reacties van de URaad

6. Brief UR Octrooireglement

logo URaad UT

universiteitsraad

Griffie

Spiegel – kamer 500



Aan het College van Bestuur,




Uw kenmerk


Telefoon

053 - 489 2027

Ons kenmerk

UR 06-296

Fax


Datum

28 september 2006

e-mail

j.ribberink-vanmiddelkoop@utwente.nl

Betreft: Octrooireglement




Geacht college,



De UR heeft uw standpunt ten aanzien van het Octrooireglement, DUB/375.961/Grt ontvangen. U geeft hierbij aan dat u van mening bent dat dit slechts ter informatie richting UR hoeft.

Ons standpunt ten aanzien van de bevoegdheid van de raad wordt gemotiveerd vanuit de analogie met de WOR, waarin regelingen met “rechten en plichten” voor het personeel, die op tijd en geld te herleiden zijn, tot het instemmingsrecht behoren. Volgens de CAO art. 1.20 en overlegprotocol art. C9 (en de WHW) is dit recht in het algemeen toegekend aan het lokaal overleg, in dit geval het OPUT.

Op een universiteit is ook sprake van studenten. Regelingen voor afstudeersteun vallen onder het instemmingsrecht en op de overige regelingen uit het studentenstatuut is het adviesrecht van toepassing. Aangezien de voorgestelde regeling voor beide groepen van belang is, zouden zowel OPUT als de UR een rol in dezen hebben. Omdat de uitoefening van medezeggenschap in dit soort gevallen nog niet in een convenant is afgesproken en naar verluidt het OPUT bovenstaande bevoegdhedentoedeling onderschrijft, stellen wij dat de UR ten aanzien van het octrooireglement, alsmede het opnemen van een regeling in het studentenstatuut, thans advies geeft. Na besluitvorming in het OPUT kunnen vervolgens de regelingen worden vastgesteld.


Vooruitlopend op een adviesverzoek van uw kant kan de UR melden dat hij positief ten aanzien van de regeling zelf staat, zeker met het voornemen om ook het studentenstatuut in deze zin te wijzigen. Wij willen u nog attenderen op het in de overlegvergadering genoemde punt ten aanzien van art. 9d. Een bepaalde termijn waarop een besluit over al dan niet octrooiaanvraag door de UT is gewenst, bijvoorbeeld binnen 3 maanden. Ook indien onderzoekers zelf afzien van octrooi is dit relevant. De weg naar publicatie etc. wordt dan opengesteld en zeker in het kader van promotietrajecten is een duidelijke termijn wenselijk.


Concept advies:

De Universiteitsraad,

gezien

Het octrooireglement UR 06 -180

De briefwisseling ten aanzien van dit reglement UR 06-206 en UR 06-282

De voorgestelde wijziging van het studentenstatuut

gehoord

de beraadslagingen;







overwegende dat

De regeling rechten en plichten van zowel medewerkers en studenten bevat;

Ten aanzien van medewerkers het OPUT het instemmingsrecht uitoefent bij een dergelijke regeling;

gehoord de toezegging van het college dat:

Een termijn van 3 maanden voor besluitvorming over het al dan niet door de UT doen van een octrooiaanvraag in artikel 9d zal worden opgenomen;

adviseert positief ten aanzien van bovenstaande regeling en de wijziging van het studentenstatuut.





Met vriendelijke groet,

namens de Universiteitsraad,




ir. T.M.J. Meijer

voorzitter