verslag

van 2004 10 26

Verslag interne vergadering d.d. 26 oktober 2004


Aanwezig:

Campus Coalitie: Becht, Bouwman, Brinkman, Houweling, Meijer, Poorthuis, Schrama (vz), Wormeester, IJzermans

UReka: Bijleveld, Bosschaart, Brugge, van Doorn, Girisch (later), van der Mark, Zuurbier

DD: Waals

Griffie: Ribberink, Peijster (verslag)


Afwezig(m.k.): Pol


1. Opening 13.40 uur

De voorzitter opent de vergadering en heet allen welkom.

Vaststellen agenda

Er zijn drie extra agendapunten binnengekomen. Brief inzake Nota Personeelsbeleid, Avantium, Arbeidssatisfactieonderzoek. Deze punten zullen na agendapunt 5 behandeld worden.


2. Mededelingen

Waals deelt mee koekjes te hebben meegenomen en laat deze rondgaan.

Bouwman meldt dat hij van 1 november tot 1 december niet aanwezig zal zijn.


3. Verslag interne vergadering 29-09-2004

Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.


4. Ingekomen/uitgegane post

Geen opmerkingen


5. MBA opleiding Hunan

De voorzitter geeft aan geen inhoudelijke bespreking meer te willen voeren. Hij vraagt allen akkoord te gaan met de opgestelde brief. Deze is akkoord en kan verzonden worden aan het college ter bespreking in de overlegvergadering.


6. Nota personeelsbeleid (extra agendapunt)

Schrama deelt mee dat er een conceptbrief voorligt over dit punt en vraagt Meijer nadere informatie te geven. Meijer geeft aan dat voorliggende vraag nog niet met De Jong is besproken. Hij merkt op dat hij persoonlijk wel achter deze opzet staat omdat hij graag met een nieuw College van Bestuur zaken wil doen over het HRM beleid.

Schrama vraagt de leden of iemand commentaar of opmerkingen heeft. De brief is akkoord en kan naar het college gezonden worden.




7. Arbeidssatisfactieonderzoek UT (extra agendapunt)

De voorzitter geeft aan dat PA&O gevraagd heeft om een nieuwe afgevaardigde voor de commissie die deze activiteit begeleidt. Hij geeft aan dat de personeelsgeleding Becht wil voordragen. Staat iedereen hierachter? Allen gaan akkoord. Ribberink zal PA&O hierover berichten.


8. Avantium (extra agendapunt)

Meijer geeft uitleg over de historie en totstandkoming van Avantium, de standpunten van de UR hierover en de afspraken hierbij. Het risico is destijds bij MESA(+) neergelegd. De Universiteitsraad wil graag dat het college zich aan de gemaakte afspraken houdt. Eén en ander is in klein comité reeds met het college besproken. Meijer vraagt ondersteuning van de UR leden voor dit onderwerp. Bijleveld geeft aan akkoord te gaan maar een open vraagstelling hierover in de overlegvergadering te willen. Ribberink zal een brief opstellen.


9. Voortgang Vastgoedplan (UR 04-321) (agendaput 6)

Voorliggend concept is door Wormeester opgesteld. Meijer geeft nadere informatie. Wormeester heeft informatie opgevraagd bij de VGD. Hieruit blijkt dat de notitie van het CvB een nadere (nieuwe) invulling is ten opzichte van de in 2003 gemaakte afspraken. Deze wijzigingen moeten leiden tot een nieuw plan. Er is geen financiële onderbouwing toegevoegd. Om een besluit hierover te nemen zal deze informatie op korte termijn beschikbaar moeten zijn. Brinkman merkt op dat dit onderwerp wel ter instemming voorligt. Afgesproken wordt het college om duidelijkheid over de wijzigingen te vragen, nadere financiële informatie op te vragen en andere huisvestingsproblemen aan de orde te stellen. Meijer zal de brief opstellen.


10. Concept Instellingsplan (UR 04-257, 04-295, 04-332, 04-333, 04-339) (agendapunt 7)

Inzake het instellingsplan worden twee notities besproken. 1) de nieuwe notitie inzake onderzoek en 2) het Instellingsplan ondersteunende processen.


