agenda onderwerpen

8. Arbo en milieu







Centraal jaarverslag Arbo en Milieu


2004


Universiteit Twente



Inhoudsopgave

INLEIDING 2

ARBO EN MILIEUBELEID, ALGEMEEN 2

GEZONDHEID 2

Ziekteverzuim 2

Beroepsziekten 3

WAO-instroom 3

Gezond en sterk op het werk 3

RSI-beleid UT 3

Laptopbeleid 4

Welzijn 4

VEILIGHEID, ARBEIDSHYGIëNE EN BEDRIJFSHULPVERLENING(BHV) 4

Risico inventarisatie en evaluatie (RI&E) 4

A&M-richtlijnen 5

Nieuwbouw 5

Oefening crisisteam 5

Bedrijfshulpverlenings organisatie 6

Inzet BHV teams 6

AED (Automatische Externe Defibrillator) 7

Voorlichting en onderricht (V&O) 7

IONISERENDE STRALING 7

MILIEU 7

Wet verontreiniging Oppervlaktewater vergunning (WVO) 7

Wet Milieubeheer 7

AFVAL 8

JAARPLAN 2005 9

BIJLAGE 1: OVERZICHT STAND VAN ZAKEN RI&E UNIVERSITEIT TWENTE 10


Inleiding


Voor u ligt het Centraal Arbo- en Milieujaarverslag 2004. Het verslag geeft inzicht in de belangrijkste arbo- en milieuthema’s die in 2004 binnen de UT aandacht hebben gekregen. Er is het afgelopen jaar verder gewerkt aan diverse projecten die ingezet zijn ter verbetering van de arbo- en milieuzorg, waarbij de start van het medewerkers tevredenheids onderzoek extra vermeldenswaard is.


Arbo en milieubeleid, algemeen


Arbo- en Milieuorganisatie (A&M)


In 2004 zijn alle decanen en dienstdirecteuren bezocht en is er gesproken over de stand van zaken op A&M-gebied, de toekomstige ontwikkelingen en welke ondersteuning men van de dienst PA&O verwacht in de komende tijd, om beter en gerichter te kunnen inspelen op de bestaande behoeftes.


Sinds de verzelfstandiging van de Stichting Arbodienst Drienerlo (SAD) blijkt er binnen de UT onduidelijkheid te bestaan over de taakverdeling tussen de SAD en PA&O. In 2004 zijn de taken ten aanzien van arbo en milieu welke door de SAD en welke door PA&O worden verricht nader geïnventariseerd en als zodanig vastgelegd. Hierbij is een onderscheid gemaakt tussen arbodiensttaken (taken die behoren tot het verplichte basispakket welke door een gecertificeerde arbodienst moeten worden uitgevoerd) en overige (werkgevers)taken.


Gezondheid


Ziekteverzuim


Het verzuimpercentage van de Universiteit Twente is in 2004 gelijk aan dat in 2003. In de tabel 1 is een overzicht van het ziekteverzuim opgenomen van de afgelopen jaren. De informatie is afkomstig van de Arbodienst.


Tabel 1 Gemiddelde ziekteverzuim, in – en exclusief zwangerschapsverlof


2000

2001

2002

2003

2004

Incl.

Excl.

Incl.

Excl.

Incl.

Excl.

Incl.

Excl.

Incl.

Excl.

Man


2,6


2,2


2,5


2,1


2,2

Vrouw

6,7

5,7

6,0

5,0

6,1

4,9

5,3

4,6


4,3

Totaal

4,0

3,6

3,5

3,1

3,6

3,2

3,2

2,8

3,2

2,8




Beroepsziekten


Krachtens de Arbeidsomstandighedenwet is de Arbodienst verplicht beroepsziekten te melden

aan het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB). Een beroepsziekte is een ziekte of

aandoening die het gevolg is van een belasting die in overwegende mate in arbeid of arbeidsomstandigheden heeft plaatsgevonden. In 2004 hebben de bedrijfsartsen 6 meldingen van een (vermoede) beroepsziekte bij de UT gedaan. Het betrof in twee gevallen RSI-klachten, in drie gevallen psychische klachten en in één geval een klacht aan het houding- en bewegingsapparaat. In 2003 waren dit er nog drie. Een mogelijke verklaring voor de toename is dat de Arbodienst de aandacht op herkenning en registratie heeft verscherpt.


