Bachelor

Studie In Cijfers

De juiste studiekeuze  maken is een ingrijpend en ook spannend proces. Lang niet alle aankomende studenten maken direct de juiste keuze. Het gevolg is dat velen van hen in het eerste jaar stoppen of overstappen op een andere studie. Dat is vervelend voor hen. Bovendien kost dat niet alleen extra tijd, maar ook extra geld. Daarom doet de Universiteit Twente er alles aan om ervoor te zorgen dat je snel op de goede plek zit. Bijvoorbeeld met Studie in cijfers.

Opleidingen eenvoudig vergelijken

Op de websites van alle bacheloropleidingen van Nederlandse universiteiten kun je Studie in cijfers vinden. Studie in cijfers bevat relevante informatie over bacheloropleidingen. Naast de cijfers van een bepaalde opleiding van de Universiteit Twente, staat ook het landelijk gemiddelde erbij. Dit maakt het voor jou makkelijker om opleidingen te vergelijken, zodat je sneller de juiste studiekeuze kunt maken. Studie in cijfers kent zes criteria, die we op deze pagina toelichten.

Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft Studie in cijfers laten ontwikkelen in het kader van de Wet kwaliteit in verscheidenheid hoger onderwijs. Deze wet wil studenten, onderwijsinstellingen en bedrijfsleven beter op elkaar laten aansluiten.

1: Is de student tevreden?

Hoe tevreden ben je over je studie? De antwoorden op deze vraag geven een indicatie van hoe studenten de kwaliteit ervaren in vergelijking met de landelijke tevredenheidscore voor de opleiding. Het oordeel kun je aflezen aan vijf sterren die helemaal of gedeeltelijk zijn ingekleurd.

2: Hoeveel eerstejaars kiezen voor de opleiding?

Het aantal eerstejaars dat jaarlijks voor een opleiding kiest, geeft een indruk van de kleinschaligheid of juist massaliteit van de opleiding. Dat zegt niet altijd iets over de groepsgrootte, maar je kunt er wel afleiden hoe groot een opleiding is.

3: Hoeveel contacttijd hebben eerstejaars?

Contacttijd is het aantal uur per week dat een opleiding in het eerste studiejaar van 60 studiepunten aanbiedt. Het gaat om het aantal uur per week waarin je geprogrammeerd contact hebt met degene die het onderwijs verzorgt (de docent), studentassistenten en tutoren. Je moet dan denken aan hoor- en werkcolleges, studiebegeleiding, stagebegeleiding, tentamens en examens. En ook studieloopbaanbegeleiding hoort daarbij, maar alleen als de instelling die voor alle studenten heeft geprogrammeerd. Tijd voor zelfstudie, stages of werkplekleren en (onbegeleide) tijd voor afstudeeronderzoek en scriptie behoren niet tot contacttijd, ook al besteed je die tijd natuurlijk wel aan je opleiding.

4: Hoeveel studenten gaan naar het tweede jaar?

Hoeveel eerstejaars doorstromen naar het tweede jaar, zegt veel over de kans op succes in het eerste jaar. Dit aantal is als percentage weergegeven van alle studenten die na het eerste studiejaar direct doorstromen naar het tweede studiejaar van dezelfde opleiding. Het gaat daarbij alleen om de studenten die voor de eerste keer staan ingeschreven in het hoger onderwijs.

5: Hoeveel studenten zijn binnen vier jaar bachelor?

Hoeveel van de studenten die doorstromen naar het tweede jaar van dezelfde opleiding halen binnen vier jaar hun wo-bachelorsdiploma? Dat kun je aflezen aan dit percentage. Voor dit percentage zijn deze criteria gehanteerd:

  • Het gaat om eerstejaars in het hoger onderwijs met een voltijdshoofdinschrijving in het wo.
  • Deze eerstejaars hebben vwo als vooropleiding en beginnen aansluitend in het wo, met maximaal één jaar tussen het behalen van hun vwo-diploma en studeren in het wo.
  • Zij stromen na hun eerste bachelorjaar direct door naar het tweede, en behalen binnen vier jaar een wo-bachelordiploma (niet noodzakelijk binnen dezelfde opleiding of instelling).
  • Er is een ondergrens van vijftien studenten in de instroom; bij een instroom van minder dan vijftien studenten wordt deze waarde niet getoond.

6: Wat zijn de kansen op de arbeidsmarkt?

Hoeveel van de studenten hebben een baan gekregen nadat ze waren afgestudeerd en hoe snel was dat? Het aantal is als percentage weergegeven van de studenten die anderhalf jaar na het behalen van hun masterdiploma werk hebben. De masteropleiding hebben zij aansluitend op de bacheloropleiding gevolgd.  Het gaat hier om alumni die in loondienst werken of in het bedrijf van hun ouders, in promotietrajecten, als zelfstandige of als uitzendkracht. Studenten die studeren, werkloos zijn of tegelijk werken en leren tellen niet mee. Het aantal studenten dat aan dit onderzoek meedoet, is overigens vaak te laag om een betrouwbare uitspraak te doen over een opleiding. Om die reden is alleen het landelijk gemiddelde beschikbaar.

Chat offline (info)