Reacties van de Raad

7. Brief UR toetsingscriteria SC

logo Universiteitsraad UT

universiteitsraad

Griffie

Spiegel – kamer 300/302




Aan het College van Bestuur





Uw kenmerk


Telefoon

053 - 489 2027

Ons kenmerk

UR 08-111

Fax


Datum

28 maart 2008

e-mail

j.ribberink-vanmiddelkoop@utwente.nl

Betreft: Toetsingscriteria Service Centra





Geacht college,


Ter voorbereiding op de overlegvergadering van woensdag 2 april a.s. ontvingen wij van u een notitie getiteld: “Over de beoordeling van de servicecentra”. Wij gaan er vanuit dat deze notitie ter advisering is aangeboden, mede omdat we de notitie in de gecombineerde commissievergadering van FVA en PSI op 19 maart j.l. hebben besproken met de bedoeling tot een advies te komen. Een tweede notitie met als titel “Voortgangsrapportage implementatie EMB bij de servicecentra” hebben we, eveneens zonder begeleidend schrijven, in goede orde ontvangen, maar pas na de interne vergadering van de UR op 26 maart.

Omdat de bespreking van deze twee notities staat geagendeerd als: “7. Toetsingscriteria voor succes van de reorganisatie” moeten we als eerste vaststellen dat het hier niet gaat om de toetsingscriteria zelf, want die staan niet in de notities. Wel wordt er in de notitie “over de beoordeling van de servicecentra” aangegeven hoe we die criteria vast zouden kunnen stellen. Wij gaan er vanuit dat bij het definitief vaststellen van deze criteria medio 2008, de Universiteitsraad om advies zal worden gevraagd.

De in de notitie beschreven werkwijze is een forse stap in de goede richting. Met deze uitgangspunten en afspraken moet het mogelijk zijn de juiste toetsingscriteria te vinden en op termijn vast te stellen in hoeverre het “eigenaarschap” van de faculteiten in de nieuwe servicecentra vorm krijgt en leidt tot goede dienstverlening in kwalitatieve en kwantitatieve zin.

Na de bespreking van de (concept)notitie in de commissievergadering hebt u ons een nieuwe aangepaste tekst toegezonden waarin onze opmerkingen over het gebruik van benchmarks (omdat we geen nul-meting hebben gedaan), een beter onderscheid tussen standaard dienstverlening en maatwerk met bijbehorende consequenties voor bekostiging en de rol van onze studenten als klant van de servicecentra naar tevredenheid zijn opgenomen. Bij dat laatste punt willen we wel vaststellen dat het gelijkschakelen van medewerker en student in hun rol als klant ook moet betekenen dat studenten een stem krijgen bij de vaststelling van de klanttevredenheid. We doelen daarbij op bijvoorbeeld zitting nemen in de ICT-raden van de faculteiten.


CONCEPT BESLUIT Universiteitsraad

De Universiteitsraad,

gezien:

·

De notitie “Over de beoordeling van de servicecentra”;










gehoord:

·

De beraadslagingen

overwegende dat:

·

De uitgangspunten en afspraken zoals aangegeven in de notitie zullen leiden tot een goede meting van het kwaliteitsniveau van de door de servicecentra verleende diensten ;


·

Door de manier waarop het overleg zal plaatsvinden tussen faculteiten en servicecentra een goede invulling kan worden gegeven aan het begrip “eigenaarschap”;


·

Ook de positie van studenten in de rol van klant duidelijk is gemaakt en de studenten daarmee een stem krijgen bij het toetsen van de kwaliteit van geleverde diensten;


·

De toetsingscriteria gelijk met het verschijnen van de DVO’s beschikbaar zullen zijn en voor advies naar de Universiteitsraad zullen worden gezonden.

besluit:

positief te adviseren ten aanzien van de in de notitie “Over de beoordeling van de servicecentra” vastgestelde werkwijze om te komen tot een kwaliteitsbeoordelingssysteem voor de nieuwe servicecentra.




Met vriendelijke groet,

namens de Universiteitsraad,





ir. T.M.J. Meijer

voorzitter