Reactie van de Raad

UR 08-411 Brief UR Strategische Visie RoUTe '14

logo Universiteitsraad UT

universiteitsraad

Griffie

Spiegel – kamer 300/302




Aan het College van Bestuur





Uw kenmerk


Telefoon

053 - 489 2027

Ons kenmerk

UR 08-411

Fax


Datum

17 december 2008

e-mail

j.ribberink-vanmiddelkoop@utwente.nl

Betreft: Strategische Visie RoUTe’14




Geacht college,


Op 1 oktober jl. hebt u de UT-gemeenschap een concept strategische visie gepresenteerd onder de titel RoUTe’14. Deze strategische visie is het antwoord op de nota OnderneemUT die begin dit jaar is opgesteld door een commissie onder leiding van prof. Hubert Coonen, decaan van de faculteit GW. RoUTe’14 beschrijft welke keuzes gemaakt moeten worden om de positie van de UT nationaal, maar zeker ook internationaal te versterken en de komende ontwikkelingen het hoofd te bieden.

Ondertussen heeft de publicatie van de strategische visie de nodige discussie veroorzaakt, wat overigens ook de bedoeling was. De nota is helder geschreven en op bepaalde punten heel uitgesproken in de keuzes die gemaakt worden. De aanleiding om tot deze keuzes te komen is niet overal even duidelijk en over de uitwerking van keuzes zijn zeker veel vragen te stellen. Het gaat echter om de hoofdlijn, veel detailinvulling moet nog aan de orde komen en zal op diverse plaatsen binnen de organisatie eerst nog nader besproken worden.

We hebben ondertussen samen met u al een aantal keren gesproken over de strategische visie en dit heeft geresulteerd in een nieuwe versie waarin een aantal aanvullingen en wijzigingen op en in de tekst is aangebracht. Het concept instemmingsbesluit dat hieronder is weergegeven gaat over de nota Strategische visie 2014, V10.0 van 7 december 2008 en de daarbij behorende brief met kenmerk S&C/384.842/tm van 9 december 2008. Deze nota heeft ons dus vlak voor onze interne vergadering van 10 december bereikt, waardoor een aantal raadsleden onvoldoende gelegenheid had om zich goed voor te bereiden op de behandeling van de nota in de interne vergadering. Ondertussen hebben we, o.a. via email onze standpunten uitgewisseld en verzameld.


De keuze die heel nadrukkelijk gemaakt wordt voor onderwijs spreekt ons het meest aan. Uiteindelijk is dat, naast onderzoek, de belangrijkste taak van onze universiteit en op dat gebied zouden we aantrekkelijk moeten zijn. Aantrekkelijk door de hoge kwaliteit van ons onderwijs, de verschillende vormen van onderwijs die we kunnen leveren. Daarbij moeten we wel duidelijk kiezen voor het soort onderwijs dat wordt aangeboden, dus welke opleidingen.

De nota gaat vooral in op de vorm van het toekomstige onderwijs aan de UT dat zich bevindt in verschillende “schools”. Het is een goede zaak om een vorm te kiezen die ook in het buitenland bekend is en waardoor het eenvoudiger wordt om internationaal opleidingen op elkaar aan te laten sluiten. Het zal echter niet eenvoudig zijn om dit organisatorisch goed uit te werken. Eerder hebben we al een kanteling meegemaakt bij het ontstaan van de instituten waarbinnen het onderzoek van de UT plaats moet vinden. Dat leidde tot een 2-dimensionale matrixorganisatie die moeilijk bestuurbaar is. Het instellen van “schools”, in eerste instantie nog virtueel, maar op termijn toch als een werkelijke organisatievorm, voegt dan nog een extra dimensie toe die het geheel nog complexer maakt. De opheffing van de faculteiten op termijn lijkt dan bijna onontkoombaar, maar de raad wil daar zeker niet op voorhand mee instemmen.

Een tweede punt dat moeilijk te implementeren is binnen het totaalplaatje van alle “schools” is dat van de toegang tot de top van de “Graduate school”. Worden er aan het eind van de School of Social Sciences, School of Engineering en de onderkant van de Graduate school verschillende masterdiploma’s uitgereikt die al dan niet toegang geven tot het vervolg in de Graduate school? Daarbij is het ook belangrijk om een idee te hebben hoe de kwaliteit van de studies binnen deze “schools” wordt gewaarborgd. Immers nu al wordt er, in de presentatie op 1 oktober, maar ook in de commissievergadering PSI van 3 december over de School of Social Science en de School of Engineering niet alleen gesproken over “schools” die anders zijn dan de Graduate School, maar ook minderwaardig. Overigens zouden we binnen het nieuwe voorgestelde onderwijsaanbod niet moeten spreken over promotie- of PhD-studenten, maar over promovendi en PhD-candidates, die meer gezien worden als medewerker dan als student.


