reacties_van_ de_ URaad

Brief UR diversiteit (internationalisering)

logo URaad UT

universiteitsraad

Griffie

Spiegel – kamer 500




Aan het College van Bestuur,




Uw kenmerk


Telefoon

053 - 489 2027

Ons kenmerk

UR 06-209

Fax


Datum

22 juni 2006

e-mail

j.ribberink-vanmiddelkoop@utwente.nl

Betreft: Nota “Diversiteit, Kwaliteit en Groei – Uitgangspunten voor de internationale strategie van de Universiteit”



Geacht college,



De Universiteitsraad heeft notie genomen van de nota “Diversiteit, Kwaliteit en Groei – Uitgangspunten voor de internationale strategie van de Universiteit en deze bediscussieerd in de commissievergadering O&O dd. 13-06-2006 in aanwezigheid van de heer Flierman en de heer Van Ast en in de interne vergadering van 20-06-2006. Naar aanleiding hiervan komt de Universiteitsraad tot de volgende overwegingen, vragen en advies.


Overwegingen en vragen

1.De Universiteitsraad gaat er van uit dat deze notitie als een startnotitie moet worden gezien. Welk tijdspad ziet het College voor de notitie die ter instemming aan de Universiteitsraad wordt voorgelegd?

2.De Universiteitsraad is van mening dat een streefgetal van 10.000 studenten in 2010 behalve als ambitieus ook als weinig reëel moet worden gezien. De instroom in de Bachelor zou in 4 jaar met 90% moeten stijgen. De scenario’s die in de nota worden geschetst, teneinde deze streefcijfers te halen, zijn naar het inzicht van de Universiteitsraad weinig overtuigend (zie samenhang met punt 3 en 4 hieronder). De haalbaarheid hangt ook sterk af van de rendementontwikkeling zoals in de nota op pagina 7 wordt beschreven, aangezien rendement gevolgen heeft voor studentaantallen. De Universiteitsraad ondersteunt overigens het streven naar meer internationalisering mits kwaliteit van onderwijs en onderzoek behouden blijft. Een reële doelstelling lijkt de UR echter beter dan een irreële.

3.De notitie belicht in feite alleen het onderwijsgedeelte van internationalisering. De middelen die nodig zijn om bovengenoemde aantallen überhaupt te faciliteren zullen niet gering zijn, zowel wat betreft vastgoed, alsook ondersteuning, alsook kwaliteit van die ondersteuning. Het noodzakelijke flankerende beleid in deze zaken is de Universiteitsraad vooralsnog niet helder. Een kosten-batenanalyse mag ook niet ontbreken in een volgende versie van de notitie.

4.Doorredenerend op het item streefcijfers, blijkt uit de notitie impliciet dat 2000 van de 3000 geprojecteerde internationale studenten de Duitse nationaliteit zouden hebben. Indien deze implicatie juist is afgeleid, dan krijgt het begrip internationale instroom wel een zeer eenzijdige invulling. Een eenzijdige ontwikkeling die ook in de notitie als onwenselijk wordt gekenmerkt (situatie bij de huidige opleiding Psychologie).

5.Taught-PHD’s lijken, gezien de omschrijving in de nota, “ontwerpers” te zijn. Deze ontwerpersopleidingen zijn in het verleden niet erg succesvol gebleken.

6.

7.In de notitie wordt onder andere ingezet op brede Engelstalige Bachelors. Het lijkt redelijk om te veronderstellen dat er dus veel aandacht zal moeten komen voor de Engelse taal, met name ook in het onderwijs aan bachelorstudenten, meer nog dan in de masters. In deze nota wordt echter het verband met de nota taalbeleid van de UT niet geëxpliciteerd. Naar het inzicht van de Universiteitsraad is dit een serieuze omissie. De Universiteitsraad staat in principe niet afwijzend tegenover meer Engels in de bachelor. Maar kijk wel uit dat er geen Nederlandse instroom door wordt weggejaagd. En bekijk ook goed wat er wettelijk wel en niet mogelijk is.