WAO-instroom


Er is in 2004 één persoon de WAO ingestroomd. In 2003 waren dat er nog acht en in 2002 twaalf.

Deze aanzienlijke daling in 2004 kan worden verklaard door het veelal uitstellen van de WAO-beoordelingen en de veranderde arbeidsongeschikheidswetgeving waardoor de kans op een arbeidsongeschiktheidsuitkering kleiner is geworden.


Gezond en sterk op het werk


In 2004 heeft de UT weer verschillende activiteiten aangeboden in het kader van Gezond en Sterk op het Werk (GSW). In het voorjaar is gestart met de DubbelFit week. In deze week konden medewerkers deelnemen aan verschillende wandel- en fietsactiviteiten, zoals natuur- en cultuurlunchwandelingen en verschillende fietsclinics bij het sportcentrum. Voor het eerst deed de UT ook mee aan de landelijke campagne “fietsen naar je werk”. Deelnemers registreren daarbij het aantal gefietste kilometers tussen 1 april en 1 oktober. Zij steunen daarmee ook een goed doel: met 1 eurocent per afgelegde kilometer sponsort de UT projecten van NOVIB, zoals behoud van het amazonewoud in Brazilië en aanleg van waterbassins. De 182 UT medewerkers hebben in 2004 gezamenlijk 171.541 kilometer gefietst.


De Gezonde Week werd dit jaar in september georganiseerd, met als thema “Gezond van Start”. Net als vorige jaren was er weer veel belangstelling voor de verschillende testen en is een aantal medewerkers naar aanleiding van de testuitslagen doorverwezen naar de huisarts. Dit jaar gaf een fysiotherapeut informatie over RSI en aanverwante zaken. Zowel zijn kennis van zaken als de testjes zorgden voor grotere belangstelling voor dit thema dan in voorgaande jaren. Hoogtepunten waren ook dit jaar de bloeddruk- en cholesterolmetingen.


In september is het Sportcentrum gestart met een pilot Bedrijfssport. Gedurende de pilot konden medewerkers zich inschrijven voor interne competitie voor o.a. volleybal, tennis en badminton of gebruik maken van inloopuren voor b.v. fitness of bewegen op muziek. Vanwege het succes van de pilot is besloten om Bedrijfssport in 2005 te continueren, waarbij de sportfaciliteiten gratis beschikbaar zijn voor UT-medewerkers gedurende de inloopuren.


RSI-beleid UT


Pauze-software. Eind maart is de UT-licentie voor het RSI-preventieprogramma WorkPace vervallen en niet opnieuw verlengt. Uit een inventarisatie van PA&O bleek dat ongeveer 100 medewerkers/studenten Workpace gebruikten. Het verlengen van de SURFdienstenlicentie voor het programma WorkPace was derhalve niet zinvol daar de kosten van deze licentie ca. € 10.000 per jaar zijn


Als alternatief worden twee andere programma’s aangeboden: Twitch en Workrave. Deze programma’s zijn gratis te downloaden vanaf de PA&O-website. De programma’s verschillen in functionaliteit. Medewerkers en studenten kunnen op basis van welke functionaliteit ze wensen zelf een keuze maken uit deze programma’s.

Laptopbeleid


Binnen de Universiteit Twente maken steeds meer opleidingen in hun onderwijs gebruik van door studenten aan te schaffen laptops. Over het gebruik van een laptop blijkt nog veel onduidelijkheid te bestaan. Niet altijd is bekend dat een laptop gezien moet worden als een werkplek en dat hiervoor allerlei aanvullende eisen gelden ten aanzien van het inrichten van werkplekken.


