Reactie van/aan de Raad

UR 10-141 UR Brief inzake Notitie Instellingskwaliteitszorgsysteem UT



Aan het College van Bestuur






uw kenmerk


telefoon

053 - 489 2027

ons kenmerk

UR 10-141

fax


datum

11 juni 2010

e-mail

j.ribberink-vanmiddelkoop@utwente.nl

bijlage(n)


cc.


Onderwerp

Notitie Instellingskwaliteitszorgsysteem UT



Geacht college,


Naar aanleiding van de concept notitie instellingskwaliteitszorg wil de URaad u graag een aantal vragen en suggesties meegeven naar aanleiding van de eerste besprekingen in de juni cyclus 2010.


Algemeen

- In de notitie komt naar voren dat de “student als partner” een leidend principe is bij de inrichting en uitvoering van het onderwijs. Dit wordt verder niet concreet uitgewerkt, houdt dit partnerschap in de praktijk alleen in dat de student een zo hoog mogelijk studierendement, dan wel studievoortgang moet realiseren?

- De URaad ziet kwaliteit ook als het voldoen aan de eisen en verwachtingen van de klanten (studenten en hun toekomstige werkgevers). De raad ziet dan ook graag de inzet van eenduidige meetinstrumenten die het voldoen aan die eisen en verwachtingen van alumni en het afnemend veld meten. Het gaat daarbij om terugkoppeling van de resultaten naar de doelstellingen en invulling van de opleidingen, de UT en de alumni in de samenleving.

- Geldt dit stuk ook volledig voor het ITC?



Hoofdstuk 1 inleiding

-In de SWOT analyse ontbreekt ‘activisme’ of ‘actieve studentenpopulatie’ als een sterkte (zowel in de zin van spin-off’s als de ruimte die er is en genomen wordt voor actief verenigingsleven)

-Het onderscheid tussen zwaktes (intern) en bedreigingen (extern) is niet scherp. Wat ons betreft zijn ‘niet in grootstedelijk gebied’ en ‘traditionele instroom erodeert’ extern en ‘traagheid’ intern.

-Wat is de reactie op de ‘traagheid’?


Hoofdstuk 2 UT visie

-P7: wat moeten we ons voorstellen bij ‘voldoende keuzemogelijkheden’ en wat zijn daar concrete ideeën bij?

-Op pagina 8, ad 2 ontbreekt als prestatie van het onderwijssysteem activisme (zowel direct als indirect studiegerelateerd). Een goed onderwijssysteem laat ruimte voor en stimuleert studenten zowel binnen als buiten hun vakgebied actief te zijn.

-Op pagina 8 voorlaatste bullit: wat wordt er precies bedoeld met arbeidsmarkt? Valt het onderzoek van de UT hier ook onder?

-P9, 3e bullit: komt er ook kennisuitwisseling tussen kwaliteitsbewakers en studieadviseurs?


Hoofdstuk 3 kwaliteitszorg als cyclisch proces

-P10: “KPI is geen vrijblijvende kwaliteitsmaatstaf”, wat wordt er gedaan als het niet bereikt wordt? Hoe hard is deze regeling?

-Hoe is de imput/partnerschap van studenten in “voorstel 1 & 2” gewaarborgd?

-Pg 11: verbeterplan, zorgt dit niet voor overdreven bureaucratie? Zitten de afdelingen hierop te wachten? Goede doelstelling, maar dit kan snel doorschieten.

-3.2: De vakevalutiecyclus ontbreekt. De URaad zou deze graag toegevoegd zien voor de duidelijkheid, met daarbij de toezegging dat de schriftelijke vakevaluaties op een nader af te spreken aggregatieniveau en datum openbaar worden. De wens van het college is: Wat we samen kunnen doen moeten we als UT samen doen. Dit zou dan ook verder ingevoerd moeten worden bij het operationele en tactische gedeelte van het kwaliteitszorgsysteem aangaande vakevaluaties.

-3.4: Wanneer komt het beleid voor zittende docenten wat betreft BKO? Gaat het college zich ook inzetten voor SKO?


Hoofdstuk 4 KPI’s

-P 19: wat wordt verstaan onder profilering buiten major? Valt hier ook activisme onder?




Met vriendelijke groet,

namens de Universiteitsraad,





drs. F.L. Lagendijk

voorzitter