Verslag

van 2002 08 20

VERSLAG INTERNE VERGADERING


Aanwezig:

U-Raad:

Barsema, Berkers, Bloem, Van Doorn, Van der Heijden, Hovenkamp, Houweling, Jacobs, Kluitenberg, Kwast, Meijer (UR-vz), Mulder, Thomasson, Schrama, Wallinga-de Jonge, Weber (techn.vz.), Weijnen (plv.vz), Wittkampf

Griffie:

Ribberink, Visser (verslag)


1. Opening en vaststelling van de agenda

De technisch voorzitter, Weber, opent om 13.45 uur de vergadering met het verzoek aan de toehoorders op de publieke tribune de vergadering te verlaten in verband met een vertrouwelijke mededeling aan de raadsleden. De toehoorders verlaten vervolgens de zaal.


2. Mededelingen

Weber geeft het woord aan Meijer, die de Raad informeert over de vertrouwelijke mededeling van het CvB. Het CvB heeft bij monde van Van Amerongen het voorstel gedaan om Apers per 1 september as. te herplaatsen in de functie van wetenschappelijk directeur CTIT. Aangezien Sistermans eveneens met ingang van 1 september terugkeert naar de RvT zal het CvB dan weer bestaan uit 3 leden. Meijer vraagt de mening van de UR over A) wil de UR gehoord worden over het ontslag van Apers als collegelid, en B) wil de UR gehoord worden omtrent de aanstelling van Apers als wetenschappelijk directeur van CTIT vooral omdat het instituut nog geen Instituutsraad heeft.

Weber peilt de mening door een "rondje" langs de leden: men vindt het ontslag van Apers als lid van het CvB geen probleem, wel zou Schrama het nuttig vinden als de UR te zijner tijd een afscheidsgesprek met hem voert. Ten aanzien van zijn aanstelling als wetenschappelijk directeur vindt men dat er eigenlijk een sollicitatieprocedure zou moeten plaatsvinden waarbij vooral aandacht geschonken zou moeten worden aan het toetsen van zijn capaciteiten voor deze specifieke functie. Verder zou er geïnformeerd moeten worden bij de betrokken faculteiten (INF, El, TW en TO), met inachtneming van de vertrouwelijke status, naar hun mening over de aanstelling. De UR ziet vanwege de "herplaatsing" af van een open sollicitatieprocedure. Meijer coördineert


De toehoorders worden weer tot de vergadering toegelaten.


3.a Verslag van de interne vergadering van 4 juni 2002 (UR-02.214)

p.1, r.33: na "fracties" invoegen "zoals afgesproken". (Wittkampf)

p.3, r.15: vervalt "zal een format opstellen voor fasering van" en vervangen "wil het CvB voorstellen om" en aan het eind van de regel toevoegen "te faseren". (Wittkampf)

Met inachtneming van voornoemde opmerkingen wordt het verslag vastgesteld.


3.b Verslag van de interne vergadering van 25 juni 2002 (UR-02.270)

p.1, r.30: "per faculteit een klankbordgroep worden ingesteld" vervangen door "gekeken worden naar een zo efficiënt mogelijke interne overleg structuur".(Wittkampf)

Met inachtneming van deze opmerking wordt het verslag vastgesteld.


4. Ingekomen/uitgegane post (UR-02.209)


Walllinga-de Jonge informeert naar de aard van het ingekomen stuk “Centraal crisisplan” (UR-02.264). Meijer antwoordt dat het een actieplan betreft in geval van een ramp op het UT-terrein.


Schrama vraagt naar de vertrouwelijke status van de opdrachten aan de kwartiermakers (UR-02.266/1-4). Meijer antwoordt dat de betreffende diensten op de hoogte moeten zijn gebracht van de opdracht aan kwartiermeesters. Op persoonlijke titel heeft Meijer verzocht om meer openheid te betrachten naar de medewerkers toe maar dat is tot op heden niet gehonoreerd.


5. Herstructurering Dienstverlening, Reorganisatieplan (UR-02.232, UR-02.272)

Meijer geeft een toelichting op de huidige stand van zaken. Er wordt momenteel intensief overlegd door de UR met het CvB, de decentrale raden en het OPUT. Het CvB is van mening dat het plan goed is voorbereid, volledig is, financieel goed is onderbouwd , voldoet aan de CAO en derhalve implementatie gereed is. De UR zal nauw betrokken worden bij de implementatie.

