agenda onderwerpen

8c. Beta Beurzen



AGENDAPUNT: Uitvoeringsregeling Bèta-beurzen Universiteit Twente


Achterliggende stukken
a. brief CvB van 8 februari 2005 (366.577/DiSC/FvK) aan betrokken faculteiten;

b. brief van het Platform Bèta-Techniek van 25 maart 2005 aan de Federatie 3 TU i.o.;

c. concept-uitvoeringsregeling bèta beurzen UT;
d. advies Commissie Verlening Afstudeersteun (CVA) d.d. 30 mei 2005 (CVA05.0773).

Doel agendapunt:

Instemming UR m.b.t. het voorgenomen besluit van het CvB t.a.v. de uitvoeringsregeling Bèta-beurzen UT.

Toelichting :

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen heeft in de zomer van 2004 besloten een experiment te starten met zogenaamde bètabeurzen. Een van de doelstellingen van dit experiment is te zien of financiële prikkels een positief effect hebben op de studiekeuze en het studierendement. In dit experiment kunnen studenten van een beperkt aantal technische opleidingen in het HBO en WO een financiële bonus ontvangen indien zij goede studiere­sulta­ten hebben behaald. Een aantal studenten van de generaties 2004 en 2005 kunnen onder voorwaarden aanspraak maken op zo’n beurs ter waarde van in totaal € 1500.

Door de Stuurgroep Sectorplan Natuurwetenschappen (waarin vertegenwoordigd de 3 TU’s) is afgesproken dat voor de UT de volgende opleidingen zullen meedoen:

a. bachelor opleiding technische wiskunde

b. leraren opleiding wiskunde 1e graad (master Science Education)

c. bachelor opleiding Biomedische Techniek (Life science)


Zie voor verdere informatie de brief van 8 februari 2005 die het CvB aan de betrokken faculteiten heeft gezonden en de brief van het Platform Bèta-Techniek aan de Federatie 3TU i.o. van 25 maart 2005.

Zowel extern (3 TU en Platform Bèta en Techniek) als intern (betrokken opleidingen, FEZ, CVA, WAR) heeft er breed overleg plaatsgevonden over de uitvoering van het experiment.
Op de web-sites van de betrokken opleidingen worden studenten geïnformeerd over de beurs en ook in de verdere voorlichting aan studenten wordt op het bestaan van de beurs gewezen.
Zowel de Werkgroep Afstudeer Regelingen (WAR) als de Commissie Verlening Afstudeersteun (CVA) hebben positief geadviseerd over de vaststelling van de voorliggende uitvoeringsregeling.

WAR: enkele opmerkingen vanuit de WAR zijn in de Uitvoeringsregeling verwerkt.

CVA: zie de bijgevoegde brief van 30 mei 2005 (CVA.05.0773). De opmerkingen onder de eerste 2 aandachtstreepjes zullen in de regeling worden verwerkt.
Bij het 3
e aandachtstreepje vraagt de CVA zich af of het wel de bedoeling is dat vrouwelijke studenten met het N+T profiel van de regeling worden uitgesloten.

Reactie CvB: de opleiding BMT heeft hier een bewuste keuze gemaakt.

Studenten moeten voldoen aan het 150 SP criterium. Daarenboven selecteert BMT op het profiel Natuur + Gezondheid. Dat is de ‘te winnen markt’. Allereerst vallen de beurzen toe aan vrouwen met het N + G profiel. Als er beurzen resteren, vallen die toe aan mannen met het N + G profiel.

BMT wil meer mensgerichte (i.p.v. techniekgericht) practica en stages voor de studenten organiseren. BMT studenten helpen mensen met hun gezondheidsproblemen, door middel van techniek. Die focus moet de opleiding aantrekkelijk maken voor vrouwen en mensen met N + G profiel.

In de voorlichting wordt dit beginsel ook duidelijk gepresenteerd (tijdens bijeenkomsten, in brochures, studiegidsen, op de webpagina e.d.). BMT is niet alleen een technische studie, de studie hoort ook in het medische spectrum thuis, moet de boodschap zijn.BMT helpt leerlingen vanuit dezelfde filosofie met hun profielwerkstukken.Dit alles is of wordt opleidingsbeleid.









