Samenvatting

Strategie bijeenkomst, faculteit BMS

UPDATE: Bekijk HIER de uitkomsten van de tweede bijeenkomst van GW/MB afgelopen 3 juli, klik HIER voor de bijbehorende PowerPoint presentatie.

Eerste Bijeenkomst

11 maart 2014

René Torenvlied, vakgroep voorzitter in Public Management

Samenwerken en netwerken is essentieel. In de nabije toekomst zullen we veelal geconfronteerd worden met ‘technological challenges with a human component,’ maar ook met ‘human challenges with a technological component.’ Het sturen van gedrag is belangrijk.

De droom van René Torenvlied is het creëren van een optimale leeromgeving, waarin op elk niveau in organisaties best practices uitgewisseld worden. Maar ook tussen private- en publieke instellingen, op zowel nationaal als internationaal niveau. Technologie faciliteert individuen en organisaties hierin.

Het is wel belangrijk dat er helder gecommuniceerd wordt over het gebruik en de werking van technologie. Mensen moeten niet het gevoel hebben dat technologie een ‘black box’ is en daarom moet de techniek altijd feedback geven aan haar gebruiker.

Specifiek voor de UT zou de droom betekenen om het werken in multidisciplinaire teams te stimuleren. Het thema Health is daar een goed voorbeeld van.

Wat betekent deze droom voor ons onderwijs?

A: We moeten twee typen studenten aantrekken: 1) Studenten die interesse hebben in de vraagstukken van de public administration, die tegelijkertijd affiniteit hebben met technologie, en die willen werken aan performance based management. 2) Studenten die experts zijn op hun eigen terrein (bijv. interventie) en van daaruit de technologische ontwikkelingen voeden.

Voor beiden geldt dat samenwerken en netwerken belangrijke vaardigheden zijn.

Johnny Søraker, assistant professor at the department of Philosophy

We moeten niet vergeten dat als we over universiteiten praten, we feitelijk over ‘mensen’ praten. High Tech, Human Touch is een goede slogan. Maar de vraag is hoe we de ‘human touch’ in ons werk brengen en dit uitdragen richting onze studenten.

Mensen zijn gelukkig als:

-ze kunnen doen waar ze goed in zijn;

-ze in de gelegenheid zijn te identificeren waar ze goed in zijn.

Academici zijn vaak niet gelukkig, omdat ze niet de mogelijkheid krijgen om te doen waar ze goed in zijn. Ze worden onvoldoende gefaciliteerd. Voor de UT specifiek is het bijvoorbeeld onduidelijk wanneer we les moeten geven, hoeveel dit gaat kosten, de inhoud van de les… etc. Stabiliteit ontbreekt. Verandering is goed, maar alleen als het een positieve verandering is.

In een goede universiteit spelen studenten een belangrijke rol. Zij moeten trots zijn op hun universiteit, zij brengen een campus en een stad tot leven. Het verschil tussen 1e en 2e jaars studenten is dat de 2e jaars een stuk creatiever zijn en beter abstract kunnen denken. De reden hiervoor is dat zij al veel geleerd hebben, juist ook door het op kamers te gaan, etc. Om T-shaped professional te worden, een creatieve geest, heb je van alles een beetje kennis nodig. Dit moeten we in ons onderwijs mogelijk maken en stimuleren.

Een ander voorbeeld is dat sommige PhD’s en Postdocs onderwijstaken willen oppakken. Dit moeten we mobiliseren. Zij hebben interesse, maar krijgen er domweg geen gelegenheid voor.

Actuele ontwikkelingen dwingen ons om naar buiten te kijken, maar we moeten zeker niet vergeten naar binnen te kijken. De UT heeft er baat bij dat onze eigen studenten en staf tot bloei komen.

Sommige studenten zijn juist bang om fouten te maken. Zij hebben behoefte aan duidelijke opdrachten en een heldere planning.

A: Als docent moeten we niet vergeten dat studenten begeleidt moeten worden in het ‘leren studeren.’ Daarin ligt een belangrijke rol voor docenten.


