aandachtspunten

uit het overleg 2003 07 01

Aandachtspunten uit de overlegvergadering Universiteitsraad van 01 juli 2003


Mededelingen


De door de UR gevraagde rapportage inzake de voortgang van de herplaatsing zal door het college per mail toegezonden worden.

Ten aanzien van de problematiek rond het openhouden van de huisartsenpraktijk op de campus zegt het college toe te zullen blijven streven naar een mogelijkheid om dit te realiseren, hoewel een en ander op dit moment niet mogelijk lijkt.

De UR vraagt het college om een reactie op zijn brief inzake de DU (UR 03-228, niet geagendeerd).

Het door de UR met betrekking tot de portfolio analyse gegeven advies op het punt van aanwending van stimuleringsmiddelen voor niet-tijdelijk personeel wordt door het college niet overgenomen.


Schriftelijke rondvraagpunten


De door de UR gestelde vraag over de toegankelijkheid van de medezeggenschap voor buitenlandse studenten zal schriftelijk door het college worden beantwoord.

Op de vraag van de UR over de inrichting van de Vrijhof als onderwijsgebouw antwoordt het college dat er geen plannen zijn voor onderwijs in grote zalen. Mochten deze plannen in de toekomst toch ontstaan, dan zullen de gebruikers van de Vrijhof uitgebreid bij de besluitvorming hieromtrent betrokken worden.

Het college zegt voorts desgevraagd toe de richtlijnen voor de samenstelling van benoemingsadviescommissies voor hoogleraren aan de UR toe te zullen zenden.


Verslag van de overlegvergadering van 20 mei 2003


Naar aanleiding van dit verslag zegt het college toe de regeling ten aanzien van het Twente Scholarship Program - zodra deze gereed is - aan de UR te zullen overhandigen.


BBR


Het college gaat akkoord met de door de UR voorgestelde formulering van artikel 16, derde lid onder weglating van het tweede deel van de zin. De formulering waarin een ieder zich kan vinden, luidt dan:" Het college van bestuur bepaalt het strategisch beleid van de universiteit, in nauw overleg met het UMT".

Het CvB zegt toe de problematiek rond artikel 20, eerste lid - het zitting hebben van een student in het dagelijks bestuur van de opleidingen - opnieuw in het UMT aan de orde te zullen stellen. Daarbij wordt de suggestie een en ander dwingend op te leggen middels het door het college vast te stellen faculteitsreglement serieus overwogen.

De brief van het UMT over de positie van de OLD's zal door het college ter informatie aan de UR worden toegezonden.

Het college neemt het voorstel van de UR met betrekking tot de informatieplicht jegens de UR over (artikel 13).

Geconstateerd wordt dat er in grote mate overeenstemming bestaat over de overige, in de vergadering niet nader besproken punten in de brief van de UR.

Afgesproken is om zo mogelijk nog voor de zomervakantie in klein comité - de Jong + (deel van) presidium - de overige door de UR gemaakte opmerkingen met betrekking tot het BBR te bespreken.


Samenwerkingsovereenkomsten partners Technische Geneeskunde


De Universiteitsraad,

Gezien:

de samenwerkingsovereenkomst UMC-UT met betrekking tot de opleiding klinische technologie (UR 03.196)

Overwegend:

dat de inrichting van het curriculum een belangrijke factor is voor de kwaliteit alsmede de inhoud van de opleiding

dat over de inrichting van het curriculum ten allen tijde objectief advies ingewonnen moet kunnen worden

dat de UT de verplichting heeft (kwalitatief goed) onderwijs aan te bieden aan de studenten ingeschreven aan de opleiding klinische technologie

dat het curriculum voor een groot gedeelte leunt op onderwijs toegeleverd door partners buiten de UT

dat, gezien het feit dat de samenwerkingsovereenkomst een opzegtermijn van slechts drie maanden kent, het raadzaam is afspraken met betrekking tot de toelevering van het onderwijs ruim van te voren te maken

Adviseert:

punt 9b. ‘(Onder diensten van substantiële omvang wordt verstaan) advisering over de inrichting van het curriculum’ buiten de overeenkomst te houden

een jaarlijkse deadline vast te stellen wanneer concrete afspraken m.b.t. de onderwijstoelevering voor het jaar daarop gemaakt moeten zijn (bijvoorbeeld 1 april)


Het college zegt toe bovenstaand advies mee te nemen in het overleg met het UMC en vervolgens richting de UR te reageren. De overige nog af te sluiten overeenkomsten zullen in een later stadium aan de orde komen, deze zijn niet noodzakelijk voor het curriculum van het eerste jaar.


Slotregularisatie


De Universiteitsraad


Gezien

De slotregularisatie 2002, km FEZ/352.389/wr

Het advies van de commissie FV


Gehoord de toezegging van het College:

om met ingang van het begrotingsjaar 2003 de slotregularisatie op een eerder moment aan te bieden


Adviseert

Positief ten aanzien van de slotregularisatie 2002


Het college zal aan de UR informatie verschaffen waardoor inzicht gegeven wordt in het structurele/ incidentele gedeelte van het tekort van M€ 10,9 over 2002, zoals gemeld op p.23 van het Financieel jaarverslag 2002.


Concept - Jaarverslag UT 2002


Het college excuseert zich voor het door de UR geconstateerde feit dat in het Jaarverslag van de UT geen melding wordt gemaakt van de medezeggenschap op de UT en zegt toe in komende jaarverslagen hier aandacht aan te zullen besteden.


