Agendapunten

3. verslag overleg 2008-03-05

logo Universiteitsraad UT

universiteitsraad

Griffie

Spiegel – kamer 300/302


Uw kenmerk


Telefoon

053 - 489 2027

Ons kenmerk

UR 08-087

Fax


Datum

26 maart 2008

e-mail

j.ribberink-vanmiddelkoop@utwente.nl

Verslag van de overlegvergadering van de Universiteitsraad op woensdag 05 maart 2008

Vastgesteld op 2008-04-02



Aanwezig:

Leden UR:

Brinkman, Ferreira Pires, Hoogerdijk, Houweling, Koet, Landheer, Lodewijks, Meijer (vz), H. Poorthuis, N. Poorthuis, Terpoorten (later), Vernooij, Vogelzang, Ziehmer

College van Bestuur:

Zijm

Griffie:

Ribberink, Peijster (verslag)

Afwezig:

Van Ast, Becht, Flierman, De Jong, Pol, Wormeester (allen m.k.)




1.Opening en vaststelling agenda

De voorzitter opent om 9.05 uur de vergadering met een welkom aan de aanwezigen. Hij merkt op dat het quorum aanwezig is maar dat enkele personeelsleden om 10.30 uur andere verplichtingen hebben.

Hij heet twee nieuwe leden welkom en verzoekt de leden Nelleke Poorthuis (studentlid) en Frans Houweling (personeelslid) zich even kort voor te stellen.


De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.


2.Mededelingen

CvB

Zijm geeft enkele benoemingen door.

- Edwin Seydel is benoemd als directeur a.i. bij het onderzoeksinstituut IBR in afwachting van een eventuele samenvoeging van dit instituut met IGS.

- Dhr. Michiel Janssen is benoemd als directeur bedrijfsvoering bij CTW

- Bij TNW is W.M. (Martin) van Aken benoemd als directeur bedrijfsvoering.

- Als opvolger van Rob Frederix bij het nieuwe Studenten en Onderwijs service centrum is Susanne Wichman per 1 april benoemd.

- De procedure voor een opvolger voor de decaan TNW (Bliek) loopt voorspoedig.

- Kas de Vries gaat per 1 april as. weg. Er zal in het kader van EMB geen opvolger benoemd worden.

- De oproep om je verkiesbaar te stellen voor de medezeggenschap zal zo spoedig mogelijk via alle directeuren en decanen aan alle personeelsleden verzonden worden.

- Zoals al gemeld zijn Kees van Ast en Anne Flierman beide afwezig vanwege een welverdiende vakantie.



3. Verslag van de overlegvergadering van 30 januari 2008 (UR 08-056)

Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.


Verslag van de overlegvergadering van 14 november 2007 (UR 07-395)

Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.


4. ITC (UR 08-027, 08-071)

Besproken moet worden de overeenkomst voor het samengaan van de Universiteit Twente en het ITC. De voorzitter vraagt Poorthuis het onderwerp in te leiden.

Poorthuis geeft aan naar aanleiding van de ontvangen informatie een positief gevoel te hebben over dit samengaan. Het ITC is een goed instituut dat internationaal een uitstekende naam heeft.

Zoals in de toegezonden brief aangegeven is zou de naam ITC soms moeilijk uit te leggen zijn aan derden. Een tweede punt van aandacht is de faculteit sui generis. Het vastleggen van de verschillen tussen de bestaande faculteiten en de faculteit sui generis zal zo spoedig mogelijk moeten gebeuren om duidelijkheid te verschaffen. Tevens moet duidelijk worden dat zowel studenten als personeel dezelfde rechten en plichten krijgen als de UT studenten en medewerkers. Zij worden volwaardige UT studenten en personeel.

Het laatste punt van aandacht is het punt uit het advies over de samenvoeging van de ondersteunende diensten. Hierbij geldt dat bij de samenvoeging van de ondersteunende diensten men "zich houdt aan de EMB reorganisatie". De Universiteitsraad vraagt de toezegging van het CvB dat de samenvoeging van de diensten kan plaatsvinden met uitsluitend natuurlijk verloop.

De URaad geeft een voorlopig positief advies met twee toezeggingen die door het college gedaan moeten worden.


CvB: Zijm bedankt de URaad voor deze positieve brief. Hieruit blijkt dat de raad positief staat tegenover de samenvoeging. Hij gaat in op de drie genoemde punten.

