Aandachtspunten uit de overlegvergadering van de Universiteitraad van 9 november 2004


Voortgang Vastgoedplan


De Universiteitsraad,

gezien:

Het Vastgoedplan O&O centrum km. VGD/045/03/Sbg

Het instemmingsbesluit vastgoed van 20 mei 2003

De brief van het CvB “Voortgang Vastgoedplan” d.d.27 september 2004 (UR 04-321)

overwegende dat:

Bij het instemmingsbesluit van 20 mei 2003 afgesproken is dat bij instemmingsmomenten de vraag aan de orde komt of de resterende vastgoedplannen nog passen binnen het investeringsschema. Hoe de liquiditeitsontwikkeling is en welke invloed de vastgoedplannen hebben en zullen hebben op de uitvoering van het onderwijs en onderzoek binnen de UT. Een nadere inschatting van de benodigde vierkante meters, c.q. de behoefte aan nieuwbouw zal tevens worden gegeven.

Op 20 mei 2003 ingestemd is met het vastgoedplan O&O centrum als raamwerk voor de toekomstige huisvesting van de UT.

Het voorstel om voor EWI en TNW niet langer de verbouw van Matrix en Langezijds als uitgangspunt te nemen, maar nieuwbouw te realiseren een wijziging is van het raamwerk van het vastgoedplan O&O centrum.

gehoord dat:

Het college aangeeft dat voor zowel Matrix als Langezijds de kosten van nieuwbouw gelijk dan wel geringer zijn dan van verbouw.

Met de AKI inmiddels afspraken voorzien zijn die de tijdige ontwikkeling en uitvoering van nieuwbouwplannen niet belemmeren.

De voorliggende instemmingsvraag geen invulling is van de instemmingsvraag zoals bedoeld in het najaar 2004 in de procedure afspraak vastgoed op 20 mei 2003.

Het college de details van het onderhavige HOOC-project fasegewijs in de UR aan de orde zal stellen, inclusief een financiële onderbouwing;

stemt in met:

Het uitgangspunt van nieuwbouw voor EWI en TNW i.p.v. verbouwen van Matrix en Langezijds.


Gemeenschappelijke Regeling 3 TU’s

Het college bevestigt desgevraagd dat er in de huidige voorgestelde Gemeenschappelijke Regeling geen sprake is van overdracht van bevoegdheden aan een orgaan van de 3 TU’s. Ook in geval van plaatsing van opleidingen in de 3 TU Graduate School zal terugkoppeling naar de eigen instelling vereist zijn.

Het college vraagt de UR in te stemmen met de voorgestelde regeling. De UR wijst erop dat de voorliggende tekst een concept is, welke nog verandering behoeft. In de desbetreffende brief van de UR (UR 04-531) merkt de raad dit ook op en wijst op het komende overleg van de medezeggenschapsraden van de 3 TU’s met het Voorzittersoverleg. Naar de UR verwacht zal naar aanleiding van dit overleg de tekst aangepast worden. In de huidige tekst kan de raad zich dan ook niet vinden.

Het college schort de instemmingsvraag vervolgens tot nader order op.