reacties van de URaad

10. Bedrijfsvoering brief UR openstaande vragen

logo URaad UT

universiteitsraad

Griffie

Spiegel – kamer 500



Aan het College van Bestuur




Uw kenmerk

375.791/PA&O

Telefoon

053 - 489 2027

Ons kenmerk

UR 06-271

Fax


Datum

7 september 2006

e-mail

j.ribberink-vanmiddelkoop@utwente.nl

Betreft: Hoofdlijnennota “Efficiënte, moderne bedrijfsvoering”



Geacht college,


In de gecombineerde commissievergadering van de commissies FV&A en PS&I op dinsdag 29 augustus, zijn in verband met de beperkte vergadertijd niet alle vragen die waren voorbereid aan de orde geweest.

Bijgaand zend ik u daarom nog een lijst met vragen en opmerkingen geformuleerd door de fractie van UReka. Hoewel deze vragen als ‘minder belangrijk’ zijn aangemerkt voor wat betreft de meningsvorming over de hoofdlijnennota, zouden we het toch op prijs stellen wanneer u een antwoord wilt geven op de gestelde vragen.


Met vriendelijke groet,

namens de Universiteitsraad



Ir. T.M.J. Meijer

Voorzitter

Bijlage: Hoofdlijnennota “Efficiënte, moderne bedrijfsvoering”: openstaande vragen


Vragen en standpunten nav. projectopdrachten

De paginanummmers verwijzen naar de pagina’s zoals vermeld in het UR-stuk.

1.Er zijn projectopdrachten met en zonder bezuinigingstaakstelling. Er wordt daadwerkelijk niets bezuinigd met de opdrachten zonder taakstelling?

2.Zouden de opdrachten ‘facultaire organisatie’ en ‘besluitvormings- en overlegstructuur’ niet beter samengevoegd kunnen worden, door de aanwezige overlap tussen de twee opdrachten?

3.De brief met de reactie van Bliek is niet bijgevoegd. Wat stond hier globaal gezien in? pagina 15 onderaan

4.Wat houdt studentenbeleid precies in? Is het alleen de werving van nieuwe studenten, of ook alle voorzieningen aan studenten? pagina 33 eerste streepje

5.Kan de redenering waarom sport en cultuur wordt ondergebracht bij FB nader worden uitgelegd? pagina 42 onderaan


Nog openstaande vragen uit brief UR aan CvB dd. 26 juni 2006

1.Hoe wordt de UR cq. de medezeggenschap actief betrokken bij de uitwerking van de deelopdrachten?

2.Bevat het plan meerdere oplossingsrichtingen en is het op basis van meerjaren ambities?

3.Er mist een plan van aanpak waarin duidelijk wordt, hoe het implementatietraject vorm krijgt, maar ook de verdere terugkoppeling naar medewerkers en medezeggenschap. Daarnaast is er ook niet duidelijk of er concreet meetbare criteria gehanteerd worden, om te weten of de doelstellingen zoals in dit plan neergelegd zijn gehaald of hier evt. op bij te stellen.


Vragen en standpunten nav. brief CvB 21 juni 2006 aan universitaire gemeenschap

1.Is al bekend waar de onderdelen van DiSC die niet genoemd zijn worden ondergebracht? pagina 7 midden


Vragen nav. hoofdlijnennota

1.Wat is de concerncontroller? pagina 6 onderaan


Standpunten tov. hoofdlijnennota

1.M€ 5 dient in de ogen van de UR geen doelstelling op zich te zijn; voor het CvB is dit blijkbaar toch het geval. De UR betreurt dit.

2.Goed dat deadline 1 maand is opgeschoven naar 1 december pagina 3

3.Goed dat er geen sprake is van een extra managementlaag wat de concerndirecties betreft. pagina 4 onderaan

4.Goed dat uitvoering en beleid worden gesplitst voor gebieden waar het risico bestaat dat de combinatie uitvoering & beleid zijn eigen vraag creëert. pagina 5 onderaan

5.Goed dat arbo & milieu wordt ondergebracht bij FB; misschien dat de arbo & milieuregels dan realistischer en beter uitgevoerd worden. pagina 6

6.Goed dat ook op niet-financiële gebieden getracht gaat worden kwantitatief te monitoren en sturen. Houdt wel in de gaten dat veel dingen in het primaire proces niet te kwantificeren zijn. pagina 7

7.Goed dat faculteiten “eigenaar” worden van de servicecentra. Wel acht UReka de invulling van de ‘RvT’ belangrijk. pagina 7 onderaan en pagina 8 bovenaan

8.Kijk wat onderwijsondersteuning betreft goed of het haalbaar is; kijk bv. ook bij andere hoger onderwijsinstellingen voor best (and worst) practices. pagina 8

9.Erg goed dat het Internationaal Office wordt uitgebreid met het taalcoördinatiepunt. pagina 8 midden

10.Goed dat de facultaire organisaties eenduidiger worden georganiseerd en de contacten verbeterd. pagina 11

11.Het lijkt UReka ook zeer verstandig als het College niet alleen met decanen en directeuren in gesprek blijft om de organisatie van de UT te blijven optimaliseren. Betrokkenen zoals docenten maar vooral ook studenten moeten echt ook meegenomen worden in deze gesprekken. pagina 13

12.UReka wil dat er ook een tussenrapportage aan de UR wordt gegeven in november. pagina 13


Algemene opmerkingen

1.De efficiëntieslag mag nooit en te nimmer ten koste gaan van de kwaliteit van onderwijs & onderzoek.

2.Stel de student en medewerker centraal.

3.Zorg voor de juiste balans tussen betrokkenheid met de werkvloer en betrokkenheid met het College.