nieuwsbrieven

Nieuwsbrief 2004 11 09

NIEUWSBRIEF UNIVERSITEITSRAAD NOVEMBER 2004


Instellingsplan

Tussen 1 en 9 november heeft de Universiteitsraad in samenwerking met het College van Bestuur vier discussiebijeenkomsten belegd over het nieuwe Instellingsplan. Tijdens deze bijeenkomsten heeft een groot aantal medewerkers en studenten zijn mening gegeven over de belangrijkste discussiepunten. De verslagen zullen binnenkort op de UR-site worden geplaatst. Voor de Universiteitsraad hebben deze bijeenkomsten duidelijke signalen opgeleverd die een belangrijke rol zullen spelen bij onze meningsvorming over het Instellingsplan (waarvoor onze dank). Wij hebben er ook alle vertrouwen in dat het college deze signalen meeneemt bij het herschrijven van het concept. De tijd begint wel te dringen. Als de definitieve versie van het Instellingsplan in de overlegvergadering van 7 december moet worden behandeld, zal de nieuwe tekst op 20 november beschikbaar moeten zijn.


Overlegvergadering

De overlegcyclus van oktober en november is tamelijk chaotisch verlopen. Op 2 november kon de overlegvergadering niet doorgaan omdat niet alleen het voltallige college, maar ook een groot aantal UR-leden ‘vast zat’ in de Spiegel vanwege de poederbrief. Gelukkig was er op 9 november nog een mogelijkheid om te vergaderen. Echter in de beperkte tijd die beschikbaar was, hebben we slechts twee inhoudelijke agendapunten kunnen bespreken: de wijziging van het vastgoedplan en de gemeenschappelijke regeling. De overige agendapunten worden doorgeschoven naar de volgende cyclus of schriftelijk afgehandeld.

Gemeenschappelijke Regeling

In de overlegvergadering van 9 november is lang gesproken over de zogenaamde ‘gemeenschappelijke regeling’, een volgende stap in het overleg tussen de drie technische universiteiten.

De drie Colleges van Bestuur willen de samenwerking formaliseren door het oprichten van een ‘gemeenschappelijke regeling’, een publiekrechtelijke rechtspersoon. Dit is een juridische constructie, waarmee de bestaande overlegvormen (voorzittersoverleg, 3TU Graduate School, 3TU Institute of Science and Technololgy, 3TU Innovation Lab) worden geformaliseerd en waarin in de (nabije?) toekomst gezamenlijke projecten kunnen worden ondergebracht.

Als Universiteitsraad hebben wij eerder positief geadviseerd over het Sectorplan en wij staan niet op voorhand afwijzend tegenover de gemeenschappelijke regeling. Het college vroeg echter instemming met een tekst die als concepttekst was aangeboden en waarvan de Universiteitsraad bij eerdere gelegenheden en per brief had aangegeven dat deze op wezenlijke punten bijstelling behoeft. De raad heeft dan ook unaniem besloten niet akkoord te gaan met het huidige concept. Het college heeft daarop besloten de instemmingvraag op te schorten.

De wijzigingen in de gemeenschappelijke regeling die wij voorstaan betreffen de bevoegdheden van het bestuur (dat wordt gevormd door de drie collegevoorzitters), de regeling van de medezeggenschap, het oprichten van een stichting voor het beheer van de financiën en de voorgenomen evaluatie na twee jaar. Het gaat ons om wezenlijke aanpassingen en niet om zaken die met enige toelichting wellicht toch acceptabel zijn. Bovendien zijn wij zeer verbaasd dat instemming is gevraagd met een concepttekst. Op 17 november vindt nog een overleg plaats tussen de drie collegevoorzitters en een afvaardiging van de medezeggenschapsraden. Wij mogen aannemen dat dit overleg nog kan leiden tot aanpassing van de tekst die uiteindelijk ter instemming zal worden voorgelegd.


Vastgoedplan

De Universiteitsraad heeft ingestemd met een wijziging van een onderdeel van het vastgoedplan, het zogenaamde ‘HOOC-project’. Dit betreft de toekomstige huisvesting van EWI, TNW en MESA+. In de vastgoedplannen zoals in mei 2003 met het College van Bestuur besproken werd uitgegaan van een verbouwing van Matrix (voorheen hal D) en Langezijds (voorheen CT). Met name ten aanzien van Matrix is echter geconcludeerd dat voor de invulling met experimentele en kantoorruimtes het frame uiterst ongelukkig is. Gezien de bestaande hoogte kan voor experimenteerruimtes niet in 2 verdiepingen worden gewerkt en met in achtneming van ARBO voorschriften is de realisatie van kantoorruimtes erg onpraktisch. Er kan slechts een relatief gering aantal netto vierkante meters gerealiseerd worden. Voor Langezijds gelden, alhoewel in mindere mate, vergelijkbare argumenten. De Universiteitsraad heeft dan ook ingestemd met het voorgenomen CvB-besluit om niet langer verbouw van deze gebouwen als uitgangspunt te nemen, maar (gedeeltelijke) sloop en nieuwbouw te realiseren. De kosten voor de realisatie van het HOOC-project zullen hierdoor niet hoger uitvallen. Op korte termijn zal het College van Bestuur een nadere uitwerking van het HOOC-project aan de Universiteitsraad voorleggen. Bijzondere aandacht zal uitgaan naar de positie van de AKI, die zich oriënteert op huisvesting buiten de campus.