Agendapunten

UR 09-013 Schriftelijke rondvraagpunten

universiteitsraad

Griffie

Spiegel – kamer 300/302


Aan het College van Bestuur,





Uw kenmerk


Telefoon

053 - 489 2027

Ons kenmerk

UR 09 - 013

Fax


Datum

23 januari 2009

e-mail

j.ribberink-vanmiddelkoop@utwente.nl

Betreft: Schr. rondvraagpunten overlegvergadering 28 januari 2009



Geacht College,



De Universiteitsraad heeft in zijn interne vergadering van 21 januari jl. onderstaande rondvraagpunten geformuleerd.

Graag ontvangt de raad in de komende overlegvergadering uw antwoord hierop.


1. Masteropleiding Risicomanagement


Op de UT-internetpagina is begin januari 2009 het eerste college feestelijk aangekondigd voor de nieuwe (unieke!) masteropleiding Risicomanagement. Deze masteropleiding is een post-initieel, post-academisch programma, waar volgens het persbericht veel vraag naar is, gezien de aanmeldingen. De URaad heeft geen document ‘Toets Nieuwe Opleiding’ in behandeling gehad en het register van de NVAO maakt ook geen melding van de masteropleiding.


Naar aanleiding van de start van de nieuwe opleiding hebben we de volgende vragen:


a) Welke afspraken hebben de rectoren van Nederlandse universiteiten gemaakt aangaande accreditaties van post-initiële (master)opleidingen?


b) Is het CvB op de hoogte van het feit dat de masteropleiding Risicomanagement geen accreditatie heeft?


c) In hoeverre past het ontbreken van een accreditatie voor de masteropleiding Risicomanagement in de onder a) genoemde afspraken en hoe staat het CvB überhaupt tegenover het starten van de opleiding zonder accreditatie?


d) Indien de genoemde masteropleiding valt onder een accreditatie van een bestaande geaccrediteerde UT-opleiding, op welke wijze past dit binnen de ‘40%-norm’ (een opleiding mag maximaal 40% afwijken van de geaccrediteerde versie)?


e) Wat is de stand van zaken met betrekking tot de ‘Toets Nieuwe Opleiding’?


f) De masteropleiding Risicomanagement is niet ter instemming voorgelegd aan de URaad conform artikel 11, lid 4 sub b van het UR-reglement. Deze instemmingseis geldt ook voor postinitiële opleidingen (toelichting op artikel 11. lid 4 sub b). Welke redenen heeft het college om hieraan voorbij te gaan?


g) Op welke wijze is de voorlichting adequaat geweest en (nog) reëel?



2. Collegegeldvrij besturen


Het is onder de aandacht gekomen van de Universiteitsraad dat er een plan wordt samengesteld voor collegegeldvrij besturen door de Landelijke Kamer van Verenigingen (LKvV) en het Interstedelijk Student Overleg (ISO). De LKvV en het ISO hebben een voorstel ingediend bij de Tweede Kamer en zijn bezig een notitie hierover te schrijven.

Wat is ´collegegeldvrij besturen´?

Het ‘collegegeldvrij besturen’ zorgt ervoor dat studenten die een voltijds bestuursfunctie

bekleden én daardoor geen college volgen toch ingeschreven blijven staan bij hun

onderwijsinstelling zonder het collegegeld te betalen. Zij moeten ingeschreven blijven staan

vanwege het behouden van hun OV-jaarkaart, bestuursbeurs, studiefinanciering en de

mogelijkheid tot lenen.

Deze voltijds bestuurders van onder andere (sport)verenigingen en leden van (wettelijk

ingestelde) medezeggenschapsraden zullen in het academisch jaar geen gebruik maken van

onderwijs-, onderzoek- en tentamenfaciliteiten.

Bovendien zullen deze voltijdse bestuurders niet meegenomen worden in de rendementscijfers van de hoger onderwijsinstellingen.

Het doel van het ‘collegegeldvrij besturen’ is het stimuleren van bestuurlijke activiteiten voor studenten door het wegnemen van een financiële barrière. Deze studenten betalen nu nog voor onderwijsvoorzieningen waarvan ze geen gebruik maken. Bovendien tellen zij ten onrechte mee in de rendementscijfers van de onderwijsinstellingen, waar zij ingeschreven zijn.


De Universiteitsraad ziet er voordeel in om de Universiteit Twente mee te laten draaien met dit plan mits het door de landelijke politiek wordt goedgekeurd. Naar aanleiding van het plan om collegegeldvrij besturen te agenderen en in te dienen in de Tweede Kamer heeft de Universiteitsraad de volgende vragen:


1)Ziet het College nut in het idee van collegegeldvrij besturen?


2)Denkt het College dat deze universiteit dit plan zal ondersteunen?


3)Indien dit plan wordt ondersteund door het College en het door de Tweede Kamer wordt aangenomen, kan men dan verwachten dat men vanuit het College actief aan de slag gaat met de uitwerking van dit plan op de universiteit?


Met vriendelijke groet,

namens de Universiteitsraad,




drs. F.L. Lagendijk

voorzitter