In hoeverre krijgen docenten de ruimte om het vrije denken en creativiteit bij studenten te stimuleren? We zitten aan een strikte 10 weken binnen TOM, hierdoor worden we haast gedwongen concrete opdrachten te formuleren.

Daarnaast zijn er veel tegenstrijdige eisen binnen TOM. We willen aan de ene kant een creatieve studenten afleveren, de T-shaped professional, maar we krijgen ontzettend veel eisen/beperkingen opgelegd. Je moet 12 uur per week lesgeven, in 10 weken, je moet 3 tentamens afnemen, 90% moet slagen… etc.

Hoe moeten docenten hier mee omgaan?

A: Regels sluiten creativiteit niet uit. Maar we ervaren allemaal hetzelfde probleem, alleen de oplossingen hebben we nog niet. Het is een punt van aandacht.

Victor van der Chijs, voorzitter CvB

Er gebeurt veel buiten onze universiteit, waar we op in moeten spelen. In dit strategietraject komen vanuit de faculteiten/instituten velen nieuwe ideeën naar voren die we kunnen gebruiken om onze universiteit te versterken en beter te profileren. De UT moet ‘agressiever’ worden en meer ondernemend.

Mijn droom is dat zodra er in de krant een artikel verschijnt over ‘Impact of technology on employment of the middle class” er de volgende dag een artikel van een UT’er in de krant staat. We moeten actief optreden in de media; wij hebben immers alle expertise in huis over het gebruik van technologie binnen een maatschappelijke context.

We moeten studenten de ruimte geven om zichzelf te ontwikkelen, ook door middel van een focus op internationalisering. We moeten (master)studenten uit het buitenland halen om massa te behouden, maar tegelijkertijd profiteren Nederlandse studenten van de ervaring die zij opdoen binnen een ‘internationale klas.’

Ondernemendheid zit niet alleen in het oprichten van een bedrijf, maar is een mindset. Het betekent een open mind houden, alert zijn op ontwikkelingen, kansen grijpen (inclusief falen) en inspiratie zoeken en behouden.

PR is belangrijk, maar alleen al binnen Nederland weten (te) weinig mensen van het bestaan van de UT. Hoe krijgen we studenten uit Amsterdam hierheen?

A: We moeten meer de publiciteit zoeken en niet te afwachtend zijn. Het vraagstuk is bijvoorbeeld waarom academici niet vaker in de pen klimmen en een artikel voor in de krant schrijven.

Moet je, om te publiceren in de krant, niet van voldoende academische waarde zijn?

A: Zo werkt het niet altijd… Soms waarderen ze je al omdat je een aantal keer je mening hebt gegeven. Je hebt blijkbaar iets te zeggen. Je moet niet altijd te afwachtend zijn (“ik ben niet de meest bekende onderzoeker”), je moet de gok wagen en schrijven.

Waarom een focus op internationalisering? De meeste universiteiten zijn regionaal.

A: We moeten ook internationale studenten werven, juist voor de master, om voldoende massa te behouden.

Moeten we ons aannamebeleid niet herzien? Nu werven we niet zozeer ‘opinion leaders’, maar kijken we naar de publicaties van professoren.

A: Misschien moeten we juist wel professoren aantrekken die meer focussen op de interpretatie van de data en die ‘seks appeal’ hebben. Opinion leaders i.p.v. degene die de doorbraken in wetenschap op hun naam zullen schrijven. Feitelijk heeft de UT beide type academici nodig.

Een universiteit heeft veel baat bij gelukkige medewerkers. Hoe krijgen we dat voor elkaar ondanks alle tegenstrijdige eisen die gesteld worden?

A: Medewerkers moeten zich “empowered” voelen om datgene te doen waar ze goed in zijn. Onze inzet zal zijn om academici beter te faciliteren o.a. door het wegnemen van bureaucratische belemmeringen. Maar misschien moeten academici ook niet alles willen weten. Je kunt erop vertrouwen dat centraal de administratie afhandelt, net zoals centraal moet vertrouwen op de wetenschappelijke kwaliteiten van academici.

