nieuwsbrieven

Nieuwsbrief 2003 januari

UR-nieuwsbrief Januari 2003

Op 14 januari heeft de personeelsgeleding Universiteitsraad ingestemd met het aanvullend reorganisatieplan (volledige tekst van het instemmingsbesluit). Hiermee is een extra fase in het reorganisatieproces afgerond, die nodig was geworden toen de raad in september tot het oordeel kwam dat het toen voorliggende implementatieplan onvolledig was. Het op 5 december gepresenteerde aanvullend reorganisatieplan is het overkoepelend document dat is gebaseerd op alle implementatieplannen die de afgelopen maanden door de decanen en diensthoofden in overleg met de decentrale medezeggenschap zijn opgesteld en waarin de organisatorische veranderingen en de personele gevolgen voor elke eenheid binnen de Universiteit Twente zijn weergegeven.

Één onderdeel, het taakveld technische ondersteuning, inclusief het IMC, is uitgezonderd van het instemmingsbesluit. Voor dit taakveld ligt er nu eindelijk een plan, maar dat is nog niet is besproken met de (decentrale) medezeggenschap. Afgesproken is dat binnen maximaal zes maanden een plan zal worden gemaakt voor de inrichting van de dienst Technische ondersteuning van Onderwijs en Onderzoek, waarin ook het IMC zal worden betrokken. Dit plan zal als reorganisatieplan ter instemming zal worden voorgelegd aan de medezeggenschap. De Universiteitsraad zal op korte termijn in overleg met de betrokken faculteitsraden vaststellen wie de instemmingbevoegdheid zal uitoefenen.

De Universiteitsraad heeft zijn eindoordeel moeten baseren op een grote hoeveelheid informatie die in veel opzichten inconsistent en onvolledig was. Van de zijde van het College van Bestuur is de nodige inspanning verricht om het een en ander aan te vullen of te verduidelijken. Uiteindelijk heeft de raad zijn oordeel gebaseerd op drie hoofdthema's: (1) sociale gevolgen, (2) correcte decentrale medezeggenschap en (3) de realisatie van de bezuinigingsdoelstelling.


Sociale gevolgen

Volgens de laatste stand is 22 fte 'overtollig', wat betekent dat een kleine 30 medewerkers officieel te horen krijgen dat zij 'met ontslag' worden 'bedreigd'. Gedwongen ontslag is uiteraard het meest vervelende aspect van de reorganisatie. De Universiteitsraad onderschrijft de noodzaak van drastische bezuinigingen, maar meent dat er een reële mogelijkheid is om dit te realiseren zonder gedwongen ontslagen. De afgelopen weken is voor enkele gevallen alsnog een oplossing gevonden en voor de overigen is met het vaststellen van het implementatieplan de ontslagbeschermingstermijn van twintig maanden ingegaan. Het College van Bestuur heeft beloofd zich tot het uiterste in te spannen om voor iedereen een oplossing te vinden. De raad heeft het college voorgesteld om te garanderen dat er geen gedwongen ontslagen zullen vallen. Daarmee kan worden voorkomen dat betrokkenen de komende tijd in grote onzekerheid zitten. Het college heeft de raad echter weten te overtuigen dat een dergelijke garantie ook de prikkel voor de betrokkenen wegneemt om mee te werken aan een oplossing, waardoor een deel van de bezuinigingen niet zal worden gerealiseerd. In plaats daarvan heeft het college nu op aandringen van de raad de inspanningsverplichting nader geconcretiseerd door toe te zeggen dat werknemers die met ontslag bedreigd worden, gedurende hun ontslagbeschermingstermijn van 20 maanden, tenminste eenmaal reëel de mogelijkheid wordt geboden om gedwongen werkloosheid te voorkomen, bijvoorbeeld door hen een andere, passende functie binnen of buiten de UT aan te bieden of hen te helpen een eigen bedrijf te starten. De Universiteitsraad heeft goede hoop dat hiermee voor iedereen, ook voor degenen waarvoor het moeilijk is om buiten de Universiteit Twente een nieuwe baan te vinden, bijvoorbeeld vanwege hun leeftijd, een oplossing zal worden gevonden. Dit betekent dan een nieuwe baan, of in een enkel geval, door toepassing van de hardheidsclausule in het sociaal plan, alsnog pré-fpu.

De Universiteitsraad heeft ook geprobeerd na te gaan of het aanwijzen van de medewerkers die met ontslag worden bedreigd volgens de regels is gegaan. Immers, de reorganisatie is geen middel om medewerkers te lozen die leidinggevenden liever kwijt zijn. De beslissing of een functie wordt opgeheven moet worden genomen op basis van de inhoud ervan, terwijl de wijze waarop de medewerkers hun werk doen geen rol mag spelen. De spelregels in het sociaal plan hieromtrent zijn complex en het is erg moeilijk om te controleren of ze juist zijn toegepast. De Universiteitsraad weet dat er in bepaalde gevallen twijfels bestaan op dit punt, onder meer via het meldpunt dat de raad samen met het OPUT heeft ingesteld. Nu is de Universiteitsraad niet bevoegd om te oordelen over bezwaren van individuele medewerkers, maar hij kan zich wel een oordeel vormen over de vraag of een bepaalde functie terecht wordt opgeheven, dus met een deugdelijke inhoudelijke argumentatie. De Universiteitsraad heeft een aantal gevallen nader onderzocht. Soms kon worden vastgesteld dat de twijfels ongegrond waren, soms gaf de beschikbare informatie geen uitsluitsel. De Universiteitsraad heeft geoordeeld dat er geen sprake is van omvangrijke of systematische onregelmatigheden; wat een reden zou zijn geweest om niet in te stemmen. Dat neemt niet weg dat de raad meent dat enkele medewerkers argumenten hebben aangevoerd waar in een eventuele bezwaarprocedure nog eens goed naar moet worden gekeken.