8.De Universiteitsraad is van mening dat er zou moeten worden voorzien in een inventarisatie van tijdsinspanning en kosten voor het instellen van brede Engelstalige Bachelors. Voorts moet nog goed worden bediscussieerd of en in welke mate brede bachelors wenselijk zijn, bijvoorbeeld om te voorkomen dat teveel afgestudeerden “van alles wat en niets van iets” weten.

9.Op pagina 8 van de notitie lijkt het alsof er geen instroom in de master vanuit de bachelor is. Dit komt de UR vreemd voor; het grootste deel van de UT-bachelors stroomt toch door naar een UT-master?

10.Op pagina 8 wordt gesteld dat uit het feit dat interne doorstomers geen deficiënties hoeven weg te werken blijkt dat UT masteropleidingen niet aansluiten bij de rest van de markt. Deze conclusie komt onjuist over op de UR.

11.Op pagina 9 wordt gesteld dat de UT ingangseisen goed tegen het licht moet houden, de UR vindt dit een goede zaak. Daarbij wordt gesteld dat niet geforceerd moet worden geprobeerd toelatingseisen van voor de bachelor/master structuur te handhaven. De UR is het hier mee eens in die zin dat oude situaties nooit een uitgangspunt mogen zijn, maar wil wel benadrukken dat heel goed opgepast moet worden voor een algehele daling van het niveau van opleidingen in de strijd om meer instroom.

12.De UR vindt het uitdrukken van eindtermen en toelatingseisen voor masterprogramma’s een goede zaak. Dit zou ook voor de bacheloropleidingen moeten gebeuren.

13.Op pagina 11 wordt gesteld dat de minorruimte explicieter moet worden ingezet als optie voor internationale uitwisseling. UReka pleit al een tijd voor een vrije keuzeruimte van 30 EC (bestaande uit 20 EC minor en 10 EC keuzevakken), gaat deze optie nu daadwerkelijk gekozen worden? En zo niet wat gebeurt er dan wel?

14.Op pagina 11 wordt gesproken over andere onderwijsproducten, wellicht dat ook de expertise van BC hierin kan worden gebruikt.

15.Er wordt gesproken over een opdracht voor SU en studieverenigingen op pagina 12. De UR vindt het heel belangrijk dat goed wordt afgesproken met alle betrokkenen wie wat gaat doen en waarvoor verantwoordelijk is.

16.De toekenningscriteria voor het TSP zijn niet helder en de berekening van het aantal studenten dat gebruik zal maken van het TSP lijkt een schatting uit de losse pols (zie bovendien de eventuele samenhang met punt drie hierboven).

17.Pagina 21 voetnoot: Slaat dit op de nota “Groei” welke laatst in de CCO is besproken? En komt deze nota nog langs de UR?

18.De UR vindt het van het allergrootste belang dat er een goede evaluerende functie wordt ingebouwd in het internationaliseringsproces. Er moeten medewerkers zijn die steeds bekijken welke knelpunten er zijn voor buitenlandse studenten en deze knelpunten aan de betrokkenen doorgeven. Zo kan voorkomen worden dat internationale studenten met een waslijst problemen zitten zoals laatst bleek tijdens de lunch met de rector.

19.Wordt deze notitie nog in het Engels vertaald en besproken met internationale studenten? Zij zijn tenslotte degenen die dit aangaat en kunnen wellicht veel beter dan Nederlanders bijvoorbeeld aangeven wat er nog mist.


De Universiteitsraad adviseert:

1.de bovenstaande overwegingen mee te nemen in de volgende versie van de notitie

2.het flankerend beleid voor vastgoed, ondersteuning en HRM in de notitie op te nemen;

3.te expliciteren aan welke opleidingen moet worden gedacht bij het realiseren van de streefaantallen studenten;

4.expliciet in de nota aan te geven wat het verband is met de nota taalbeleid;

5.een duidelijke kosten-batenanalyse te maken en deze op te nemen in de nota;

6.een goede evaluerende functie in te bouwen in het internationaliseringsproces.



Met vriendelijke groet,

namens de Universiteitsraad,




ir. T.M.J. Meijer

voorzitter