agenda onderwerpen

6._Inschrijvingsregeling_UT

Aan de Voorzitter van de

Universiteitsraad




uw kenmerk


telefoon

053-489 5655/8034

ons kenmerk

366.644/DiSC/KVN

fax

053-489 4638

Datum

15 maart 2005

e-mail

f.e.vanklaveren@disc.utwente.nl



Onderwerp

Inschrijvingsregeling UT 2005-2006



Bijgevoegd zend ik u een in een UR-format gegoten stuk m.b.t. de Inschrijvingsregeling UT 2005-2006. Het college legt dit punt voor advies aan u voor.




Namens het College van Bestuur,




Drs. P.A. Binsbergen,

Secretaris van de Universiteit





Bijlagen:

- UR format (km. 366.649)

- Inschrijvingsregeling UT 2005-2006





AGENDAPUNT: Inschrijvingsregeling UT 2005-2006

DIC-kenmerk: 366.649


Achterliggende stukken

- Inschrijvingsregeling UT 2005-2006.

Doel agendapunt:

Advies UR m.b.t. het voorgenomen besluit van het CvB t.a.v. de vaststelling de Inschrijvingsregeling UT 2005-2006.

Toelichting :

Eerder dan in andere jaren is reeds in het najaar 2004 door besluitvorming CvB/UR de hoogte van de collegegelden voor het studiejaar 2005-2006 vastgesteld (in voorgaande jaren vond die vaststelling plaats in maart/april t.b.v. het direct daarop volgende nieuwe studiejaar).
Eerder, omdat het voor met name de niet-EER studenten noodzakelijk was tijdig de hoogte van de collegegelden (tuition fee) te kunnen publiceren.
In het najaar 2004 zijn vastgesteld het wettelijk tarief en de verschillende instellingstarieven voor bachelor - en masterstudenten.

T.a.v. het wettelijk tarief moest in het najaar 2004 nog een voorbehoud worden gemaakt voor de jaarlijkse wettelijke indexering. Deze indexering is inmiddels bekend.

In het najaar 2004 zijn tevens vastgesteld de collegegeldtarieven voor enkele Joint Master Programmes 2005-2006.


Samenvattend:

- Besluit CvB d.d. 13 september 2004 (km. 363.387) t.a.v. de vaststelling van de collegegeldtarieven UT 2005-2006 (positief advies UR d.d. 31 augustus 2004).
Nog voorbehoud op dat moment t.a.v. de hoogte van het wettelijk tarief i.v.m. wettelijke indexering.

- Besluit CvB d.d. 25 oktober 2004 (km. 364.249) t.a.v. de vaststelling collegegeldtarieven Joint Master Programmes 2005-2006 (positief advies UR in vergadering 7 december 2004).


Collegegeldtarieven 2005-2006:

De wettelijke collegegeldtarieven voor het studiejaar 2005-2006 worden met € 20,- verhoogd op basis van de CBS-indexering (indexering 1,36%). Deze indexering van het collegegeld is door de UT ook doorgevoerd voor de tarieven bij een inschrijving als deeltijdstudent en extraneus.

Voorts wordt op grond van de genoemde reeds genomen CvB besluiten met ingang van het studiejaar 2005-2006 een gedifferentieerd collegegeldtarief ingevoerd voor niet EER-studenten.
Ten behoeve van niet EER-studenten die in het studiejaar 2004-2005 voor een masteropleiding stonden ingeschreven is een overgangsregeling vastgesteld, waarin is bepaald dat de betreffende studenten deze opleiding af kunnen ronden tegen het wettelijke collegegeldtarief binnen de termijn van de nominale studieduur + één jaar gerekend vanaf de eesrte inschrijving voor deze opleiding (zie bovengenoemde reeds genomen besluiten).


Het bovenstaande dient dan een vertaling te krijgen in de Inschrijvingsregeling UT 2005-2006.

In de Inschrijvingsregeling wordt een aantal (procedurele) regels rondom de (beëindiging van) inschrijving, de collegegelden, restitutie, etc. neergelegd. Belangrijk daarbij zijn eveneens de verschillende hoogten van de collegegelden.

Dit resulteert in de volgende tariefstelling met tussen haakjes de tarieven van vorig studiejaar.