De naamgeving. Zijm merkt op dat de naamsbekendheid van het ITC in het buitenland zeer groot is, ook al geeft de naam ITC niet weer wat het instituut inhoudelijk doet. De naam wijzigen zou dom zijn. Het is inderdaad soms moeilijk uit te leggen, maar de algemene reactie van collega instellingen is er één van jaloezie op deze ontwikkeling. Er wordt veel waardering uitgesproken over deze samenvoeging. Er worden dan ook geen moeilijkheden verwacht aangaande de naamgeving.

De faculteit sui generis. De uitwerking van wat de faculteit sui generis precies inhoudt, waarbij de verschillen tussen de bestaande faculteiten en het ITC aangegeven worden, moet inderdaad snel duidelijk worden. Dit moet duidelijkheid verschaffen voor de studenten, maar ook voor de medewerkers van het ITC. Voor studenten en personeel geldt inderdaad dat er geen verschillen qua status zal bestaand tussen UT'ers en ITC'ers na de samenvoeging. Zijm kan echter niet toezeggen dat deze uitwerking medio 2008 beschikbaar is, zoals de raad vraagt. Hij verzoekt de raad om iets meer tijd voor het opstellen van deze lijst. Hij wil echter wel de toezegging doen dat eind 2008 duidelijk is welke verschillen er zijn tussen een UT faculteit en de faculteit sui generis van het ITC.

Zijm merkt op dat het integreren van personeel niet voor 2010 zal plaatsvinden. Tot die tijd zijn er geen wijzigingen qua personele overgang te verwachten. Tevens verwacht hij alleen synergetische voordelen. Hij voorziet dat er juist meer activiteiten ontplooid zullen worden (hoofdstuk 2) en verwacht daarom geen ontslagen. Zeker niet gezien de huidige arbeidsmarkt.

Het college kan echter de tweede toezegging niet doen. De UR doet een dringende oproep om aan het personeel van het ITC duidelijk te maken dat er geen redenen tot gedwongen ontslagen zijn. Het college verwacht, zoals aangegeven, geen redenen tot ontslag na de samenvoeging. Het kan en wil de gevraagde toezegging "met uitsluitend natuurlijk verloop" echter niet doen, hangende de laatste onderhandelingen.

Zijm vraagt naar de precieze betekenis van de tekst "in dit kader". Poorthuis geeft aan dat dit betekent "de samenvoeging ITC en UT" en doelt op de gehele operatie.

Het college verwacht alleen maar voordelen: meer synergie, meer activiteiten en geen gedwongen ontslagen. Poorthuis merkt op dat na overleg met de OR van het ITC dit punt aan de orde is gekomen. De kansen voor het Wetenschappelijk Personeel liggen inderdaad gunstig, maar voor het ondersteunend personeel ligt er twijfel of de samenvoeging qua samenwerking geen ontslagen gaat opleveren. Het zou mooi zijn als het college deze twijfel kan wegnemen.

Het CvB herhaalt dat het deze toezegging in dit stadium niet kan doen, maar merkt nogmaals op geen problemen qua personeel te verwachten.

De voorzitter vraagt hoe het besluit nu gaat worden?

Gezamenlijk wordt de volgende tekst geformuleerd:

"gehoord:

de toezegging van het college dat in de loop van 2008 de uitwerking van de definitie van faculteit sui generis een limitatieve opsomming zal opleveren van verschillen tussen ITC en bestaande faculteiten.




besluit:

positief te adviseren over de voorgenomen inbedding van ITC in de UT per 1-1-2010 en adviseert het College van Bestuur de samenvoeging van (delen van) de ondersteunende diensten in dit kader met uitsluitend natuurlijk verloop te realiseren."


5. Gemeenschappelijke regeling 3TU Masters (UR 08-052, 08-058)

Vernooij merkt op dat goede afstemming tussen de drie universiteiten noodzakelijk is. Tijdens de commissievergadering zijn diverse vragen al goed beantwoord. Wel is tijdens het 3TU overleg geconstateerd dat de termen in de regeling niet akkoord zijn. Daarom is besloten een advies uit te brengen.

Zijm merkt op inderdaad verrast te zijn dat er een advies uitgebracht wordt. Hij geeft aan dat dit een richtlijn is. Dit is een uitwerking van de samenwerkingsovereenkomst, daarom wordt dit onderwerp ter informatie aangeboden.

