nieuwsbrieven

Nieuwsbrief 2004 04 06

Nieuwsbrief Universiteitsraad April 2004


Met de overlegvergadering van 6 april is de tweede medezeggenschapscyclus van 2004 afgesloten. Hieronder gaan we kort in op de belangrijkste onderwerpen.


Sectorplan Wetenschap en Techniek

Het Sectorplan Wetenschap en Techniek domineert de laatste tijd de UR-agenda. Sinds de drie collegevoorzitters en stuurgroepvoorzitter Loek Hermans het plan op 16 maart aan staatssecretaris Nijs hebben aangeboden is er een nieuwe fase aangebroken, die van uitwerking en implementatie. Het was natuurlijk teleurstellend dat Nijs niet direct een mooi bedrag heeft toegezegd, maar dat was te verwachten in deze tijden van bezuinigen. Dit neemt niet weg dat overheid en bedrijfsleven de samenwerking tussen de drie TU’s van harte ondersteunen en dat de collegevoorzitters zich zo zeer hebben gecommitteerd dat ze er ook zonder extra geld werk van moeten maken.

Kort voor de presentatie hebben de drie centrale medezeggenschapsraden overleg gevoerd met de stuurgroep over het sectorplan. De raden hebben daarbij laten weten een ‘positieve grondhouding’ te hebben ten aanzien van het sectorplan, maar er kon op een dergelijk korte termijn geen sprake zijn van een uitgebalanceerd advies. Inmiddels hebben de raden het verzoek gekregen om een gezamenlijk advies over het sectorplan uit te brengen. Daarbij gaat het natuurlijk om de wijze waarop de samenwerking op de terreinen van onderzoek, onderwijs en kennisvalorisatie vorm moet krijgen, maar ook om de bestuursvorm van het samenwerkingsverband en om de financiering van het plan. De collegevoorzitters hebben ook laten weten periodiek met de medezeggenschapsraden te willen praten over de voortgang van het sectorplan.

In de overlegvergadering heeft de raad met het college gesproken over de nadere uitwerking van het sectorplan, in het bijzonder het onderdeel “afstemming, focussing en (her)prioritering van het onderzoek”. Dit is het meest ambitieuze onderdeel van het sectorplan – ombuiging van 12-15% van het eerstegeldstroombudget – maar ook het minst concreet uitgewerkt. Het college kon ons nog niet veel meer vertellen over de onderzoeksgebieden en –faciliteiten die daarbij zijn betrokken.

De afgelopen weken is er enige beroering geweest of de zogenaamde ‘financiële claim”, de brief aan de staatssecretaris waarin wordt gevraagd om financiële steun voor de uitvoering van het sectorplan. De collegevoorzitters bestempelen deze brief uit politiek-tactische overwegingen als vertrouwelijk, wat voor de drie raden onacceptabel is omdat er essentiële informatie in staat over de uitvoering van het sectorplan. De brief is nog steeds vertrouwelijk, maar de kou is een beetje uit de lucht, omdat de betreffende informatie via de pers, in het bijzonder het Eindhovense universiteitsblad, naar buiten is gekomen en het in alle openheid in de overlegvergadering is besproken. Het probleem was dat de brief de suggestie wekt dat een groot deel van de gevraagde financiering bedoeld zou zijn voor ‘personeelslasten en afvloeiingskosten’ en dat 1.440 fte ‘overtollig’ zou zijn. Voor de Universiteit Twente zou het daarbij gaan om 360 fte. Het college heeft benadrukt dat dit een “statistische grootheid” is en dat de ombuiging in de eerste plaats moet worden gerealiseerd via natuurlijk verloop, heroriëntatie en mogelijk verhuizing van onderzoeksgroepen. Het college kan gedwongen ontslag niet categorisch uitsluiten, maar dit is voorlopig niet aan de orde. De Universiteitsraad heeft benadrukt dat het sectorplan alleen kans van slagen heeft als het college draagvlak weet te creëren bij de medewerkers en studenten en daarbij kun je het best uitgaan van de aanwezige kwaliteit.