Collegegeldtarieven voor het studiejaar 2005-2006:



2005-2006

(tarief 2003-2004)

Wettelijk tarief voltijdse inschrijving (EER)

€ 1496,-

(€ 1476,-)

Duale inschrijving (EER)

€ 1496,-

(€ 1476,-)

Deeltijdse inschrijving (EER)

€ 1088,-

(€ 1073,-)

Extraneus (EER)

€ 904,-

(€ 892,-)

---------------------------------------------------------------

------------------------

------------------------

Instellingstarief I: voltijdse inschrijving bachelor
(
niet EER)

€ 1496,-

(€ 1476,-)

Instellingstarief II: bèta masteropleiding,
voltijd, deeltijd, duaal,

(niet EER)
zie ook overgangsbepalingen

€ 8150,-

(€ 1476,-)

Instellingstarief III: alfa - gamma opleiding,
voltijd, deeltijd, duaal,

(niet EER)
zie ook overgangsbepalingen

€ 6200,-

(€ 1476,-)

Instellingstarief IV:

- European Studies;
- Industrial Design & Manufacturing
(onderdeel van Mechanical Engineering)

€ 4650,-

€ 5705,-


(€ 1476,-)
(€ 1476,-)


Enkele opmerkingen m.b.t. de uitvoeringsaspecten:

-  de restitutie regeling m.b.t. beëindiging van de inschrijving is ook onverkort van toepassing op studenten die het hoge tarief betalen;

-      de vermindering van het collegegeldtarief bij tussentijdse inschrijving is ook onverkort van toepassing op studenten die het hoge tarief betalen;

-       betaling collegegeld: alle mogelijkheden staan open voor studenten die het hoge tarief betalen m.u.v. een machtiging voor betaling in een keer (maximaal mag per inning € 2000 worden geïnd); daardoor is betaling in tien termijnen wel weer mogelijk)


CONCEPT-BESLUIT Universiteitsraad

De Universiteitsraad

Gezien:
- de hierboven gegeven toelichting;

- de bovengenoemde CvB besluiten;

- het voorgenomen besluit van het CvB van 14 maart 2005 (km. 266.639) luidend:

“1. De Inschrijvingsregeling UT 2005-2006 vast te stellen conform de bijlage.

2. De Inschrijvingsregeling UT 2005-2006 op te nemen in het Studentenstatuut”.

Gehoord:

- de beraadslagingen.

Overwegende dat:
De genoemde besluiten hun neerslag dienen te krijgen in de Inschrijvingsregeling UT
2005-2006.

Besluit:

Positief te adviseren t.a.v. het voorgenomen CvB besluit van 14 maart 2005.


1.INSCHRIJVINGSREGELING UT 2005-2006


1.1Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen


1.1.1Art. 1. Begripsbepalingen


In deze regeling wordt verstaan onder:

1.De wet: de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW).

2.Instellingsbestuur: het College van Bestuur van de Universiteit Twente.

3.De universiteit: de Universiteit Twente.

4.Het wettelijk collegegeld: het in artikel 7.43 WHW genoemde collegegeld.

5.Het instellingscollegegeld: het krachtens artikel 7.43 lid 4 en artikel 7.44 WHW door het instellingsbestuur vastgestelde collegegeld;

6.Examengeld: Het door het instellingsbestuur, krachtens artikel 7.45 WHW vastgestelde
examengeld.

7.Studiefinanciering: Studiefinanciering op grond van hoofdstuk II van de Wet op
de studiefinanciering.

8.CSA: De Centrale Studentenadministratie van de Universiteit Twente.



1.1.2Art. 2. Uitvoering inschrijvingsbesluit


Het Hoofd van de CSA is door het instellingsbestuur gemandateerd m.b.t. de uitvoering van het in deze inschrijvingsregeling bepaalde.


1.2Hoofdstuk 2: Inschrijving

Voor de algemene bepalingen omtrent de inschrijving zij verwezen naar artikel 7.32 van de wet.


Art. 3a. Procedure inschrijving


Ter aanvulling op artikel 7.33 "Procedure inschrijving" van de wet, gelden de volgende bepalingen:

1.Het verzoek tot inschrijving voor een opleiding wordt schriftelijk ingediend tussen 1 juni en aanvang van het daaropvolgend studiejaar (1 september).

