Agendapunten

4. Ontwerpbegroting 2008 verschillenanalyse

FEZ/BEZ: 21.1.2008

Verschillenanalyse begroting 2007 en 2008 (na eliminatie)

In onderstaande analyse worden de opmerkelijkste verschillen tussen de Begroting 2007 en de Begroting 2008 op UT-totaalniveau nader toegelicht. Voor meer detailinformatie wordt verwezen naar de toelichting bij de Jaarplannen van de eenheden.

1. Totaal van de Baten

De totale baten zijn gestegen met M€ 15,1. Dit bedrag bestaat uit:

§M€ 9,3 meer toewijzingen;

§M€ 5,4 meer werk voor derden en overige opbrengsten;

§en M€ 0,4 extra bijzondere baten.


1.1 Toewijzingen

De eerste-geldstroommiddelen bestaande uit de rijksmiddelen en de collegegelden zijn ten opzichte van de begroting 2007 gestegen met M€ 9,3. Deze begrote toename van middelen is als volgt te onderbouwen:

1.een per saldo positieve autonome ontwikkeling van de rijksbijdrage van M€ 1,2;

2.de collegegelden zijn M€ 1,3 hoger begroot o.b.v. de actuele ontwikkelingen in de studentenaantallen en de gewenste groeiambitie van de UT;

3.voor de verwachte loon- en prijsontwikkeling in 2007 en 2008 is een vordering op de minister van M€ 4,9 opgenomen;

4.de overige interne toevoegingen aan het totaal van te verdelen middelen UT zijn per saldo M€ 1,9 hoger (o.a. overdekking rentelasten).


1.2 Werk voor Derden en Overige Opbrengsten

De tweede en derde geldstroommiddelen en de overige opbrengsten zijn voor 2008 M€ 5,4 hoger begroot, omdat o.a. vanaf 2008 de 3TU-CoE subsidie (M€ 2,5) opgenomen is onder de batensoort WvD diversen. De overige mutaties in de omzet van derden zijn conform de verwachtingen van de eenheden op basis van de actuele omvang en structuur onderzoeksportefeuille en de geschatte kansen op de onderzoeksmarkt.


Daarnaast zijn afwijkingen (verschuivingen) ontstaan tussen de batensoorten als gevolg van administratieve systeemwijzigingen. Zo worden bijv. met ingang van 2008 de BSIK Nano projecten (financiering via STW) onder de 3e geldstroom begroot in plaats van onder de 2e geldstroom. Tevens worden de resultaatprojecten in 2008 verantwoord onder de overige opbrengsten terwijl deze in 2007 nog werden verantwoord onder de batensoort Werk voor Derden.


2. Totaal van de lasten

In het verlengde van de batenstijging, zijn de lasten toegenomen met M€ 15,5.


2.1 Personeel

De schaalsalarissen zijn onder invloed van CAO-ontwikkelingen, de vorming van 3-TU CoE ’s en de groeiambities van de UT in 2008 gestegen met M€ 8,3. Deze gewenste groei is mogelijk omdat in 2008 meer 1e geldstroom middelen en CoE subsidie beschikbaar is. De toename van de schaalsalarissen leidt automatisch tot hogere sociale verplichtingen ad. M€ 3,3 (39% van schaalsalarissen).


Tevens zijn er M€ 1,2 meer kosten voor inhuur en tijdelijk personeel begroot, waarvan M€ 0,9 bij de faculteiten en M€ 0,4 bij de diensten.


De indirecte personeelslasten zijn voor 2008 M€ 2,1 hoger. Dit heeft meerdere oorzaken. De belangrijkste zijn:

1.verantwoording van het keuzemodel ad M€ 0,8 vanaf 2008 binnen de CBE, voorheen binnen reserve arbeidsvoorwaarden;

2.de nieuwe begrote inbelvergoedingen ad M€ 0,5;

3.overige begrote kosten M€ 0,8 (oa meer advertentiekosten begroot ivm de werving van nieuwe medewerkers).


2.2 Huisvesting

In het jaar 2007 wordt (op basis van het vastgoedplan) M€ 34 aan investeringen geactiveerd (bijv. de Meander, de Koelcirkel en de Zuidhorst). Als gevolg van deze investeringen wordt in 2008 een stijging van ca. M€ 1,7 aan afschrijvingen verwacht.


Voor de overige huisvestingslasten is een stijging van M€ 1,1 begroot. Deze stijging heeft te maken met de geplande inhaalslag van achterstallig onderhoud enerzijds en anderzijds modificaties om toekomstig achterstallig onderhoud tegen te gaan.


2.3 Materieel

De kostensoort materialen is M€ 1,5 hoger begroot in 2008 dan in 2007. Uit de gegeven toelichtingen van de eenheden is af te leiden dat de SRO ‘s nu geheel zijn ingevuld en op “stoom” zijn. Hogere uitgaven voor materiaal worden gedekt door hogere omzet van derden en overige opbrengsten.


2.4 Overige lasten

De kostensoort subsidie en lidmaatschappen is voor 2008 per saldo M€ 2,3 lager begroot. Deze daling wordt mede veroorzaakt als gevolg van het vervallen van de TCO ad. M€ 3,0 binnen de eenheid Projecten CvB. Naast deze daling wordt een stijging verwacht in de voorziening ondersteuning studenten en voor de 3TU kosten.


3. Resultaatspecificatie

In de Begroting 2008 (pag. 11) wordt de exploitatie van de decentrale beheerseenheden aangemerkt als normale bedrijfsvoering (resultaat +M€ 7,5). De exploitatie van Projecten UT wordt aangemerkt als buitengewone bedrijfsvoering (resultaat -M€ 4,5). Voor een specificatie van het resultaat bij de Projecten UT wordt verwezen naar het supplement bij de begroting 2008 (zie pagina 131-144). Het totale verwachte resultaat is in 2008 k€ 381 lager begroot dan 2007.


In onderstaande tabel is een onderscheidt gemaakt tussen de resultaten uit normale- en bijzondere bedrijfsvoering van de afzonderlijke beheerseenheden. Het resultaat uit bijzondere bedrijfsvoering heeft een incidenteel karakter zoals dat zich bijvoorbeeld voordoet bij de instituten (incidenteel kasritme-resultaat stimuleringsmiddelen M€ 2,0). Bij de faculteiten bedraagt het verwachte resultaat over 2008 uit normale bedrijfsvoering M€ 3,7 en het resultaat uit bijzondere bedrijfsvoreing (M€ 4.7), vooral veroorzaakt door incidentele baten (tijdelijke compensatie huisvestingslasten en matchingsverplichtingen).