In 2004 is richting opleidingsdirecteuren het laptopbeleid van de UT en de eisen ten aanzien van de inrichting van laptopwerkplekken gecommuniceerd en de verantwoordelijkheid van de faculteit hierin. Daarnaast is benadrukt dat het belangrijk is dat de Arbo- en milieucoördinator van de faculteit zo vroeg mogelijk betrokken wordt bij het voornemen om laptops te gebruiken en als mogelijk vervolg daarop bij de inrichting van de werkplekken.


Welzijn


Eind 2004 heeft de UT bij alle faculteiten en diensten een medewerkerstevredenheidsonderzoek uit laten voeren door het IVA. Tot 2004 is geen systematisch UT-breed onderzoek naar werkdruk en werkklimaat verricht. Naast de wettelijke verplichting om een dergelijk onderzoek uit te voeren wil de UT hiermee inzicht krijgen hoe de UT-medewerkers hun werkomgeving, voorzieningen en werkdruk ervaren om daar gericht beleid voor te kunnen ontwikkelen en maatregelen te nemen. Het onderzoek zal elke vier jaar worden herhaald om vast te stellen of de genomen maatregelen effectief zijn en zich geen nieuwe knelpunten hebben ontwikkeld.


Bij deze nulmeting hebben 1505 medewerkers de digitale vragenlijst beantwoord, een goede respons van 55%. Op een aantal punten doet de UT het goed. Zo gaat 75% van de medewerkers met plezier naar het werk en is men zeer tevreden over de variatie en autonomie in het werk. Er zijn ook verschillende onderwerpen waar UT-medewerkers minder positief over zijn. Medewerkers vinden bijvoorbeeld dat de communicatie op alle niveaus binnen de UT beter kan en dat er onvoldoende aandacht bestaat voor loopbaanontwikkeling. De eenheden van de UT stellen nu (voorjaar 2005) plannen van aanpak op (= RI&E welzijn), om de geconstateerde knelpunten te verbeteren. De uitvoering van een plan van aanpak zal meerdere jaren bestrijken. In 2008 zal bij het eerstvolgende medewerkerstevredenheidsonderzoek blijken of de maatregelen effect hebben gehad.


Veiligheid, Arbeidshygiëne en Bedrijfshulpverlening (BHV)


Risico inventarisatie en evaluatie (RI&E)

Het uitvoeren van een RI&E is een cyclische activiteit. Stap voor stap wordt gewerkt aan het beter in kaart brengen van knelpunten en (organisatorische) tekortkomingen. De cyclus dient periodiek herhaald te worden. Gangbaar is elke 4 jaar de RI&E te herhalen dan wel te herzien. In het kader van het zorgsysteem is documentatie en aantoonbaarheid van adequate maatregelen bijzonder belangrijk.

De afgelopen jaren is met betrekking tot de aandachtsgebieden veiligheid en arbeidshygiëne aandacht besteed aan het in kaart brengen van gebouwgebonden risico’s. Daarnaast zijn specifieke risico’s in kaart gebracht door fijnmazige inventarisaties op het gebied van o.a. beeldschermen en studenten.


In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de stand van zaken van de huidige RI&E’s op de UT. Als vervolgstap op de (fijnmazige) RI&E’s zijn door de eenheden diverse acties ondernomen ter verbetering van de arbeidsomstandigheden. Over het algemeen is er echter een grote diversiteit in inhoud/kwaliteit en follow-up van de uitgevoerde RI&E’s.


In het Centraal Meerjarenplan Arbo- en Milieuzorg Universiteit Twente 2003-2006 is daarom één van de actiepunten actualisatie van de RI&E en validatie hiervan. De validatie kan alleen plaatsvinden indien de RI&E actueel is. Een aantal RI&E’s zijn inmiddels dermate oud dat dit niet meer het geval is of vanwege de facultaire herindeling/reorganisatie van diensten niet meer van toepassing.