2.Het verzoek tot inschrijving wordt ingewilligd, indien aan de volgende voorwaarden is vol­daan.

a.het inschrijvingsformulier volledig ingevuld en ondertekend bij CSA is ingeleverd;

b.het verschuldigde college- of examengeld door CSA is ontvangen dan wel een bewijs van het betaalde collegegeld van een andere HO-instelling, verstrekt door de betreffende HO-instelling is overlegd, dan wel een machtiging voor gespreide betaling cf. art. 10 is afgegeven;

c.bij een eerste inschrijving aan de UT een bewijs van inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie is overlegd;

d.bij een eerste inschrijving aan de UT een verblijfsvergunning in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000 (de zgn. Koppelingswet) is overlegd indien de ver­zoe­ker niet de Nederlandse nationaliteit heeft en 18 jaar of ouder is op de eerste dag waar­op de opleiding begint waarvoor de eerste maal inschrijving wordt gewenst;

e.bij een eerste inschrijving voor een bepaalde lerarenopleiding een bewijs van toelating, afgegeven door de desbetreffende toelatingscommissie, is overlegd;

f.bij een inschrijving als extraneus dan wel als duaal student een verklaring van geen bezwaar van de desbetreffende opleiding, is overlegd.

3.Indien degene die reeds aan de universiteit is ingeschreven een verzoek tot inschrijving voor een tweede opleiding binnen de universiteit indient, geldt de nieuwe inschrijving met ingang van de maand volgend op die waarin het verzoek heeft plaatsgevonden.

4.De inschrijving als student voor een voltijdse respectievelijk een deeltijdse opleiding wordt tijdens hetzelfde studie­jaar niet gewijzigd in een inschrijving voor een deeltijdse resp. voltijdse opleiding.


1.2.1Art. 3b. Inschrijving in de bacheloropleiding

Voor de inschrijving in de bacheloropleiding geldt in aanvulling op artikel 3a:

1.Er is voldaan aan de vooropleidingseis alsmede de nadere vooropleidingseisen dan wel de student is daarvan vrijgesteld (7.24 t/m 7.31 van de wet).

2.Er is een door de IBG afgegeven bewijs van toelating overlegd overeenkomstig artikel 7.53 van de wet, indien een verzoek tot inschrijving betrekking heeft op een ‘numerus-fixus’ opleiding.

3.Bij een eerste inschrijving voor een opleiding te beginnen met de postpropedeuse een verklaring van de examencommissie van de betreffende opleiding is overlegd dat betreffende verzoeker is vrijgesteld van het afleggen van het propedeutisch examen.

1.2.2Art. 3c. Inschrijving UT-student in een aansluitende masteropleiding (doorstroommaster)

Voor de eerste inschrijving van een UT-bachelorstudent in een aansluitende masteropleiding geldt in aanvulling op artikel 3a:

1.Er is door of namens de examencommissie van de bacheloropleiding een verklaring afgegeven dat de student ingeschreven kan worden in de aansluitende masteropleiding, waarbij is vast­gesteld dat aan de student een graad is verleend in de toelatende bacheloropleiding.

2.Er is door of namens de examencommissie van een aansluitende masteropleiding een ver­klaring afgegeven dat de student, in afwijking van het bepaalde in het vorige lid, kan worden ingeschreven omdat is voldaan aan in de onderwijs- en examenregeling van de desbetreffende masteropleiding vastgelegde (toelatings)eisen.

1.2.3Art. 3d. Inschrijving in de overige masteropleidingen


Voor de eerste inschrijving in de overige masteropleidingen geldt in aanvulling op artikel 3a:

1.Er is door of namens de examencommissie van de desbetreffende masteropleiding een verklaring afgegeven dat de student ingeschreven kan worden, waarbij is vastgesteld dat de student in het bezit is van een toelatend bachelorgetuigschrift dan wel een bewijs van toe­la­ting voor de betreffende opleiding is afgegeven.

2.Voor niet-Nederlandse studenten geldt ten aanzien van de eis met betrekking tot de Engelse taalvaardigheid een minimum score van 6.5 IELTS. Voor studenten afkomstig uit landen waar de IELTS-toets niet afgelegd kan worden, wordt de TOEFL-toets geaccepteerd met een minimum score van 600 voor de papierenversie en 250 voor de computerversie. Deze eis is niet van toepassing voor studenten die de vooropleiding (bachelordiploma) hebben afgerond in een land waarin Engels de voertaal is in het Hoger onderwijs, bijv. de Verenigde Staten, Verenigd Koninkrijk, Australië of Canada .