CONCEPT-BESLUIT Universiteitsraad

De Universiteitsraad

Gezien:
-
de brief van het CvB van 8 februari 2005 (366.577/DiSC/FvK) aan betrokken faculteiten;

- de brief van het Platform Bèta-Techniek van 25 maart 2005 aan de Federatie 3 TU i.o.;

- de voorliggende uitvoeringsregeling bèta beurzen UT;
- het advies Commissie Verlening Afstudeersteun (CVA) d.d.30 mei 2005 (cva.05.773)
- het voorgenomen besluit van het CvB luidend:
”Het CvB besluit de Uitvoeringsregeling Bèta-beurzen Universiteit Twente vast te stellen”
Overwegende:

- dat in 3 TU verband afspraken zijn gemaakt over welke opleidingen meedoen aan het experiment bèta-beurzen van het ministerie van OC&W;

- dat het Platform Bèta-Techniek in overleg met de 3 TU’s de randvoorwaarden heeft aangegeven voor de uitvoering van het experiment;

- dat voor de uitvoering van het experiment door de UT een zo praktisch mogelijke eenvoudige uitvoeringsregeling dient te worden getroffen voor deze beperkte tijdelijke experimentele regeling;

- dat de betrokken opleidingen zich kunnen vinden in de voorliggende uitvoeringsregeling;

- dat de Werkgroep Afstudeer Regelingen (WAR) en de Commissie Verlening Afstudeersteun (CVA) positief hebben geadviseerd over de vaststelling van de uitvoeringsregeling; de opmerkingen van de CVA in de eerste 2 aandachtstreepjes zullen worden overgenomen.

Gehoord:

- de beraadslagingen.

Besluit:

In te stemmen met het voorgenomen CvB besluit tot vaststelling van de uitvoeringsregeling Bèta-beurzen UT.


Faculteitsdecanen EWI, TNW, GW (ELAN)

Universiteit Twente



uw kenmerk


telefoon

053-489 5655/8034

ons kenmerk

366.577/DiSC/KVN

fax

053-489 3844

Datum

8 februari 2005

e-mail

f.e.vanKlaveren@utwente.nl



Onderwerp

Experiment Bètabeurzen



De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen heeft in de zomer van 2004 besloten een experiment te starten met zogenaamde bètabeurzen. Een van de doelstellingen van dit experiment is te zien of financiële prikkels een positief effect hebben op de studiekeuze en het studierendement. In dit experiment kunnen studenten van een beperkt aantal technische opleidingen in het HBO en WO een financiële bonus ontvangen indien zij goede studiere­sulta­ten hebben behaald. Een aantal studenten van de generaties 2004 en 2005 kunnen onder voorwaarden aanspraak maken op zo’n beurs ter waarde van in totaal € 1500.

Binnen de Stuurgroep Sectorplan Natuurwetenschappen (waarin vertegenwoordigd de 3 TU’s) is afgesproken dat voor de UT de volgende opleidingen aan het experiment zullen meedoen:

a. bachelor opleiding Toegepaste Wiskunde

b. leraren opleiding Wiskunde 1e graad (master Science Education)

c. bachelor opleiding Biomedische Technologie (Life science).


Kenmerken van het experiment bètabeurzen:

- veronderstelt verdere of voortgaande vernieuwing onderwijs;

- vergroting aantrekkelijkheid en studeerbaarheid van de opleiding;

- de bètabeurs moet een duidelijke plaats krijgen in de studievoorlichting en publieksgerichte acties;

- hoofddoelstelling voor instroom 2004-2005 is verbetering van het studierendement; voor de instroom 2005-2006 wordt verhoging van de instroom daaraan toegevoegd;

- beurs voor student bedraagt € 1500 en wordt uitgekeerd als de student aan enkele criteria heeft voldaan.


De 3 TU’s gezamenlijk hebben de plannen voor de geselecteerde opleidingen ingediend bij

het Deltapunt dat daarvoor door de Minister is aangewezen. Inmiddels heeft de UT van het

Delta­punt vernomen dat alle door de UT ingediende plannen akkoord zijn. T.z.t. kunnen

de gelden dan ook worden geclaimd bij OC&W.

