Samenvatting

Faculteit CTW over Vision 2020

UPDATE: Bekijk HIER de uitkomsten van de tweede bijeenkomst van CTW, klik HIER voor de bijbehorende PowerPoint presentatie.

Eerste Bijeenkomst

Op 6 februari werd er bij CTW gesproken over de strategie ontwikkeling voor de UT. Decaan Geert Dewulf gaf een inleiding over het belang om nu na te denken over de toekomst van onze universiteit. Hij benoemde daarin een aantal onderscheidende elementen van de UT: we zijn een ondernemende universiteit, door de combinatie van technologische – en sociale wetenschappen hebben we de mogelijkheid om multidisciplinair samen te werken, we focussen op de oplossingen van maatschappelijke uitdagingen en hebben in die zin impact op de samenleving.

Zichtbaarheid en de maatschappelijke impact van de UT vergroten door samenwerking

Voorzitter van het College van Bestuur, Victor van der Chijs, gaf aan wat de UT in zijn ogen nodig heeft. Allereerst moeten we bouwen aan een duidelijker profiel van de Universiteit Twente op nationaal en internationaal vlak. Van belang is dat de UT meer zelf leidend wordt in de agendasetting van overheden en overige financierders van onderzoeksprojecten. Het ondernemende karakter van de universiteit moeten we meer benutten en verder versterken, onder andere door meer naar buiten te kijken, kansen waar te nemen en daar op in te spelen, zo ontstaan meer mogelijkheden voor strategische samenwerkingen met externe partijen en nieuwe financieringsbronnen. Dit is van groot belang voor het voortbestaan van de Universiteit Twente. De kracht van Universiteit Twente is gelegen in de discipline-overschrijdende samenwerkingen. Door de verbindingen binnen en tussen de disciplines van de Universiteit Twente verder te versterken op een specifiek terrein kunnen we ons nog meer gaan onderscheiden, zoals op het gebied van gezondheid, veiligheid of smart cities. Ter illustratie: alleen technologische innovatie is niet voldoende. Uit de recent verschenen innovatie- en concurrentiemonitor topsectoren 2012 (december 2013) blijkt dat het innovatiesucces in de nationale topsectoren voor 77% bepaald wordt door sociale innovatie.

Verdeelmodel belemmert interne samenwerking

Bart Koopman presenteert zijn project Symbionics: Co-adaptive Assistive Devices. Een project dat goed past binnen het kansrijke gebied Health. Een zeer relevant onderzoeksproject met grote impact in de samenleving, waarvan de in ontwikkeling zijnde technologie ook voor andere doeleinden gebruikt kan gaan worden. In dit project wordt bij uitstek samengewerkt met andere partijen. In totaal zijn zes universiteiten, zestien bedrijven en vijf patiëntenorganisaties betrokken. Koopman geeft aan dat het huidige financiële verdeelmodel een belemmering vormt voor de interne samenwerking binnen de UT. Er is een samenwerkingsmodel voor financiering nodig in plaats van een verdeelmodel.

Met externe partijen samenwerken vaak vereiste voor financiering

Suzanne Hulsscher geeft leiding aan het onderzoeksprogramma RiverCare dat o.a. gericht is op het meten van de gevolgen van bepaalde riviermaatregelen en op het onderhoud en beheer van rivieren. Op de Universiteit Twente wordt binnen het project gewerkt aan een virtual river. Hiervoor wordt in het Virtual Reality Lab serious game ontwikkeld waarmee getoond kan worden wat de gevolgen zijn van bepaalde maatregelen en het werpt een blik op de toekomst. Hulsscher geeft aan dat in dit project ook de universiteiten van Utrecht, Nijmegen, Delft en Wageningen en verschillende kennisinstituten, bedrijven en overheden als Rijkswaterstaat meewerken aan het programma. De UT had de financiering van dit programma niet had ontvangen als we dit alleen met eigen disciplines zouden hebben gedaan. Voor de financiering is vaak een vereiste dat over de eigen organisatie heen samen gewerkt wordt. Hoe wil het College van Bestuur dan de interne samenwerking versterken? De kennis van RiverCare wordt overigens ingezet als typisch Nederlands exportproduct voor laaglandrivieren van over de hele wereld. Wereldwijd stijgt namelijk de overlast door overstromingen van rivieren. Zo is de UT begin dit jaar benaderd om advies te geven bij de overstromingen in Engeland. Maar de nadruk ligt dan op adviseren en niet op fundamenteel onderzoek. Voor consultancy zijn meer financieringsmogelijkheden dan voor fundamenteel onderzoek. Het is dan zaak om het onderzoek zo in te kleden en te koppelen aan toepassingen en consultancy dat hier toch voor betaald wordt.