3.De student heeft voldaan aan de in de onderwijs- en examenregeling voor toelating gestelde eisen.

1.2.4Art. 3e. Inschrijving in een lerarenopleiding

1.Het verzoek tot inschrij­ving voor de lerarenopleiding wordt schriftelijk inge­diend uiterlijk drie maanden, onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip, waarop het onderwijs aan die opleiding metterdaad een aanvang neemt.

2.Bij een eerste inschrijving voor een bepaalde lerarenopleiding is door de desbetreffende toela­tings­commissie een bewijs van toelating overlegd.


1.2.5Art. 4. Ingangsdatum


Ten aanzien van de ingangsdatum van de inschrijving geldt:

1.De inschrijving geschiedt met ingang van 1 september, indien het inschrijvingsformulier voor 1 september is ontvangen door CSA.

2.De inschrijving geschiedt met ingang van een latere datum, indien de betrokkene hier uit­­druk­kelijk om heeft verzocht en de desbetreffende opleiding heeft verklaard geen bezwaar te hebben tegen die latere inschrijving.

3.Indien na de aanvang van het studiejaar een verzoek tot inschrij­ving wordt inge­diend, geldt de inschrijving met ingang van de maand volgend op die waarin het verzoek heeft plaatsgevonden indien de desbetreffende opleiding heeft verklaard geen bezwaar te hebben tegen die latere inschrijving.


1.2.6Art. 5. Einddatum


Ten aanzien van de einddatum van de inschrijving geldt: de inschrijving eindigt op 31 augustus daaropvolgend, tenzij de inschrijving tussentijds wordt beëindigd conform art. 7.

1.2.7Art. 6. Bewijs van inschrijving


De CSA verstrekt een schriftelijk bewijs van inschrijving, waarop onderstaande gegevens staan vermeld:

naam en voorletters;

periode van inschrijving;

inschrijvingsvorm: student of extraneus;

opleiding;

voltijds, deeltijds of duaal.


1.2.8Art. 7. Procedure beëindiging inschrijving en restitutie collegegeld


De procedure beëindiging inschrijving is in de wet geregeld in art. 7.42. en art. 7.49

1.Beëindiging inschrijving tijdens het eerste jaar van inschrijving voor de propedeutische fase.
a. Beëindiging inschrijving:
Op schriftelijk verzoek van de student wordt de inschrijving in het eerste jaar van inschrij­ving voor de propedeutische fase van de desbetreffende opleiding door het instel­lingsbestuur beëindigd met ingang van de tweede hele maand volgend op de maand waarin betrokkene het verzoek heeft ingediend bij CSA.
b. Restitutie collegegeld:
Bij beëindiging van de inschrijving op deze grond heeft de student aanspraak op terugbe­taling van het collegegeld naar evenredigheid van het resterende aantal maanden van het studiejaar, berekend vanaf de maand van uitschrijving. Indien het collegegeld in termijnen wordt voldaan vindt verrekening plaats met nog openstaande termijnen.
c. Indienen verzoek:
Het verzoek om beëindiging van de inschrijving en restitutie van collegegeld moet schrif­telijk worden ingediend bij het hoofd van CSA, op een hiervoor vastgesteld formulier, verkrijgbaar bij CSA. Het verzoek tot beëindiging wordt niet ingewilligd dan nadat in voorkomende gevallen een door de instelling afgegeven bewijs van betaald collegegeld ten behoeve van een tweede inschrijving aan een andere HO-instelling is ingeleverd.

