agenda_onderwerpen

4. Master Sustainable Energy Technolog voorstel

Voorzitter OLC CTW Voorzitter CCO

Voorzitter OLC TNW Voorzitter Stuurgroep Onderwijs

Voorzitter OLC BBT Voorzitter UR

Voorzitter faculteitsraad CTW

Voorzitter faculteitsraad TNW

Voorzitter faculteitsraad BBT




uw kenmerk


telefoon

053-4892037

ons kenmerk

DUB/371.621/Dk

fax

053-4894898

datum

17 oktober 2005

e-mail

r.vandijk@utwente.nl

cc


bijlage


onderwerp

voorstel tot versnelde procedure van advies en besluitvorming inzake 3 TU masteropleiding Sustainable Energy Technology





Zoals bekend bevat het Sectorplan Wetenschap & Technologie (paragraaf 12.4, pag. 53) het voornemen om met spoed tot zes nieuwe nationale masteropleidingen aan de drie technische universiteiten te komen.


Inmiddels is met de ontwikkeling van inhoudelijke plannen voor de opleiding Sustainable Energy Technology goede voortgang geboekt en het opleidingsvoorstel is thans nagenoeg voltooid. De opleiding zal worden gesitueerd binnen de faculteit CTW; vanuit de faculteit TNW zullen modulen worden toegeleverd. De plannen voorzien ook in enige toelevering vanuit de faculteit BBT.


Zoals bekend dienen voorstellen voor nieuwe opleidingen, zodra de UR besloten heeft tot formele instelling van de opleiding, te worden voorgelegd aan de NVAO ter advisering en vervolgens aan OC&W voor een macrodoelmatigheidstoets. Pas daarna kan de opleiding bij de IBG worden aangemeld ter registratie in het CROHO, hetgeen een voorwaarde is voor het verkrijgen van bekostiging voor de universiteit en studiefinanciering voor de zich aanmeldende studenten. De NVAO heeft een adviestermijn van vier maanden en OC&W heeft als regel een vergelijkbare periode nodig voor de toetsing van de macrodoelmatigheid (aan de hand van een afzonderlijk document).

Het CvB hecht aan een zorgvuldige besluitvorming inzake nieuwe opleidingen binnen de UT. Daarom heeft de UT altijd gekozen voor een in serie geschakelde advisering en besluitvorming: opleidingscommissie, faculteitsraad, CCO, StOW, CvB en tenslotte de UR. Deze in serie geschakelde besluitvorming binnen de UT neemt als regel een periode van zes tot negen maanden in beslag.


Er zijn thans enkele bijzondere overwegingen om (in navolging van de in mei jl. voor twee andere 3 TU masteropleidingen “Embedded Systems” en de universitaire lerarenopleiding INF gevolgde procedure) voor Sustainable Energy Technology van de bovengenoemde serieschakeling af te wijken.


1)Nog los van de nationaal in kracht winnende roep om versnelde procedures voor nieuwe masteropleidingen (die immers nauw gelieerd zijn aan het per definitie snel qua inhoud wijzigende wetenschappelijk onderzoek) heeft de TUE reeds op eigen koers een adviesaanvraag voor de eigen masteropleiding Sustainable Energy Technology bij de NVAO ingediend. Dat zet druk op de UT en de TUD om de TUE daarin snel te volgen. Immers, wie als eerste een masteropleiding start, zet de toon en dat vertaalt zich als regel langjarig in de instroom van studenten.

2)Anders dan in het verleden soms het geval was bij ongedeelde opleidingen is de voorgenomen aanvraag naar onze verwachting voor geen enkel te raadplegen gremium binnen de UT controversieel in de zin dat er benadeelde partijen zouden zijn. Voor de opleiding Sustainable Energy Technology geldt bij uitstek, dat alle docenten die een essentiële inhoudelijke bijdrage aan de opleiding kunnen leveren, bij het plan zijn betrokken en met een geconcretiseerde bijdrage in het opleidingsvoorstel zijn opgenomen.