 

Voor de geslecteerde opleidingen zijn de volgende kengetallen van belang:

TW:

- instroom TW 2004-2005 = 18; 

- beurs is voor alle ingestroomde studenten;
- € 750 wordt aan de student uitbetaald bij het behalen van de propedeuse in 2 jaar;

- € 750 wordt aan de student uitbetaald bij het behalen van het bachelor diploma in 4 jaar.


Lerarenopleiding Wiskunde (TULO): 

-instroom Lerarenopleiding Wiskunde 2004-2005 = 15

A. Bij een 2-jarige parttime studiegeldt:

- € 750 wordt aan de student uitbetaald na het eerste jaar bij het behalen van 30 ECTS

- € 750 wordt aan de student uitbetaald na het tweede jaar bij het behalen van in totaal

60 ECTS.

B. Bij een fulltime studie geldt:

- € 750 wordt aan de student uitbetaald na het behalen van 50 ECTS in het eerste jaar

- € 750 wordt aan de student uitbetaald bij het behalen van 10 ECTS in de eerste twee

maanden van het tweede jaar.


Biomedische Technologie:

Ter oriëntatie: de instroom 2004 van BMT studenten bedroeg 58 studenten waarvan 32 mannen en 26 vrouwen. In totaal zijn er voor de BMT opleiding instroom 2004 ca. 13 beurzen beschik­baar.

Vooralsnog geldt als raamwerk dat er allereerst beurzen toevallen aan vrouwen met het N+G profiel. Als er beurzen resteren, vallen die toe aan mannen met het N+G profiel. De criteria om in aanmerking te komen voor een beurs zijn:

- € 750 wordt aan de student uitbetaald bij het behalen van de propedeuse in 2 jaar

- € 750 wordt aan de student uitbetaald bij het behalen van het bachelor diploma in 4 jaar.


E.e.a. zal nog nader worden uitgewerkt in een korte duidelijke regeling. Als contactpersoon voor de coördinatie en nadere uitwerking is aangewezen F.E. van Klaveren, DiSC. Met de betrokken opleidingsdirecteuren en communicatiemedewerkers worden afspraken gemaakt over de uitvoering- en voorlichtingsaspecten.



Namens het College van Bestuur,





Drs. P.A. Binsbergen,

Secretaris van de Universiteit







c.c. Van Alste (BMT), Van Gils (TW), Terlouw (TO, TULO).
Directeur DiSC, FEZ, DUB

uw kenmerk

betreft


toekenning middelen experiment bètabeurzen

ons kenmerk

datum

VOHO.05.465/PB

25 maart 2005

Geachte heer Rullmann,


Als vervolg op de algemene e-mail-ronde en onze brief van 20 november 2005 (kenmerk VOHO.04.1776.PB) over het programma bètabeurzen meld ik u een aantal vervolgstappen die van belang zijn voor de uitvoering. Deze vervolgstappen bestaan uit:

-de raming van het aantal beurzen

-vervolg op de keuze voor wel / geen inzet flexibiliteit in het programma

-het uitbetalingsoverzicht en peildatum

-de beslissing over de uitvoeringskosten

-audit en evaluatie

-specifieke gevallen en belastingdienst


Start en verwachte aantal beurzen

Met de genoemde brief is het startschot gegeven voor de uitwerking van het beurzenprogamma door de instellingen. De 3 TU's doen mee met de bachelor-opleiding technische wiskunde (UT, TUe en TUD), de bachelor-opleiding life science & technology (TUD), de bachelor-opleidinge biomedische technologie (UT en TUe) en de gezamenlijke masteropleiding 1e graads leraar wiskunde, conform uw voorstel van 15 oktober 2004 en de aanvulling van 20 januari 2005. Op basis van alle ingediende voorstellen en de daarin opgegeven instroomgegevens en behaalde rendementen heeft het Platform Beta Techniek een raming opgesteld van verwachte aantallen beurzen. Voor de 3 TU's ziet deze raming er als volgt uit:


3TU

2004/2005

2005/2006

Totaal

Technische Wiskunde (TUD, TUe, UT)

32

32

64

Life Science & Technology (TUD)