Ad 1) IJzermans geeft aan dat notitie vanuit de commissie O&O geschreven is. De conceptversie is aan iedereen gemaild. Hij vraagt om wijzigingen of aanvullingen. Tevens vult hij aan dat vanuit de CC fractie aanvulling gevraagd wordt voor het financiële gedeelte.

De voorzitter vraagt om concrete punten ter aanvulling op de teksten.

Brugge verzoekt om nadere informatie over de onderwerpen beschreven bij positionering onderzoeksinstituten en onderzoeksinfrastructuurbeleid. Meijer geeft nadere informatie inzake 12-15% onderzoeksbudget, 1e geldstroom en reallocatie van gelden. Met betrekking tot het tweede punt vraagt Meijer of de UT al werkelijk zover is.

IJzermans vraagt of het laatste punt wel in de notitie opgenomen moet worden?

Schrama merkt op dat op sommige punten aanscherping noodzakelijk is. Afgesproken wordt dat IJzermans, Brugge, Brinkman en Schrama donderdagochtend de tekst aan zullen passen.


De voorzitter merkt op nog weinig reacties (discussiepunten/stellingen) vanuit de organisatie te hebben ontvangen met betrekking tot het instellingsplan. Brinkman geeft aan dat dit vanuit GW in ieder geval nog volgt. Schrama vraagt of dit schriftelijk kan.


Ad 2) De voorzitter vraagt de aanwezigen om reacties naar aanleiding van de notitie betreffende de ondersteunende diensten.

Brinkman vraagt om nadere uitleg over de opmerking over herziening van het verdeelmodel. Meijer geeft aan het hiermee eens te zijn. Hij vraagt zich af waarom nu? Op basis waarvan?

Bosschaart merkt op het jammer te vinden dat de dienstverlening met betrekking tot communicatie en PA&O nog niet ingevuld is. Zeker ook met betrekking tot de diverse opmerkingen over verhoging van de instroom waarin voorlichting een belangrijke rol zal spelen. Misschien dat nadere informatie hierover opgevraagd moet worden.

Becht vraagt zich af of de genoemde Virtuele Dienst een verdergaande reorganisatie is en zou graag nadere informatie hierover ontvangen. Indien het echt een nieuwe reorganisatie betreft komt wederom de 'nut en noodzaak' vraag aan de orde.

Waals vraagt of hier met 'wireless campus' het bedrijf bedoeld wordt of dat het ICT beleid met betrekking tot het draadloze netwerk op de UT? Brugge merkt op dat hij via het Studentenberaad gehoord heeft dat dit inderdaad het laatste betreft. Waals vraagt eveneens op welke wijze bij studentenvoorzieningen de faciliteiten voor USE ingevuld worden omdat hij dit in tegenspraak vindt met de huidige werkelijkheid. Hij geeft enkele voorbeelden. Tevens vindt hij dat academische vorming nog nader uitgewerkt moet worden.

Bosschaart vraagt zich af of academische vorming op deze wijze verbetering oplevert of tot verhoging van het rendement leidt. Concretisering op dit punt is nog nodig. Dit geldt ook voor het studentenactivisme hierbij.

De vorming van een Virtuele Dienst vraagt eveneens om nadere uitleg en invulling, waarbij ook de financiële kant ingevuld moet worden.

Bouwman vraagt zich af of het ICT beleid met betrekking tot wireless campus ook leidt tot het verplicht aanschaffen van een laptop voor studenten of het verdwijnen van vaste PC-voorzieningen op de campus. Is dit wenselijk? Hij heeft tevens vragen met betrekking tot de onderwijskundige ondersteuning.

Zuurbier vraagt zich eveneens af wat het college bedoeld met professionalisering van de onderwijskundige ondersteuning.

Poorthuis merkt op dat bij het taakveld Facilitair Bedrijf de catering niet meer genoemd wordt. Hij vraagt zich af of dit onderdeel al onder "uitbesteding tenzij….." is gebracht.

Schrama geeft aan diverse punten gehoord te hebben. Becht zal een opzet schrijven en dit aan allen mailen. Daarna zal de brief aan het college gezonden worden.