PA&O heeft in 2004 met de Arbo-en milieucoördinator (AMC) per faculteit/dienst een screening uitgevoerd van de huidige RI&E’s (wat ligt er en wat is volledig). Per eenheid zijn de nog bestaande tekortkomingen aangegeven en is de werkwijze besproken voor nadere inventarisatie en rapportage hiervan.

Op basis hiervan kan een plan van aanpak worden opgesteld om eenheidsgebonden knelpunten op te lossen. Tezamen met het plan van aanpak van het medewerkers tevredenheids onderzoek kan het totaal dan gevalideerd worden.


A&M-richtlijnen


In 2004 zijn de volgende richtlijnen ontwikkeld en door het CvB vastgesteld:

Veiligheid voor derden;

Zelfinspectie Gebouwen, Openbare ruimtes en installaties Universiteit Twente;

Arbo en milieureglement Universiteit Twente;

Regeling bedrijfsafval en gevaarlijk afval Universiteit Twente.



Nieuwbouw


In het kader van de nieuwbouwplannen is PA&O betrokken als adviseur op het gebied van A&M. Binnen de mogelijkheden die er zijn wordt erop toegezien dat A&M zo optimaal mogelijk meegenomen wordt.



Oefening crisisteam


Na de installatie van het crisisteam UT zijn periodieke oefeningen afgesproken. Op 23 februari 2004 heeft er derhalve een oefening plaats gevonden onder leiding van Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding (NIBRA). De oefening betrof een responscel oefening waarin het crisisteam geconfronteerd werd met een scenario met een giftig gas.

Voor deze oefening waren vier hoofddoelstellingen benoemd:

Effectiviteit crisisteam

Informatiestromen

Taakverdeling

Alarmering


Een van de waarnemingen was dat men al een keer een echte calamiteit meegemaakt heeft, wat helaas de beste leerschool is. Hierdoor verliep de oefening relatief gestroomlijnd maar waren er op detailzaken zeker nog wel verbeteringen mogelijk.

Naar aanleiding van de oefening zijn er aanbevelingen gedaan door het NIBRA. In de oefeningen die nog komen, wordt hier extra aandacht aan besteed. In april 2005 is de volgende oefening gepland.



Bedrijfshulpverlenings organisatie


Bij de UT is BHV op gebouwniveau georganiseerd. Per gebouw of gebouwencluster bestaat een BHV-team, aangestuurd door een hoofd BHV. In 2004 is de UT een pilot gestart met de aanstelling van een centraal coördinator BHV. De belangrijkste taken van de coördinator zijn:


Toezicht houden op het functioneren van de BHV-teams;

Hoofden BHV en de voor BHV verantwoordelijke (decanen/dienstdirecteuren) gevraagd en ongevraagd adviseren op basis van bevindingen;

Jaarlijks rapporteren aan het CvB over het functioneren van de BHV-teams.


Met deze functie kan de UT ontwikkelingen en knelpunten binnen de BHV-organisatie sneller signaleren en hier sneller op reageren. De coördinator heeft een strikt toezichthoudende rol. De overige functies en verantwoordelijkheden blijven ongewijzigd; de aangewezen decaan/diensthoofd blijft dus verantwoordelijk voor de BHV-organisatie in het betreffende gebouw, het hoofd BHV zorgt nog steeds voor een goed draaiend BHV-team.


