatschappijleer en maatschappijwetenschappen. Bij de keuze van het onderwerp en de uitwerking van het onderzoeksvoorstel toetst de vakdidacticus de integratiemogelijkheid met het vakdidactisch onderzoek.

Onderzoek van Onderwijs (10 EC)

In deze cursus heb je de keuze een onderwijsontwerp of een onderwijsonderzoek uit te voeren. In beide gevallen is de opdracht gekoppeld aan het inhoudelijke masteronderzoek. Daarbij leer je gebruik te maken van een onderzoeksinstrumentarium dat specifiek geschikt is voor vakdidactisch onderzoek. Het onderzoek is actiegericht, gericht op het verbeteren van de schoolpraktijk, en heeft altijd een empirische component. Die twee elementen – praktijkgerichtheid en empirische oriëntatie – zorgen voor de verbinding van het onderzoek met het schoolpracticum. De school waar je stage loopt is de onderzoeksomgeving om nieuwe ideeën (bijvoorbeeld lesmateriaal) te testen en onderzoeksdata te verzamelen.

Chat offline (info)