11. Gemeenschappelijke regeling (UR 04-285, 04-329) (agendapunt 8)

De voorzitter geeft aan dat het geplande overleg op 14 oktober niet is doorgegaan vanwege de stakingen bij de spoorwegen. 17 november is als nieuwe datum gepland. 8 november aanstaande is het vooroverleg hierover met de drie medezeggenschapsraden. Hij vraagt de leden of er specifieke vragen zijn over de regeling voor de overlegvergadering of voor het vooroverleg van 8 november.


Brinkman vraagt wat de status van deze notitie is omdat er hiervoor een instemmingvraag van het college ligt. Schrama merkt op dat deze notitie niet de definitieve versie is aangezien hierover nog gesproken gaat worden in de zojuist besproken vergaderingen. Houweling merkt op dat het CvB wel een principe-besluit hierover heeft genomen en naar aanleiding hiervan de instemmingvraag voorlegt.

Bijleveld merkt op geen overleg over dit stuk te willen voeren. Wel zou er in de overlegvergadering gesproken kunnen worden over de invulling van de medezeggenschap in dit geheel. Hij vraagt of het de bedoeling is dat de UR de regeling 'herschrijft' of dat er alleen eisen en wensen hieromtrent bij het college worden neergelegd. Meijer merkt op zelf eisen te willen stellen. En geeft enkele voorbeelden. Bijleveld vraagt hoe organiseren we medezeggenschap voor een TU-Nederland? Waar moet dit aan voldoen?

Brinkman merkt op hierover in gesprek te willen blijven met het college. Vanuit het ministerie is opgemerkt dat de totstandkoming niet budgetneutraal uitgevoerd hoeft te worden. Zoals De Jong aangaf zal één en ander ook wettelijk onderbouwd worden door een voorstel via een experimenteerwet.

Schrama merkt op dat er diverse invullingen ophanden zijn. Zijn vraag is wat wordt er nu precies onder deze gemeenschappelijke regeling gebracht? En wat is de rol van de medezeggenschap hierin? De materie is zeer complex. Op welke wijze wordt medezeggenschap uitgeoefend indien studenten instromen in 3TU verband? Tevens vraagt hij zich of we nu al over moeten gaan naar een medezeggenschapsraad in 3TU verband? (bijv. als commissie van de UR).

Bijleveld merkt op dat dit proces bijzonder snel gaat en dat we wel moeten meegaan hierin, anders lopen we als medezeggenschap achter.

Meijer vraagt zich af of je wel een gemeenschappelijke regeling wil? Is er wel voldoende ondersteuning voor een Federatie? De 4e Technische Universiteit is een 'bestuurlijk bedenksel'. Hij vraagt zich als of en niet gekozen moet worden voor echte samenwerking (vastgelegd in contracten). Hij merkt op dat er wel een instemmingvraag voorligt.

Schrama vraagt of er alternatieven zijn?

Meijer geeft aan dat het lijkt of de Federatie tot stand moet worden gebracht via deze regeling. Hij merkt op liever geen gemeenschappelijke regeling te willen.

Brinkman merkt op dat tijdens de informele bijeenkomst door De Jong is aangegeven dat er een nieuwe WHW komt waarin staat dat gelden ter beschikking worden gesteld aan opleidingen en dat dit verbonden wordt aan de plaats waar het gegeven wordt. Hoe loopt dit in 3TU verband?

Schrama licht één en ander toe. Waals vraagt wat het voordeel van een gemeenschappelijke regeling boven een samenwerkingscontract is? Meijer legt uit hoe hij hierover denkt. Bij contracten ontstaat meer duidelijkheid in vergelijking met de algemenere gemeenschappelijke regeling, omdat daarin bijvoorbeeld specifiek voor één opleiding iets geregeld wordt. Meijer ziet dat er een soort uitzendbureau gevormd wordt voor docenten, hierdoor zal er geen betrokkenheid bij de opleidingen meer zijn.