De aanstelling van de coördinator heeft een positief effect gehad op de BHV-organisatie. Er is nu een duidelijk aanspreekpunt voor de BHV-teams. De volgende activiteiten zijn in 2004 uitgevoerd:


§Herstart hoofden BHV overleg;

§Aanschaf defibrillatoren, zodat in bijna elk gebouw van de UT nu een defibrillator beschikbaar is;

§Opleiding voor het gebruik van defibrillatoren door BHV-ers;

§Verlenen van ondersteuning bij opzetten en doorstarten van verschillende BHV-teams;

§Planning en uitvoering van een nieuw oefenprogramma op locatie voor alle BHV-teams;

§Controle van deelname van BHV-ers aan het opleidingsprogramma en rapportage bij onvoldoende deelname;

§Start van een campagne om de alarmprocedure meer bekend te maken bij medewerkers;

§Pilot oefening om BHV-ers direct 112 te laten bellen, naast de melding naar de beveiliging, in plaats van melding via de beveiliging.


Naar aanleiding van de pilot is besloten om de functie van centraal coördinator BHV om te zetten in een definitieve functie. Invulling van deze functie bestaat grotendeels uit reguliere werkzaamheden zoals contact onderhouden met hoofden BHV, organiseren oefeningen en opleidingen en toezicht houden op het functioneren van de BHV-teams.

Inzet BHV teams


In 2004 zijn er totaal 20 oproepen geweest voor de verschillende BHV teams. Dit is een lichte daling t.o.v. 2003 (27).

In één geval was er sprake van een ongeval met ernstig letsel. De Arbeidsinspectie is hiervan op de hoogte gebracht. Op grond van de verkregen informatie zag men af van onderzoek naar toedracht en oorzaken van het ongeval.


Tevens zijn we geconfronteerd met het fenomeen poederbrief in het gebouw de Spiegel. Door de procedures die dan in werking treden, niemand mag in of uit het gebouw, hebben medewerkers en studenten tot ca. 19.00 uur opgesloten gezeten in het gebouw.


Jaarlijks dient in het kader van de gebruiksvergunning een ontruimingsoefening plaats te vinden. De diverse gebouwen zijn het afgelopen jaar dan ook het toneel van een ontruimingsoefening geweest, al dan niet i.s.m. de brandweer. Bij een ontruimingsoefening worden de verschillende gebouwgebonden technische voorzieningen getest zoals o.a. het ontruimingssignaal en indien aanwezig de melding via de omroepinstallatie en de zelfsluitende deuren.

Organisatorisch is het een test voor de BHV-teams. Men krijgt zo inzicht of men een gebouw snel en adequaat kan ontruimen en of men dit op een goede manier doet.

Naast deze ontruimingsoefening zijn er ca. 10 aanvullende oefeningen gehouden om het team getraind te houden.

AED (Automatische Externe Defibrillator)


In 2004 zijn er voor alle BHV-teams AED’s beschikbaar gekomen. Een deel van de BHV’ers zijn, of worden hiervoor opgeleid. In de oefeningen van de BHV-teams zal ook de inzet van de AED een rol spelen. In totaal zijn er 8 AED’s aanwezig verdeeld over de verschillende gebouwen.


Voorlichting en onderricht (V&O)


Vanuit DiSC en PA&O is er tijdens de introductiemarkt een stand geweest met informatie over RSI en is de RSI-brochure voor studenten uitgereikt.

Ioniserende straling


In 2004 is er één bijeenkomst geweest voor alle decentrale stralingsdeskundigen. De onderwerpen waren o.a. de vergunning, stralingsbadges, procedure zelfbouwapparatuur en ontmanteling isotopenlab na verhuizing naar het nieuwe lab.

Er zijn in het afgelopen jaar twee stralingsdeskundigen bij de faculteit TNW aangewezen door het College van Bestuur.

Alle interne info m.b.t. tot ioniserende straling is op de website van PA&O te vinden.



Milieu


Wet verontreiniging Oppervlaktewater vergunning (WVO)


Op 20 augustus 2001 is voor de Universiteit Twente de WvO-vergunning van kracht geworden. In de vergunning is o.a. de verplichting opgenomen dat het laboratoriumafvalwater van het gebouw Langezijds bemonsterd dient te worden. De bemonstering heeft plaatsgevonden in de periode van 20 t/m 22 april en van 9 t/m 14 december 2004.

