Archief

Terugkerende Thema's

TERUGKERENDE THEMA’S IN DE DISCUSSIE OVER DE STRATEGIE / VISION 2020:

Waarom is gekozen voor Gezondheid, Veiligheid en Smart Cities?

A: De UT is op bepaalde punten binnen ieder terrein sterk, de connectie tussen deze punten maakt ons excellent, de ‘value chain’. De UT moet zich dus ook richten op de link tussen thema’s zonder de aandacht voor excellentie binnen een discipline te laten verslappen. Daarnaast sluiten de drie thema’s goed aan bij belangrijke financieringsbronnen van nu en de toekomst, bijvoorbeeld Horizon2020 en de topsectoren, maar ook andere fundings.

Q: Op basis waarvan zijn de drie thema’s gekozen? Er moet toch een basis van excellentie zijn bij het kiezen van profilerende thema’s, die zie ik niet overal terug in Gezondheid, Veiligheid of Smart Cities.

Multidisciplinair samenwerken moet met andere instellingen, en nu?

A: Er zijn twee manieren om hiermee om te gaan: 1. Help collega’s om de juiste partners voor sociaal onderzoek te identificeren, MB en GW kunnen hierbij adviseren. 2.De UT zou het hele HTHT pakket moeten inbrengen in het desbetreffende consortium. Als we dit kunnen doen hebben we een Unique Selling Point (USP) in Brussel.

Q: Ik werk met een consortium aan een FP7 project op het gebied van Smart Cities. De technische kennis komt van de UT, de sociaal wetenschappelijke expertise komt van een universiteit in Polen. Hoe past dit type samenwerking binnen de ambitie van de UT om multidisciplinair samen te gaan werken binnen de instelling?

Waar moet multidisciplinaire research output gepubliceerd worden?

A: Verschillende versies van het artikel maken voor de verschillende journals (clinical, mathematics, etc.). De UT wil ondernemend en ‘risk taking’ zijn. Dat betekent dat we leidend moeten zijn in de output van multidisciplinair onderzoek. De Emory University meet bijvoorbeeld het succes af aan de maatschappelijke impact. Dit punt is onderwerp van het UT strategie debat. Goed multidisciplinair onderzoek gewoon aanbieden bij de beste wetenschappelijke tijdschriften. Onderzoekers moeten voor het hoogst haalbare gaan, als dat niet lukt kun je altijd nog besluiten om alternatieve manieren te zoeken.

Q: Hoe ga je om met multidisciplinaire research output, waar kun je het beste in publiceren?

Hoe worden onderzoekers gestimuleerd om multidisciplinair te gaan samenwerken?

A: Maak eerst een goed plan. Het bestuur zal ervoor zorgen dat er een ‘eco-systeem’ voor multidisciplinaire samenwerking zal zijn. Voorbeeld is het Design Center waar onderzoekers samen kunnen werken. Samenwerkingen ontstaan het best bottom up. Mensen die elkaar potentieel iets interessants te vertellen hebben moeten elkaar ontmoeten. Dit zal de UT moeten faciliteren, zoals gebeurt in de JA@UT. Belangrijk is dat er geld beschikbaar is als seed-money voor interessante interdisciplinaire initiatieven die van bottom up worden voorgesteld. Echte spannende ideeën komen in aanmerking voor toetsing door een 'commissie van wijzen.'

Q: Hoe worden ze begeleid en hoe kunnen ze samenwerken?

Wat wordt onder multidsciplinair onderzoek verstaan?

A: Het begint vaak met de combinatie van twee gebieden, vervolgens ontstaat er een nieuw vakgebied. Bijvoorbeeld: Wiskunde + Electrotechniek = Computer Science. Multidisciplinaire samenwerking kan zich dus in verschillende fasen bevinden.

Q: Wat is multidisciplinair onderzoek precies? Een combinatie van twee vakgebieden of een compleet nieuw vakgebied?

Hoe gaan we om met de wensen van EU subsidies die samenwerking tussen instellingen als voorwaarde stellen?

A: Richting de EU is het streven naar gezamenlijke projecten tussen UT bèta en gamma niet altijd opportuun. De EU wenst partnergroepen uit verschillende landen en niet alles in een huis (met uitzondering wellicht van Synergy grants). De collega's binnen de UT kunnen wel helpen de verbindingen met interessante externe groepen te leggen, ook daarvoor is het van belang dat UT collega's elkaar wel ontmoeten en daarbij over hun wetenschap praten.