De keuze voor onderwijs betekent ook dat er voldoende mensen beschikbaar zijn die dat onderwijs verzorgen. Maar met het vooruitzicht dat met de invoering van Tenure Track straks alleen de hoogleraar nog in vaste dienst is en de rest tijdelijk, vragen we ons toch af hoe we de kwaliteit van het onderwijs dan in stand kunnen houden en dan met name ons bacheloronderwijs. Een punt van kwaliteit wordt in de nota zeer expliciet genoemd, n.l. de als minimum gestelde 20 contacturen per week voor studenten. Naar ons idee kan de universiteitsraad daar geen instemming op geven omdat het vaststellen van het uiteindelijke aantal uren valt onder de verantwoordelijkheid van de verschillende opleidingen.


Nu de studentenverenigingen hun activiteiten voornamelijk hebben verplaatst naar de binnenstad van Enschede, komt het bruisende van de Campus van na 18:00 u. voornamelijk voor rekening van sport en cultuurverenigingen die hun activiteiten in de vroege avonduren verroosterd hebben en van de studenten die gebruik maken de studiewerkplekken in de bibliotheek in de Vrijhof. De verontwaardiging bij de bestuurders van deze verenigingen is dan ook te begrijpen als zij in Route’14 lezen dat het oprekken van het tijdslot, waarin colleges verroosterd kunnen worden, naar 12 uur voor een levendiger Campus moet gaan zorgen. Hier moet geen verdringing plaatsvinden en daarom moeten de colleges van het reguliere bachelor onderwijs niet na 18:00 u. worden verroosterd.


Route’14 pleit sterk voor internationalisering. Om voldoende wetenschappers en studenten naar Twente te halen moeten we ook buiten onze landsgrenzen gaan werven. We moeten er echter voor waken dat we daarin niet te ver doorschieten en onze positie als werkgever en onderwijsinstelling binnen Nederland verwaarlozen. Het is belangrijk om ook in Nederland te blijven speuren naar talent. De internationale oriëntatie binnen Route’14 werpt wel de vraag op waarom de nota niet (ook) in het Engels is verschenen. Op dit punt zou ook UT-breed eens een knoop moeten worden doorgehakt: Hoe organiseren we onze tweetaligheid op de UT?


De nota schetst een behoorlijk positief beeld van de toekomstige positie van onze universiteit, maar wat nu als we kijken naar ontwikkelingen die we als UT niet zelf in de hand hebben. Er is nu net een kredietcrisis, waarvan we de gevolgen zeker nog zullen merken. De concurrentie zowel nationaal als internationaal is hevig en we zullen als Universiteit Twente “unique selling points” nodig hebben om onze doelstellingen te kunnen halen.

Van dat unieke, kenmerkende voor de UT komen we eigenlijk maar weinig tegen in de nota. We doen op een aantal punten hetzelfde als andere universiteiten en zullen ons daardoor in de toekomst niet onderscheiden. Zo is bijvoorbeeld Delft ook bezig om zich te profileren als universiteit met “high tech and human touch”. Ook binnen 3TU-verband dient de UT haar eigen identiteit te bewaken en er rekening mee te houden dat de partners binnen 3TU ook onze concurrenten zijn als het gaat om werving van studenten.


In die hele concurrentiestrijd is het belangrijk om de thema’s waarvoor de universiteit staat goed te kiezen. In de nota worden gezondheid, duurzame energie, water, veiligheid en onderwijs wel genoemd, maar de profilering zou hier een stuk nadrukkelijker kunnen. (Overigens wordt er in het profiel van Delft ingezet op: Energy, Health, Infrastructures en Environment)


Nog steeds uitgaande van de doelstelling van 10.000 studenten in 2010 is het van groot belang om ook Pre-masters aan te blijven bieden, waardoor we niet helemaal afhankelijk worden van de toestroom vanuit andere onderwijsinstellingen.


Waar de UT in ieder geval uniek in is, is haar Campus. Ooit waren we de enige echte, maar ondertussen zijn bijna alle hoger onderwijsinstellingen met de campusfilosofie aan de haal gegaan. De uitdaging is nu om de unieke ligging van de Campus van de UT ten volle uit te buiten, door een goede bebouwing te kiezen, voor een goede infrastructuur te zorgen, de gezelligheid weer terug te halen en er voor te zorgen dat het O&O centrum niet te geïsoleerd raakt van het Woon- en recreatiegedeelte.


In de Strategische Visie Route’14 worden keuzes gemaakt en aanzetten gegeven voor verdere keuzes. Hoewel de uitwerking van die keuzes in het geheel niet duidelijk is, kunnen we ons voor een groot deel wel vinden in de ambities die in de nota worden neergelegd. Wat de nota misschien te weinig benadrukt is het feit dat we zelf verantwoordelijk zullen zijn voor de rol die we de komende jaren in het internationale onderwijs- en onderzoeksveld zullen gaan spelen. Dat beperkt zich niet tot het helder maken van een onderwijsaanbod en het kiezen voor onderzoeksthema’s maar vraagt om gerichte inspanning van elke medewerker van deze universiteit. Dan zullen onze studenten en alumni zich ook gaan gedragen als ambassadeurs van de Universiteit Twente en zal daardoor onze marktpositie versterken. We zullen er dus hard aan moeten werken.