De voorzitter geeft nadere uitleg over het uitbrengen van dit advies. Hij merkt op dat in 3TU verband gesproken wordt over afstemming, maar dat per universiteit hierover besloten wordt. Hierbij heeft de raad het recht om gevraagd of ongevraagd advies uit te brengen. Dit is dus een ongevraagd advies.

Zijm merkt op dit advies dan als zodanig te beschouwen. Hij gaat in op de punten uit de brief.

Hij geeft aan dat achteraf gezien de terminologie misschien ongelukkig gekozen is. De formulering is gezamenlijk vastgesteld. Het is niet mogelijk dit nog te wijzigen. In Eindhoven bijvoorbeeld is de regeling al goedgekeurd door de Raad van Toezicht. Hij suggereert dat de UT een toevoeging zou kunnen maken om het onderscheid in terminologie duidelijk te maken.

De suggestie voor een personele unie als vorm van samenwerking tussen de 3TU's kennen we voor de UT al binnen de Graduate School. Of deze opzet ook hier mogelijk is zou nader uitgezocht moeten worden.

Vernooij snapt dat uit praktische overwegingen het moeilijk zal zijn tekstuele wijzigingen in de richtlijn door te voeren. Hij vindt de toezegging van een aanvullende toelichting voldoende.

Meijer merkt op dat deze termen wettelijk geregeld zijn en doorvoeren van deze termen in 3TU verband kan leiden tot verwarring. Aangevuld wordt dat er een zekere onwijsheid in schuilt om aan deze termen de 3TU gemeenschappelijkheid te koppelen. Er wordt betreurd dat er geen wijzigingen meer mogelijk zijn.

De voorzitter vraagt hoe het besluit nu moet worden nu de toezegging niet gestand gedaan kan worden. In ieder geval zal er een nadere uitleg aan de regeling toegevoegd worden.

Besloten wordt tot de volgende formulering. De toezegging wordt als advies opgenomen.

"adviseert

het College van Bestuur dat het 3TU-afstemmingsoverleg voor de 3TU-masters niet aangeduid zal worden met termen als (gemeenschappelijke) “opleidingscommissie” en “examencommissie”, zodat de namen van deze in de wet omschreven besluitvormende organen alleen gebruikt worden in relatie tot de opleiding per instelling.


Het college geeft aan in de vorm van een toelichting bij het document duidelijkheid te zullen verschaffen over de correcte terminologie."


Zijm merkt op dat er geen uitvoering gegeven zal worden aan dit advies. Meijer wacht een uitnodiging af om dit punt te bespreken.


6. Strategisch Plan Student Union (UR 08-044)

Vernooij merkt op dat de raad met interesse dit plan heeft ontvangen. De stukken zijn ter informatie aangeboden. Er is geen schriftelijke reactie aan het college gezonden. Naar aanleiding van de bespreking in de interne vergadering liggen er vooral vragen die niet in de stukken vermeld staan. Tijdens de overlegvergadering van 26 juni 2007 is afgesproken dat jaarlijks de activiteiten van de Student Union in de Universiteitsraad besproken zullen worden. Helaas vindt de UR dat deze nota inhoudelijk niet veel voorstelt. De raad vraagt wanneer men een nota kan verwachten waarin concreet beleid en studentenvoorzieningen opgenomen zijn?

Het college geeft aan deze nota als beleid te zien.

Vernooij merkt op dat er bijvoorbeeld geen studentenvoorzieningen in vermeld staan. Zijm geeft aan dat dit onderwerp als rondvraagpunt opgenomen is. Hij geeft tevens aan dat er qua sportinvesteringen die gedaan moeten worden nog geen besluit is genomen. Ook is binnen de beschikbare budgetruimte nog geen definitief plan hierover vastgesteld. Het college merkt op dat er op dit moment plannen opgezet worden om gezamenlijk met o.a. de gemeente, FC Twente en Saxion (en NOC-NSF) te bezien of gezamenlijk sportactiviteiten mogelijk zijn. Hierdoor blijft bijvoorbeeld de besluitvorming op de UT langer uit. Maar gezamenlijk kunnen we meer doen.

Gevraagd wordt of het college kan aangeven op welke termijn besluitvorming dan zal plaatsvinden? Zijm geeft aan dat dit onderwerp maandag in het college besproken is. Echter de budgetruimte van de SU blijft beperkt. De UT hoopt dit jaar met een definitief plan te komen. In ieder geval in 2008.

