nieuwsbrieven

Nieuwsbrief 2003 mei


Vastgoed. Met de overlegvergadering van 20 mei heeft de Universiteitsraad de cyclus van mei afgesloten. De hoofdmoot was de instemmingsvraag met het vastgoedplan voor het onderwijs en onderzoeksgebied als kaderplan en de realisatie van de renovatie van de hallen bij het WB-gebouw plus de nieuwbouw van hal VI voor het Impact-instituut. Zoals bekend draait de besluitvorming over het vastgoed vooral om het geld. De noodzaak van grootscheepse investeringen in het vastgoed was de belangrijkste aanleiding voor de reorganisatie. De Universiteitsraad wil daarom bij elke grote beslissing over het vastgoedplan een geactualiseerd financiële plaatje voor de komende jaren hebben. Ditmaal is tot tweemaal toe een sessie belegd met de UR-commissie Financiën en Vastgoed voordat de raad het groene licht kon geven. Het college heeft daarbij zijn kaarten op tafel gelegd onder de voorwaarde dat de raad strikte vertrouwelijkheid betracht ten aanzien van de verstrekte informatie.

Wat naar buiten mag worden gebracht is dat de benodigde investeringen in het vastgoed M€ 244 bedragen en dat dit zal leiden tot een jaarlijkse kapitaalslast van M€ 21, hetgeen M€12 meer is dan in de huidige situatie. Het college heeft uiteengezet waar dit geld vandaan moet komen. Het is van groot belang dat de claim voor extra huisvestingsmiddelen van M€ 7 die is neergelegd bij het ministerie wordt gehonoreerd. Daarnaast staat nog een bedrag aan te realiseren bezuinigingen van minstens M€ 7 open uit het Reorganisatieplan van vorig jaar (alleen de M€ 9 door het schrappen van OBP-formatie is gerealiseerd). Het is niet eenvoudig om dergelijke complexe materie te beoordelen en uiteindelijk gaat het om de vraag of de raad er vertrouwen in heeft dat de uitvoering van de door het college voorgestelde plannen verantwoord is. De zorgen van de raad waren ingegeven door het feit dat het prijskaartje dat aan de vastgoedplannen hangt in enkele jaren meer dan verdubbeld is en door het ontbreken van een actuele meerjarenraming waarin duidelijk staat aangegeven wat er beschikbaar is voor de primaire processen, onderwijs en onderzoek. Hopelijk is dit laatste overzicht volgende maand beschikbaar als het UMT zich in een “strategisch beraad” buigt over de meerjarenraming en de strategische plannen van de faculteiten, instituten en diensten.

Wat de afhandeling van het vastgoed in de komende jaren betreft is nu afgesproken dat de Universiteitsraad nog twee instemmingmomenten heeft. Daarbij komt aan de orde of de resterende vastgoedplannen nog passen binnen investeringsschema, hoe de liquiditeitsontwikkeling is en welke invloed de vastgoedplannen hebben en zullen hebben op de uitvoering van het onderwijs en onderzoek binnen de UT. Een nadere inschatting van de benodigde vierkante meters, c.q. de behoefte aan nieuwbouw wordt tevens gegeven. Deze instemmingsmomenten zijn: (1) de verbouwing van het CT-gebouw t.b.v. de faculteit TNW (project I) en de nieuwbouw voor de faculteit EWI (project II), voorzien in najaar 2004 en (2) het verbouwen van het TO/KCT-gebouw ten behoeve van de faculteit BBT (project V), voorzien in 2007. Wat het TO/KCT-gebouw betreft heeft het college gezegd dat sloop en nieuwbouw, een optie die uit het vastgoedplan zou kunnen worden gelezen, niet aan de orde is.

Enkele van de overige onderwerpen in het kort:

Twente Scholarship Program. Onlangs is de Stichting Twente Scholarship Program (TSP) opgericht. Volgens plan zal deze stichting een fonds gaan beheren voor leningen en beurzen voor buitenlandse masterstudenten. Momenteel bestaan binnen de Universiteit Twente verschillende van deze regelingen, die moeten opgaan in het nieuwe TSP. De realisatie is nog niet rond vanwege onduidelijkheden over de wetgeving die in de maak is om de fraude in het hoger onderwijs tegen te gaan (wetsvoorstel “korte klap”). De Universiteitsraad heeft verschillende kritische vragen gesteld over dit project, over de stichtingsvorm waarbij het bestuur wordt gevormd door het CvB, over de eventuele financiering van het fonds uit eerstegeldstroommiddelen (wat verboden is), en over de wenselijkheid om het bestaande Twente Mobility Fund (een regeling voor UT-studenten) ook in de stichting onder te brengen. Een deel van de raad heeft vergaande bezwaren tegen de voorgestelde regeling: het aanwenden van UT-middelen voor dit doel, het achterliggende doel om langs deze weg meer buitenlandse AIO’s aan te trekken, de ambitie om na de studie AIO bij de UT te willen worden als voorwaarde om in aanmerking te komen voor een lening (impliceert verschil in behandeling tussen studenten met en zonder die ambitie), en genereuze faciliteiten voor AIO’s die langs deze weg worden geworven (mogelijk zelfs kwijtschelding van de lening) die niet aan alle AIO’s worden geboden. De raad is unaniem van mening dat dit soort zaken medezeggenschap behoeft, terwijl het college op het standpunt staat dat dit geen UT-aangelegenheid is en dus buiten de bevoegdheid van de raad valt.

Sectorplan Wetenschap en Techniek. Onlangs heeft de stuurgroep onder voorzitterschap van oud-minister Hermans een eerste versie gepubliceerd van de plannen voor nauwe samenwerking tussen de drie Technische Universiteiten. Dit proces kan vergaande consequenties hebben, zoals het opheffen van masteropleidingen of –specialisaties, of het afbouwen van onderzoeksactiviteiten. Mede omdat ze nog moeten worden uitgewerkt heeft de Universiteitsraad nog geen oordeel gegeven over de plannen. Wel moeten op korte termijn nadere afspraken worden gemaakt over de medezeggenschap, opdat de raad en de UT-gemeenschap later in het jaar niet worden geconfronteerd met min of meer voldongen feiten.

Technische Geneeskunde. Naar is gebleken was het tot voor kort niet mogelijk om je bij de IBG aan te melden voor de nieuwe opleiding Technische Geneeskunde. Volgens het College van Bestuur was dit het gevolg van een administratieve fout bij het ministerie die inmiddels verholpen is. Het college heeft de raad verzekerd dat dit geen nadelige consequenties heeft voor de geplande start in september met 50 studenten.