Q: Lees hier het antwoord

Discussie - ITC

Hoe trekken wij de beste mensen aan?

A: We moeten ons talent maximaal benutten: als instelling, medewerkers en studenten. We kunnen ondernemend zijn en onze kansen zien en pakken. We zoeken de niches waarin wij excelleren met een scherp profiel en daar zoeken we de best passende studenten bij. De initiële MSc zoals nu in vorming binnen ITC is hier een goed voorbeeld van. We kunnen andere instellingen misschien niet verslaan, omdat we een relatief kleine speler zijn, dus we zullen moeten samenwerken. De samenwerkingen die we hebben zeggen veel over ons als universiteit en zetten ons in de markt. Dit maakt ons een aantrekkelijke instelling om te komen studeren.

Eerder is de strategie niet echt geoperationaliseerd, hoe gaan we dat nu aanpakken?

A: De strategie zoals eerder geformuleerd hoeft niet opnieuw te worden opgesteld, maar alleen te worden aangescherpt. Bij de implementatie van een nieuwe strategie kwam veel meer kijken. Daar zijn we voor een groot deel al in geslaagd, maar we kunnen er nu samen nog wat scherper naar gaan kijken.

Bij het evenement ‘Create’ wordt ook gesproken over het betrekken van regionale partners, maar we willen ook internationaliseren. Hoe verhoudt zich dit tot elkaar?

A: We blijven een regionale functie houden, die we moeten en ook willen blijven vervullen. Veel van de Bachelorstudenten komen uit de regio, maar we zijn ook een groot werkgever. Het is niet óf, maar én. We kunnen daarnaast ook zeker een belangrijke internationale speler en samenwerkingspartner worden.

Wat is ‘internationalisering’ eigenlijk? Daar lijken nogal misverstanden over te bestaan.

A: We worden een speler in het internationale veld. Dat doen we door internationaal samen te werken, maar ook door onderwijs en onderzoek aan te bieden dat internationale relevant is en interesse wekt. Op onderzoeksgebied doen we dit al heel sterk.

Op het gebied van onderwijs kunnen we dat zeker nog verder versterken. Een internationale instelling zijn is meer dan ‘vertalen’, maar ook een internationale ervaring bieden. Dat doen we deels door bijvoorbeeld ook studenten tijdelijk naar het buitenland te sturen en uit het buitenland te halen. Online kunnen we deze groepen makkelijk bereiken, maar de ‘ervaring’ blijft voor ons een belangrijke focus.

Wordt internationalisering in de vorm van ontwikkelingssamenwerking onderdeel van de strategie?

A: Op dit moment is niet voor ogen om ontwikkelingssamenwerking focus te maken van de UT als geheel. Wel gaan we de opgedane ervaringen natuurlijk meenemen en het ITC als netwerkvehicel laten fungeren. Werven in minder voor de hand liggende landen (naast de juist wel voor de hand liggende landen) is wel een punt van aandacht, wat het ITC al heel goed doet en de UT als geheel van kan leren.

In hoeverre kijken we naar hoe andere universiteiten werken?

A: We leggen bezoeken af en hebben contacten over de hele wereld. Natuurlijk praten we dan ook over strategievorming en ervaringen. De ervaringen die we daar ophalen toetsen we en nemen we waar mogelijk en wenselijk ook mee. Op 21 mei, tijdens de innovatielezing, hebben we een spreker uit het buitenland uitgenodigd die deze ervaringen daar ook met ons komt delen.

Hoe letten we op het gat tussen aanmeldingen en inschrijvingen op internationaal niveau?

A: Hierbij kunnen we de kennis en ervaringen van het ITC zeker gebruiken. Ervaring leert al dat het aandeel studenten dat daadwerkelijk komt na aanmelding internationaal sterk lager is dan nationaal.

Wat is bij internationalisering de balans tussen online (MOOCs) en fysiek?

A: We zijn aan het experimenteren met MOOCs, maar dit is een kostbare bezigheid. We onderzoeken of dit werkt en hoe dit het beste werkt. Het is meer dan een kwestie van het filmen van een hoogleraar/college. We willen ons ook vooral blijven richten op het bieden van een echte ervaring. Wel kunnen we zo ons onderwijs laagdrempelig toegankelijk maken en er vervolgens naar streven om de bereikte groepen naar de campus te laten komen.