Reacties van de Raad

4. Brief UR Tenure track

logo URaad UT

universiteitsraad

Griffie

Spiegel – kamer 500



Aan het College van Bestuur,



Uw kenmerk


Telefoon

053 - 489 2027

Ons kenmerk

UR 07-287

Fax


Datum

7 september 2007

e-mail

j.ribberink-vanmiddelkoop@utwente.nl

Betreft: Notitie Tenure Track



Geacht college,



Bij het bestuderen van de UT - notitie Tenure Track heeft de URaad ook gebruik gemaakt van de VSNU-notitie “Tenure track, een goed instrument voor talentmanagement” en gerapporteerde ervaringen in den lande.

In algemene zin is de URaad voorstander van het bieden van loopbaanperspectief voor aanstormend of zich reeds ontwikkelend wetenschappelijk talent, voor leden van de vaste staf, in tijdelijke dienst èn voor nieuwkomers van buiten de UT. Tenure Tracks kunnen, onder voorwaarden, daarbij een hulpmiddel zijn.

Omdat we van mening zijn dat ontwikkelmogelijkheden tegen dezelfde voorwaarden (w.o. beoordelingscriteria) aan deze verschillende groepen geboden moeten worden en in verschillende fasen op het wetenschappelijk carrièrepad, spreken we liever van een ontwikkeltraject. Indien een faculteit de mogelijkheid van een dergelijk traject openstelt, moeten zowel externe als interne kandidaten daarvoor in aanmerking kunnen komen, waarbij de kwaliteit van de kandidaten doorslaggevend dient te zijn.

Gezien dit uitgangspunt zijn we van mening dat

1.Invoering van Tenure Tracks (ontwikkeltrajecten) een integraal onderdeel van het personeelsbeleid dient te zijn.

2.Voor het centrale niveau betekent dat: de UT dient zich uit te spreken over het (volledig) loslaten van het formatiebeginsel en de gevolgen die deze uitspraak heeft voor leerstoelenplannen en de bekostiging van leerstoelen en capaciteitsgroepen. Tevens dienen de kaders voor het aanstellingsbeleid en beoordelingscriteria voor promotie (die aansluiten op de UFO-criteria) centraal te worden vastgelegd. –Instemming URaad

3.Per faculteit dient een ontwikkelplan te worden opgesteld ten aanzien van de wijze waarop tenure tracks of, meer algemeen ontwikkelplannen worden ingezet bij het personeelsbeleid (welke strategische gebieden, financiële randvoorwaarden, aantal ontwikkeltrajecten, man/vrouw verhouding etc). Daarbij kan onderscheid worden gemaakt naar de verschillende wetenschapsgebieden die in de faculteit worden bewerkt en rekening worden gehouden met de ontwikkelingen in het onderwijs. Afspraken over de strategische onderzoekskeuzen en over de bekostiging moeten worden gemaakt met de betrokken instituten. – Instemming instituutsraden strategische onderzoekskeuzen, instemming faculteitsraden strategisch personeelsbeleid faculteit.


Met betrekking tot de bekostiging dient het uitgangspunt te zijn dat de faculteiten in samenspraak met de instituten voor ontwikkeltrajecten moeten kiezen. De voorstellen ten aanzien van de budgettering van faculteiten en instituten bieden die ruimte. Wel dient het decentrale personeelsbeleid adequaat centraal ondersteund te worden en specifieke doelen,

zoals meer doorstroming van vrouwelijk talent naar hogere wetenschappelijke functies, kunnen een financieel duwtje in de rug krijgen.


Graag horen we in het overleg uw reactie op bovenstaande punten en tevens willen we de volgende vragen met u bespreken:

1.Één van de taken van Tenure Trackers is het zelfstandig binnenhalen van projecten: is dat niet problematisch als subsidieverstrekkers een vast dienstverband als voorwaarde stellen?

2.Sluiten de criteria aan bij de UFO-indeling en kan gezien het vereiste instroomniveau het doorstromen naar een UHD-functie niet veel eerder aan de orde zijn dan na 6 jaar? Volgt dan ook eerder een vaste aanstelling?

3.Wat is de meerwaarde van het invoeren van Tenure Tracks (voor betrokkenen of UT), als doorstroom van UD naar UHD naar HL voor mensen in vaste dienst usance is (of vanwege rechtsgelijkheid moet worden)?

4.Hoe verhoudt zich het in deze notitie gepropageerde sturen van onderzoek op basis van beschikbaar talent tot de programmatische sturing in de nota onderzoeksbeleid?





Met vriendelijke groet,

namens de Universiteitsraad,




ir. T.M.J. Meijer

voorzitter