Vernooij vraagt waar het beleid voor de studentenvoorzieningen blijft. Zijm merkt op bij studentenvoorzieningen toch primair te denken aan de sport- en cultuurvoorzieningen. Hij wil hierop later terug komen.

Meijer vindt het een goed plan om één en ander terug te koppelen. De raad wacht het in ontwikkeling zijnde investeringsplan met hierin opgenomen de studentenvoorzieningen af.

Zijm merkt nogmaals op dat de UT vooral de sport- en cultuurvoorzieningen op het oog heeft onder de noemer studentenvoorzieningen. Deze voorzieningen zijn er echter ook voor de medewerkers.


7. Notitie beleidsspeerpunten en actieplan internationalisering (UR 08-037, 08-069, 08-075)

Ziehmer merkt op dat de raad de stukken en aanvullende notitie met belangstelling heeft gelezen. Hij verzoekt het college de vragen die in de commissievergadering niet beantwoord zijn, schriftelijk te beantwoorden. Zijm gaat hiermee akkoord.

De raad wil drie onderwerpen bespreken.

1. Ziehmer vraagt of men het goed begrepen heeft dat het college de toezegging (in de commissievergadering) heeft gedaan dat na onderzoek ook andere taalcursussen dan Engels op het zelfde prijsniveau op de UT aangeboden gaan worden?

2. Hij vraagt of er een notitie over de Campusvisie gemaakt wordt?

3. Opgemerkt wordt dat de raad vindt dat het goed gaat met de integratie en internationalisering. Hoe staat het college tegenover het meedoen aan ISB in dit kader?

Zijm merkt op de positieve toon in de brief te waarderen en vindt het een goede brief. Hij geeft aan dat internationalisering een zwaar speerpunt is voor de UT. Helaas is dit als actiepunt te laat ingezet.

Hij zal de gestelde vragen beantwoorden.

1. Taalcursussen. De vraag hiernaar is nog niet zo groot. Wel zal er een peiling uitgevoerd worden. Als blijkt dat andere talen meer gevraagd worden zal hiervoor beleid ontwikkeld worden. De gestelde vraag is juist. Pas na het belangstellingsonderzoek zal nieuw beleid ontwikkeld worden, waarbij we er inderdaad van uitgaan dat een vergelijkbaar prijsbeleid zal worden gehanteerd. Een en ander zal via TCP lopen. Andere cursussen worden al aangeboden maar wanneer en of de UT zelf deze cursussen gaat aanbieden weten we nog niet. De overige vragen zullen schriftelijk beantwoord worden.

2. Ontwikkeling Campus(visie). De ontwikkeling van de Campus gaat in samenwerking met het huisvestingsbeleid. Inderdaad is het idee van zelfstandige woonvormen nieuw op de Campus. De andere huisvestingsvorm blijft echter ook bestaan. Zijm merkt op dat de vraag naar zelfstandige woonvormen toe neemt (n.a.v. onderzoek). Daarom zijn deze woningen gebouwd. Het college bepaalt natuurlijk niet de wijze van wonen van de studenten.

3. ISB. Het college overweegt de aanbeveling over te nemen om mee te doen aan dit samenwerkingsverband. Zijm merkt op dat het college dit verband niet kende. Het meedoen aan ISB zal wel pas per 2009 mogelijk zijn.

Ziehmer geeft een korte reactie.

Hij is blij het punt van de taalcursussen goed begrepen te hebben. Hij merkt op ondervonden te hebben dat de vraag naar Spaans en andere talen groeit.

Inzake het huisvestingsbeleid merkt Ziehmer op dat de visie van internationaliserings- en huisvesingsbeleid een multidiscipinaire is. Hij wacht in spanning de schriftelijke reactie van het college af. Tevens merkt hij op dat zijn ervaringen over integratie, zelfstandige woonvormen en de bestaande woonvormen op de Campus anders zijn.

Als laatste merkt Ziehmer op dat ISB een goed samenwerkingsverband is.

De voorzitter vraagt of er nog reacties uit de raad zijn.

