Aandachtspunten uit de overlegvergadering van de Universiteitraad van 24 september 2002


Mededelingen

Met het voorstel van de UR om het Leerstoelenbeleid een eigenstandige positie te geven ten opzichte van het onderzoeksbeleid gaat het college akkoord. Het CvB zal de drie nota’s met betrekking tot onderzoeksbeleid, leerstoelenbeleid en personeelsbeleid onderling op elkaar af stemmen, zowel inhoudelijk als met betrekking tot het tijdspad voor besluitvorming, een en ander overeenkomstig de suggestie van de UR.

Reorganisatieplan

(besluiten genomen in de interne vergadering van 26 september 2002)


Het ter vergadering aangepaste document “Procedurevoorstel Reorganisatie” ( werktitel “20 september 2002”) wordt door het college en de UR geaccepteerd als besluitvormingstraject voor de reorganisatie.

Afgesproken is verder dat bovengenoemd stuk als antwoord kan dienen op het formele advies van de UR van 27 augustus 2002 inzake het Reorganisatieplan. Het CvB zal hiervoor de nodige stappen ondernemen.


De personeelsgeleding van de Universiteitsraad, ter vergadering bijeen op 26 september 2002,

Gezien:

het voorgenomen besluit Reorganisatieplan UT van 24 juni 2002;

de conceptnota voorlopig Begrotingsbod 2003 van 13 september 2002;

de brief van het College van Bestuur (dd. 25 september 2002) met een reactie op het UR-advies over de reorganisatie;

het Procedurevoorstel Reorganisatie, zijnde een bijlage bij de reactie van het College van Bestuur, vastgesteld n.a.v. de overlegvergadering van 24 september 2002;


Overwegend dat:

het "voorgenomen besluit Reorganisatieplan UT" nog niet kan worden beschouwd als een volledig reorganisatieplan in de zin van de CAO Nederlandse Universiteiten;

in de reactie van het College van Bestuur en het Procedurevoorstel Reorganisatie tegemoet wordt gekomen aan de essentie van het UR-advies over de reorganisatie van 27 augustus 2002;

de "conceptnota voorlopig Begrotingsbod 2003" wel een indicatie geeft van de financiële situatie van de eenheden, maar geen volledig beeld daarvan; dat in fase 2 de financiële situatie van de eenheden wordt meegenomen; en dat niet kan worden uitgesloten dat de omvang van de bezuinigingen moet worden herzien in het licht van de begrotingsproblematiek voor 2003 van de eenheden;

het "voorgenomen besluit Reorganisatieplan UT" niet bevat: een specificatie van de verschuivingen op UT niveau 30 fte 'algemene ICT', de actuele visie op de organisatie van de ICT dienstverlening, en een overtuigende argumentatie voor de fusie van CIV en Dinkel;

het "voorgenomen besluit Reorganisatieplan UT" geen uitsluitsel geeft over de eenheden waar de medewerkers van de facultaire technische diensten worden geplaatst;

de medewerkers van CIV en Dinkel, alsmede de facultaire ICT-medewerkers en medewerkers van facultaire technische diensten in afwachting van definitieve plaatsing in de nieuwe eenheid hun oude eenheid volgen.

er in dit stadium uitdrukkelijk geen instemming is gevraagd voor de inrichting van de nieuwe eenheden en voor de precieze omvang ervan, dat die instemmingsvraag wordt aangehouden tot de implementatieplannen voltooid zijn (fase 2) en dat voordien geen medewerkers met ontslag zullen worden bedreigd ten gevolge van de reorganisatie.

Besluit:

(1)in te stemmen met de gefaseerde besluitvorming over het reorganisatieplan, zoals omschreven in het Procedurevoorstel Reorganisatie;

(2) in te stemmen met in het "voorgenomen besluit Reorganisatieplan UT" als kader voor de ontwikkeling van implementatieplannen betreffende de onderscheiden nieuwe eenheden binnen de UT, hetgeen betekent dat de Raad instemt met:

het voornemen om te gaan reorganiseren;

het sturingsmodel zoals omschreven in het "voorgenomen besluit Reorganisatieplan UT";

de indeling naar eenheden zoals omschreven in het "voorgenomen besluit Reorganisatieplan UT", echter met uitzondering van de vorming van de ICT-dienst;

het benoemen van de leidinggevenden;

de streefformatie van de eenheden, zoals omschreven in het "voorgenomen besluit Reorganisatieplan UT", echter met uitzondering van de "algemene ICT" als onderdeel van de verschuivingen op UT-niveau van OBP-functies vanuit de faculteiten;

het plaatsen van alle personeelsleden die aangesteld zijn bij de UT in de nieuwe eenheden, met uitzondering van de medewerkers van CIV en Dinkel, alsmede de facultaire ICT-medewerkers en medewerkers van facultaire technische diensten.


De studentengeleding van de UR is positief over de voorliggende fasering en het bijbehorende tijdspad. Zij beschouwt deze als voldoende waarborg voor enerzijds een zorgvuldig verder verloop van het reorganisatieproces en anderzijds de noodzakelijke voortgang in dit proces.