De concentratie zware metalen, aromaten, chloorbenzenen lagen alle ver onder de norm.

Alleen het gehalte dichloormethaan overschrijdt de norm. Naar aanleiding hiervan is een onderzoek uitgevoerd naar de herkomst van de verhoogde concentratie. Op basis hiervan zijn de regels ten aanzien van het spoelen van laboratoriumglaswerk verscherpt (zie regeling gevaarlijk afval). De laboratoriumvoorschriften zijn daarnaast ook nog eens duidelijk weergegeven in het informatieboekje voor studenten.


Wet Milieubeheer


Begin 2003 is de UT gestart met de aanvraag van een nieuwe milieuvergunning. De gemeente heeft deze op 7 februari 2004 verleend. De nieuwe vergunning is een zogenaamde vergunning op maat. Bij een dergelijke vergunning zijn de activiteiten en voorschriften minder gedetailleerd vastgelegd dan bij een traditionele vergunning. Hierdoor kan de UT bij veranderingen nu meestal volstaan met een eenvoudige mededeling, in plaats van een langdurige procedure voor een veranderingsvergunning op te starten. Dit is met name een voordeel bij de uitvoering van het Vastgoedplan. Maar een vergunning op maat past ook beter bij het bedrijfskarakter van de UT, waar regelmatig sprake is van nieuwe onderzoeksexperimenten en –opstellingen.


Een nieuwe vergunning brengt ook nieuwe verplichtingen met zich mee. Zo moeten voortaan alle feesten en activiteiten waarbij meer dan 50 bezoekers worden verwacht, aangemeld en beoordeeld worden op maatregelen m.b.t. veiligheid en ter voorkoming van geluidsoverlast. Daarnaast heeft de UT een aantal aanvullende onderzoeken naar afval- en waterpreventie uitgevoerd en een vervoersplan opgesteld.


Om de omwonenden te informeren over de nieuwe vergunning heeft de UT in september een voorlichtingsavond georganiseerd. Hoewel de opkomst niet groot was, bleek dit wel een nuttige bijeenkomst te zijn. Omwonenden hebben vaak overlast van (studenten)feesten. Met de nieuwe aanpak waarbij feesten worden aangemeld, hoopt de UT de overlast te beperken. Met de omwonenden is afgesproken dat voortaan elk half jaar een bijeenkomst wordt georganiseerd om te bespreken of de maatregelen effect hebben gehad en welke klachten onder omwonenden leven.


November 2004 heeft de gemeente de eerste controle van de nieuwe milieuvergunning uitgevoerd. Hoewel er wel een aantal overtredingen is geconstateerd, was de gemeente over het algemeen tevreden over de manier waarop de UT milieuzorg heeft georganiseerd. De gemeente is van plan om voortaan elk kwartaal een controle uit te voeren.

Afval


De gegevens over afval zijn afkomstig van het Facilitair Bedrijf. Ten opzichte van 2003 is restafval 10% gedaald en is er een toename van grof vuil, met name door de renovaties van gebouwen. Nadere informatie is te vinden in de afvalrapportage 2004 van het FB.

Bedrijfsafval.


grafiek bedrijfsafval













Gevaarlijk afval

grafiek gevaarlijk afval


Jaarplan 2005


In 2005 zal de aandacht, naast de lopende zaken uit het meerjarenplan, met name uitgaan naar:

Actualisatie RIE (inclusief MTO);

Begeleiden Vastgoedplan m.b.t. arbo, milieu en veiligheid;

Implementatie onderdelen nieuwe milieuvergunning (o.a. afvalpreventie plan, waterpreventie plan, vervoersplan);

Nieuwe WvO vergunning;

Ziekteverzuimbeleid;

Gevolgen nieuwe wetgeving;

Oefeningen crisisplan;

Energiemanagementsysteem opzetten/implementeren;

Opzetten integraal Risico inventarisatiesysteem.