14

15

29

Biomedische technologie (TUe)

14

15

29

Biomedische technologie (UT)

14

26

40

Wiskunde 1e graads lerarenopleiding (3TU)

24

30

54

Totaal

98

118

216


De raming is gebaseerd op een verwachting over instroom en rendement. Dit betekent dat er in de realisatie kan worden afgeweken. Met het oog op de financiële consequenties voor het gehele beurzenprogramma en die van de 3 TU's in het bijzonder is de raming voorlopig een maximale toezegging. Ik hoor graag spoedig indien zich afwijkingen van de raming voor doen, danwel dat u graag een correctie wilt aanbrengen op deze raming (bij voorkeur per e-mail naar: p.boerman@deltapunt.nl). Ik verzoek u vriendelijk 1x per kwartaal een actueel overzicht te mailen met de stand van zaken, d.w.z. achtereenvolgens per 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober in de jaren dat het beurzenprogramma op uw instelling loopt.


Flexibiliteit en maatwerk

Naar aanleiding van de behandeling van de OCW-begroting 2005 in de Tweede Kamer is de mogelijkheid tot flexibiliteit in de uitvoering van het programma ingebouwd. De 3TU's hebben voor de bachelor opleiding technische wiskunde aangegeven maatwerk te willen bieden. Hiermee is het Platform akkoord gegaan. Het maatwerk houdt in dat:

1.Studenten technische wiskunde bij het behalen van de propedeuse binnen 2 jaar een bonus van €750,- krijgen en een bonus van €750,- bij het behalen van de bachelor binnen 4 jaar.

2.De TUe bij Biomedische technologie €1500,- aanbiedt ter financiering van een buitenlandse stage bij het halen van 150 ECTS binnen 3 jaar na aanvang van de studie, waarbij vrouwen voorrang krijgen.

3.De UT als maatwerk aanbiedt om €750,- bij het behalen van de propedeuse in 2 jaar en €750,- bij het behalen van het bachelordiploma in 4 jaar uit te keren.

4.De 3TUS's in TULO-verband bij de 2-jarige parttime studie €750,0 na het eerste jaar bij het behalen van 30 ECTS en €750,- bij het behalen van 60 ECTS in totaal uitkeren. Bij de full-time studie: €750,- na het behalen van 50ECTS in het 1e jaar en €750,- bij het behalen van 10 ECTS in de 1e twee maanden van het tweede jaar (bonus op doorstuderen)

5.De TUe bij lerarenopleiding - variant mathematics education bij het behalen van 100 ECTS binnen uiterlijk 2 jaar na aanvang van de studie een beurs verstrekt.


Uitbetaling, peildatum en verklaring

Het beursbedrag is vastgesteld op €1500,-. Refererend aan de raming kunnen de 3TU's aanspraak maken op maximaal 216 * €1500 = €324.000,- behoudens mogelijke afwijkingen in aantallen beurzen.

In de brief d.d. 20 september 2004 van het Platform Bèta-Techniek aan de instellingen (kenmerk PRO.04.1366.LB) is aangegeven dat het voor de beurzen gereserveerde geld wordt uitgekeerd aan de instellingen. Zij zijn verantwoordelijk voor de verdeling aan de studenten.

Gegeven de keuze voor flexibiliteit bij de opleiding wiskunde zal worden gewerkt met diverse uitbetalingsregiems. Per opleiding ziet het er voor de 3TU's als volgt uit:



3TU

behaalde prestatie

cohort

uitbetaling in collegejaar

technische wiskunde

(TUD, TUe, UT)

1.propedeuse binnen 2 jaar (€750)

2.bachelor binnen 4 jaar (€750)

04/05 à

05/06 à

04/05 à

05/06 à

06/07

07/08

08/09

09/10

LST (TUD)

bachelor binnen 3 jaar

04/05 à

05/06 à

08/09

09/10

Biomedische technologie (UT en TUe)

UT:

1.propedeuse binnen 2 jaar (€750)

2.bachelor binnen 4 jaar (€750)

TUe

1.150 ECTS binnen 3 jaar


04/05 à

05/06 à

04/05 à

05/06 à


04/05 à

05/06 à


06/07

08/09

08/09

09/10


07/08

08/09

wiskunde-lerarenopl.