Tijd ontbreekt vaak voor coördinatie onderzoeksconsortia met meerdere vakgroepen

Tenure Tracker Timo Hartmann spreekt over multidisciplinaire samenwerking in het kader van de High tech health farm. Hij houdt een pleidooi voor Health Care for Smart Cities. Steden zorgen voor 90% van de mondiale bevolkingsgroei, 80% voor de welstand en 60% van het totale energieverbruik. In China zullen in de komende 15 jaren ongeveer 300 million plattelandsbewoners verhuizen naar stedelijke gebieden. Dan hebben we nog de toenemende vergrijzing. “Hoe kunnen we voor al deze mensen toereikende gezondheidszorg faciliteiten ontwerpen?” Hartmann is er van overtuigd dat alleen door samenwerking met disciplines, ook al is het eerst op kleine schaal binnen de UT, de mogelijkheden vergroot om bijvoorbeeld tot innovatieve ideeën voor gezondheidszorgfaciliteiten te komen. Zo bestaan nu al contacten tussen de volgende groepen rond deze thematiek: Mathematics, Industrial Design, Operations Management, Environmental Modeling, Transport Studies en Systems Analysis. Hartmann geeft aan dat er helaas weinig geld beschikbaar is voor het starten van gestructureerd multidisciplinair onderzoek. Vandaar dat dit moeilijker van de grond komt. Er zal geld nodig zijn om mensen samen te brengen voor het serieus verkennen van gezamenlijk onderzoek.

Betrek de volledige waardeketen in onderzoeksprojecten

Lydia Zeng presenteert het onderzoeksproject Tribology of Human Tissue waar zij als Tenure Tracker aan verbonden is. In dit project worden interacties tussen het menselijk weefsel en de toepassing, c.q. het gebruik van producten bestudeerd. Zeng benadrukt dat, om werkelijk impact te hebben, het niet voldoende is om alleen met collega’s binnen de eigen universiteit samen te werken. Het gaat er om dat je de hele waardeketen betrekt.

Multidisciplinair onderwijsproject kent vele organisatorische obstakels

Universiteitshoofddocent Industrieel Ontwerpen, Eric Lutters, vertelt over de uitdagingen die hij tegenkomt bij het ontwerpen van een multidisciplinair project in het Twentse Onderwijsmodel. In dit project gaat het om een samenwerking tussen de opleidingen Werktuigbouwkunde, Technische Bedrijfskunde en Industrieel Ontwerpen. Er zijn veel geledingen die inbreng moeten hebben en er zijn de nodige belemmeringen bij het inrichten van de ondersteunende systemen en processen. De moeilijkheid zit ook in de verdeling van verantwoordelijkheden over bijvoorbeeld drie opleidingsdirecteuren, drie opleidingsexamencommissies, drie disciplineraden, twee faculteitsraden et cetera. Van belang is dat de docenten ruimte krijgen om het primair proces vorm te geven. Ed Brinksma benadrukt dat hier flexibiliteit noodzakelijk is.

Tijd ontbreekt vaak voor coördinatie brede onderzoeksprojecten met meer partners

Door Timo Meinders wordt de unieke samenwerking tussen de bandenindustrie en de wegenbouwers onder de aandacht gebracht. Dit wordt gestimuleerd door het Tire-Road Consortium, gevestigd aan de Universiteit Twente en wiens missie het is om op integrale wijze verbeteren van de veiligheid en duurzaamheid van band en wegdek en de leefbaarheid ten gevolge van bandwegdekinteractie. De bandenindustrie en wegenbouw zijn op hun manier bezig om zowel banden als wegen te optimaliseren. Vaak gebeurt dit onafhankelijk van elkaar en dat leidt niet altijd tot de optimale oplossingen. In die zin is het dan ook uniek dat via het Tire-Road Consortium naar de interactie tussen band en wegdek wordt gekeken en dat ook de industrie (grondstofleveranciers, wegenbouwers, bandenproducenten) en de (lokale) overheid (wegbeheerders, eindgebruikers) participeren in dit consortium. De moeilijkheid in het multidisciplinair werken is wel dat er is tijd en menskracht nodig is voor de coördinatie van brede projecten met meer partners. Die tijd ontbreekt vaak.