De studentengeleding adviseert het CvB om in het bijzonder aandacht te schenken aan de volgende drie punten:

Het is van belang om te zorgen voor een goede afstemming van de facultaire dienstverlening op die van andere faculteiten en op het primaire proces. In het bijzonder dient er aandacht te zijn voor de afstemming van de onderwijsondersteunende processen op het onderwijsproces. Het betreft hier onder meer de studentgerichtheid van instanties als bureau onderwijszaken, stagebureau en de kwaliteitszorg. Nadrukkelijk moet tijdens het reorganisatieproces gelet worden op de continuïteit in de dienstverlening van deze instanties.

Aan het reorganisatieplan ligt een inzichtelijke financiële analyse ten grondslag. Deze analyse maakt zorgvuldige besluitvorming mogelijk. Een continu te actualiseren versie van de financiële analyse dient de basis te vormen voor toekomstige communicatie over de effectiviteit van de reorganisatie. Hierbij dient duidelijk onderscheid gemaakt te worden tussen de nu te realiseren bezuinigingen en eerder in gang gezette bezuinigingsprocessen. Tevens dient een dergelijke analyse – waar relevant – de basis te vormen voor toekomstige besluitvormingsprocessen.

In de nieuwe UT-organisatie krijgt het Universitair Management Team een belangrijkere rol in onder andere de organisatiebrede strategiebepaling en de centrale besluitvorming. De werkwijze van het UMT nieuwe stijl is momenteel nog niet volledig uitgekristalliseerd. In een complexe organisatie als een universiteit is in besluitvormingsprocessen voldoende draagvlak een essentiële randvoorwaarde voor een goed functioneren van zo’n organisatie. Hiertoe dient het UMT op een professionele, transparante wijze te werk te gaan. Aan deze professionaliteit en transparantie dient in de komende periode in samenspraak met alle betrokkenen, waaronder de centrale medezeggenschap, invulling gegeven te worden.


HBO-doorstroombeurzen

De UR,

gezien

het voorgenomen besluit van het CvB met betrekking tot continuering van de Regeling Aanvullende Studiefinanciering Overstappers (RASO/ HBO-doorstroombeurzen) (DIC-kenmerk: 345.829/ UR-02.292)

gehoord

het positieve advies van de Werkgroep Afstudeerregelingen (WAR)

besluit

in te stemmen met genoemd CvB besluit en de aldus gewijzigde regeling op te nemen in het Studentenstatuut van de UT.

Gedragscode Voertalen


De Universiteitsraad,

gezien:

de brief van het college inzake “Aanpassing gedragscode voertalen” (UR 02.265)

de schriftelijke beantwoording van de vanuit de commissie O&O gestelde vragen (UR-02.301)

gehoord:

de mondelinge toelichting van de betrokken beleidsmedewerkers in de commissie O&O

de toezegging van het CvB zorg te zullen dragen voor een uitvoerige informatievoorziening richting studenten en medewerkers over de strekking en gevolgen van dit besluit

de toezegging van het CvB de antwoorden op de door de UR gestelde vragen en de door de UR aangedragen en ter vergadering geamendeerde aandachtspunten mee te zullen nemen in het implementatietraject

overwegend:

dat de keuze voor Engelstalig onderwijs al eerder kenbaar gemaakt is door het CvB, hoewel de principiële keuze als zodanig niet eerder aan de UR is voorgelegd

dat Engelstaligheid van de masters een noodzakelijke voorwaarde is voor het verzorgen van masterprogramma’s op internationaal erkend niveau

besluit in te stemmen met de aanpassing van de gedragscode voertalen.


Nieuwe opleidingen, stand van zaken

Het college zal het aan de ACO te verzenden aanvullende document met betrekking tot de opleiding Technische Geneeskunde ter kennisgeving aan de UR doen toekomen.


Rondvraag

Motie UR m.b.t. WD-benoemingen:

Gezien het collegebesluit dd 3 september 2002 m.b.t. de benoeming van een waarnemend WD voor PiT

Gehoord de discussie in de overlegvergadering van 27 augustus 2002 m.b.t. de benoeming van de WD van het CTIT

Overwegende

-Dat over benoeming en ontslag van wetenschappelijk directeuren instituutsraden gehoord dienen te worden en dat bij ontstentenis van deze UR-commissies deze bevoegdheid toevalt aan de UR, conform eerdere afspraken, en

-dat het college op geen enkele wijze aannemelijk heeft gemaakt waarom hij de benoemingen van WD’s thans kan realiseren zonder de medezeggenschap te raadplegen en overigens op geen enkele wijze moeite doet om het draagvlak voor zijn benoemingen buiten het managementcircuit te controleren,

Brengt de UR zijn ontstemming over deze handelwijze aan het college over en kondigt de UR aan dat hij in het vervolg benoemingen, die op soortgelijke wijze tot stand komen, met alle mogelijke, hem ter beschikking staande democratische middelen ongedaan zal trachten te maken, zonder aanzien van de persoon van de kandidaat-WD.


Decanaat faculteit Gedragswetenschappen

Afgesproken is het door de UR terzake voorbereide besluit aan te houden en in de overlegvergadering van 5 november 2002 op dit punt terug te komen.