reactie van de UR

6. Ziekteverzuimbeleid advies

logo UR

universiteitsraad

Griffie

Spiegel – kamer 500



Aan het College van Bestuur

cc: OPUT



Uw kenmerk


Telefoon

053 - 489 2027

Ons kenmerk

UR 05-325

Fax


Datum

8 december 2005

e-mail

j.ribberink-vanmiddelkoop@utwente.nl

Betreft Nota Ziekteverzuimbeleid Universiteit Twente



Geacht college,



De besluitvorming over de Nota ziekteverzuimbeleid Universiteit Twente, dd juni 2005 met als kenmerk 369.395/PA&O is nog steeds niet afgerond. Belangrijkste reden hiervoor is de onduidelijkheid over welk gremium hierop instemming moet verlenen, de UR of het OPUT. In een separate brief aan U (kenmerk UR 05-312 dd 30-11-2005) doet de raad een voorstel om de besluitvorming in dezen op pragmatische wijze af te ronden en heldere afspraken te maken over de verdeling van instemmingsbevoegdheden voor UR en OPUT.


De voorliggende nota is in de commissievergadering besproken en toegelicht door Mariëlle Winkler van de dienst PA&O. Daarbij zijn onder meer de volgende onderwerpen ter sprake gekomen:


-Er is binnen de universiteit geen case manager in de gebruikelijke zin aangesteld, wel een assistent case manager die toeziet op juiste procedurele afhandeling van ziektegevallen. De direct leidinggevende heeft de overige verantwoordelijkheden van case manager. Omdat de reïntegratie begeleid wordt door de bedrijfsarts, die daarover volgens het ziekteverzuimprotocol ook advies uitbrengt, acht de Universiteitsraad een overleg wenselijk tussen de medewerker, zijn/haar directe chef en de bedrijfsarts. In dit overleg kunnen concrete afspraken worden gemaakt over de te nemen stappen in het reïntegratieproces.

-In de nota wordt opgemerkt dat er per eenheid grote verschillen zijn in het ziekteverzuim en dat PA&O streeft, waar nodig en mogelijk, naar een op de eenheid gerichte aanpak van de verzuimproblematiek. Wij zijn van mening dat verzuimcijfers en aanpak aan de faculteits- en dienstraden moeten worden voorgelegd.

-In de nota wordt een Conflictenprotocol aangekondigd, dat door de dienst PA&O zal worden opgesteld. Wij adviseren om dit protocol te zijner tijd ter instemming voor te leggen aan het OPUT. Dit advies sluit aan bij de bevoegdhedenverdeling zoals voorgesteld in de eerder genoemde brief aan U.

-Een moeilijk punt in de, met name preventieve, aanpak van het ziekteverzuim lijkt ons het aanspreken van de medewerker op zijn privé activiteiten, voorzover er een verondersteld causaal verband is tussen deze activiteiten en het geconstateerde verzuim. Het lijkt ons daarom goed dat er in de cursus voor leidinggevenden aandacht wordt besteed aan dit punt. Het gaat dan met name om de manier waarop dit onderwerp ter sprake kan worden gebracht, zodat het door zowel de medewerker als de chef als positief wordt ervaren.







Samenvattend komen we dan tot de formulering van het volgende advies (schuingedrukt deel is optioneel naar aanleiding van bovengenoemde punten die in de commissievergadering naar voren kwamen):


CONCEPT-ADVIES Universiteitsraad


De Universiteitsraad,

gezien:

De Nota ziekteverzuim Universiteit Twente, d.d. juni 2005, kenmerk 369.395/PA&O;

De brief betreffende “besluitvorming ziekteverzuimbeleid en convenant CvB-OPUT-UR (kenmerk UR 05-312);


overwegende dat:

Onduidelijkheid over de instemmingsbevoegdheden zo snel mogelijk opgeheven dient te worden;


gehoord:

de mondelinge toelichting van Mariëlle Winkler, medewerker van de dienst PA&O;

de toezegging van het college om
- in het ziekteverzuimprotocol op te nemen dat het plan van aanpak van de reïntegratie (stap 8) opgesteld wordt door leidinggevende en werknemer in het bijzijn van de bedrijfsarts.
- bij de te nemen maatregelen (4.2) expliciet op te nemen dat de ziekteverzuimcijfers en eventueel een op de eenheid gericht plan van aanpak van het ziekteverzuim worden voorgelegd aan de betrokken medezeggenschapsraad.


besluit:

positief te adviseren over de Nota ziekteverzuimbeleid Universiteit Twente.







Met vriendelijke groet,

namens de Universiteitsraad,




ir. T.M.J. Meijer

voorzitter