(TUD, TUe, UT)

afronden master

04/05 à

05/06 à

06/07

07/08



Vanwege de ingebouwde flexibiliteit in het beurzenprogramma en het behapbaar houden van de administratie voor zowel instelling als het Platform is er voor gekozen te werken met één peildatum, namelijk 1 oktober in de achtereenvolgende jaren. De instellingen worden verzocht het aantal studenten dat in de achtereenvolgende jaren op 1 oktober in aanmerking komt voor een betabeurs kenbaar te maken. Deze beslissing heeft als consequentie dat de instellingen voor de keuze staan: voorfinancieren van beurzen (in sommige gevallen) of achteraf uitbetalen aan de studenten.

Tevens wordt verzocht ten behoeve van de de uitbetaling door het Platform aan de instelling een accountantsverklaring te overleggen bij de realisatie van de behaalde prestaties (en daarmee het aantal gerealiseerde beurzen).

De betaling zal in de maand november plaatsvinden danwel zo spoedig mogelijk na binnenkomst van de aantallen gerealiseerde beurzen en de accountsverklaring.


Uitvoeringskosten

In de brief van 20 november 2004 heeft het Platform aangegeven enig realisme te willen tonen ten aanzien van uitvoeringskosten, maar dat er slechts beperkte ruimte is. Voor de jaren 2004, 2005, 2006 is er enige ruimte voor uitvoeringskosten, inclusief de kosten voor de opzet en uitvoering van de evaluatie van het experiment door het Platform.

Er is voor gekozen het beschikbare budget voor uitvoeringskosten naar rato van het aantal beurzen over de instellingen te verdelen. Het totale beurzenprogramma is momenteel geraamd op ruim 1500 beurzen; per beurs kan €50,- voor uitvoeringskosten in rekening worden gebracht. Dit komt gesommeerd en afgerond neer op 1% per beurs over 3 uitvoeringsjaren.

Refererend aan de raming van het aantal beurzen komen de 3 TU's in aanmerking voor maximaal €10.800,- (= 216 * €50,-) als bijdrage vanuit het Platform Bèta-Techniek voor de uitvoeringskosten. Deze bijdrage zal meelopen met de uitbetaling van de beurzen na de peildatum van 1 oktober.





Audit en evaluatie

In een eerdere brief van het platform (20 september 2004) is het kader aangegeven voor de aanpak van de evaluatie. Uiteraard zijn wij zeer benieuwd wat wel/niet werkt in het kader van de overkoepelende 15%-doelstelling voor meer in- en uitstroom in de bèta-techniek opleidingen. Die vraag zal ook centraal zijn bij de evaluatie van het bèta-beurzenprogramma. De volgende concretisering zijn daarbij aan te geven.

-Voor de kwantitatieve analyse wordt aan de 3TU's de medewerking gevraagd om het bijhouden en verstrekken van gegevens over instroom en rendement. Dit betreft niet een extra inspanning, maar uitvoering zoals nu administratief ook plaats vindt.

-Voor de kwantitatieve analyse en evaluatie van het bèta-beurzenprogramma op macroniveau is de heer prof.dr. H. Oosterbeek, hoogleraar Onderwijseconomie van de UvA, bereid gevonden zijn medewerking te verlenen. Om uitspraken te kunnen doen over mogelijke effecten is het essentieel over instroom- en rendementsgegevens te beschikken van vergelijkbare opleidingen die niet deelnemen in het programma (de zgn. controlegroep). Te denken valt aan opleidingen natuurkunde, scheikunde. Dit kan gaandeweg de uitvoering van het programma in overleg met de 3TU's, de VSNU en dhr. Oosterbeek op een adequate manier worden ingevuld.

-Voor de meer kwalitatieve kant werkt het Platform Bèta-Techniek met onafhankelijke audit- en evaluatieteams. Deze zullen ook de link leggen met de progressie in innovatie van het bèta-onderwijs, met name de benodigde aantrekkelijkheid ervan. De eerder gedane suggestie het sectorplan van de 3TU's nadrukkelijk te betrekken bij de auditing en evaluatie; lijkt ons prima. Gedurende de uitvoering van het programma zal het Platform Beta Techniek met de projectuitvoerders komen tot nadere afspraken over de aanpak van de auditing en evaluatie.