Lodewijks merkt op blij te zijn met de toezegging dat er een belangstellingsonderzoek zal plaatsvinden inzake de taalcursussen. Hij vraagt of het college aan kan geven op welke termijn hierover nader besloten gaat worden? Zijm kan helaas geen precieze datum geven. Hij zal proberen dit in de schriftelijke reactie op te nemen. Lodewijks vraagt of hierover nog voor de zomer besloten kan worden omdat veel studenten in de zomervakantie dit soort cursussen volgen. Zijm merkt op geen inzicht hierin te hebben. De termijnen zullen in de schriftelijke reactie staan.


Er volgt een korte pauze.

Brinkman en Ferreira Pires verlaten de vergadering.



8. Model OER (UR 08-042, 08-074, 08-067)

Hoogerdijk merkt op in de commissievergadering dit onderwerp besproken te hebben met dhr. Mouthaan. Tevens heeft de raad via Mouthaan enkele aanvullende notities ontvangen. Hierdoor is veel aanvullende informatie ontvangen. Ter verduidelijking wil de URaad het college vier vragen voorleggen.

1. Wat is de opdracht aan de projectgroep geweest? Is het de bedoeling om nieuw beleid te schrijven of wil het CvB alleen regelgeving?

2. Hoe verloopt het proces?

3. Hoe verloopt de communicatie met de Faculteitsraden en de studenten en op welke wijze wordt draagvlak hiervoor gecreëerd?

4. Per wanneer ligt er een centraal OER?

Hoogerdijk merkt op dat de URaad positief staat tegenover een centrale regelgeving hierover.


Zijm dankt de raad ook voor deze positieve brief.

1. De uitgangspunten voor een centraal OER zijn terug te vinden in de onderwijsnota. De notitie van Mouthaan is een stuk met informele status. Opgemerkt wordt dat in de onderwijsnota met name ingezet wordt op flexibiliteit, hetgeen in tegenspraak lijkt (althans door sommigen zo wordt gezien) met uitspraken in de voorliggende notitie. Het college wil niet ingaan op de uitspraken in dit stuk omdat hierover nog geen besluitvorming heeft plaatsgevonden. Echter, ook voor het CvB is flexibiliteit iets anders dan vrijblijvendheid.

Zijm geeft aan dat de opdracht aan de directeur van het Onderwijs Service Centrum is de mogelijkheden in kaart te brengen om tot een meer geüniformeerde regelgeving inzake OER te komen. Het is geen nieuw beleid. Dit beleid ligt namelijk vast in de onderwijsnota. Gevraagd wordt wat dan regelgeving is en wat beleid?

2. Het CvB merkt op dat de projectgroep een ronde langs de faculteiten heeft gemaakt. Tevens zijn er gezamenlijke besprekingen geweest en is er gesproken met enkele OER deskundigen. Er komt nog een vergadering met de OLD's hierover. Daarna volgt hierover rapportage aan het college en wordt dit besproken. Hieruit zal uiteindelijk een richtlijn volgen (dus geen nieuw beleid). Er heeft nog geen besluitvorming van het college plaatsgevonden.

4. Gevraagd wordt of de regeling al per 1 september 2008 ingevoerd gaat worden? Zijm merkt op dat geconstateerd is dat dit niet haalbaar is. Het centrale OER zal per 1 september 2009 ingevoerd worden. Eventueel kunnen in de periode 2008-2009 pilots hiervoor draaien.

3. Zijm geeft aan dat de communicatie hierover niet zal plaatsvinden met de UR maar met de Faculteitsraden. Instemming hiervoor zal vanuit de opleidingscommissies gegeven moeten worden. Hij merkt nogmaals op dat het college uniformering en stroomlijning wil en geen nieuw beleid. Opgemerkt wordt dat de discussies die gevoerd worden dan gericht moeten worden op het OER en niet op het aanscherpen van de onderwijsnota. Zijm geeft aan geen behoefte te hebben aan het aanscherpen van de onderwijsnota. Gevraagd wordt op welke wijze hierover overleg plaatsvindt met studenten. Er is geen gestructureerd overleg met studenten geweest. Zijm merkt op dat er met diverse groeperingen hierover gesproken is.

Hoogerdijk merkt op dat er diverse punten in de notitie van Mouthaan staan waar nieuw beleid uit te lezen valt. Zijm deelt deze mening niet. Ook de commissie Mouthaan moet binnen de wet en regelgeving blijven. De commissie is nog steeds in discussie en heeft nog geen officiële rapportage aan het college aangeboden. De commissie moet zich houden aan de opdracht.