Collegegeldtarieven en Inschrijvingsregeling UT

Het vaststellen van de collegegeldtarieven is altijd een formaliteit geweest. Vooruitlopend op de verwachte maatregel van de minister dat diploma’s van studenten van buiten Europa niet langer worden bekostigd, had het college in januari besloten om voor deze categorie het collegegeld te verhogen tot 8.100 euro. Deze verhoging heeft alom zo veel vragen opgeroepen dat het college zijn besluit heeft teruggedraaid, zodat voor het komend studiejaar het wettelijk tarief van 1.476 euro voor alle studenten geldt. Vanaf 2005 komt er pas een aparte ‘tuition fee voor niet-EER-studenten’ en een werkgroep van de CCO is gevraagd een voorstel te doen over de hoogte ervan. De URaad staat niet afwijzend tegenover het principe dat de tuition fee kostendekkend moet zijn. Wel moet rekening worden gehouden met buitenlandse studenten die nu al aan de Universiteit Twente en aan een opleiding zijn begonnen in de verwachting dat ze elk jaar het wettelijk tarief moeten betalen.

De Universiteitsraad en het college zijn het overigens nog steeds niet eens over de vraag of medezeggenschap van toepassing is op de collegegeldtarieven. We zijn het wel eens over het feit dat de bevoegdheden van de UR niet alleen de formulering van het studentenstatuut betreffen maar ook de daarin opgenomen regelingen. Het college stelt nu dat de collegegeldtarieven geen regeling zijn. Omdat de raad het eens is met het besluit om voor komend studiejaar nog geen tuition fee in te voeren, heeft dit meningsverschil over bevoegdheden geen consequenties voor de uitvoering ervan.

De inschrijvingsregeling UT bevat nog een andere noviteit. Voor het eerst worden eisen gesteld aan de Engelse taalvaardigheid van masterstudenten. De geldende norm is dat studenten die het Engels beheersen op VWO-niveau in staat moeten worden geacht het onderwijs te volgen. Buitenlandse studenten moeten voortaan een toets afleggen, tenzij ze een bachelordiploma hebben behaald in een Engelstalig land. Deze verplichting geldt niet voor Nederlandstalige studenten, ook niet voor hen die geen VWO-diploma hebben. De raad heeft het college gewezen op deze inconsistentie, maar heeft niet aangedrongen op wijziging van de inschrijvingsregeling omdat er nog geen faciliteiten zijn om studenten die de toets niet halen bij te spijkeren. College en raad hebben afgesproken om de ontwikkelingen rond de Engelstalige masteropleidingen te blijven volgen. Wat de raad betreft zal bijvoorbeeld nog moeten blijken of een VWO-diploma, al dan niet met een voldoende voor Engels, inderdaad toereikend is om Engelstalig onderwijs te volgen.


Personeelsbeleid

Eind vorig jaar heeft de Universiteitsraad ingestemd met de Nota Personeelsbeleid onder de voorwaarde dat het beleid nader wordt uitgewerkt en aan het eind van dit jaar opnieuw aan de raad wordt voorgelegd. Onlangs heeft de raad op eigen initiatief een advies hierover uitgebracht. De raad betreurt de opgetreden vertragingen bij een aantal van de bij de dienst PA&O lopende projecten, hij vraagt om prioriteit voor projecten op het gebied van loopbaanontwikkeling en taakbelasting, om expliciete aandacht voor bijzondere doelgroepen (AIO’s, overig tijdelijk WP, OBP en student-medewerkers), duidelijkheid over de beschikbare financiële middelen voor het personeelsbeleid, meer aandacht voor de implementatie van het beleid, en betere verslaglegging. Het college heeft toegezegd het advies ter harte te nemen.


Volgende cyclus

De volgende medezeggenschapscyclus staat al weer voor de deur. Mogelijke onderwerpen zijn: opheffing propedeuseopleidingen in Friesland, reorganisatie technische dienstverlening en (opnieuw) het Sectorplan Wetenschap en Techniek. Op 20 april zijn de commissievergaderingen, op 27 april is er een interne vergadering (aanvang 13.30, Zilverling L200) en op 11 mei is de volgende overlegvergadering (9.00 – 12.30 Langezijds 3500). Alle vergaderingen zijn openbaar.