Toekenning in specifieke gevallen en belastingdienst

Diverse instellingen hebben gevraagd hoe te handelen bij specifieke studievertraging buiten de eigen schuld van de student, bijvoorbeeld in geval van ziekte. Het Platform is van mening dat in deze specifieke gevallen de studenten niet de dupe hoeven te zijn en hun rechten op de beurs behouden. Aan de instelling zelf wordt de keuze gelaten een eigen regeling of afspraken te treffen met deze studenten. Uiteraard verwacht het Platform in deze specifieke gevallen dat de instelling zelf ook de verantwoordelijkheid neemt voor enige bewijslast te kunnen zorgen.

Ook hebben diverse instellingen gevraagd hoe het zit met opgave van de beurs voor de belastingdienst. De beurs is te typeren als extra inkomsten en derhalve moeten studenten dit opgeven. In onze brief van 20 september 2004 is een zinsnede opgenomen dat de instellingen de studenten hierop dienen te wijzen.



Overig

De voorlopige werknaam van de onze uitvoeringsorganisatie 'Deltapunt' verdwijnt. Bestuur en uitvoering gebruiken dezelfde naam: Platform Bèta-Techniek. De website en e-mailadressen behouden nog wel even de werknaam Deltapunt. Wellicht overbodig maak ik u nog graag attent op onze adreswijziging per 17 december 2004: zie boven aan de brief.


Indien u vragen of opmerkingen heeft naar aanleiding van deze brief of overige zaken verzoek ik u vriendelijk contact op te nemen met collega P. Boerman: p.boerman@deltapunt.nl of 070-311.9709.


Hoogachtend,

Platform Bèta Techniek




B. Boots

programmaregisseur VO-HO




c.c.

dhr. J.B.J. Groot-Kormelink (TUD), dhr. F.E. van Klaveren (UT); dhr. D.J.W.M. Mulders (TUe)

VSNU, dhr. R. van der Wal

HBO-raad, dhr. A. van Bemmel

OCW, mw. M. Keizer; dhr. F.A. de Zwaan

CAOP (financiële administratie Platform Bèta-techniek)


Enschede, 30 mei 2005.

Kenmerk : cva.05.0773








Aan: College van Bestuur


Van: Commissie Verlening Afstudeersteun


Betreft: Bèta-beurzen



------------------------------------------------------



Geacht College,


De CVA heeft in haar vergadering d.d. 24-5-2005 de Uitvoeringsregeling Bèta-beurzen besproken. In grote lijnen kan de CVA zich vinden in de opgestelde uitvoeringsregeling. Ondanks dat heeft zij enkele aandachtspunten die in de regeling aangescherpt, dan wel aangevuld zouden moeten worden.


-Er ontbreekt in de regeling een verwijzing naar de mogelijkheid van een officiële beroepsprocedure, zoals deze in andere regelingen m.b.t. financiële ondersteuning van studenten wel bestaat.

-Bij het verdelen van beurzen voor de opleiding BMT voorziet de CVA de nodige complicaties, in het bijzonder bij tussentijdse instromende studenten en ziekte van studenten. Immers, alle studenten dienen te wachten totdat duidelijk is dat deze studenten hun propedeuse niet meer zullen halen in 2 jaar, wat enkele maanden later zal zijn dan de andere studenten. Om de regeling niet onnodig complex te maken stelt de CVA voor om 1 peildatum te hanteren op welk moment besloten wordt welke studenten in aanmerking komen voor een beurs.

-Verder valt het de CVA op dat bij de verdeling van beurzen voor de opleiding BMT de groep vrouwelijke studenten met een profiel N+T uitgesloten zijn van de toedeling van beurzen. Zij vraagt zich af of dat wel de bedoeling is, gezien de doelstelling van de regeling.


De CVA heeft reeds eerder aangegeven de uitvoering van deze regeling ter hand te willen nemen, mits er voldoende middelen beschikbaar zijn voor de griffie van de CVA om deze uitvoering te kunnen ondersteunen.



