reacties_van_de_URaad

8. Instellingskwaliteitszorg

Logo URaad UT

universiteitsraad

Griffie

Spiegel – kamer 500



Aan het College van Bestuur



Uw kenmerk


Telefoon

053 - 489 2027

Ons kenmerk

UR 06-120

Fax


Datum

11 mei 2006

e-mail

j.ribberink-vanmiddelkoop@utwente.nl

Betreft: Instellingskwaliteitszorg



Geacht college,



Zoals u weet behoort het “systeem van kwaliteitszorg” tot de instemmingbevoegdheden van de UR. Goede kwaliteitszorg voor het onderwijs is voor alle partijen in de UR een belangrijk aandachtspunt. In het afgelopen jaar heeft de UR dan ook in verschillende settings en met verschillende personen gesproken over de wijze waarop de kwaliteitszorg is georganiseerd.

Uit de contacten met leden van OLC’s en FR-en blijkt dat kwaliteitsbewaking van het onderwijs soms goed maar vaak ook onvolledig tot volstrekt onvoldoende is geregeld. De onvolkomenheden komen ook naar voren uit zelfevaluatie- en accreditatierapporten. Ook de invoering van de BaMa-structuur heeft geleid tot omissies bij de kwaliteitszorg, vooral bij de masteropleidingen. Wij constateren gelukkig dat verschillende faculteiten/opleidingen voornemens zijn op dit punt een inhaalslag te plegen.


Binnen de Universiteitsraad leeft de mening dat het goed zou zijn de verdere ontwikkeling van de kwaliteitszorg van de afzonderlijke opleidingen en faculteiten te laten samenlopen met de ontwikkeling van een universiteitsbeleid ter zake. Het “systeem van kwaliteitszorg” op UT - niveau zou wat de UR betreft kunnen bestaan uit een aantal (minimum)criteria voor de invulling op decentraal niveau en bijvoorbeeld de (toetsbare) wijze waarop over de voortgang van de kwaliteitsbewaking wordt gerapporteerd. Vooralsnog blijkt dat sturing op basis van “handreikingen” onvoldoende resultaat oplevert.


De Universiteitsraad heeft ook kennisgenomen van het concept - project ‘instellingskwaliteitszorg’ en daarover met de opsteller uitgebreid van gedachten gewisseld.

In beginsel ondersteunt de raad het initiatief van harte, want hij deelt de daarin verwoorde mening dat de UT moet komen tot een - op hoofdlijnen uniform – kwaliteitssysteem en draagvlak daarvoor in de eenheden. De Universiteitsraad heeft echter op twee punten zijn bedenkingen en zou deze graag met het college willen bespreken alvorens het college besluit tot uitvoering van het project.

Ten eerste betreft dat het tijdpad waarlangs het systeem ontwikkeld gaat worden. Naar onze informatie zou dat een tweejarig traject worden met aan het eind daarvan een plan. Onze zorg is dat over twee jaar de decentrale ontwikkeling van de kwaliteitzorg op de UT al zover uit elkaar ligt dat het plan geen kans van slagen meer heeft. Juist bij aanvang van de ontwikkeling heeft de gewenste mate van uniformering goede kans van slagen.


Een tweede punt van aandacht lijkt ons de uitgangspunten, of juist het gebrek daaraan, van het te ontwerpen systeem. Op dit moment lijkt de aandacht vooral gericht te zijn op het creëren van draagvlak voor het plan van aanpak, wat uiteraard noodzakelijk is. De raad is echter wel van mening dat het van belang is om voorafgaand aan de start van het project – dat nu de vorm heeft van een proces – een aantal toetsbare ontwerpcriteria en randvoorwaarden te formuleren waaraan een instellingskwaliteitszorgsysteem tenminste zou moeten voldoen, zodat bij de verdere uitwerking het systeem telkenmale getoetst kan worden aan die criteria. Een aantal van die ontwerpcriteria is hoogst waarschijnlijk al duidelijk te beredeneren vanuit het NVAO accrediteringskader, de Dublin descriptoren, ervaringen met dergelijke systemen buiten de UT en bovenal de ervaringen met accreditatie op onze eigen werkvloer binnen de verschillende faculteiten c.q. opleidingen. Daaruit volgend wordt waarschijnlijk ook een aantal eisen duidelijk met betrekking tot de ondersteunende instellings(ICT)-systemen, de verslaglegging e.d. Onzes inziens moet voorkomen worden dat het wiel meerdere malen wordt uitgevonden en dat het traject van realisering te lang gaat duren.


Concreet wil de Universiteitraad u in het overleg de volgende vragen voorleggen:

1.Onderschrijft het college de noodzaak van een zekere mate van uniformering van het systeem van kwaliteitszorg onderwijs?

2.Bent u het met de Universiteitraad eens dat nu het momentum aanwezig is om aan de uniformering en vormgeving van de kwaliteitszorg een sturende impuls te geven?

3.Het project om te komen tot een instellingskwaliteitszorgsysteem heeft een looptijd van twee jaar. Zal dit project binnen deze tijd al sturing geven dan wel gevolgen hebben voor de kwaliteitszorg?

4.Aan het begin van het komend collegejaar wordt het plan van aanpak door het college gefiatteerd. Op welke wijze en wanneer wordt de Universiteitsraad betrokken bij de verdere keuzes ten aanzien van het UT - kwaliteitszorgsysteem voor onderwijs in het kader van het project?


Met vriendelijke groet,

namens de Universiteitsraad,




ir. T.M.J. Meijer

voorzitter