reacties_van_de_URaad

9. Brief UR sanerings- en reorganisatieplannen faculteiten

logo Universiteitsraad UT

universiteitsraad

Griffie

Spiegel – kamer 500




Aan het College van Bestuur





Uw kenmerk


Telefoon

053 - 489 2027

Ons kenmerk

UR 06-076

Fax


Datum

30 maart 2006

e-mail

j.ribberink-vanmiddelkoop@utwente.nl

Betreft: Sanerings- en reorganisatieplannen




Geacht college,


Uw reacties op de reorganisatie- en saneringsplannen van de faculteiten CTW, EWI en TNW roepen bij de UR de volgende vragen op. Doordat er geen commissieoverleg met de portefeuillehouder heeft kunnen plaatsvinden, willen we deze vragen met u in het overleg bespreken, en daarbij ook onderstaand conceptadvies aan de orde stellen.


Algemeen

1.De Universiteitraad heeft afschriften ontvangen van CvB-brieven aan de decaan inzake de reorganisatieplannen en de bijbehorende adviezen van de faculteitsraden. Er blijken van die brieven verschillende versies te bestaan: in één geval (EWI) zelfs twee versies met hetzelfde kenmerk e.d.
Is het college het met de UR eens dat dit laatste ontoelaatbaar is in het kader van goed bestuur?
Wat is de reden van het bestaan van meerdere versies?
Waarom zijn de versies die naar de UR zijn gegaan als vertrouwelijk toegestuurd?

2.Bij de reorganisatie van TNW is er sprake van een gehonoreerde claim. Volgens de brief die naar de faculteit is gegaan gaat het om maximaal M€ 2. Welke gevolgen voor het onderwijs / onderzoek worden met het toewijzen van deze claim voorkomen? Bij deze extra structurele toewijzing had ook het voorstel voor aanpassing van het verdeelmodel richting UR kunnen worden gedaan. Immers, een extra toewijzing aan één faculteit impliceert een even grote korting op de andere faculteiten; een ophoging van het premiedeel voor onderzoek impliceert een verlaging van de overige onderzoekcompartimenten of zelfs van de onderwijsbekostiging. Bij dat laatste is een (hernieuwde) verschuiving van middelen van maatschappijwetenschappelijke naar technische faculteiten onvermijdelijk.
Is zo’n voorstel te verwachten?

3.Past de extra toewijzing aan TNW ook in de strategie van de universiteit en wordt deze keuze gesteund door het UMT?

4.In hoeverre is het realistisch om het honoreren van de claim van TNW te koppelen aan het bezuinigingsplan van M€ 5 op “overhead” en wanneer krijgt de UR dit plan voorgelegd? En als deze operatie al bezuinigingen oplevert, worden de revenuen dan niet gewoon modelmatig verdeeld?

5.Is het treffen van voorzieningen op UT-niveau voor de saneringen van de faculteiten wenselijk, aan welke bedragen denkt het college en hoe worden deze vrijgemaakt?
Toelichting: Het treffen van een voorzienig op centraal niveau kan opgevat worden als een uitnodiging voor de faculteit om zo veel en zo snel mogelijk kosten naar dit budget te verleggen. Dit kan strijdig zijn met goed personeelsbeleid voor de UT als geheel in financiële, sociale en organisatorische zin. Gezien het feit dat de betrokken faculteiten extra middelen tegemoet kunnen zien voor de overbrugging van het matching-gat en uit de CoE-subsidie is het wellicht beter t.z.t. reserves aan te vullen, indien deze ondanks goed beleid onder de norm zakken.

6.Bij de te schrappen leerstoelen is ook een groot aantal promovendi werkzaam. In het bijzonder het P-NUT wordt aangesproken over zorgen ten aanzien van het afronden van het promotietraject. Kan het college inmiddels deze zorgen wegnemen en garanderen dat de UT zal voorzien in een goede afronding van de door haar aangegane afspraken over promotietrajecten? Is hierover inmiddels een heldere regeling afgesproken?


Saneringsplan CTW

De UR heeft (nog) niet de beschikking over het plan en FR-advies waardoor de CvB-reactie moeilijk is te beoordelen.