Koet vraagt hoe het met het draagvlak zit. Tevens is er nog geen gesprek geweest met studenten hierover. Kan dit alsnog plaatsvinden? Zijm merkt op dat de studenten dit kenbaar moeten maken aan Frederix of aan Mouthaan die de opdracht uitvoert.

Vernooij merkt op Mouthaan gevraagd te hebben om bij de bespreking van dit onderwerp tijdens de UCO vergadering aanwezig te mogen zijn. De studenten waren echter toen niet welkom. Zijm merkt op dat dit een schriftelijk rondvraagpunt is. Hij geeft aan dat de vergadering met alle opleidingsdirecteuren een informeel overleg is en geen UCO vergadering. Daarom zijn de studenten niet welkom bij deze vergadering. Er is dus verschil tussen de UCO vergadering en het informele overleg met alle opleidingsdirecteuren.

Lodewijks merkt op dat het college een aanscherping van de onderwijsnota niet noodzakelijk vindt en dat er geen nieuw beleid geschreven wordt. Mouthaan heeft aangegeven dat de onderwijsnota wat hem betreft "op sommige onderdelen te kort schiet en aangescherpt zou moeten worden". Hij vraagt of misschien de opdracht aan de projectgroep bijgesteld zou moeten worden?

Zijm vindt het niet aan de orde dit onderwerp te bespreken.



9. Voortgang RoUTe 14

De voorzitter geeft aan dat dit onderwerp een standaard punt op de agenda wordt. Hier kunnen de lopende zaken besproken worden. Hij verzoekt het college om een update.

Het CvB merkt op nog niet veel nieuws te melden te hebben. Er worden diverse discussiebijeenkomsten gehouden om input te krijgen voor het nieuwe instellingsplan. Op 12 maart staat een Strategisch Beraad gepland waarin alle verkregen informatie besproken zal worden. Hoofdonderwerp tijdens dit Beraad zal het onderwerp en de eventuele keuze voor "technische" Universiteit zijn. De definitieve keuze zal dus nog afgewacht moeten worden.


10. Voortgang 3TU proces

De voorzitter vraagt het college of er nog nieuwe ontwikkelingen te melden zijn.

Zijm heeft nieuws inzake de Graduate School. Alle aanvragen voor 3TU master opleidingen zijn toegewezen. Een aanvraag voor een 3TU-master Nanotechnologie is niet ingediend wegens gebrek aan draagvlak. Voor de reallocatie van gelden voor ICT in het onderwijs moet de minister nog toestemming geven.

Meijer meldt vanuit het 3TU.M overleg dat er een gezamenlijk advies over de jaarcirkel gepresenteerd wordt dat door alle raden goedgekeurd moet worden.

Terpoorten vraagt Zijm of hij nadere informatie kan geven over de reallocatie van de gelden voor ICT in het onderwijs. Zijm geeft aan dat er een achttal projecten zijn ingediend. Deze zijn goedgekeurd. Detailinformatie over deze opdrachten heeft hij niet paraat.


11. Schriftelijke rondvraagpunten (UR 08-073)

1. Studentenvoorzieningen. Vernooij merkt op dat dit punt al besproken is. Wel wil hij nog aandacht vragen voor de communicatie hieromtrent. Hij merkt op dat er een zekere frustratie onder de studenten heerst over de communicatie hierover, vooral vanuit de Student Union. Hij zou graag een toezegging ontvangen dat er beter hierover gecommuniceerd wordt. Zijm merkt op dat het college niet direct hierover met de studenten communiceert. Hij zegt wel toe dit punt met de Student Union te zullen bespreken.


2. UCO. Vernooij merkt op de ontvangen informatie terug te koppelen met de vertegenwoordigers in het UCO. Zijm ontvangt hierover graag lezing.


3. Introductie. Landheer merkt op dat de Introductiecommissie weer begonnen is. Er zijn het college een aantal vragen voorgelegd. Zijn er al concrete zaken bekend?