Met vriendelijke groet,





Drs. Nelleke van Adrichem

Voorzitter Commissie Verlening Afstudeersteun


Uitvoeringsregeling Bèta-beurzen Universiteit Twente



Experimentele regeling in het kader van de zgn. bèta beurzen voor een beperkt aantal technische opleidingen van de Universiteit Twente (UT) voor de academische jaren 2004-2005 en
2005-2006.





Artikel 1. Gerechtigden

Bepaalde studenten van de volgende UT-opleidingen instromend in de academische jaren
2004-2005 en 2005-2006 kunnen onder voorwaarden in aanmerking komen voor het verkrijgen van een zgn. beta-beurs:

a. bacheloropleiding Toegepaste Wiskunde;
b. bacheloropleiding Biomedische Technologie (Life science).
c. lerarenopleiding Wiskunde 1e graad (master Science Education);



Artikel 2 Voorwaarden en omvang beurs

a. Bij de bachelor opleiding Toegepaste Wiskunde kunnen alle ingestroomde studenten in aanmerking komen voor de beurs:
1. € 750 wordt aan de student uitbetaald bij het behalen van de propedeuse in 2 jaar;

2. € 750 wordt aan de student uitbetaald bij het behalen van het bachelor diploma in 4 jaar.


b. 1. Bij de bacheloropleiding Biomedische Technologie (Life science) zijn voor het jaar 2004-

2005 14 beurzen beschikbaar en voor het jaar 2005-2006 zijn 26 beurzen beschikbaar.

2. Er vallen allereerst beurzen toe aan vrouwen met het N(atuur) +G(ezondheid) profiel op volgorde van de vroegste datum van slagen voor het betreffende diploma waarbij bij meer kandidaten dan er eburzen zijn zal worden geloot.

3. Alleen indien er beurzen resteren, vallen die toe aan mannen met het N+G profiel waarbij dezelfde procedure geldt als in artikel 2b.2.

4. De criteria om in aanmerking te komen voor een beurs zijn:

I. € 750 wordt aan de student uitbetaald bij het behalen van de propedeuse in 2 jaar en

II. € 750 wordt aan de student uitbetaald bij het behalen van het bachelor diploma in 4

jaar.
De student kan zowel voor de beurs genoemd onder artikel 2b lid 4 I als genoemd onder artikel 2b lid 4 II in aanmerking komen.


c. Bij de Wiskunde 1e graads lerarenopleiding (master Science Education) kunnen alle ingestroomde studenten in aanmerking komen voor de beurs.
A. Bij een 2-jarige parttime studie geldt:

1. € 750 wordt aan de student uitbetaald na het eerste jaar bij het behalen van 30 EC;

2. € 750 wordt aan de student uitbetaald na het tweede jaar bij het behalen van in totaal

60 EC.

B. Bij een fulltime studie geldt:

1. € 750 wordt aan de student uitbetaald na het behalen van 50 EC in het eerste jaar;

2. € 750 wordt aan de student uitbetaald bij het behalen van 10 EC in de eerste twee

maanden van het tweede jaar.






Artikel 3. Studievertraging

Indien de student als gevolg van ziekte en/of persoonlijke omstandigheden op grond van de

vigerende UT Regeling Afstudeersteun erkende studievertraging toegekend heeft gekregen,

kunnen hiermede de termijnvoorwaarden genoemd in artikel 2 worden verlengd.


Artikel 4: Aanvraagprocedure

1.Studenten komen in aanmerking voor de uitbetaling van de beurs door de UT zodra zij hebben voldaan aan de in artikel 2 genoemde voorwaarden bij de betreffende opleiding.

2.Aanvragen voor de beurs bij de opleidingenToegepaste Wiskunde/Biomedische Technologie dienen door de student uiterlijk binnen 3 maanden na het behalen van het propedeuse - dan wel het bachelordiploma te worden ingediend.
Aanvragen voor de beurs bij de lerarenopleiding Wiskunde dienen door de student
uiterlijk binnen 3 maanden na het behalen van het aantal genoemde EC’s te worden ingediend.

