reacties_van_de_URaad

11. Schriftelijke rondvraagpunten

logo Universiteitsraad UT

universiteitsraad

Griffie

Spiegel – kamer 500



Aan het College van Bestuur



Uw kenmerk


Telefoon

053 - 489 2027

Ons kenmerk

UR 06-111

Fax


Datum

11 mei 2006

e-mail

j.ribberink-vanmiddelkoop@utwente.nl

Betreft: Schriftelijke rondvraagpunten overlegvergadering 16 mei 2006



Geacht college,



De Universiteitsraad legt hierbij schriftelijk de volgende rondvraagpunten aan u voor.

Graag ontvangt de raad in de komende overlegvergadering uw reactie hierop.


A. Taalbeleidsplan

De Universiteitsraad heeft onlangs twee documenten over taalbeleid,­­ verkregen. De UR heeft hier een aantal vragen over aan het college:

1.Worden documenten 1 en 2 uit de voetnoot bedoeld in het collegebesluit van 6-12-2004?

2.Is het college van mening dat het Taalbeleidsplan als uitwerking van het beleid aan de UR ter bespreking (advies) aan de UR aangeboden zou moeten worden? En zo ja, waarom is dat dan niet gebeurd?

3.In het Instellingsplan wordt gesproken over de Engelse taalvaardigheid van het personeel en “Hiertoe zal op korte termijn een Taalbeleidsplan worden ontwikkeld.” Worden met dit Taalbeleidsplan de documenten 1 en 2 uit de voetnoot bedoeld, en zo niet wat dan wel?

4.Zou het college alsnog met de UR van gedachten willen wisselen over taalbeleid al dan niet op basis van (nieuwe) documenten?



B. ELO

In de overlegvergadering van 4 april is afgesproken een tweetal nog resterende vragen uit de UR - brief betrekking tot het besluit ELO (UR 06 – 069) in de vergadering van de commissie O&O te behandelen. Dit is helaas niet gebeurd. Het gaat om de vragen betreffende TAST/TOST/VIST en de rol van de UR in de besluitvorming rond de ELO. Graag ontvangt de raad alsnog een antwoord hierop.



C. Reorganisatieplannen

Informeel hebben Universiteitsraadsleden vernomen dat geschat wordt dat de kosten van de reorganisatie van TNW kunnen oplopen tot M€ 10 en die van EWI geschat worden op M€ 4 tot




maximaal M€ 6. De totale omvang van de reorganisatiekosten wordt, gezien de afspraken van het college met de decanen, ten laste van de algemene middelen gebracht.


1.Kloppen deze bedragen? Zo nee, wat zijn dan de reële schattingen van de kosten gezien het te verwachten sociale plan?

2.Voor welk deel zijn de kosten te wijten aan nonactiviteitsregelingen van betrokken 55-plussers? Wat is de daadwerkelijke bezuiniging die door ontslag bereikt wordt voor deze categorie en zijn de kosten van deze regelingen betrokken bij de afweging hen al dan niet (langer) in te zetten voor UT-taken? Is dit laatste een collectieve of een individuele afweging.

3.Gezien de zeer substantiële inzet van middelen is de vraag op welke wijze en wanneer de UR betrokken wordt bij de besluitvorming om deze bedragen vrij te maken op de UT-begroting.



Met vriendelijke groet,

namens de Universiteitsraad,




ir. T.M.J. Meijer

voorzitter