3)De beoogde masteropleiding Sustainable Energy Technology had gemakkelijk medio 2002 in het kader van de invoering van de Bachelor Master structuur opgenomen kunnen worden in de lijst van voorgestelde masteropleidingen. De UT beschikte immers over een licentie voor een opleiding Milieutechnologie, waarin CT, WB en BSK participeerden. Deze ongedeelde opleiding is echter bij de herschikking van het opleidingsaanbod in het kader van BaMa geschrapt. De besluitvorming in 3 TU-verband inzake nieuwe, voor de ontwikkeling van technologie en de Nederlandse kenniseconomie in zijn algemeenheid cruciaal te noemen nieuwe masteropleidingen is voor het CvB aanleiding geweest om aan te sturen naar verzelfstandiging van Sustainable Energy Technology tot eigenstandige masteropleiding. Hetzelfde geldt t.z.t. voor de lopende voorbereiding van twee andere voor de UT nieuwe nationale masteropleidingen in 3 TU-verband: “Systems and Control”, en “Construction Management and Engineering”.


Op grond van de hierboven genoemde overwegingen stellen wij u thans voor om voor de masteropleiding Sustainable Energy Technology een versnelde, parallel geschakelde procedure van interne besluitvorming te volgen. Wij verzoeken hierbij:


a)aan de faculteitsraad CTW: besluitvorming inzake instelling van de opleiding onder voorbehoud van instemming door de OLC

b)aan de faculteitsraden TNW en BBT: instemming met de in de nota beschreven toelevering van onderwijs aan de beoogde opleiding Sustainable Energy Technology onder voorbehoud van instemming door de OLC

c)aan de CCO: advisering inzake de opleiding onder voorbehoud van instemming door de faculteitsraden

d)aan de StOW: advisering inzake beide opleidingen onder voorbehoud van instemming door de faculteitsraden en van het advies van de CCO

e)aan de UR: instemming met instelling van de opleiding onder voorbehoud van instemming door de faculteitsraden CTW-TNW-BBT, en van positieve adviezen van CCO en StOW.


Wij verzoeken de OLC’s van CTW, TNW en BBT om op de gebruikelijke manier advies uit te brengen: CTW inzake de instelling van de beoogde opleiding, TNW en BBT inzake toelevering aan de beoogde opleiding.


Het opleidingsvoorstel Sustainable Energy Technology verschilt in zoverre met de twee eerder in 3 TU-verband bij de NVAO ingediende opleidingsvoorstellen, dat bij de opleiding Sustainable Energy Technology duidelijk sprake is van een taakverdeling tussen de 3 TU’s. Het vakgebied wordt aan alle drie TU’s bewerkt, maar er is daarbinnen instellingsgewijs sprake van een helder gedefinieerde specialisatie. Er zijn derhalve heldere afspraken gemaakt over het toeleveren van modulen tussen de 3 TU’s. Anders gezegd: Sustainable Energy Technology is bij uitstek geschikt om als één opleidingsaanvraag door de 3 TU’s gezamenlijk te worden ingediend, en dit is dan ook het voornemen. Het opleidingsvoorstel is aanzienlijk sterker dan een instellingsgewijs opleidingsvoorstel had kunnen zijn.



Wij realiseren ons dat het bovenstaande verzoek tamelijk onorthodox is, maar wij vertrouwen er op dat u op grond van de hierboven gegeven argumentatie in het belang van de instelling kunt instemmen met de voorgestelde versnelde procedure. Op deze manier blijft het perspectief bestaan dat de opleiding in augustus 2006 van start kan gaan.


De betreffende basisdocumenten zullen u dezer dagen worden toegezonden zodra deze gereed zijn.



Namens het College van Bestuur,





Drs. P.A. Binsbergen,

Secretaris van de Universiteit