3.Bij de aanvraag van de beurs dient een bewijs te worden gevoegd - te verstrekken door het Bureau Onderwijs Zaken van de betreffende opleiding - van het behalen van het propedeuse- dan wel bachelor diploma c.q. het behalen van het vereiste aantal EC’s.

4.Aanvragen dienen te worden gericht aan het College van Bestuur (CvB) t.a.v. de Commissie Verlening Afstudeersteun (CVA), Vrijhof Bastille. De CVA beslist namens het CvB op de aanvraag.
Aanvragen kunnen uitsluitend worden ingediend door middel van een formulier dat verkrijgbaar is bij de informatiebalie studentenbegeleiding in de Bastille.
Bij de aanvraag dienen bewijsstukken, betrekking hebbende op het hebben voldaan aan de voorwaarden te worden overgelegd, zulks naar genoegen van de CVA.


Artikel 5. Hardheidsclausule

Indien toepassing van deze regeling leidt tot onbillijkheden van overwegende aard kan de CVA namens het CvB in een voor de betrokkene gunstige zin afwijken van het in deze regeling bepaalde.



Artikel 6. Bezwaar

Tegen een besluit van of namens het College van Bestuur op een ingediend verzoek kan binnen 6 weken na de beslissing van of namens het College een bezwaarschrift bij het College worden ingediend.



Artikel 7. Beroep

De beslissing in bezwaar van het College van Bestuur wordt gegeven in de vorm van een voor beroep vatbare beschikking, onder vermelding van de bevoegde rechter en de beroepstermijn.



Artikel 8. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op 1 september 2004.



Artikel 9. Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als “Regeling Bèta-beurzen, september 2004”.









Toelichting

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen heeft in de zomer van 2004 besloten een experiment te starten met zogenaamde bètabeurzen. Een van de doelstellingen van dit experiment is te zien of financiële prikkels een positief effect hebben op de studiekeuze en het studierendement. In dit experiment kunnen studenten van een beperkt aantal technische oplei­dingen in het HBO en WO een financiële bonus ontvangen indien zij goede studiere­sulta­ten hebben behaald. Een aantal studenten van de generaties 2004-2005 en 2005-2006 kunnen onder voor­waarden aanspraak maken op zo’n beurs ter waarde van in totaal € 1500.

Binnen de Stuurgroep Sectorplan Natuurwetenschappen (waarin vertegenwoordigd de 3 TU’s) is afgesproken dat voor de UT de volgende opleidingen aan het experiment zullen meedoen:

a. bacheloropleiding Toegepaste Wiskunde;

b. bacheloropleiding Biomedische Technologie (Life science).

c. lerarenopleiding Wiskunde 1e graad (master Science Education);


Kenmerken van het experiment bètabeurzen:

- veronderstelt verdere of voortgaande vernieuwing onderwijs;

- vergroting aantrekkelijkheid en studeerbaarheid van de opleiding;

- de bètabeurs moet een duidelijke plaats krijgen in de studievoorlichting en publieksgerichte acties;

- hoofddoelstelling voor instroom 2004-2005 is verbetering van het studierendement; voor de instroom 2005-2006 wordt verhoging van de instroom daaraan toegevoegd;

- beurs voor student bedraagt € 1500 en wordt in gedeelten uitgekeerd als de student aan enkele criteria heeft voldaan.


De beurzen voor de bachelor opleiding wiskunde en de 1e graads lerarenopleiding wiskunde

worden aan de TUD en de TUE gegeven. De beurzen voor de bachelor opleiding biomedische

technologie gelden voor de UT en de TUE.


Voor de geselecteerde opleidingen zijn de volgende kengetallen van belang:

TW aan de UT:

- instroom TW 2004-2005 = 18 in studiejaar 2004-2005; 

- beurs is voor alle ingestroomde studenten;

Lerarenopleiding Wiskunde (TULO): 

-instroom Lerarenopleiding Wiskunde aan de UT in 2004-2005 = 15;


Biomedische Technologie:

Ter oriëntatie: de instroom per september 2004 van BMT studenten bedroeg 58 studenten waarvan 32 mannen en 26 vrouwen. In totaal zijn er voor de BMT opleiding instroom 2004 14 beurzen beschik­baar.