De UR vindt echter de financiële onderbouwing discutabel en niet volledig. De haalbaarheid van de hoge bezuinigingstaakstellingen zijn twijfelachtig binnen het kader van de personele bezetting. De vrees bestaat voor vervolgreorganisatie bij decentrale eenheden.

Decentraal bestaat er onvrede over de totstandkoming van het reorganisatieplan. Er is niet of nauwelijks overleg gepleegd met de medezeggenschap, geen informatie verschaft over budgetten en mogelijke personele gevolgen.

Meijer stelt voor om tijdens het overleg met het CvB op 27 augustus advies uit te brengen en dan tevens afspraken te maken over het vervolgtraject en dit laatste in nauwe samenspraak met de decentrale medezeggenschap. Komt er uiteindelijk een financieel vertrouwenwekkende onderbouwing, kan er formele instemming worden gegeven bij de begroting in november.

Weber nodigt de leden uit te reageren.

Wallinga-de Jonge vraagt of er een opening wordt gehouden richting het College, dat door zal willen gaan met het proces. In ieder geval dient er eerst meer duidelijkheid te komen over de implementatie en over de decentrale reorganisatie waarbij de decentrale medezeggenschap betrokken moet worden.

Weijnen merkt op dat de positie van de studenten ten aanzien van de reorganisatie anders ligt dan die van het personeel. Hij stelt voor de punten van kritiek te inventariseren in de vorm van een checklist aan het CvB. Om de voortgang van het proces te kunnen waarborgen, stelt hij voor een checklist met een beperkt aantal essentiële kritiekpunten op te stellen, zodat het voor het CvB volstrekt duidelijk is in welke punten de UR zich vooralsnog niet kan vinden. Verder overleg met het College zou zich vervolgens tot die punten moeten beperkten. (wijziging: Weijnen)

Schrama deelt mee dat KPS, CaBaal en UTemp nog niet tot een gezamenlijk standpunt zijn gekomen. Inhoudelijk denkt hij het meest te bereiken door een gedoogscenario. Maar er moet naar decentraal toe meer duidelijkheid komen zoals een strategisch plan voor faculteiten en diensten met een meerjarenraming. In het reorganisatietraject dient het CvB tijdsruimte te reserveren opdat het uitvoeren van instemmingsrecht kan plaatsvinden. Daar dit nu niet is gebeurd, kan de UR in deze fase niet verder gaan dan advies.

Kluitenberg wijst op het belang dat De Jong hecht aan voortgang van het proces en diens welwillendheid ten aanzien van herijking van gemaakte keuzes. De te volgen procedure zal dan juridisch goed vastgelegd moeten worden.

Bloem meent dat de UR bereidheid tot meewerken kan tonen mits het CvB meer duidelijkheid verschaft.

Barsema uit zijn kritiek op de gevolgde procedure, er had nu een plan moeten voorliggen op instemmingsniveau. Bij het door laten gaan van het proces loopt de medezeggenschap het gevaar dat er een implementatie plaats gaat vinden van een reorganisatie waar de UR geen instemming op heeft gehad.


Weber deelt mee dat het CvB de UR heeft uitgenodigd voor een discussie informeel overleg* op donderdag 22 augustus; hij stelt voor per fractie 1 afgevaardigde en de voorzitter van de UR aan dit gesprek te laten deelnemen.


In het kader van hoe de discussie het informeel overleg* in te gaan, stelt Jacobs voor concrete vragen te stellen over de omissies die de UR in het reorganisatieplan ziet en afhankelijk van de antwoorden het standpunt van de UR aangaande het reorganisatieplan te bepalen. Verder stelt hij dat de UR nu zou moeten discussiëren over welke die vragen zijn.**

Meijer en Weber willen het gesprek benutten om tot afspraken te komen ten aanzien van het implementatieplan, de decentrale reorganisatie en een strategieplan.


Wittkampf laat in aansluiting op de uitnodiging voor een afgevaardigde bij de discussie het informeel overleg* weten dat UReka geen gebruik zal maken van deze uitnodiging.

Wallinga-de Jonge verzoekt UReka deze beslissing te heroverwegen aangezien het merendeel van de studenten in de UR, verenigd is in UReka. Zij meent dat UReka een positieve bijdrage kan leveren aan de discussie het informeel overleg* . UReka zegt toe een vertegenwoordiger af te vaardigen. **


Weber inventariseert de afvaardiging: Bloem, Meijer, Schrama, Jacobs** en Weber zelf zullen bij de discussie het informeel overleg* aanwezig zijn.