7.Wat is de aard en omvang van het in het plan genoemde mobiliteitsfonds?

8.Bemoeit het college zich niet te zeer met de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de decaan door te stellen dat zij “betrokken wenst te worden bij de wijze van opvulling van de 5 extra te bezuinigen fte herinvestering”?


Reorganisatieplan EWI

9.Heeft het college wel de beschikking over een actuele meerjarenbegroting 2006-2008 van EWI, gebaseerd op het UT-meerjarenkader en realistische prestatieontwikkeling?
Toelichting: een dergelijke begroting is o.i. niet beschikbaar maar is wel onderdeel van de opdracht aan de decanen in het kader van de sanering van de faculteiten. Vooral de gevolgen van de afnemende studentenaantallen bij EWI baren ons zorgen.

10.Hoe staat het college tegenover het advies van de FR, waaronder het voorstel om de reorganisatieperiode te verlengen van 3 tot 5 jaar?


Reorganisatieplan TNW

11.Het college spreekt haar waardering uit voor de wijze waarop het plan met de facultaire gemeenschap is afgestemd. Dit is ten hoogste met de vertegenwoordiging van de facultaire gemeenschap, in casu de faculteitsraad. Het plan zelf is nog steeds vertrouwelijk (in tegenstelling tot EWI) en het is voor faculteitsraadsleden dan ook principieel niet mogelijk om hier met anderen dan faculteitsraadsleden over te spreken. In de kamer van hoogleraren is dit plan ook besproken. Ook dit was echter een besloten bijeenkomst en zeker geen representant van de facultaire gemeenschap. Er is een voorlichtingsbijeenkomst geweest voor de facultaire gemeenschap, echter, zonder voorafgaande kennis van het volledige plan door de voltallige facultaire gemeenschap kan een dusdanige samenvatting door de opsteller moeilijk als afstemming met de facultaire gemeenschap gezien worden. Is het college daadwerkelijk van mening dat er inmiddels sprake is van een afstemming van de facultaire gemeenschap?

12.Waarom acht het college een niet-modelmatige extra bekostiging van TNW gerechtvaardigd (onafhankelijk van het succes van M€ 5 bezuiniging en een eventuele wijziging van het verdeelmodel)?

13.Draagt het college structureel het gevraagde bedrag bij en met ingang van welk jaar?














Concept-advies financiële gevolgen reorganisatieplannen technische faculteiten:


De Universiteitsraad constateert dat het college heeft toegezegd om, vooruitlopend op wijzigingen van het verdeelmodel en ongeacht het resultaat van bezuinigingsplannen ten aanzien van de overhead, structureel tot M€ 2 aan extra middelen aan de faculteit TNW toe te kennen. Indien het hier inderdaad gaat om extra middelen voor specifiek het onderzoek van TNW, zal deze toezegging ten koste gaan van de andere faculteiten (en i.h.b. BBT en GW) en/of de onderwijsbekostiging. Een argumentatie waarom de overige 4 faculteiten moeten inleveren ten faveure van TNW ontbreekt.
Tevens constateert de Universiteitsraad dat het college voornemens is een centrale voorziening te creëren voor de saneringsplannen van de 3 technische faculteiten. Daarmee worden de faculteiten uitgenodigd om zo snel en zo veel mogelijk kosten op dit budget te verhalen. Een en ander leidt tot voor de UT suboptimale oplossingen en onnodig hoge uitstoot van personeel.

Daarom adviseert de Universiteitsraad:

1.De toezegging in de huidige vorm voor extra middelen aan TNW in te trekken en een voorstel te formuleren dat én tegemoet komt aan de problematiek van TNW en andere faculteiten én ingebed kan worden in het verdeelmodel, zonder dat dit ten koste gaat van het onderwijs of de maatschappijwetenschappen. Kortom: beargumenteerd aangeven naar welke doelen extra middelen moeten toegaan en hoe deze middelen worden vrijgemaakt.

2.Geen centrale voorzieningen te creëren voor de saneringsplannen, maar, zo nodig, op termijn via reservepolitiek mogelijke problemen op te lossen.




Met vriendelijke groet,

namens de Universiteitsraad,





ir. T.M.J. Meijer

voorzitter