Voorgestelde tekstwijzigingen:


Na bestudering van de nieuwe versie van de Nota Strategische Visie 2014 stellen wij voor om de nota op de volgende punten tekstueel aan te passen:


1 blz 5: Bij “We willen geen fulltime docenten.” Toevoegen “, zoals we ook geen fulltime onderzoekers willen.”


2 blz 8: In de tekst aangeven dat er voldoende ruimte blijft voor de verenigingen om hun activiteiten op de vroege avonduren te laten staan.


3 blz 12: “studenten hebben minimaal 20 contacturen per week, waarvan ….” Veranderen in “het streven is om studenten tenminste 20 contacturen per week aan te bieden, waarvan …”


4 blz 14: Bij “Alle schools kunnen dus selecteren” een uitzondering toevoegen voor de ‘eigen’ bachelor, die rechtstreeks toegang geeft tot de master.


5 blz 14 2e alinea: “Onder het gegeven arbeidsrechtelijk stelsel blijven er echter ook promovendi met een aanstelling als AIO” veranderen in: “Onder het gegeven arbeidsrechtelijke stelsel zal de promovendus met een aanstelling als AIO de voorkeur hebben boven een aanstelling als promotiestudent.”


6 blz 17: Onder het kopje Tenure Tracks bij de 3e regel aan “zichzelf te bewijzen.” Toevoegen op het gebied van onderzoek en onderwijs.


7 blz 21: Onder de kop Ondernemerschap zijn de woorden “en stimulans” weggehaald. Dat lijkt

ons niet nodig.


8 blz 23 6e alinea: “De AIO zal zijn verdwenen” veranderen in: “De AIO in zijn huidige vorm zal waarschijnlijk zijn verdwenen. Echter, gestreefd zal worden naar een promotievorm die aantrekkelijk zal zijn voor zowel Nederlandse als internationale promovendi met een degelijk salaris en secundaire arbeidsvoorwaarden.”


9 In het hele document niet meer de termen promotiestudent en PhD-student gebruiken, maar promovendus en PhD-candidate.


10 De definitieve nota in het Engels vertalen en publiceren.


CONCEPT BESLUIT Universiteitsraad

De Universiteitsraad,

gezien:

·


.

De nota Strategische Visie 2014 van 7 december 2008 met aanbiedingsbrief S&C/384.842/tm, dd 9 december 2008. (UR 08 – 402/402a);

De brief met het antwoord op de vraag naar verdere consultatie van de faculteiten kenmerk S&C/384.875, dd 12 december 2008



overwegende dat:

·

De conclusies in nota OnderneemUT vragen om krachtige antwoorden en duidelijke keuzes, waarmee de Universiteit Twente een belangrijke speler kan blijven in het internationale onderwijs- en onderzoeksveld;


·

Onderwijs daarbij prioriteit moet krijgen en het wegzakken in de rankings snel een halt moet worden toegeroepen;


·

De nota Strategische Visie 2014 (RoUTe’14) daarbij duidelijk aangeeft in welke richting de universiteit zich dan zou moeten ontwikkelen;


·

De Uraad zich kan vinden in de uitgewerkte hoofdlijnen in RoUTe’14;


·

Er bij de verdere uitwerking van RoUTe’14 nog gelegenheid is voor het uitvoeren van medezeggenschap op belangrijke punten.;


·

De ontwikkeling in de richting van “schools” onze internationale herkenbaarheid kan verhogen, maar ook een zeer complexe organisatievorm kan opleveren die zeer moeilijk te besturen zal zijn;


·

Er extra aandacht moet zijn voor de kwaliteit van het onderwijs binnen de diverse “schools”, om te voorkomen dat “schools” of opleidingen en de bijbehorende diploma’s als “minder waard” worden gezien;


·

Het verroosteren van onderwijs in een tijdsblok van 12 uur er niet toe mag leiden dat er voor studenten naast hun studie geen ruimte meer is voor deelname aan het rijke verenigingsleven van deze universiteit in de vroege avonduren;


·

De nota RoUTe’14 eigenlijk in het Engels had moeten verschijnen;


·

Onze universiteit haar concurrentiepositie scherp in de gaten dient te houden en heldere keuzes moet maken op welke thema’s ze de komende jaren zal inzetten;





Gehoord de toezegging van het college dat:


·

De hierboven voorgestelde tekstwijzigingen 1 t/m 10 zullen worden overgenomen in de definitieve tekst van de nota RoUTe’14;


·

Er geen verroostering plaats zal vinden van regulier bachelor onderwijs in de vroege avonduren,i.e. na 18:00 u.;



besluit:


·

In te stemmen met de nota Strategische Visie RoUTe’14




Met vriendelijke groet,

namens de Universiteitsraad,





Drs F.L. Lagendijk

voorzitter