reacties van de raad

4c. UR brief Beta beurzen

logo Universiteitsraad

universiteitsraad

Griffie

Spiegel – kamer 500



Aan het College van Bestuur




Uw kenmerk


Telefoon

053 - 489 2027

Ons kenmerk

UR 05-158

Fax


Datum

23 juni 2005

e-mail

j.ribberink-vanmiddelkoop@utwente.nl

Betreft: Uitvoeringsregeling Bèta beurzen



Geacht college,



In de vergadering van de commissie P&S bleken er enkele onduidelijkheden te bestaan over de Uitvoeringsregeling Bèta beurzen:

-Het is niet duidelijk hoe de opmerking van de CVA betreffende een peildatum om te besluiten welke BMT studenten recht hebben op een beurs verwerkt is in de Uitvoeringsregeling. (Dit naar aanleiding van de bijgevoegde brief over de bètabeurzen van de CVA.)

-Op pagina 1 van de tekstuele begeleiding van het concept besluit wordt een opmerking gemaakt over een 150 SP criterium bij de studie BMT. De commissie gaat er van uit dat hier 150 EC worden bedoeld. Echter, een dergelijk getal komt in de Uitvoeringsregeling nergens terug. Wel zijn er specifieke voorwaarden voor de studie BMT (in artikel twee van de Uitvoeringsregeling), maar deze gaan over de propedeuse (60 EC) en de bachelor (180 EC).

-De commissie vraag zich af of de keuze om vrouwen voorrang te geven bij het toewijzen van beurzen bij de studie BMT, niet in strijd is met de grondwet betreffende discriminatie naar geslacht. De commissie staat dus niet negatief tegenover het achterliggende idee van de voorkeurspositie van vrouwelijke studenten, maar vraag zich af of het juridisch juist is.


Graag hoort de UR een toelichting op de bovengenoemde punten.


Daarnaast vraagt de raad zich af waarom in artikel 3 van de Uitvoeringsregeling het studentenactivisme -ook een erkende vorm van studievertraging (zoals aangegeven in het studentstatuut)-, geen argument is om de termijnvoorwaarden te verlengen. Naar mening van de UR zou dat wel zo moeten zijn.




Met vriendelijke groet,

namens de Universiteitsraad,




dr. G.J.I. Schrama

voorzitter