2.Beëindiging inschrijving na afstuderen
a. Beëindiging inschrijving:
Op schriftelijk verzoek van de student wordt de inschrijving na het met goed gevolg afleggen van een afsluitend examen (doctoraal, bachelor of master) beëindigd met ingang van de maand volgend op die waarin het afsluitend examen van de desbetreffende opleiding met goed gevolg is afgelegd.
b. Restitutie collegegeld:
Bij beëindiging van de inschrijving op deze grond heeft de student aanspraak op terug­beta­ling van het collegegeld naar evenredigheid van het resterende aantal maanden van het studie­jaar berekend vanaf de maand van uitschrijving waarbij de laatste twee maanden van het studiejaar niet meetellen. Indien het collegegeld in termijnen wordt voldaan vindt verrekening plaats met nog openstaande termijnen.
c. Indienen verzoek:
Het verzoek om beëindiging van de inschrijving en restitutie van collegegeld moet binnen één maand na het afstuderen schriftelijk worden ingediend bij het hoofd van CSA, op een hiervoor vastgesteld formulier, verkrijgbaar bij CSA. Het verzoek tot beëindiging wordt niet ingewilligd dan nadat in voor­ko­men­de gevallen een door de instelling afgegeven bewijs van betaald collegegeld ten behoeve van een tweede inschrijving aan een andere HO-instelling is ingeleverd.

3.Beëindiging inschrijving bij ziekte of bijzondere omstandigheden
a. Beëindiging inschrijving:
Op schriftelijk verzoek van de student wordt de inschrijving voor het desbetreffende studie­jaar op grond van ziekte of bijzondere familieomstandigheden ter beoordeling van het instel­lingsbestuur beëindigd met ingang van de maand volgend op de tweede hele maand waarin betrokkene niet aan het onderwijs heeft kunnen deelnemen.
b. Restitutie collegegeld:
Bij beëindiging van de inschrijving op deze grond heeft de student aanspraak op terugbe­taling van het collegegeld naar evenredigheid van het resterende aantal maanden van het studiejaar berekend vanaf de maand van uitschrijving. Indien het collegegeld in termijnen wordt voldaan vindt verrekening plaats met nog openstaande termijnen.
c. Indienen verzoek:
Het verzoek om beëindiging van de inschrijving en restitutie van collegegeld moet schrif­te­lijk worden ingediend bij het hoofd van CSA, op een hiervoor vastgesteld formulier, ver­krijg­baar bij CSA. Betreffend verzoek dient voorzien te zijn van een schriftelijke verklaring van een studentendecaan dan wel studentenpsycholoog dan wel een arts of specialist, inhoudende dat de beëindiging gerechtvaardigd is. Het verzoek tot beëindiging wordt niet ingewilligd dan nadat in voorkomende gevallen een door de instelling afgegeven bewijs van betaald collegegeld ten behoeve van een tweede inschrijving aan een andere HO-instelling is ingeleverd.

4.Beëindiging inschrijving op grond van een redelijk verzoek.
a. Beëindiging inschrijving:
Onder redelijk verzoek tot beëindiging van de inschrijving in de zin van art. 7.42 lid 1 van de WHW valt in beginsel alleen het beëindigen van een inschrijving in het eerste jaar van in­schrijving aan de universiteit, terwijl betrokkene niet staat ingeschreven in de prope­deu­tische fase van de bacheloropleiding. Op schriftelijk verzoek van de student wordt de in­schrij­ving vervolgens voor het desbetreffende studiejaar door het instellingsbestuur beëin­digd met ingang van de tweede hele maand volgend op de maand waarin betrokkene het verzoek heeft gedaan.
b. Restitutie collegegeld:
Bij beëindiging van de inschrijving op deze grond heeft de student aanspraak op terugbe­ta­ling van het collegegeld naar evenredigheid van het resterende aantal maanden van het studie­jaar berekend vanaf de maand van uitschrijving. Indien het collegegeld in termijnen wordt voldaan vindt verrekening plaats met nog openstaande termijnen.
c. Indienen verzoek:
Het verzoek om beëindiging van de inschrijving en restitutie van collegegeld moet schrif­te­lijk worden ingediend bij het hoofd van CSA, op een hiervoor vastgesteld formulier, ver­krijgbaar bij CSA. Het verzoek tot beëindiging wordt niet ingewilligd dan nadat in voorkomende gevallen een door de instel­ling afgegeven bewijs van betaald collegegeld ten behoeve van een tweede inschrijving aan een andere HO-instelling is ingeleverd.

5.Overlijden

Indien een student in de loop van een studiejaar is overleden, wordt voor elke volgende maand van het studiejaar na diens overlijden een twaalfde van het betaalde collegegeld terugbetaald.


Beëindiging van de inschrijving in de loop van een studiejaar is niet mogelijk bij een inschrijving als extraneus.


