Verslag van de overlegvergadering van 05 november 2002

Naar aanleiding van het verslag zegt het college toe de nota van de werkgroep efficiency na bespreking in de CCO aan de UR te zullen overhandigen. Aan de Nota Onderzoeksbeleid zal - na de benodigde aanpassingen - door het college uitgebreid bekendheid worden gegeven.


Algemene gang van zaken, strategiediscussie

Er zullen met betrekking tot het overleg tussen de drie TU's aan de UR voortgangsrapportages toegezonden worden.


Begrotingsbod 2003

Het college meldt desgevraagd dat een herberekening van de voorfinancieringskosten van nieuwe opleidingen aan de hand van het nieuwe verdeelmodel in de maak is en binnenkort aan de UR toegezonden zal worden. Ook zal binnen enige tijd een regeling gemaakt worden inzake de infrastructurele kosten van het onderwijs waarmee beoogd wordt de efficiency van dit onderwijs te verhogen.


Nota Leerstoelenbeleid

Het college zal de tekst van de nota aanpassen in de zin zoals onderstaand in het besluit is geformuleerd.


De Universiteitsraad, bijeen op 10 december 2002,

Gezien:

de Nota Leerstoelenbeleid, versie 27 november 2002;

het advies van het UMT d.d. 18 april 2002.

Gehoord:

de mondelinge toelichting van de betrokken beleidsmedewerkers in de vergadering van de commissie O&O d.d. 26 november 2002;

de beraadslagingen in de overlegvergadering van 10 december 2002;

Overwegend:

dat de Nota Leerstoelenbeleid een helder kader moet bieden voor de ontwikkeling van de facultaire leerstoelenplannen;

dat helder en eenduidig beleid op het gebied van het instellen dan wel continueren van leerstoelen, mede gezien de beperkte beschikbare middelen, van groot belang is voor de UT;

dat de "universitair lector” geen nieuwe categorie van hoogleraren vormt; dit in het binnenland en in het nieuwe universitaire functieordeningsmodel geen herkenbare functie is; en de betrokkenen niet de titel “full professor” kunnen voeren;

dat inbedding van nieuwe leerstoelen op basis van strategieplannen met bijbehorende leerstoelenplannen en met zicht op reguliere bekostiging (op prestaties), ook voor functionele en vrije leerstoelen inclusief de universitaire leerstoelen, de belangrijkste uitgangspunten van het vast te stellen beleid zijn;

dat, vanwege de indeling in grote faculteiten en de vorming van grote, multidisciplinaire onderzoekinstituten, besluitvorming over het instellen van leerstoelen voornamelijk binnen die eenheden plaats kan en moet vinden en dit binnen het UMT vooral een punt van afstemming dient te zijn;

dat er een beperkt budget beschikbaar is voor de financiering van universitaire leerstoelen en dat er derhalve slechts een klein aantal tegelijkertijd kan bestaan;

dat de middelen voor centrale en decentrale stimulering en de bevoegdheden voor decanen en WD’s ruim voldoende zijn om slagvaardig te kunnen opereren, ook bij het binnenhalen van toppers;

dat een universitaire leerstoel ook kan worden bekleed door iemand die reeds in dienst is van de UT en dat de beschikbare middelen in dat geval slechts in beperkte mate behoeven te worden aangewend voor directe personeelskosten van de leerstoelhouder.

Gehoord de toezeggingen van het College van Bestuur dat:

de criteria en procedures voor het aanstellen dan wel continueren van leerstoelen in het kader van de bespreking van de nota personeelsbeleid of anderszins aan de Universiteitsraad zullen worden voorgelegd;

hoogleraren en leerstoelgroepen van buiten de UT bij toekenning van een universitaire leerstoel via een zo kort mogelijk ingroeitraject, bekostigd uit stimuleringsmiddelen, “in zullen moeten dalen” in de reguliere UT-bekostiging.

Besluit

in te stemmen met de Nota Leerstoelenbeleid na aanpassing op de volgende punten:


1.De tekst maakt helder dat een universitair lector geen leerstoel bekleedt en niet de titel (full) professor kan voeren.


2.De categorie universitaire leerstoelen wordt beschouwd als een deelcategorie van de vrije leerstoelen. De universitaire leerstoelen worden opgenomen in een facultair leerstoelenplan volgens de gebruikelijke instellingsprocedure.


3.De tekst van de nota op bovenstaande en andere, meer tekstuele punten wordt aangepast. Voor wat betreft de tekstuele punten zal de UR suggesties aandragen.

RSI-Beleidsplan


De Universiteitsraad, bijeen op 10 december 2002,

Gezien:

Het RSI-beleidsplan Universiteit Twente, versie juli 2002, 344.299/PA&O


Gehoord:

de mondelinge toelichting van portefeuillehouder De Jong in de vergadering van de commissie P&S d.d. 26 november 2002;

de toezegging van het college dat in een brief zal worden vastgelegd op welke wijze de RSI stuurgroep bij de decentrale uitvoering van het RSI-beleid de vinger aan de pols zal houden en op welke wijze het hierover zal rapporteren;

de toezegging van het college dat het ten aanzien van een financiële onderbouwing van de in het plan voorziene ergonomisch verantwoorde laptopwerkplekken in een breder UT- kader zal reageren .


Besluit in te stemmen met het RSI-beleidsplan.


Technische Geneeskunde

Het college zegt toe erop toe te zien dat de UR bij de behandeling van de instemmingsvraag kan beschikken over het advies terzake van de faculteitsraad TNW.



Rondvraagpunten

Zodra er duidelijkheid bestaat over de evaluatie van de Digitale Universiteit door het ministerie van onderwijs, zal de UR hierover geïnformeerd worden.