Agendapunten

UR 11-117 Bijlage I bij Strategienota RoUTe'14+

Bijlage 1

Beantwoording vragen van de Universiteitsraad over de focus en de profilering van de UT, gesteld per e-mail van 3 april aan de voorzitter van het College van Bestuur.


Vraag 1: Klopt het schema?

In de Strategienota RoUTe’14+ worden de strategische keuzes voor onderwijs onderbouwd en toegelicht, zie hiervoor hoofdstuk 6 van de Strategienota RoUTe’14+. Een nadere uitwerking van het onderwijsmodel treft u niet aan in de Strategienota maar zal volgen in de nota Bacheloronderwijs. Voor de strategische keuzes met betrekking tot onderzoek verwijs ik u naar hoofdstuk 5 van de nota. Het schema m.b.t. onderzoek is niet volledig omdat alleen energie en water worden genoemd. In de notitie noemen we er meer, de laatste jaren is de nadruk op energie en gezondheid komen te liggen. Met betrekking tot de in het schema opgenomen indeling van onderzoek kan worden opgemerkt dat de meeste onderzoeksgroepen verschillende typen onderzoek verrichten, waarbij het accent in de meeste gevallen op een van de drie ligt. Een nadere indeling van het onderzoek wordt verder uitgewerkt door de Decanen en Wetenschappelijk Directeuren en komt op hoofdlijnen terug in het reorganisatieplan.


Vraag 2: Wat maakt het profiel van de UT onderscheidend binnen het Nederlandse universitaire landschap?

Wij zijn goed in ICT, bio- en nanotechnologieën, maar we doen veel meer. Het unieke van de UT binnen het Nederlands universitair landschap is dat wij deze nieuwe technologie niet geïsoleerd benaderen, maar in de context van mens- en maatschappijwetenschappen. Technologie is bij ons gericht op toepassing. Kennis vanuit de menswetenschappen draagt hier voor een belangrijk deel aan bij. Door deze unieke combinatie kunnen we een echte werkende bijdrage leveren aan de oplossing van maatschappelijke vraagstukken. Zie ook Strategienota RoUTe’14+ hoofdstuk 2 ‘Profiel Universiteit Twente en nadere toelichting’.


Vraag 3: Hoe ziet het CvB de relatie tussen high tech en human touch? Is human touch dienend aan technologie? Of geldt het oude principe van de twee kernen universiteit.

High Tech Human Touch betreft het profiel van de UT als geheel. Het is niet zo dat die combinatie in ieder vak of onderzoek volledig aanwezig is. Onze kracht zit echter wel in het toepassingsgericht benaderen van technologie in een maatschappelijke context. High tech en human touch zijn nevengeschikt, niet twee separate kernen maar het combineren van technologie en mens- en maatschappijwetenschappen levert belangrijke synergie op en dat is onze kracht. Zie ook Strategienota RoUTe’14+ hoofdstuk 2 ‘Profiel Universiteit Twente en nadere toelichting’.


Vraag 4: Strategie moet meer zijn dan focusseren op de gebieden waar we excellent in zijn. Nu kan dat echter nog niet worden bepaald omdat ‘echt’ excellente groepen nog niet zijn benoemd. Wat is de visie van het CvB op dit punt?

Het is onomstreden dat onze sterktes zitten in ICT, bio- en nanotechnologie en in ondernemerschap, innovatie en de besturing daarvan. Wij bouwen onze strategie op onze sterktes.
In paragraaf 5.1 is uitgebreid beschreven hoe wij tot een herinrichting van ons onderzoekslandschap willen komen. In dit proces, dat is en nog verder wordt uitgevoerd door CvB, UMT en individuele hoogleraren, is tot een identificatie van excellentie en aard van onze verschillende onderzoeksgroepen gekomen. Het overzicht van alle groepen van de UT vormt de basis voor de nadere uitwerking in scenario-analyses per onderzoeksgroep, uitgevoerd door decanen en wetenschappelijk directeuren.


Vraag 5: Acht het CvB de voorgestelde plannen voldoende flexibel om in te kunnen springen op nu nog niet voorziene ontwikkelingen? En hoe wordt het risico vermeden dat in de toekomst blijkt dat we achteraf essentiële delen van het tafelzilver hebben opgedoekt of verwaarloosd?

Voor onze verdere ontwikkeling is toekomstgericht gekeken, niet uitsluitend visionair maar juist ook vanuit onze huidige sterktes en expertise. ICT, bio- en nanotechnologie, governance en groene energie zijn onze kerncompetenties. Binnen deze kerncompetenties bestaat inhoudelijke flexibiliteit. Wanneer de actualiteit van maatschappelijk thema’s in de loop van de tijd verandert, kunnen we hierop met onze kerncompetenties inspelen (thematische flexibiliteit).

Zie ook: Strategienota RoUTe’14+, Hoofdstuk, 2 ‘Profiel Universiteit Twente en nadere toelichting’.


Vraag 6: Kan het college bijvoorbeeld goed onderbouwen hoe het herontwerp van de bachelors + UC er voor gaat zorgen dat het marktaandeel en het studierendement omhoog gaat?

Zie hiervoor Strategienota RoUTe’14+, 2e alinea, Hoofdstuk 2, ‘Profiel Universiteit Twente en nadere toelichting’.


Vraag 7: Op welke wijze komt de gekozen profilering (en dus thema’s) terug in het onderwijs en welke gevolgen heeft dit voor de keuze van opleidingen?

Zie Strategienota RoUTe’14, Laatste alinea, Hoofdstuk 2, ‘Profiel Universiteit Twente en nadere toelichting’.