De personeelsgeleding van de Universiteitsraad heeft in een aanvullend advies enkele suggesties gedaan voor de werkwijze van de herplaatsingscommissie en de behandeling van de medewerkers waarvoor uiteindelijk geen passende functie kan worden gevonden.


Decentrale medezeggenschap

De bezwaren van de Universiteitsraad tegen het oorspronkelijke Reorganisatieplan betroffen niet alleen de onvolledigheid, maar ook het feit dat er vrijwel geen sprake was geweest van decentrale medezeggenschap. Nu kunnen we constateren - en dat is grote winst - dat de faculteits- en dienstraden serieus advies hebben kunnen uitbrengen en dat in veel gevallen aan bezwaren van de raden tegemoet is gekomen. Ook zijn de adviezen van de decentrale raden richtinggevend geweest voor de meningsvorming binnen de Universiteitsraad, terwijl er tijdens de totstandkoming van de implementatieplannen ook meerdere malen overleg heeft plaatsgevonden tussen centrale en decentrale medezeggenschap. Één kanttekening: decanen en diensthoofden hebben in sommige gevallen hun raad bepaalde gegevens onthouden, omdat deze individuele medewerkers betroffen of daartoe te herleiden waren. Het is gebleken dat niet geheel duidelijk was dat krachtens de Reorganisatiecode UT het volledige personeelsplan onder het informatierecht van de medezeggenschap valt, waarbij de raden uiteraard gehouden zijn om zorgvuldig om te gaan met vertrouwelijke gegevens die hen onder ogen komen.


Realisatie van de bezuinigingsdoelstelling

De totale reorganisatie moet leiden tot een bezuiniging van 18 miljoen Euro, te realiseren in 2008. Het aanvullend reorganisatieplan betreft alleen de 'herstructurering dienstverlening', waarmee 9 miljoen Euro moet worden bespaard door middel van het opheffen van een groot aantal OBP-functies. De Universiteitsraad heeft verschillende kritische kanttekeningen geplaatst bij het financiële plaatje. Het college lijkt hier en daar naar het beoogde resultaat toe te rekenen door ondoorzichtige en oneigenlijke posten opvoeren. Dit betreft bijvoorbeeld: het meerekenen van vacatures die al voor de ijkdatum van 1 januari 2002 zijn opgeheven; een niet nader toegelicht bedrag van 1,3 miljoen Euro aan ‘bezuinigingen op overige kosten’; en de bezuinigingen als gevolg van de kleinere omvang van het College van Bestuur wat tot de post 'reductie bestuurslast' moet worden gerekend. Afgesproken is om een definitieve versie van het aanvullend reorganisatieplan te publiceren met een actueel overzicht van de bezuinigingsindicatie voor de 'herstructurering dienstverlening'.

Daarnaast is er volgens de Universiteitsraad van de totale bezuinigingsdoelstelling van 18 miljoen Euro in de begroting 2003 al een bedrag van 7 à 8 miljoen Euro gerealiseerd, hetgeen aanzienlijk meer is dan de geplande 2,8 miljoen Euro. Er is dus sprake van een eenmalige meevaller die in 2003 ten goede van de faculteiten en instituten is gekomen. De Universiteitsraad meent dat dit geld beter had kunnen worden gebruikt om het begrotingstekort terug te brengen (dat nu conform planning 5,6 miljoen Euro bedraagt). Daarnaast is het vreemd dat niemand weet hoe groot de meevaller precies is, omdat de faculteiten en instituten de komende jaren dit bedrag weer zullen moeten bezuinigen. Afgesproken is om in de begroting 2003 alsnog aan te geven hoe groot het bedoelde bedrag is en om de binnenkort op te stellen meerjarenraming transparant te maken op de door de Universiteitsraad aangekaarte onderdelen.


Vervolg

Met het vaststellen van het aanvullend reorganisatieplan is niet alleen de herplaatsingsperiode ingegaan, maar de decanen en diensthoofden kunnen nu werk maken van het strategisch of bedrijfsplan, waarin de nieuwe organisatie van de eenheid nader wordt uitgewerkt, gekoppeld aan een meerjarenbegroting. Voor de faculteiten en diensten met een financieel probleem betekent dit dat er een route moet worden uitgezet die een reëel uitzicht biedt op een sluitende begroting in 2005. De decentrale raden hebben instemmingsrecht op deze plannen.


Advies studentengeleding Universiteitsraad

De studentgeleding van de Universiteitsraad heeft positief geadviseerd over het aanvullend reorganisatieplan. Wel vroeg zij het College van Bestuur om met een uitwerking te komen van de volgende drie punten:

Onderwijskundige dienstverlening in de vijf faculteiten. Voor een efficiënte organisatie enerzijds en een studentgerichte houding anderzijds is het van groot belang dat de dienstverlening van instanties als bureau onderwijszaken, stagebureau, kwaliteitszorg en coördinatoren internationalisering in UT-breed verband goed op elkaar afgestemd is.

Integraal beleid ten aanzien van computervoorzieningen voor studenten en inrichting van de daarbij behorende ergonomisch verantwoorde werkplekken voor studenten. Dit heeft alles te maken met de verschuiving van facultaire en centrale PC-zalen naar de inrichting van centrale (en facultaire) studielandschappen met draadloze toegang tot het UT-computernetwerk.

Transparante werkwijze van het Universitair Management Team nieuwe stijl. Voorkomen moet worden dat het UMT nieuwe stijl een besloten vergaderclub wordt dat op een weinig transparante manier het strategisch beleid van de UT vormgeeft.