(*wijzigingen Schrama)

(** toevoegingen Jacobs)


Om 15.25 uur schorst Weber de vergadering voor een korte pauze.

Om 15.45 uur heropent Weber de vergadering.


6. Ontwerp-begrotingsrichtlijnen 2003 + nieuw verdeelmodel UT (UR-02.259)

Meijer benadrukt dat voorliggende nota een concept is. Het CvB vraagt om instemming maar daartoe is, volgens Meijer, de onderbouwing te mager. Het nieuwe onderwijsmodel is gebaseerd op grotere prestatieafhankelijkheid. De grondslag met een sleutel van 80 studenten is geen goede bekostiging van het onderwijs. Er is inmiddels al een verzoek aan de faculteitsraden uitgegaan om informatie te verstrekken over de uitgaven ten aanzien van onderwijs.

Weber merkt op dat het MT wel een besluit genomen heeft waaruit opgemaakt kan worden dat de decanen blijkbaar wel met dit model kunnen leven. De UR moet nu de reacties afwachten van de faculteiten alvorens tot besluitvorming te komen.

Meijer bepleit de handhaving van het oude model voor het bepalen van het begrotingsbod en nieuwe model daarnaast te hanteren om ongewenste effecten uit te sluiten aangezien hantering van alleen het nieuwe model zou kunnen resulteren in een gebrekkige analyse zonder de mogelijkheid tot bijstelling.

Wittkampf stelt voor het nieuwe model als uitgangspunt te hanteren aangezien het aansluit op de nieuwe organisatie en het oude model mee te laten rekenen. Tevens wijst hij er op dat alleen het werkelijk gebruik van het model, een volledige beoordeling van het model mogelijk maakt, gezien de stuureffecten welke een model veroorzaakt. (toevoeging Wittkampf)

Meijer meent dat aan het in de nota gepresenteerde model, waarin de verhouding tussen onderwijs- en onderzoekbekostiging wordt bepaald op 1:2, geen goede analyse ten grondslag ligt. Hij verwacht dat deze verdeelsleutel een negatief effect zal hebben op het onderwijsaanbod.

Wittkampf is het hiermee eens, derhalve niet instemmen met deze verhouding.

Barsema voegt eraan toe dat onderwijs niet op studiepunten mag worden afgerekend, dat zou de kwaliteit van de opleiding in gevaar brengen.

Wallinga-de Jonge merkt op dat Ter Beest in de commissievergadering kennis heeft genomen van de kritiek van de UR op voorliggend model. Hij heeft toegezegd de kritiek te verwerken tot aanpassingen op de nota. Derhalve verwacht Wallinga-de Jonge binnenkort invullende informatie van het CvB.


Gezien de tijdsdruk om een besluit te nemen in verband met een tijdige begroting voor 2003, wordt er gediscussieerd over hoe verder te handelen ten aanzien van voorliggende nota. Besloten wordt dat Meijer een concept opstelt, dat vooraf aan de ur-leden wordt gestuurd voor commentaar, waarin de knelpunten worden geformuleerd. De knelpunten zullen tijdens het overleg met het College worden besproken.


7. Gedragscode voertalen (UR-02.265, UR-02.278)

Schrama stelt voor het verslag van de commissie O&O betreft dit onderwerp aan het CvB te sturen.

Aan het kopje “Taalvaardigheid studenten” zal als punt nog worden toegevoegd de vraag welk criterium of welke norm wordt gehanteerd bij het beoordelen ten aanzien van taalvaardigheid studenten.


8. Vastgoed (UR-02.177, UR-02.224, UR-02.237)

De discussie gaat over het instemmen met fase 3 en eventueel fase 4.

Meijer vindt dat instemming voor fase 4 moet worden uitgesteld tot het reorganisatieplan gereed is.

Wittkampf meent dat er nu voldoende duidelijkheid is om in te stemmen met zowel fase 3 als fase 4.

Wallinga-de Jonge stelt voor om in te stemmen met fase 3 maar de besluitvorming fase 4 te koppelen aan de meerjarenraming.

Wittkampf vraagt Weber het voorstel fase 4 in stemming te brengen deze antwoordt geen voorstander te zijn van stemming op dit moment. Hij zal het CvB vragen wat de gevolgen zullen zijn van uitstellen instemming fase 4.


9. Rondvraag

- Barsema merkt op dat de lekkende airconditioning in vergaderzaal INF L200 een storend aspect is.


10.Sluiting

Weber sluit de vergadering om 17.15.