Zijm zal proberen alle vragen te beantwoorden. a.) Hij merkt op dat de Introductiecommissie al sinds september bezig is. Het CvB streeft er naar de toekomstige introducties samen uit te voeren met de HBO-scholen (Saxion) en evt. met het ITC. In ieder geval zou in Enschede de introductieperiode gelijk moeten liggen. Het CvB vindt de introductieperiode ook te lang in vergelijking tot andere universiteiten. Het college heeft een onderzoek gevraagd naar aanleiding van diverse klachten (vermoeidheid, niet bezoeken activiteiten, hiaten in het programma). Het concept advies uit dit onderzoek is dat de introductie inderdaad korter kan of anders ingevuld kan worden. De zienswijze van deze "adviesgroep Introductie" komt nog in het CvB ter besluitvorming.

b.) Zijm geeft aan dat het te laat is om voor dit jaar nog wijzigingen door te voeren. De SU en de projectgroep hebben aangegeven dat een 9-daags introductieprogramma uitgevoerd kan worden.

c.) Een toekomstvisie is al aangegeven bij punt a. Wel zijn er enkele moeilijkheden te verwachten. Bij de samenwerking met Saxion is er een groot verschil in werkwijze. De commissie begint bij Saxion laat met de voorbereidingen en bestaat niet uit studenten maar uit twee medewerkers. Tevens doen bij Saxion niet alle studenten mee (veel meer studenten uit Enschede zelf en deeltijders). Het onderzoek dat hierna gedaan wordt staat onder leiding van Michiel van Buchem die in april een eerste rapport zal uitbrengen.

De voorzitter vraagt of er nog vragen of opmerkingen zijn?

Landheer vraagt of er al een tijdsduur bekend is. Zijm merkt op de rapportage af te willen wachten. Hij hoopt voor de zomervakantie duidelijkheid te hebben over de nadere samenwerking.


4. Studielink. Vogelzang geeft een korte inleiding op het onderwerp en vraagt het college de vragen van de URaad te beantwoorden.

Het CvB merkt op zich ook bijzonder verbaasd te hebben over deze gang van zaken. Het blijkt dat er ernstige problemen zijn. De UT werkte in eerste instantie met ISIS. Tijdens het testen van het nieuwe programma hebben zich enkele problemen voorgedaan die echter opgelost zijn. Het probleem blijkt echter dat men geen test kon uitvoeren in de officiële omgeving (studenten – studielink – IBG – ISIS), maar alleen in een testomgeving. Het "verkeer" tussen de genoemde instanties blijkt niet goed te verlopen. Het CvB betreurt dit zeer en is hierover ontstemd. De problemen blijken niet op korte termijn oplosbaar te zijn. De betrokken instanties moeten zich beraden over vervolgacties. 14 Februari is besloten om met studielink te stoppen. De planning is erop gericht om voor 1 april duidelijkheid te hebben. Op dit moment wordt weer gewerkt met ISIS+. Zijm merkt tevens op dat Studielink geen gegevens opslaat. De gegevens worden opgeslagen bij IBG. Studielink kan gezien worden als een doorgeefluik. Er zijn dus ook geen gegevens verloren gegaan. Alle studenten zijn inderdaad geïnformeerd via een mailbericht. De UT is teruggegaan naar de oude situatie. Wel moet opgemerkt worden dat hierdoor de vooraanmeldingscijfers niet meer kloppen. Zijm kan geen tijdsbestek geven waarop het systeem weer operationeel zal zijn. Hiervoor moet het onderzoek van de projectgroep afgewacht worden. Helaas heeft men geen real-live versie kunnen testen. Dit blijkt nu een forse tegenslag.


12. Rondvraag

Meijer heeft als enige een rondvraagpunt. Hij informeert naar aanleiding van het collegebesluit van 29 januari 2008 naar de notitie zesjarig kwaliteitszorgsysteem instituten. Waarom is hiervan niets voorgelegd aan de Universiteitsraad?

Zijm merkt op dat het hier gaat om onderzoeksbeoordelingen. Het is een standaard UT protocol dat elke zes jaar plaatsvindt. Het CvB vindt dat instituten en hun management beoordeeld moeten worden. Naar aanleiding van alle veranderingen die de laatste tijd hebben plaatsgevonden moet dit opnieuw gebeuren.

Meijer verzoekt het college om de notitie. Zijm is akkoord. De notitie wordt zo spoedig mogelijk toegezonden. Meijer vraagt of het de bedoeling is om dit te gebruiken als kwaliteitszorgsysteem? Wat Zijm betreft wel. Er is echter nog geen CvB besluit over genomen.


13. Sluiting

De voorzitter dankt Zijm en de URaadsleden voor deze bespreking en de plezierige vergadering en sluit de vergadering om 11.40 uur.