1.3Hoofdstuk 3: Eigen bijdragen


Onderstaande onderwerpen zijn in de wet geregeld, t.w.:

Wettelijk collegegeld voor voltijdse opleidingen, arti­kel 7.43 WHW;

Voldoening collegegeld, artikel 7.47 WHW;

Vermindering wettelijk collegegeld, artikel 7.48 WHW;

Vrijstelling wettelijk collegegeld, artikel 7.48 WHW;

Terugbetaling wettelijk collegegeld, artikel 7.49 WHW.


1.3.1Art. 8. Tarieven collegegeld / examengeld studiejaar 2005/2006


Het collegegeld resp. examengeld is volgens artikel 7.43 lid 4 WHW door het instellingsbestuur voor een inschrijving voor het gehele studiejaar als volgt vastgesteld:

a. Wettelijk tarief: € 1496,-
Recht op betaling van het wettelijke tarief hebben

1.studenten, die zich inschrijven voor een bachelor- dan wel masteropleiding in de voltijdse vorm en die de Nederlandse nationaliteit bezitten of de nationaliteit van een ander land dat deel uitmaakt van de Europese Economische Ruimte (EER).
De landen die tot de EER behoren zijn:, België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Spanje, Finland, Italië, Luxemburg, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, IJsland, Liechtenstein, UK en Zweden;
en de nieuwe EU-lidstaten: Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije.

2.studenten die afkomstig zijn uit een niet EER-land, maar die wel studiefinanciering genieten op basis van de Wet studiefinanciering 2000.

3.een ieder die door het UAF als vluchtelingstudent erkend is.

b. Instellingstarief I: € 1496,-
Het instellingstarief van € 1496,- is van toepassing op:

studenten die zich inschrijven voor een bacheloropleiding en die de nationaliteit hebben van een land dat geen deel uitmaakt van de EER.

c. Instellingstarief II: € 8150,-
Het instellingtarief van € 8150,- is van toepassing op:

studenten die zich inschrijven voor een bèta masteropleiding (zie bijlage 1) in de voltijdse dan wel deeltijdse/duale vorm en die de nationaliteit hebben van een land dat geen deel uitmaakt van de EER en voorzover betreffende studenten niet vallen onder de overgangsbepalingen.

d. Instellingstarief III : € 6200,-
Het instellingtarief van € 6200,- is van toepassing op:

studenten die zich inschrijven voor een alfa of gamma masteropleiding ( zie bijlage 2) in de voltijdse dan wel deeltijdse/duale vorm en die de nationaliteit hebben van een land dat geen deel uitmaakt van de EER en voorzover betreffende studenten niet vallen onder de overgangsbepalingen.


e. Instellingstarief IV:

Voor studenten die de nationaliteit hebben van een land dat geen deel uitmaakt van de EER en voorzover betreffende studenten niet vallen onder de overgangsbepalingen en die zich inschrijven voor een masteropleiding in het kader van een “joint Master of Science Programme” wordt het tarief als volgt vastgesteld:
- European Studies
€ 4650,-
- Industrial Design & Manufacturing (onderdeel van Mechanical Engineering)
€ 5705,--

f. Duaal tarief: € 1496,- dan wel € 1088,-
Voor studenten die een duaal traject volgen bedraagt het tarief € 1496; in het studiejaar waarin de student het onderwijs feitelijk combineert met werken bedraagt het tarief € 1088,-.


g. Deeltijd tarief: € 1088,-

Voor studenten die de mogelijkheid krijgen de opleiding in deeltijd te volgen.

h. Extraneus tarief: € 904,-:

Voor studenten die alleen examens afleggen.

III Overgangsbepalingen voor studenten uit niet EER-landen.
Studenten die in het studiejaar 2004-2005 stonden ingeschreven voor een masteropleiding aan de UT worden in staat gesteld om de opleiding waarvoor men in het studiejaar 2004-2005 stond ingeschreven af te ronden tegen het wettelijke collegegeldtarief met dien verstande dat deze overgangsregeling geldt voor de termijn van de nominale studieduur + 1 jaar gerekend vanaf de eerste inschrijving voor die betreffende opleiding.
Dat betekent voor studenten die staan ingeschreven voor

-éénjarige masteropleiding: maximaal 2 jaar recht op het wettelijke collegegeldtarief

-tweejarige masteropleiding: maximaal 3 jaar recht op het wettelijke collegegeldtarief

Indien studenten overstappen naar een andere opleiding dan waarvoor men in het studiejaar
2004-2005 stond ingeschreven, dan wel doorstromen van een bacheloropleiding naar een masteropleiding komt bovenstaande overgangsbepaling te vervallen.