De administratie rondom het primaire proces is beroerd geregeld en dat kost academici erg veel tijd. Data is niet voorhanden, of de cijfers kloppen niet (bijv. student-staf ratio), er wordt elke keer wat anders gevraagd.

Daarnaast worden we met een overload aan normen geconfronteerd, die vaak in z’n geheel niet reëel zijn (bijv. het aantal uren als ‘meelezer.’)

Hoe moeten we hier mee om gaan?

A: Er zijn twee problemen: ten eerste is de data vaak niet voorhanden en ten tweede is vaak onduidelijk welk doel de gevraagde data dient. Waarom heeft men deze informatie nodig?

Vaak spreken we van ‘nummer fetisjisme.’ Geen enkele universiteit levert de juiste data aan. We proberen allemaal de cijfers zo te manipuleren dat we beter in een ranking komen.
We stoppen teveel energie, tijd en geld in het uitzoeken van de cijfers en details. We kunnen ons beter richten op de vraag op welke manier we wél kunnen bepalen van de kwaliteit van ons onderwijs is.

Ed Brinksma, rector

Wat is een universiteit in tijden van grote verandering? De komende vijf jaar zullen de IT-ontwikkelingen eindeloos zijn. Een universiteit zal altijd het leren moeten faciliteren, de vraag is alleen hoe…? We kunnen 2025 niet voorspellen, de technologische ontwikkelingen gaan simpelweg te snel.

Enkele voorbeelden zijn:

-Google glasses

-Brainimplants (biomaterials). Talent wordt wellicht in de toekomst door middel van een implantaat ingebracht.

En wat betekenen dergelijke ontwikkelingen voor de T-shaped professional?

Iedereen – goede en slechte academici – zullen achter de feiten aanlopen. In de toekomst leven we in een ‘netwerk wereld.’ Wil de UT aansluiting vinden bij dergelijke netwerken, moeten we voldoende te bieden hebben. Wat is onze niche? Alleen excellentie is onvoldoende.

Waar staat de UT in 2025? Belangrijk is het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) over de ‘learning economy.’ De UT moet persoonlijke leerwegen faciliteren. De student kiest precies wat hij/zij zelf wil leren.

Onderzoeksfaciliteiten worden onbetaalbaar voor universiteiten, deze worden in netwerkverband aangeboden/gebruikt.

Wat betekent dit voor de T-shaped professional?

A: Daar heeft niemand een antwoord op. We moeten variatie in ons onderwijsaanbod creëren, maar altijd vaardigheden in combinatie mét kennis. Met alleen vaardigheden kom je er niet. Studenten creëren misschien zelf hun gehele curriculum. We moeten op een hele flexibele manier omgaan met het modulaire onderwijs, waarin studenten hun eigen ‘onderwijs bouwen.’ Niemand kan op dit moment de toekomst voorspellen, niemand weet wat de studenten in de toekomst willen leren.

Is de rol van de UT in al deze ontwikkelingen niet heel bescheiden?

A: Dat hoeft helemaal niet, we kunnen als UT experimenteren. Een voorbeeld is dat we alle nieuwe studenten google glasses verstrekken en daarmee gaan experimenteren.

De UT zal nooit een ‘global player’ worden, zoveel is toch wel helder…?

A: Waarom niet? Princeton heeft slechts 6.000 studenten. Of Wageningen: zij hebben dezelfde hoeveelheid financiële middelen, maar staan er een stuk beter voor.

Hoe gaan andere universiteiten met deze ontwikkelingen om? Welke koers varen zij?

A: Dat is verschillend. Niet iedereen heeft een focus op technologie. De UT kan invloed uitoefenen via haar unieke combinatie van techniek,- gedrags- en maatschappijwetenschappen. Wij kunnen iets toevoegen aan de kennis op het gebied van het gebruik van technologie.

De UT zal niet in één netwerk zitten, maar in meerdere. Geografische locatie is niet langer relevant, men werkt samen op onderwerpen. We moeten op zoek naar synergie.