Brinkman geeft aan parallellen te zien tussen IP en sectorplan. Er vindt nog steeds concurrentie op landelijk niveau plaats en niet op Europees of internationaal niveau. Dit op onderwijs- en onderzoek gebied. Terwijl er toch gestreefd wordt naar volledige samenwerking.

Schrama merkt op dat het Instellingplan een nadere invulling moet zijn van het Sectorplan.

Afgesproken wordt de regeling zelf niet in de overlegvergadering te behandelen maar wel discussie hierover te voeren met het college. Vragen hiervoor worden door Schrama en Bijleveld naar aanleiding van de gevoerde discussie geformuleerd, waarna deze aan het college gezonden zullen worden.


12. Collegegeldtarieven niet EEG studenten (UR 04-330) (agendapunt 9)

De voorzitter geeft een korte inleiding. Hij merkt op dat vlak voor de vergadering een brief is gemaild, hij vraagt Meijer om nadere informatie. Meijer leest de brief voor en vraagt of iedereen akkoord is.

Bijleveld geeft aan dat UReka het eens is met de vraagstelling in de brief. Zuurbier merkt op dat de brief zeker geldt gezien het nieuwe (financiële) beleid dat gevoerd gaat worden. Meijer geeft aan dat dit in de toezegging verwoord wordt.

Schrama geeft aan dat het concept aan het college gezonden kan worden. De toezegging moet in het collegebesluit opgenomen worden.


13. Budgetrapportage t/m augustus (UR 04-331) (agendapunt 10)

Schrama geeft aan dat de rapportage pas gisteren ontvangen is. Hij vraagt of iemand één en ander kort kan samenvatten. Meijer geeft aan dat te lezen is dat de faculteiten gelden tekort komen en de instituten royaler in het geld zitten. Hij merkt op dat dit te maken heeft met interne doorsluizingen. Becht geeft aan dat voor de diensten een ander beeld geldt.

De voorzitter vraagt de leden om alsnog vragen naar aanleiding van de rapportage op te stellen.

Meijer stelt voor de eventuele vragen aan hem of Wormeester te zenden waarna hij een concept brief zal opstellen.


14. Schriftelijke rondvraagpunten (agendapunt 11)

Schrama vraagt welke punten ingediend worden en vraagt de indieners nader uitleg te geven.

- Keuzemodel. De vraag staat verwoord in het verslag van de commissie P&S. Allen zijn akkoord.

- Triangle. Zuurbier geeft nadere uitleg naar aanleiding van de gemailde conceptbrief. Hij zou graag meer informatie van het college willen ontvangen. Meijer vraagt om de vraag in de brief iets concreter te formuleren. De vraag kan namens de gehele UR uit.

- DD – snackbar. Waals geeft nadere informatie. UReka geeft aan niet achter de vraag te staan. Er volgt een korte discussie, de vraag wordt anders geformuleerd en kan vervolgens namens de gehele UR gesteld worden.

De vraag van Waals met betrekking tot de pasjes zal via Bouwman in het Student Union overleg ingebracht worden.

- Girisch geeft aan het onderwerp dyslexie regeling in te willen brengen. Hij merkt op dat er geen uniforme regeling hiervoor op de UT geldt. Studenten lopen ondanks gemaakte afspraken over extra faciliteiten met studieadviseurs tegen diverse problemen op. Allen vinden het een nuttige vraag. Girisch levert een tekst aan bij Ribberink.

- Houweling geeft aan klachten ontvangen te hebben van Masterstudenten over het niet beschikbaar zijn van informatie in het Engels. Het gaat bijvoorbeeld om informatie in TAST. Iedereen vindt dat hierover een vraag gesteld moet worden. Misschien moeten de andere informatiesystemen ook gecontroleerd worden (VIST). Houweling zal dit doen. Ribberink neemt de vraag mee in de schriftelijke rondvraagpunten.


Brugge vraagt of er nog een wettelijke regeling is inzake de looptijd van het Instellingsplan (en vernieuwing). Becht vraagt of deze vraag schriftelijk gesteld moet worden? Brugge geeft aan deze tijdens de discussie in de overlegvergadering te zullen stellen.


15. Rondvraag

Geen.


16. Sluiting 15.50 uur