1.3.2Art. 9. Vermindering of vrijstelling collegegeld

1.Bij voltijds en/of deeltijd inschrijving aan meerdere opleidingen aan de universiteit betaalt de student slechts eenmaal het hoogst verschuldigde tarief.

2.Indien de student bij een andere instelling voor hoger onderwijs is ingeschreven en daar het instellingstarief heeft betaald, dan wordt bij de inschrijving aan de universiteit het verschul­digde collegegeld verrekend met het reeds betaalde collegegeld indien elders een lager tarief is betaald. De benodigde bewijsstukken voor de aanspraak op vermindering of vrijstelling van het collegegeld worden door de betrok­kene aan CSA overlegd.

3.Bij inschrijving vanaf 1 oktober wordt het collegegeld naar rato van het aantal maanden verminderd.



1.3.3Art. 10. Betaling collegegeld


1.Het collegegeld wordt voldaan door betaling ineens dan wel door gespreide betaling in tien termijnen. Indien de student dan wel extraneus niet zelf het collegegeld /examengeld betaalt dan dient hij schriftelijk te verklaren dat hij er mee instemt dat een in die verklaring vermelde persoon namens hem het collegegeld / examengeld betaalt.

2.Betaling ineens kan door middel van:

een eigen éénmalige overschrijving van het volledige collegegeldtarief. Het collegegeld dient vóór 1 september bij de universiteit binnen te zijn;

door contante betaling, uitsluitend d.m.v. een pinbetaling, bij de servicebalie van SSC;

door gebruik te maken van de éénmalige machtiging m.u.v. de collegegeldtarieven genoemd onder art. 8. lid 3 c , d en e.

3.Gespreide betaling van het college- en examengeld staat open voor alle inschrijvingsvormen die in deze inschrijvingsregeling genoemd zijn.

4.Voor deelname aan de regeling voor gespreide betaling /eenmalige machtiging gelden de volgende voorwaarden:

betrokkene dient te beschikken over een bank- of girorekening waarvoor de machtiging wordt afgegeven;

de rekening mag niet worden opgeheven / gewijzigd alvorens de laatste termijn is voldaan en een eventueel tekort op de rekening is voldaan;

een ander persoon mag, met schriftelijke toestemming van betrokkene, een machtiging voor zijn rekening afgeven ten behoeve van betrokkene;

uitgevoerde boekingen kunnen niet op verzoek van betrokkene, zijn/haar wettelijke vertegenwoordiger of (post)bank worden teruggeboekt;

de toelage krachtens de Wet op Studiefinanciering of gelden uit andere bronnen van inkomsten dienen gedurende de looptijd van de regeling op de (post)bankrekening van betrokkene te worden bijgeschreven, dan wel betrokkene zorgt voor voldoende tegoed op de (post)bankrekening;

bij gebruikmaking van de gespreide betaling, op basis van art. 7.47 lid1b WHW, is eenmalig een bedrag van € 13,61 verschuldigd, dat zal worden geïnd bij de eerste termijn.


1.3.4Art. 11. Schadevergoeding


1.Degene die zonder ingeschreven te zijn, gebruik maakt van onderwijs- of examenvoorzieningen, is wegens onrechtmatig gebruik van deze voorzieningen per maand een schadevergoeding verschuldigd van € 185,- voor iedere maand waarin hij ten onrechte niet stond ingeschreven. Het aantal maanden waarover de schadevergoeding verschuldigd is, is gelijk aan de periode vanaf de maand waarin ten onrechte gebruik is gemaakt van de onderwijsvoorzieningen tot de maand waarin betrokkene correct is ingeschreven.

2.Indien na 1 oktober van een studiejaar door de student wordt verzocht om inschrijving met terugwerkende kracht tot 1 september van dat studiejaar is betrokkene een schadevergoeding verschuldigd ter grootte van 1/12e van het door de instelling vastgestelde collegegeld, met een maximum van € 230,- , over de maand(en) waarin betrokkene niet stond ingeschreven.
De opgelegde schadevergoeding wordt geheven boven op het voor het desbetreffende studiejaar geldende college- of examengeld.

