Reacties van de Raad

5. Brief UR gemeenschappelijke regeling 3TU

logo URaad UT

universiteitsraad

Griffie

Spiegel – kamer 300/302



Aan het College van Bestuur


CONCEPT


Uw kenmerk


Telefoon

053 - 489 2027

Ons kenmerk

UR 08-058

Fax

 

Datum

21 februari 2008

e-mail

j.ribberink-vanmiddelkoop@utwente.nl


(CONCEPT T/M 3TU-M OVERLEG VAN 29 FEBRUARI)


Geacht college,



In de commissievergadering OOS is gesproken over de gemeenschappelijke regeling 3TU masteropleidingen. Hierin zijn vragen die bij de commissieleden leefden aan de orde gekomen. Deze zijn allemaal naar tevredenheid beantwoord.


Op dezelfde dag is dit stuk ook besproken in het overleg van 3TU.M met de collegevoorzitters. Ook daar werd geconstateerd dat een goede afstemming ten aanzien van 3TU-masters zeer wenselijk is. Desalniettemin blijven de instellingen eindverantwoordelijk voor de eigen opleiding (ook al wordt deze naar buiten toe terecht als een gezamenlijke opleiding gepresenteerd). Dus: intensieve afstemming en besluitvorming in de instellingen, conform werkwijze die we voor de federatie gekozen hebben.


Één van de vragen die in 3TU-verband aan de orde is gekomen, is of de terminologie (“Gezamenlijke opleidingscommissie” en “Examencommissie”) wel gelukkig gekozen is. Zoals hiervoor aangegeven is een afstemmingsoverleg tussen de plaatselijke opleidingscommissies en examencommissies gewenst, maar zal formele besluitvorming en regelgeving per instelling in de betreffende OLC, examencommissie, FR en bestuur moeten plaatsvinden. De uitvoerende taak van de toelatingscommissie zou wel in 3TU-verband gecombineerd kunnen worden.

Indien men, in afwijking van voorgaande, één examencommissie voor de drie vestigingsplaatsen van een 3TU-master wenst, is wellicht een personele unie van de drie examencommissies een oplossing. Een lid uit Delft zou dan een 0-aanstelling in Twente en Eindhoven moeten krijgen, en vice versa. Deze suggestie zouden we u willen meegeven om de besluitvorming, zo mogelijk, uniformer, krachtiger en efficiënter maken.

Hieronder treft u dan het concept advies van de UR betreffende de gemeenschappelijke regeling 3TU masters aan.


CONCEPT ADVIES Universiteitsraad


De Universiteitsraad,


gezien:

De brief van het CvB, waarin gevraagd wordt de regeling te behandelen in de overleg vergadering van 5 maart a.s. (UR 08 – 052)

De concept gemeenschappelijke regeling ex artikel 8.1 WHW ten behoeve van 3TU masteropleidingen (bijlage 1).

De notitie “3TU masteropleidingen en verantwoordelijke decanen” (bijlage 2).


overwegende dat:

De UT en de TU/e in tegenstelling tot de TU Delft geen harde knip hanteren tussen bachelor en master.

Iedere instelling voor de opleidingen een eigen CROHO code moet voeren.

Besluitvorming en medezeggenschap ten aanzien van de 3TU-masters in elk van de instellingen zijn beslag dient te krijgen.


gehoord:

De discussie in de commissievergadering OOS van de UR-UT van 13 februari jl.

De bevindingen uit het overleg op 13 februari 2008 van de 3TU-Medezeggenschapscommissie met de collegevoorzitters.

gehoord de toezegging van het College dat 3TU-afstemmingsoverleg voor de 3TU-masters niet aangeduid zal worden met termen als (gemeenschappelijke) “opleidingscommissie” en “examencommissie” en de namen van deze in de wet omschreven besluitvormende organen alleen gebruikt worden in relatie tot de opleiding per instelling.


adviseert positief over deze regeling




Met vriendelijke groet,

namens de Universiteitsraad,



ir. T.M.J. Meijer

voorzitter