Bijlage 1: Overzicht stand van zaken RI&E Universiteit Twente


In onderstaand overzicht is de oude benaming van de faculteiten/diensten gehanteerd (van voor de facultaire herindeling/reorganisatie). De RI&E’s (m.u.v. de RI&E welzijn) stammen ook van deze periode. In de Tabel op de volgende bladzijde is een overzicht opgenomen van de nieuwe faculteiten/diensten en welke oude faculteiten hiervan onderdeel uit maken. Tevens is hierin weergegeven waar de faculteit/dienst gehuisvest is.


Gebouw

Faculteit/diensten


RI&E gebouw-gebonden

RI&E-onderdelen (fijnmazig):

Huisvesting

beeldschermen

biologische agentia

fysieke belasting

straling

geluid

persoonlijke beschermings-middelen

toxische stoffen

Machine-veiligheid

RI&E Studenten

RI&E Welzijn


BB


DuB

BC

FEZ

PA&O

T&M

+ (2002)




+ (2002)

+ (1997)

+ (2002)

+ (2002)

+ (2001)

n.v.t.


n.v.t.

n.v.t.


n.v.t.


n.v.t.


n.v.t.


n.v.t.




n.v.t.

n.v.t.

n.v.t

n.v.t

+ (2001)

Het in 2004 vanuit PA&O bij alle eenheden uitgevoerde medewer-kerstevredenheidsonderzoek kan aangemerkt worden als de RI&E welzijn.

Spiegel

CT

+ (2002)

+ (1997)

-

+ (1997)

+ (1997)

-

+ (1997)

+ (1997)

-

+ (2001)

Langezijds

EL/TN


+ (1996)

+ (1997)

-

+ (1997)

n.v.t.

+ (1997)

+ (1997)

+ (1997)

-

+/-(2003)

Hogekamp

WB

+ (1996)

+ (1997)

n.v.t.

+ (1997)

n.v.t.

+ (1997)

+ (1996)

+ (1997)

-

-

De Horst

INF/TO

+ (2002)


+ (1997)


n.v.t.

+ (1997)


n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

+ (2000

Zilverling/Ravelijn

TWRC

BSK

WMW

TW

CIV

CSTM

+ (1996)


+ (1997)

+ (1997)

+ (1997)

+ (1997)

+ (1997)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

+ (2001)

Cubicus

FB

+ (1996)

+ (1997)

n.v.t.

+ (1997)

n.v.t.

+ (1997)

+ (1997)

+ (1997)

-

n.v.t.

Paviljoen en div. gebouwen

IMC

+ (1996)

+ (1997)

n.v.t.

+ (1997)

n.v.t.

+ (1997)

+ (1997)

+ (1997)

-

n.v.t.

Gebouw B

DiSC1)

+ (1996)

+ (1997)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

-

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Vrijhof

Sportcentrum1)

+ (1996)

+ (1997)

n.v.t.

-

n.v.t.

-

n.v.t.

+

-

n.v.t.

Sportcentrum

Dinkel

+ (1996)

+ (1997)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Vrijhof


1) Uitgevoerd als onderdeel van Dienst Campusvoorzieningen en Stichting Studentenhuisvesting Drienerlo (SSHD), inclusief UT-catering. UT-catering is nu onderdeel van FB.


+ = uitgevoerd, rapport aanwezig, (..) = jaartal rapportage. + wil zeggen dat er een rapport ligt, echter niet altijd conform voorgeschreven werkwijze. Over het

algemeen is er een grote diversiteit in inhoud/kwaliteit en follow-up. De rapportage’s vanaf 2001 voldoen wel aan de criteria.


+/- = gedeeltelijk uitgevoerd.


- = niet uitgevoerd.