1.3.5Art. 12. Hardheidsclausule


In zeer bijzondere omstandigheden, ter beoordeling aan het instellingsbestuur, waarbij de afwijzing van een verzoek op grond van deze regeling tot onbillijkheden van overwegende aard zou leiden, kan het instellingsbestuur van deze regeling afwijken.


1.3.6Art. 13. Inwerkingtreding en citeertitel


1.Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 september 2005 en geldt voor het studiejaar
2005-2006.

2.Dit besluit kan worden aangehaald als “Inschrijvingsregeling UT 2005”.




Enschede, maart 2005 Het College van Bestuur



1.4Toelichting:


Wijzigingen voor het studiejaar 2005-2006 m.b.t. de collegegeldtarieven:


Collegegeldtarieven 2005-2006:

De wettelijke collegegeldtarieven voor het studiejaar 2005-2006 worden met € 20,- verhoogd op basis van de CBS-indexering (indexering 1,36%). Deze indexering van het collegegeld is door de UT ook doorgevoerd voor de tarieven bij een inschrijving als deeltijdstudent en extraneus.
Daarenboven wordt met ingang van het studiejaar 2005-2006 een gedifferentieerd collegegeldtarief ingevoerd voor niet EER-studenten.
Ten behoeve van niet EER-studenten die in het studiejaar 2004-2005 voor een masteropleiding stonden ingeschreven is een overgangsregeling vastgesteld, waarin is bepaald dat de betreffende studenten deze opleiding af kunnen ronden tegen het wettelijke collegegeldtarief binnen de termijn van de nominale studieduur + één jaar gerekend vanaf de eerste inschrijving voor deze opleiding.


Dit resulteert in de volgende tariefstelling met tussen haakjes de tarieven van vorig studiejaar.

Collegegeldtarieven voor het studiejaar 2005-2006:



2005-2006

(tarief 2003-2004)

Wettelijk tarief voltijdse inschrijving (EER)

€ 1496,-

(€ 1476,-)

Duale inschrijving (EER)

€ 1496,-

(€ 1476,-)

Deeltijdse inschrijving (EER)

€ 1088,-

(€ 1073,-)

Extraneus (EER)

€ 904,-

(€ 892,-)

------------------------------------------------------------------

------------------------

------------------------

Instellingstarief I: voltijdse inschrijving bachelor
(
niet EER)

€ 1496,-

(€ 1476,-)

Instellingstarief II: beta masterlopleiding,
voltijd, deeltijd, duaal,

(niet EER)
zie ook overgangsbepalingen

€ 8150,-

(€ 1476,-)

Instellingstarief III: alfa - gamma opleiding,
voltijd, deeltijd, duaal,

(niet EER)
zie ook overgangsbepalingen

€ 6200,-

(€ 1476,-)

Instellingstarief IV:

- European Studies;
- Industrial Design & Manufacturing
(onderdeel van Mechanical Engineering) .

€ 4650,-

€ 5705,-


(€ 1476,-)
(€ 1476,-)


Een duaal traject kan alleen in onderling overleg tussen opleiding en student worden gevolgd. Voor de duale inschrijvingsvorm wordt het tarief vastgesteld op € 1496,- m.u.v. het studiejaar waarin men feitelijk het onderwijs combineert met werken, waarin het tarief wordt vastgesteld op € 1088,-




Bijlage 1:


Masteropleidingen waarvoor het collegegeldtarief wordt vastgesteld op € 8150,-:

Applied Mathematics

Applied Physics

Biomedical Engineering

Business Information Technology

Chemical Engineering

Civil Engineering & Management

Computer Science

Electrical Engineering

Geo-informatics

Human Media Interaction

Industrial Design Engineering

Industrial Engineering & Management

Mechanical Engineering

Mechatronics

Nanotechnology

Science Education

Telematics


Bijlage 2

Masteropleidingen waarvoor het collegegeldtarief wordt vastgesteld op € 6200,-:

Business Administration

Communication Studies

Educational Science and Technology

Healthcare-management

Psychology

Philosophy of Science, Technology and Society

Public Administration

Social Systems Evaluation and Survey Research

Social Science Education