Algemene gang van zaken

a.Sectorplan wetenschap en technologie

Het college bevestigt nogmaals dat in dit stadium van de besprekingen nog geen onomkeerbare afspraken zijn gemaakt. Er is nog alle ruimte voor medezeggenschap, aldus het college.

b.Ontwerp – Begrotingsrichtlijnen

Afgesproken is dat na de vakantie in een overleg van een deel van de UR met de Commissie financieel verdeelmodel de pijnpunten van dit model besproken zullen worden. Het college zal in dezen het initiatief nemen.


De Universiteitsraad

Gezien:

De nota Ontwerp Begrotingsrichtlijnen 2004, km. FEZ/359.533

Het advies van de commissie FV

Het advies van de UR over de begroting 2003, d.d. 4 maart 2003

De brief van de UR aan de OLD’s aangaande de onderwijsbekostiging en de reacties hierop.


Overwegende dat:

Ten aanzien van de ziektekostenverevening

De verevening van ziektekosten bij uitstek geschikt is om financiële fluctuaties ten gevolge van veelal niet beïnvloedbare risico’s van langdurige ziekte af te regelen

Een dergelijke solidariteits - regeling niet per eenheid dient te geschieden, maar in het kader van een personeelsbeleid UT breed gedaan moet worden

De vermeende voordelen ten aanzien van “afrekenen op verzuimbegeleiding” kunnen omslaan in selectie en uitstoot van kwetsbaren om risico’s te vermijden

Ten aanzien van de prioritaire projecten

De post Prioritaire projecten niet past binnen de toezegging van het College van Bestuur dat zo spoedig mogelijk stimuleringsmiddelen binnen de afgesproken 10% worden gebracht

Ten aanzien van de post frictiekosten

De frictiekosten ad M€ 1 in de begroting 2003 bedoeld waren om problemen ten gevolge van het model in 2003 op te lossen.

In de analyse van het CvB van het verdeelmodel slechts een probleem is geconstateerd ten aanzien van poolruimtes. In de begrotingsrichtlijnen 2004 dit probleem is opgelost waardoor dit budget niet langer noodzakelijk is.

Het college enige vrijheid moet hebben om nog lopende het jaar zaken financieel bij te stellen. Naast overschrijdingen van budgetten die al dan niet gecompenseerd worden door onderbesteding van andere budgetten is enige beleidsreserve noodzakelijk.

Ten aanzien van het verdeelmodel

De stelling van het college dat verschillende varianten voor onderwijsbekostiging op faculteitsniveau geen belangrijke verschuivingen ten gevolge hebben.

De toezegging van het college op 4 maart 2003 om de richtlijnen van de begroting 2004 mede te baseren op een meerjarenbegroting en de analyse van het verdeelmodel.

De toezegging van het college op 4 maart 2003 dat bij de analyse van het verdeelmodel de verdeling van onderwijsmiddelen een specifiek aandachtspunt is, waarbij met name gekeken zou worden naar (1) de verdeling van infrastructurele en stimuleringsmiddelen (2) een stelsel van verrekeningstarieven en (3) niet SSP gerelateerde onderwijszaken zoals mentoraat en docentscholing.

De UR heeft geadviseerd om bij de analyse van de onderwijscomponent van het verdeelmodel de opleidingsdirecteuren te betrekken.

De reacties van de opleidingsdirecteuren op de vragen van de UR over het verdeelmodel nadere discussie over de werking van het verdeelmodel noodzakelijk maken.

Het College bovenstaande toezeggingen niet is nagekomen en het advies om de opleidingsdirecteuren te betrekken bij deze analyse niet heeft gevolgd.

De reacties van de opleidingsdirecteuren aangeven dat er gemeenschappelijke problemen zijn op met name het vlak van infrastructurele kosten en het ontbreken van een eenduidig stelsel van prijzen.

Het verdeelmodel niet alleen is voor de verdeling van de middelen over de eenheden, maar volgens UT beleid ook binnen de eenheden als verdeel model wordt gebruikt.

Een analyse op eenheidsniveau van de werking van het model dan ook niet volstaat.

Ten aanzien van parameters en bekostiging

Het verdeelmodel middelen verdeelt over faculteiten op basis van prestatie eenheden zoals SSP, externe onderzoeksprojecten en promoties zonder dat er een relatie is met de kosten gepaard gaande met de realisatie van deze prestatie eenheden.

Hierdoor eenvoudig de situatie kan ontstaan dat prestatie eenheden niet meer realiseerbaar worden.

Een grondige analyse nodig is van de mogelijkheden van leerstoelen als Small Business Units om schommelingen in prestatie eenheden op te vangen onder randvoorwaarde van een niet onttrekken aan reserves.

Voor startende leerstoelen een ingroeitraject in de prestatiematen noodzakelijk is.


Gehoord de beraadslaging


Gehoord de toezegging van het College om:

Binnen de personeelsnota UT aan te geven hoe de problematiek die ontstaat door het opheffen van het ziekte - vereveningsfonds van financiële fluctuaties en capaciteit op decentraal niveau wordt voorkomen.

De prioritaire projecten binnen het kader van de centrale stimulering onder te brengen.

Op korte termijn te komen tot een grondige analyse van de uitwerking van het verdeelmodel binnen en tussen opleidingen en de toezegging van 4 maart 2003 gestand te doen.

Een analyse te geven van kosten van bekostigde prestatie - eenheden.

Een analyse te geven van de uitwerking van parameter schommelingen op leerstoelniveau.



Adviseert:

De posten frictiekosten ad M€ 1 en beleidsreserve ad M€ 0.5 samen te voegen tot een beleidsreserve ad M€ 1.

positief over de ontwerp begrotingsrichtlijnen 2004